Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Inhoud maken in een inhoudsgebied

Blackboard biedt verschillende opties voor het maken van inhoud. U kunt deze pagina helemaal doornemen of rechtsboven op het pictogram Inhoudsopgave File:/Learn/9.1_2014_04/Instructor/090_Course_Content/010_Create_Content/020_Create_Content_in_a_Course_Area/table_of_contents_icon.png klikken en een bepaald onderwerp kiezen.

Nadat u een cursusgebied hebt gemaakt, zoals een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht of een map, kunt u inhoud maken voor het gebied door de actiebalk van het onderdeel aan te wijzen om menu's weer te geven voor het selecteren van inhoudsitems, toetsen en koppelingen naar tools.

U kunt de inhoud relevant en interactief maken door verschillende soorten lesmateriaal en leerervaringen toe te voegen. U kunt dit doen door onlinelezingen te publiceren of multimedia en enquêtes beschikbaar te maken.

Terwijl u inhoud maakt, kunt u verschillende opties instellen, zoals de beschikbaarheid. Op deze manier kunt u inhoud maken en deze pas beschikbaar stellen aan gebruikers wanneer u dat wilt.

Informatie over inhoudstypen

U kunt in cursusgebieden verschillende soorten inhoud maken. Een goede planning van de items die u wilt gebruiken in cursusgebieden kan u tijd besparen en een beter gestructureerd product opleveren. Denk na over de leerdoelen en doelstellingen van de cursus. Houd ook rekening met de demografische samenstelling van de doelgroepen. Bestudeer het bestaande materiaal om te bepalen wat u online kunt gebruiken. Het is een goed idee een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map vooraf in kaart te brengen voordat u inhoud gaat maken. U weet dan zeker dat alle elementen logisch zijn geordend.

In de volgende tabel worden de verschillende inhoudstypen beschreven die zijn opgenomen in de vervolgkeuzelijst Inhoud bouwen.

Opties in de vervolgkeuzelijst Inhoud bouwen
Type inhoud Beschrijving
Item Een item kan tekst, audio, films, bestanden, afbeeldingen en mashups bevatten. Als u tekst toevoegt, kunt u deze opmaken met de functies van de inhoudseditor.
Bestand Een HTML-bestand dat u in uw cursus kunt gebruiken. Deze bestanden kunnen worden weergegeven als een pagina in uw cursus of als een apart deel inhoud in een aparte browser of venster.
Audio

Afbeelding

Video

Upload bestanden vanaf uw computer en voeg deze toe aan een cursusgebied.
Webkoppeling Een koppeling naar een externe website of bron.
Leermodule Een inhoudsset die een gestructureerd pad omvat voor voortgang door de items.
Lesoverzicht Een speciaal type inhoud waarin informatie over de les zelf wordt gecombineerd met het lesmateriaal dat wordt gebruikt om kennis over te dragen.
Syllabus Hiermee kunt u een bestaand syllabusbestand toevoegen of een syllabus voor een cursus samenstellen door een stapsgewijze procedure te doorlopen
Cursuskoppeling Een snelkoppeling naar een item, tool of gebied in een cursus.
Inhoudsmap Een cursusgebied dat inhoudsitems bevat. Met behulp van mappen kan inhoud worden gestructureerd binnen een hiërarchie of categorieën.
Lege pagina Met de tool Lege pagina kunt u bestanden, afbeeldingen en tekst als een koppeling toevoegen aan een cursusgebied. Gebruik lege pagina's om inhoud op een andere manier weer te geven dan inhoudsitems. Er wordt geen beschrijving weergegeven onder de titel van de pagina. Gebruikers zien de inhoud pas nadat ze op de koppeling hebben geklikt.
Modulepagina Een pagina met dynamische, aangepaste inhoudstools waarmee gebruikers gegevens kunnen bijhouden van taken, toetsen, opdrachten en nieuwe inhoud die aan de cursus zijn toegevoegd.
Mashups Gebruik mashups om inhoud aan een cursus toe te voegen die afkomstig is van een externe website. Er zijn drie soorten mashups beschikbaar:
  • Flickr-foto®: koppeling naar een site voor het bekijken en delen van foto's.
  • SlideShare: koppeling naar een site voor het bekijken en delen van PowerPoint-presentaties, Word-documenten of Adobe PDF-portfolio's.
  • YouTube™: koppeling naar een site voor het bekijken en delen van onlinevideo's.

