Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Controlespoorinstellingen voor verwijderde bestanden

Wanneer de externe opslaglocatie wordt gebruikt, kunnen beheerders bestanden die gebruikers hebben verwijderd, uit back-ups terughalen. Via het verwijderingscontrolespoor kunnen beheerders de locatie en de bestandsnaam van het verwijderde bestand in het bestandssysteem achterhalen. Op de pagina Verwijderingscontrolespoorinstellingen kan het aantal dagen worden ingesteld dat het controlespoor beschikbaar is. Zodra deze periode is verstreken, is het controlespoor voor het verwijderde bestand niet meer beschikbaar. Dit kleine logboek wordt opgeslagen in de database. De levensduur kan vrij hoog worden ingesteld zonder dat dit invloed heeft op de systeemprestaties

Het controlespoor voor verwijderde bestanden configureren

  1. Open het configuratiescherm voor systeembeheer en klik onder Inhoudsbeheer op Technische instellingen.
  2. Klik op Documentarchieven.
  3. Klik in het contextmenu voor het documentarchief op Controlespoorinstellingen voor verwijderde bestanden.
  4. Voer het aantal dagen in dat het controlespoor wordt bewaard nadat een bestand is verwijderd. Als nul wordt ingevoerd, wordt het controlespoor nooit opgeslagen.
  5. Klik opVerzenden.