Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Richtlijnen voor batchbestanden voor inschrijvingen

Batchbestanden zijn speciale bestanden waarmee u tegelijkertijd maximaal 500 gebruikers kunt inschrijven voor verschillende cursussen.

Batchbestanden voor inschrijvingen

Batchbestanden voor inschrijvingen moeten voor elke record een cursus-ID en een gebruikersnaam bevatten. U kunt ook een cursusrol toevoegen, evenals de systeembeschikbaarheid van de gebruiker en de beschikbaarheid van de cursus.

Batchbestanden voor inschrijvingen moeten voldoen aan de onderstaande indeling en volgorde:

"cursus-ID","gebruikersnaam","cursusrol","systeembeschikbaarheid","cursusbeschikbaarheid"

Let op de volgende punten als u een batchbestand voor inschrijvingen gaat samenstellen:

  • Blackboard Learn ondersteunt TXT- en CSV-bestandsindelingen. In Microsoft Excel 2003 en hoger worden automatisch dubbele aanhalingstekens ingevoegd rond velden als het werkblad wordt opgeslagen als een CSV-bestand.
  • Gebruik in elke record hetzelfde scheidingsteken. Geldige scheidingstekens zijn een komma, een tab en een dubbele punt.
  • Batchbestanden moeten de indeling DOS hebben. Converteer bestanden met de indeling Mac of UNIX naar DOS voordat u gaat uploaden.
  • Plaats alle velden tussen dubbele, rechte aanhalingstekens. Bijvoorbeeld: "ENG_201" 
  • Als in een veld aanhalingstekens worden weergegeven, moet u een escape-teken (\) gebruiken zodat het volgende teken niet wordt beschouwd als een teken dat het einde van het veld aangeeft. Deze richtlijn geldt niet voor batchbestanden voor inschrijvingen, aangezien cursus-ID's en gebruikersbestanden geen aanhalingstekens kunnen bevatten.
  • Scheid alle velden met een komma, dubbele punt of tab. Gebruik maar één scheidingsteken binnen het batchbestand. Bijvoorbeeld: "ENG_201","jbell" of "ENG_202":"jbell"
  • Plaats elke record op een afzonderlijke regel. Bijvoorbeeld:
    "ENG_201","jbell"
    "ENG_202","jbell"
  • Plaats niet meer dan 500 records in het bestand. Deze limiet heeft te maken met time-outs die anders optreden in verschillende browsers.

Verplichte geldige waarden voor batchbestanden voor inschrijvingen

Als u optionele kenmerken opneemt in het batchbestand voor inschrijvingen moet u de volgende verplichte, geldige waarden gebruiken:

  • Cursusrol: "B" voor cursusbouwer, "G" voor beoordelaar, "P" voor cursusleider, "S" voor student, "T" voor onderwijsassistent, "U" voor gast. Als u geen waarde opgeeft voor de cursusrol, wijst Blackboard Learn de standaardrol Student toe.
  • Cursusbeschikbaarheid: Y (ja, direct beschikbaar voor de gebruiker) en N (nee, pas beschikbaar wanneer u de cursus beschikbaar stelt). Als u geen waarde opgeeft voor de cursusbeschikbaarheid, wijst Blackboard Learn de standaardwaarde Y toe.
  • Systeembeschikbaarheid: Y (ja, de gebruiker heeft toegang tot Blackboard Learn) en N (nee, de gebruiker heeft pas toegang tot Blackboard Learn nadat u het systeem beschikbaar hebt gesteld). Als u geen waarde opgeeft voor de systeembeschikbaarheid, wijst Blackboard Learn de standaardwaarde Y toe.

Koptekstvelden

Als u bestanden maakt voor het laden van batchprocessen, moeten de volgende koptekstvelden ASCII-tekens (American Standard Code for Information Interchange) bevatten, ongeacht het taalpakket of besturingssysteem van de computer:

  • Booleaanse velden (Y/N, T/F)
  • ID's, zoals de cursus-ID of organisatie-ID

Koptekstvelden mogen alle alfanumerieke ASCII-tekens, onderstrepingstekens "_", punten "." en afbreekstreepjes "-" bevatten.

Koptekstvelden mogen niet de volgende speciale tekens bevatten: : " ' / \ . % & # < > = + * ? |

Speciale tekens

De beschrijving en naam van de cursus, evenals de tekst van de mededeling, kan speciale tekens bevatten, zoals: " ' / \ . % & # < > = + * ? |

Deze speciale tekens kunnen niet in andere kenmerken in batchbestanden voor cursussen worden gebruikt. Gebruik alleen alfanumerieke tekens, onderstrepingstekens, punten en afbreekstreepjes in kenmerken. Maak geen gebruik van spaties.