Een item maken

Inhoudsitems kunt u gebruiken om verschillende soorten cursusmateriaal te presenteren.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Item.
  3. Typ op de pagina Item maken een naam voor het item.
  4. Typ desgewenst instructies of een beschrijving in het vak Tekst.
  5. U kunt ook bij Bijlagen op Bladeren in mijn computer klikken om een bestand te uploaden vanaf uw computer. Het bestand wordt opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  6. Selecteer de gewenste opties:
    1. Klik op Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  7. Klik opVerzenden.

U kunt per e-mail een koppeling versturen naar een bestand dat u aan een inhoudsitem toevoegt. Open in Content Collection of Cursusbestanden het contextmenu van het bestand en klik op 360° overzicht. Kopieer het adres van de permanente URL en plak deze in een e-mail.

Bestanden bijvoegen en afzonderlijke bestanden of gezipte pakketten uploaden

U kunt het inhoudstype Bestand gebruiken om een eenvoudige koppeling naar een bestand in een cursusgebied te maken. Er wordt geen beschrijving weergegeven voor de koppeling. U kunt aangeven of gebruikers het bestand zien als een pagina binnen de cursus of in een afzonderlijk venster van de browser.

U kunt een bepaald bestand uploaden of een gezipt pakket met verschillende bestanden. Het is bijvoorbeeld een goed idee een gezipt pakket te uploaden als u studenten verschillende foto's wilt geven voor een natuurkundeproject.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Bestand.
  3. Klik op de pagina Bestand maken op Bladeren in mijn computer om een bestand te uploaden vanaf uw computer. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  4. Klik op Selecteer een ander bestand om het gekoppelde bestand te vervangen door een ander bestand.
  5. Voer een naam in voor het bestand. Dit is de naam waarmee de koppeling wordt weergegeven in het cursusgebied.
  6. Selecteer Ja voor Openen in nieuw venster om de inhoud in een nieuw browservenster weer te geven.
  7. Selecteer de gewenste opties.
  8. Klik opVerzenden.

Gecomprimeerde inhoudspakketten

Als u offline een les hebt samengesteld met verschillende, gerelateerde HTML-pagina's met navigatiehulpmiddelen, afbeeldingen, webkoppelingen en cascading style sheets (CSS), is de beste methode om een dergelijk pakket aan te bieden aan gebruikers het pakket uit te pakken in Cursusbestanden of Content Collection en studenten een koppeling te geven naar de startpagina. Op deze manier kunnen studenten de inhoud van de les bekijken met alle koppelingen intact. De startpagina wordt geopend in een nieuw venster of tabblad en kan worden gesloten om terug te gaan naar het cursusgebied.

  1. Maak offline een pakket met inhoud op uw computer.
  2. Ga naar Cursusbestanden of Content Collection. Wijs op de actiebalk naar Uploaden en klik op Pakket uploaden, zodat het pakket automatisch wordt uitgepakt.
  3. Ga naar het inhoudsgebied of de map waaraan u een koppeling naar de les wilt toevoegen.
  4. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen  aan en klik op  Bestand.
  5. Klik op de pagina Bestand maken op Bladeren in cursusbestanden of Bladeren in Content Collection om het bestand te selecteren dat de startpagina voor het pakket met inhoud vormt. Dit is de eerste pagina die gebruikers zien en de pagina moet dus navigatiehulpmiddelen bevatten om naar de andere pagina's in het pakket te gaan.
  6. Stel opties in voor de bestandskoppeling in het cursusgebied.
  7. Klik opVerzenden.

Als u het gecomprimeerde pakket niet automatisch wilt uitpakken, voegt u het zip-bestand toe aan een inhoudsitem via de opties Toevoegen of gebruikt u de functie in de inhoudseditor. Wanneer een gecomprimeerd pakket niet wordt uitgepakt, klikken studenten in het cursusgebied op de koppeling voor het pakket en downloaden ze het pakket naar hun computer, waar het vervolgens kan worden uitgepakt. Deze methode is handig als u studenten verschillende bestanden wilt geven om aan te werken op hun computer.

Koppelingen naar HTML-bestanden

U kunt het inhoudstype bestand gebruiken om HTML-bestanden in te sluiten voor een website die u hebt gemaakt. Nadat u de HTML-bestanden hebt geüpload naar Cursusbestanden of Content Collection, geeft u aan welk bestand het beginpunt vormt, zoals index.html of pagina_1.html. De bestandsnaam wordt weergegeven in het vak Naam. Bewerk de naam om duidelijk te maken aan gebruikers dat dit het beginpunt is. Wijzig de naam bijvoorbeeld in "Begin hier" of "Les 1 bekijken".

