Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Netwerken

Bied gebruikers een optimale ervaring.

Blackboard Collaborate werkt het best op netwerken waarin WebRTC kan worden uitgevoerd over UDP (User Datagram Protocol). Daarnaast is WebSocket nodig voor Collaborate, maar dat is een veelgebruikte webtechnologie.

Firewall-instellingen

De standaardinstelling is dat Collaborate met de Ultra-ervaring UDP (User Datagram Protocol) gebruikt om gegevens te verzenden. Kenmerkend van UDP is dat er niet wordt gewacht op verbinding voordat een pakket wordt verstuurd. Het pakket wordt gewoon verstuurd, waardoor dit een snel en efficiënt protocol is.

Voor de beste ervaring moeten de firewall en proxy UDP-verkeer doorlaten op poorten 49152 tot en met 65535 voor ons volledige IP-bereik (Internet Protocol) voor de regionale SAS (Session Administrator System) die wordt gebruikt.

Als het niet mogelijk is om het volledige bereik van poorten te openen, kan worden ingesteld dat de firewall en proxy UDP-verkeer doorlaten op poort 50000. Collaborate ondersteunt WebRTC-verkeer als de firewall en proxy niet zijn geconfigureerd voor het toestaan van UDP-verkeer. Hierdoor ontstaat echter onnodige vertraging, wat als vervelend kan worden ervaren door gebruikers.

De lijst met IP-bereiken staat in dit artikel op Behind the Blackboard (alleen in het Engels).

Als de firewall niet is geopend voor dit bereik, wordt de UDP-poort 50000 gebruikt. Als dat mislukt, kan het verkeer via TCP (Transmission Control Protocol) over poort 443 worden geleid. TCP is een iets trager verbindingsprotocol dan UDP.

Proxy-instellingen

WebSocket

Collaborate met de Ultra-ervaring maakt gebruik van HTML5 WebSocket-verkeer om verbinding te maken met sessieservers. Gebruikers die verbinding proberen te maken vanaf netwerken die geen HTML 5 WebSocket-verbindingen toestaan, kunnen Collaborate met de Ultra-ervaring niet starten.

Proxyservers moeten HTML5 WebSocket-verkeer doorlaten om Collaborate in staat te stellen om via een proxy verbinding te maken met de sessieservers. Proxyservers moeten mogelijk ook speciaal worden geconfigureerd voor het afhandelen van dit WebSocket-verkeer. Dit moet door de systeembeheerder worden gedaan.

Niet bekend of WebSocket-verkeer werkt op het netwerk? Dat kun je zelf controleren. Zie voor meer informatie dit Engelstalige artikel op Behind the Blackboard.

WebRTC

Proxyservers moeten WebRTC-verkeer doorlaten om gebruikers de beste Collaborate-ervaring te geven. Met WebRTC wordt de ervaring dynamisch aangepast, afhankelijk van de bandbreedte- en netwerkbeperkingen. Zie de website van WebRTC voor meer informatie.