Wanneer u een HTML-bestand selecteert, verschijnt het gebied Toegang beheren en kunt u de toegang instellen voor gebruikers. U hebt drie mogelijkheden:

  • Gebruikers toegang geven tot alle bestanden en mappen in de map: Kies deze optie om gebruikers toegang te geven tot alle bestanden en submappen binnen de bovenliggende map van het bestand dat wordt gekoppeld. Deze optie is geschikt voor gebruikers die verbinding maken met een website met een typische, hiërarchische structuur met submappen voor CSS, Javascript en afbeeldingen in de bovenliggende map.
  • Gebruikers alleen toegang geven tot dit bestand: kies deze optie wanneer u een koppeling maakt met één HTML-bestand dat alle opmaak binnen de pagina zelf bevat en dat niet verwijst naar andere bestanden of afbeeldingen.
  • Gebruikers toegang geven tot geselecteerde bestanden in de map: kies deze optie als u een website met een meer gecompliceerde structuur wilt insluiten. Als bepaalde inhoud buiten de bovenliggende map is opgeslagen in andere mappen in Cursusbestanden of Content Collection, moet u handmatig naar de bovenliggende map bladeren en deze selecteren. Dit geldt ook voor aanvullende bestanden en mappen. Op deze manier kunt u garanderen dat gebruikers toegang hebben tot alle inhoud van uw website.

Koppelingen naar audio, afbeeldingen en video toevoegen

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Audio, Afbeelding of Video. De pagina Maken voor de gekozen optie verschijnt. Deze pagina is vergelijkbaar voor alle drie de inhoudstypen.
  3. Klik op Bladeren in mijn computer om een bestand te uploaden vanaf uw computer. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  4. Als de functie Mashups beschikbaar is, kunt u zoeken naar inhoud op internet en deze via een koppeling toevoegen aan de cursus.
  5. Klik op Selecteer een ander bestand om het gekoppelde bestand te verwijderen.
  6. Typ een waarde voor Naam. Dit is de naam waarmee de koppeling wordt weergegeven in het cursusgebied.
  7. Stel de gewenste opties in. Bestanden met audio, video en afbeeldingen hebben allemaal unieke opties voor het weergeven van inhoud. Deze opties worden verderop besproken.
  8. Selecteer de gewenste instellingen bij Standaardopties:
    1. Klik op Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  9. Bekijk een voorbeeld van de inhoud en klik op Verzenden als u klaar bent.

Audiobestanden

Audiobestanden worden als een audiospeler weergegeven in de cursus. De audiospeler bevat opties voor afspelen, pauze, vooruitspoelen en terugspoelen. Blackboard Learn ondersteunt de volgende bestandstypen: AIFF, MP3, MIDI, MP, WAV en WMA.

Enkele opties voor audiobestanden in een cursus:

  • Transcript bijvoegen: het is gebruikelijk om een transcript toe te voegen, zodat ook gebruikers die het geluid niet kunnen horen, weten wat hiervan de toegevoegde waarde is. Kies Bladeren om op uw computer het bestand met de tekst te selecteren en toe te voegen. Het bestand wordt samen met het audiobestand weergegeven in het cursusgebied.
  • Automatisch starten: het bestand wordt direct afgespeeld wanneer de gebruiker het cursusgebied met het audiobestand opent.
  • Herhalen: het bestand wordt steeds herhaald totdat de gebruiker het afspelen stopt.

Afbeeldingsbestanden

Blackboard Learn ondersteunt de volgende afbeeldingsbestandstypen: GIF, JIF, JPG, JPEG, PNG, TIFF en WMF.

Enkele opties voor afbeeldingsbestanden in een cursus:

  • Alt-tekst: typ hier beschrijvende tekst voor de afbeelding die kan worden voorgelezen door schermlezers.
  • Lange beschrijving: vergelijkbaar met de bovenstaande optie, maar de tekstbeschrijving is langer en gedetailleerder.
  • Afmetingen: het aantal pixels voor de hoogte en breedte van een afbeelding moet overeenkomen met de oorspronkelijke afbeelding. Als het formaat van de afbeelding moet worden aangepast, kunt u de afmetingen aanpassen, maar zorg er wel voor dat de verhouding tussen de hoogte en de breedte behouden blijft. Een beeld van 640 x 800 pixels kunt u bijvoorbeeld verkleinen tot 320 x 400. Als u de verhouding tussen de hoogte en breedte wijzigt, kan het beeld vervormd worden weergegeven.
  • Rand: hiermee kunt u rond de afbeelding een effen, zwarte lijn toevoegen met een dikte van 1-4 pixels.
  • Doel-URL van afbeelding: maak een koppeling van de afbeelding door een doel-URL op te geven. Als een gebruiker op de afbeelding klikt, wordt er een nieuw browservenster geopend met de URL.
  • Doel openen in nieuw venster: de inhoud weergeven in een nieuw browservenster.

Videobestanden

Video's van een hogere kwaliteit hebben een betere resolutie, maar het nadeel is dat de bestanden veel groter zijn en het laden van het bestand lang kan duren.. Zoek daarom een goede balans tussen resolutie en laadtijd. Dit kunt u het beste doen door zelf te experimenteren met de verschillende instellingen voor videobestanden.

De volgende multimediabestanden worden ondersteund:

  • MPEG/AVI: MPEG-bestanden (Moving Picture Expert Groups) zijn audiovisuele bestanden in een digitale, gecomprimeerde indeling. AVI (Audio Video Interleave) is de bestandsindeling van Microsoft’ voor het opslaan van audio- en videogegevens. Deze bestanden hebben de volgende extensies: AVI, MPG en MPEG. 
  • QuickTime: QuickTime is een video- en animatiesysteem dat de meeste indelingen ondersteunt, waaronder JPG en MPEG. Gebruikers met Windows hebben een QuickTime-stuurprogramma nodig om QuickTime-bestanden weer te geven. Gebruikers van een Macintosh hebben dit stuurprogramma niet nodig. Deze bestanden hebben de volgende extensies: MOV, MOOV en QT.
  • Flash/Shockwave: Adobe Flash- en Shockwave-bestanden ondersteunen audio, animatie en video. Deze bestanden kunnen in elke browser worden afgespeeld. Deze bestanden hebben de volgende extensies: SWA en SWF.
  • Microsoft-indelingen: ASF (Advanced Systems Format) is de eigen digitale audio- en videocontainer van Microsoft die speciaal is geschikt voor streaming media. WMV (Windows Media Video) is een videocompressie-indeling. Deze bestanden hebben de volgende extensies: ASF en WMV.

Enkele opties voor videobestanden in een cursus:

  • Afmetingen: het aantal pixels voor de hoogte en breedte van een videobestand moet overeenkomen met de oorspronkelijke instellingen. Als het videobeeld te groot is, kunt u de afmetingen aanpassen, maar zorg er wel voor dat de verhouding tussen de hoogte en de breedte behouden blijft. Een beeld van 640 x 800 pixels kunt u bijvoorbeeld verkleinen tot 320 x 400. Als u de verhouding tussen de hoogte en breedte wijzigt, kan het beeld vervormd worden weergegeven.
  • Transcript: het is gebruikelijk om een transcript toe te voegen, zodat ook gebruikers die het geluid niet kunnen horen, weten wat hiervan de toegevoegde waarde is. Kies Bladeren om op uw computer het bestand met de tekst te selecteren en toe te voegen. Het bestand wordt samen met het videobestand weergegeven in het cursusgebied. Als het videobestand een MPEG-bestand is, kunt u het veld Transcript bijvoegen gebruiken om een SAMI-transcriptbestand toe te voegen.
  • Automatisch starten: het bestand wordt direct afgespeeld wanneer de gebruiker het cursusgebied met het videobestand opent.
  • Herhalen: het bestand wordt steeds herhaald totdat de gebruiker het afspelen stopt.

Een webkoppeling maken

U kunt in een cursusgebied een koppeling naar een website maken om snel toegang te bieden tot een informatiebron op internet.

kopieer de URL in uw browser en plak deze vervolgens op deze pagina.

Nadat u een bestand hebt geüpload, kunt u op Selecteer een ander bestand klikken om het gekoppelde bestand te verwijderen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN ) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Webkoppeling.
  3. Typ op de pagina Webkoppeling maken een naam voor de koppeling. Deze naam wordt weergegeven in het cursusgebied.
  4. Typ een URL. Gebruik het protocol http://, zoals http://www.mijninstelling.edu/.
  5. Klik op Bladeren in mijn computer om een bestand te uploaden vanaf uw computer. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  6. Stel de gewenste opties in.
    1. Klik op Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja voor Openen in nieuw venster om de inhoud in een nieuw browservenster weer te geven.
    3. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    4. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  7. Klik opVerzenden.

Een webkoppeling naar een toolprovider maken

Een toolprovider is een tool van een andere partij die gebruikmaakt van het protocol LTI. Learning Tool Interoperability is een initiatief dat wordt voorgezeten door het IMS Global Learning Consortium en dat is bedoeld om extern gehoste, webgebaseerde studietools naadloos te integreren in een cursus. Als u externe bronnen gebruikt waarvoor aanmelding vereist is, bijvoorbeeld voor virtuele wetenschappelijke experimenten, interactieve demo's of beoordelingen, kunt u een webkoppeling opgeven als een koppeling naar een toolprovider. Afhankelijk van de configuratie, kan hiermee informatie over de gebruiker worden doorgegeven aan de toolprovider, zodat studenten niks merken van de aanmelding.

Uw instelling bepaalt of deze tool beschikbaar is.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik opWebkoppeling.
  3. Typ op de pagina Webkoppeling maken een naam voor de koppeling.
  4. Schakel het selectievakje Dit is een koppeling naar een toolprovider in.
  5. Als uw instelling de toolprovider al heeft geconfigureerd, typt u het webadres voor de toolprovider in het vak URL. Als dat nog niet is gebeurd en u een gewone sleutel en een geheime sleutel hebt ontvangen van de toolprovider, typt u deze in de daarvoor bestemde vakken.
  6. Voer aangepaste parameters in die worden vereist door de toolprovider. Gebruik voor elke parameter een afzonderlijke regel.
  7. Selecteer Ja om cijfertoekenning in te schakelen.

Leermodules, lesoverzichten en inhoudsmappen maken

U kunt binnen een cursusgebied containers maken om het cursusmateriaal verder te ordenen. U kunt binnen een inhoudsgebied bijvoorbeeld acht mappen maken, één voor elk hoofdstuk van het tekstboek.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik opLeermodule, Lesoverzicht of Inhoudsmap.
  3. Typ op de pagina Maken voor het item een naam. Geef instellingen en opties op.

Zie Cursusgebieden maken voor inhoud voor meer informatie.

Een syllabus maken

U kunt op twee manieren een syllabus maken. U kunt een bestaand bestand uploaden of de tool Syllabusbouwer van Blackboard Learn gebruiken. In beide gevallen maakt u de syllabus in een cursusgebied, zoals een inhoudsgebied of een map.

Een bestaand syllabusbestand gebruiken

Als u een bestaand bestand uploadt voor de syllabus, hoeven studenten minder verticaal te scrollen omdat de syllabus dan minder ruimte inneemt in het cursusgebied. Als u een of meer bestaande syllabusbestanden hebt, is deze methode de efficiëntste manier om een syllabus te maken.

U kunt extra bestanden toevoegen via de pagina die verschijnt nadat u op Verzenden hebt geklikt. Als u het bijgevoegde bestand wilt verwijderen, klikt u op de koppeling Niet bijvoegen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN ) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Syllabus .
  3. Typ op de pagina Syllabus toevoegen een naam voor de syllabus.
  4. Selecteer de optie Bestaand bestand gebruiken.
  5. Klik op Bladeren in mijn computer om een bestand te uploaden vanaf uw computer. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  6. Klik opVerzenden.
  7. Selecteer op de pagina Item bewerken een kleur selecteren voor de naam van de syllabus.
  8. Typ desgewenst instructies of een beschrijving in het vak Tekst.
  9. Gebruik het gedeelte Bijlagen om aanvullende bestanden toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection.
  10. Selecteer de gewenste opties:
    1. Selecteer Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud weer te geven.
    2. Selecteer Ja voor Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van de syllabus, maar bepalen alleen wanneer deze wordt weergegeven.
  11. Klik opVerzenden.

U kunt de inhoud van de syllabus op elk moment wijzigen. Ga hiervoor naar het cursusgebied waarin de syllabus is gemaakt en open het contextmenu.

De tool Syllabusbouwer gebruiken

U kunt ook de tool syllabusbouwer gebruiken om stapsgewijs zelf een syllabus samen te stellen. De syllabus bevat standaard drie secties: Beschrijving, Leerdoelstellingen en Benodigde materialen. U kunt de kopteksten van deze secties bewerken. U kunt de syllabus verder aanpassen door lessen toe te voegen en het ontwerp te kiezen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN ) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Syllabus .
  3. Typ op de pagina Syllabus toevoegen een naam voor de syllabus.
  4. Selecteer de optie Nieuwe syllabus maken en klik op Verzenden.
  5. Typ op de pagina Syllabusbouwer instructies of een beschrijving in de vakken met standaardtekst.
  6. Selecteer bij Syllabusontwerp de stijlen en kleuren voor de syllabus.
  7. Selecteer in het gedeelte Lessen bouwen de optie Opgegeven aantal lesstructuren maken en typ een aantal. De informatie over lessen gaat u later invoeren. U kunt desgewenst ook de optie Geen lesstructuren maken selecteren.
  8. Selecteer de gewenste  opties:
    1. Klik op  Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer  Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van de syllabus, maar bepalen alleen wanneer deze wordt weergegeven.
  9. Klik opVerzenden.
  10. Als u geen lesstructuren hebt gemaakt, is de syllabus nu klaar. Klik op OK om terug te gaan naar het cursusgebied en de syllabus te bekijken.

    -OF-

    Als u informatie over lessen wilt invoeren, gaat u verder met de volgende stappen.

  11. Open het contextmenu van de les en klik op Bewerken.
  12. Typ de titel van de les op de pagina Les bewerken. Selecteer eventueel een datum en tijd waarop de les moet worden weergegeven in de syllabus.
  13. Typ een beschrijving voor de les.
  14. Klik opVerzenden.
  15. Klik op OK om terug te gaan naar het cursusgebied en de syllabus te bekijken. Schakel de bewerkingsmodus uit (UIT) om de syllabus weer te geven zoals studenten die zien.

U kunt de inhoud van de syllabus op elk moment wijzigen. Ga hiervoor naar het cursusgebied waarin de syllabus is gemaakt, en open het contextmenu.

Een cursuskoppeling maken

Een cursuskoppeling is een manier om snel naar een gebied, een tool of een item in een cursus te gaan.

Als u bijvoorbeeld alle opdrachten hebt gemaakt in een eigen inhoudsgebied, kunt u cursuskoppelingen naar opdrachten in andere gebieden van de cursus toevoegen, zoals een map of leermodule.

Als u een cursuskoppeling toevoegt naar een tool die niet is ingeschakeld, zien gebruikers die op de koppeling klikken een bericht dat de tool niet is ingeschakeld. Als een cursuskoppeling verwijst naar een inhoudsitem waarvoor regels voor adaptieve inhoud zijn ingesteld. en een gebruiker vanwege een ingestelde regel geen toegang heeft tot het inhoudsitem, verschijnt hierover een bericht en wordt het item niet weergegeven.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Cursuskoppeling.
  3. Klik op de pagina Cursuskoppeling maken op Bladeren om het cursusitem te zoeken dat het doel is van de koppeling.
  4. Selecteer het item in het venster dat verschijnt.
  5. De tekstvakken Naam en Locatie worden automatisch ingevuld.
  6. Wijzig de naam eventueel en voer een beschrijving in.
  7. Selecteer de gewenste  opties:
    1. Klik op  Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer  Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een cursuskoppeling, alleen wanneer deze wordt weergegeven
  8. Klik opVerzenden.

Een lege pagina maken

Met de tool Lege pagina kunt u bestanden, afbeeldingen en tekst als een koppeling toevoegen aan een cursusgebied. Gebruik lege pagina's om inhoud op een andere manier weer te geven dan inhoudsitems. Er wordt geen beschrijving weergegeven onder de titel van de pagina. Gebruikers zien de inhoud pas nadat ze op de koppeling hebben geklikt. Hierdoor hoeven ze minder te scrollen en wordt het cursusgebied overzichtelijker. U kunt mashups, koppelingen naar cursusinhoud en bestandsbijlagen toevoegen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Lege pagina.
  3. Vervang de titel "Nieuwe pagina" door een beschrijvende naam. Deze naam wordt gebruikt als de koppeling in het cursusgebied. Er wordt geen beschrijving weergegeven voor de koppeling.
  4. Typ de inhoud voor de pagina in het vak Inhoud. Bestanden die u toevoegt met de inhoudseditor zijn pas zichtbaar voor studenten nadat ze op de koppeling Lege pagina hebben geklikt.
  5. Klik op Bladeren in mijn computer om een bestand te uploaden vanaf uw computer. Bijlagen worden samen met de koppeling Lege pagina als koppelingen weergegeven in het cursusgebied. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  6. Selecteer de gewenste opties:
    1. Klik op Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een lege pagina, alleen wanneer deze wordt weergegeven
  7. Klik opVerzenden.

Als de bewerkingsmodus is ingeschakeld (AAN) en u op de koppeling naar een lege pagina klikt, ziet u de pagina Bewerken. Om de lege pagina weer te geven zoals studenten deze zien, schakelt u de bewerkingsmodus uit (UIT).

U kunt een lege pagina toevoegen aan het cursusmenu voor belangrijke informatie. Verwijder de pagina's uit het menu als studenten de informatie niet meer nodig hebben. U kunt bijvoorbeeld een afbeelding van een kaart toevoegen voor een excursie, informatie en een foto voor een gastspreker, een checklist met lesstof en websites voor een virtuele bijeenkomst of een studiehandleiding voor het examen.

Een modulepagina maken

Modulepagina's bevatten cursusmodules die u selecteert in een lijst. Een cursusmodule kan een tool zijn, zoals een rekenmachine, of kan dynamische gegevens weergeven, zoals cijfers, waarschuwingen en mededelingen. U kunt bepalen welke gebeurtenissen worden weergegeven in de meldingsmodules. Zie Meldingen in- en uitschakelen voor meer informatie.

U kunt cursusmodules alleen toevoegen aan modulepagina's. Uw cursus kan een standaardmodulepagina met de naam Homepage (of Startpagina of Beginpagina) bevatten met de modules die het meest worden gebruikt door u en uw studenten.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en klik op Modulepagina.
  3. Typ op de pagina Modulepagina maken een naam en eventueel een beschrijving.
  4. U kunt gebruikers toestemming geven om het kleurenthema te wijzigen, de volgorde van modules aan te passen en modules toe te voegen aan hun persoonlijke weergave van de pagina. De aanpassingen door gebruikers gelden alleen voor de weergave van de pagina door de desbetreffende gebruiker.
  5. Selecteer de gewenste opties:
    1. Klik op Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een modulepagina, alleen wanneer deze wordt weergegeven.
  6. Klik opVerzenden.

U kunt ook modulepagina's maken in het cursusmenu. Zie Cursusmenu voor meer informatie.

De banner van een modulepagina aanpassen

De instellingen en titel van een modulepagina kunt u op dezelfde manier wijzigen als ieder ander inhoudsitem. Open het bijbehorende contextmenu en klik op Bewerken. Als u de banner van een modulepagina wilt aanpassen, moet u echter anders te werk gaan.

Een aanbevolen grootte voor banners is ongeveer 480 bij 80 pixels. Lep op dat gebruikers hun browservensters kunnen vergroten of verkleinen, het cursusmenu kunnen in- en uitvouwen, en beeldschermen en schermresoluties gebruiken van verschillende groottes. Bekijk een banner na het uploaden onder verschillende omstandigheden om er zeker van te zijn dat het er goed uitziet.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN ) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Klik op de koppeling naar de modulepagina en open het contextmenu van de titel.
  3. Klik op  Paginabanner.
  4. Typ de inhoud van de paginabanner in het vak.
  5. Klik op Aangepaste paginabanner gebruiken om de banner weer te geven aan gebruikers. Als de bewerkingsmodus is ingeschakeld (AAN), wordt de aangepaste paginabanner weergegeven boven de standaardbanner. Gebruikers zien echter alleen de aangepaste paginabanner.
  6. Klik opVerzenden.

Cursusmodules toevoegen

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open de modulepagina.
  2. Klik op Cursusmodule toevoegen.
  3. Selecteer een module op de pagina Module toevoegen door op de bijbehorende functie Toevoegen te klikken. Klik op de knop Verwijderen van een module om deze te verwijderen.
  4. Klik op OK.

Modules beheren

  1. Klik op het pictogram van een tandwiel om de weergave van een module aan te passen. U kunt bijvoorbeeld instellen voor hoeveel dagen er mededelingen worden weergegeven in een module. Klik op de X om een module te verwijderen. Het verwijderen van een module betekent niet dat de inhoud wordt verwijderd.
  2. Wijzig de volgorde van de cursusmodules door deze naar de gewenste positie te slepen.
  3. U kunt de rangschikking van de modules ook bepalen met de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord.
  4. Klik op de koppeling in een module om meer te zien.
  5. Klik op dit pictogram om de module in een nieuw venster te openen. U kunt het venster naar een andere positie op het scherm verplaatsen en gebruiken als naslag terwijl u door de cursus bladert.

Mashups maken

Met behulp van mashups kunt u eenvoudig inhoud integreren die zich bevindt op een externe website. U kunt bijvoorbeeld een discussie over een klassiek toneelstuk stimuleren door een mashup te maken met een koppeling naar een video op YouTube met een scène uit het toneelstuk en een koppeling naar een recensie uit een vooraanstaand tijdschrift.

Er zijn standaard drie mashups beschikbaar in Blackboard. U kunt andere bronnen voor mashups toevoegen als building blocks.

  • Flickr®: een service voor het bekijken en delen van foto's.
  • SlideShare: een service voor het bekijken en delen van diapresentaties, documenten of portfolio's in Adobe PDF-formaat.
  • YouTube™: een service voor het bekijken en delen van onlinevideo's.

U kunt mashups maken als zelfstandige inhoudsitems in een inhoudsgebied of map. Daarnaast kunt u met de inhoudseditor mashups toevoegen aan onderdelen zoals toetsvragen, discussieforums, blogs of opdrachten.

Uw instelling bepaalt of deze tool beschikbaar is. Mashups worden vaak uitgeschakeld omdat er anders niet wordt voldaan aan de instellingsregels met betrekking tot online lesgeven en leren.

als een mashup niet meer wordt weergegeven of een fout genereert, is het mogelijk dat de URL is gewijzigd of het desbetreffende item is verwijderd uit Flickr, Slideshare of YouTube.

Ga als volgt te werk om een mashup te maken:

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan en selecteer een van de beschikbare mashups: Flickr-foto, SlideShare-presentatie of YouTube-video.
  3. Typ op de pagina Zoeken trefwoorden en geef aan hoe de trefwoorden moeten worden gebruikt in de zoekactie.
  4. Klik op Start.
  5. Op de pagina Zoekresultaten kunt u de lijst verfijnen via de vervolgkeuzelijsten Sorteren op en Geüpload.
  6. Klik op Selecteren om de mashup toe te voegen. Kies Voorbeeld als u het item eerst even wilt bekijken.
  7. Typ op de pagina Mashup-item maken een naam voor de koppeling als u niet de titel wilt gebruiken die automatisch in het vak Naam wordt weergegeven.
  8. Voer desgewenst een beschrijving in.
  9. Stel de gewenste opties voor de mashup in. De beschikbare opties verschillen per type mashup:
    1. Weergave: deze instelling bepaalt hoe de koppeling naar de video wordt weergegeven in het inhoudsgebied. Selecteer Miniatuur om een kleine speler weer te geven die groter kan worden weergegeven door erop te klikken. Selecteer Tekstkoppeling met videospeler om tekst weer te geven waarop kan worden geklikt om een speler weer te geven. Selecteer Video insluiten om een speler op volledige grootte weer te geven in het inhoudsgebied.
    2. YouTube-URL weergeven: de bron-URL wordt weergeven.
    3. YouTube-gegevens weergeven: er wordt informatie weergegeven over de inhoud van de externe website.

      Selecteer Nee voor de optie YouTube-gegevens weergeven als u na het afspelen geen video's wilt weergeven die door YouTube worden aanbevolen.

  10. U kunt ook bij Bijlagen op Bladeren in mijn computer klikken om een bestand te uploaden vanaf uw computer. U kunt ook een bestand uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  11. Stel de gewenste opties in.
    1. Klik op  Ja voor Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja of Nee voor de optie Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de mashup wordt weergegeven.
  12. Klik opVerzenden.

Een mashup maken met de inhoudseditor

U kunt bijna overal een mashup maken waar de inhoudseditor beschikbaar is, zoals inhoudsbeschrijvingen, toetsvragen, discussieberichten en blogs.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en open een inhoudsgebied of map.
  2. Maak een inhoudsitem of wijzig een bestaand item.
  3. Klik in de inhoudseditor op Mashup invoegen en selecteer Flickr-foto, SlideShare-presentatie of YouTube-video.
  4. Typ op de pagina Zoekentrefwoorden en geef aan hoe de trefwoorden moeten worden gebruikt in de zoekactie.
  5. Klik op Start.
  6. Op de pagina Zoekresultaten kunt u de lijst verfijnen via de vervolgkeuzelijsten Sorteren op en Geüpload.
  7. Klik op Selecteren  om de mashup toe te voegen. Kies Voorbeeld als u het item eerst even wilt bekijken.
  8. Typ op de pagina Mashup-item maken een naam voor de koppeling als u niet de titel wilt gebruiken die automatisch in het vak Naam wordt weergegeven.
  9. Stel de gewenste opties voor de mashup in.

    Selecteer Nee voor de optie YouTube-gegevens weergeven als u na het afspelen geen video's wilt weergeven die door YouTube worden aanbevolen.

  10. Klik opVerzenden.

Inhoud bekijken zoals studenten die zien

Indien mogelijk is het verstandig om inhoud altijd even te controleren vanuit het perspectief van de studenten. Hiervoor zet u de bewerkingsmodus op UIT. Als u de cursus weergeeft zoals studenten die zien, kunt u controleren of alleen de informatie wordt weergegeven die bedoeld is voor studenten en of u tevreden bent over de weergave.