Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Vragen met een berekende formule

Een vraag met een berekende formule is een vraag waarvoor studenten een berekening moeten uitvoeren en een numerieke waarde als antwoord moeten geven. De cijfers in de vraag verschillen per gebruiker en worden opgehaald uit een bereik dat u instelt. Het juiste antwoord kan een specifieke waarde of een reeks waarden zijn. U kunt deelpunten toekennen voor antwoorden die binnen een bereik vallen. Vragen met een berekende formule worden automatisch beoordeeld.

In dit voorbeeld worden de cijfers 6 en 9 willekeurig gegenereerd uit een bereik van waarden dat is ingesteld door een cursusleider.

Een cursusleider heeft deze vraag gemaakt door de volgende vraagtekst te typen:

Als een klein glas [x] ml water bevat en een groot glas [y] ml, wat is dan de totale hoeveelheid water in ml voor 4 grote en 3 kleine glazen met water?

Wanneer een student de vraag ziet, worden de variabelen [x] en [y] vervangen door waarden die willekeurig worden gegenereerd uit cijferbereiken die een cursusleider heeft opgegeven.

Voordat u begint

De procedure voor het toevoegen van een vraag met een berekende formule aan een beoordeling bestaat uit drie stappen:

  • Het opstellen van de vraag en de formule
  • Het definiëren van waarden voor variabelen
  • De variabelen en antwoorden bevestigen

De vraag en formule maken

  1. Open een toets, enquête of pool. Zie Toetsen, enquêtes en pools voor meer informatie.
  2. Wijs op de actiebalk naar Vraag maken en klik op Berekende formule.
  3. De vraag moet ten minste één variabele bevatten. Zet variabelen tussen rechte haken. De variabelen worden vervangen door waarden op het moment dat studenten de vraag krijgen te zien.

    Variabelen kunnen bestaan uit letters, cijfers (0-9), punten (.), onderstrepingstekens (_) en afbreekstreepjes (-). U kunt niet de letters "e," "i" en "pi" gebruiken omdat dit gereserveerde tekens zijn. De namen van variabelen moeten uniek zijn en kunnen niet opnieuw worden gebruikt. Variabelen mogen meer dan één teken bevatten, zoals [ab] of [cd]. Als de zin een vierkante openingshaak ("[") bevat die niet is bedoeld om een variabele aan te duiden, moet u hiervoor een backslash ("\") typen.

  4. De waarde in het vak Antwoordformule is de wiskundige uitdrukking die wordt gebruik om het juiste antwoord te vinden. Kies operatoren met de knoppen boven het vak Antwoordformule. In het voorbeeld is de formule 4y+3x.

    De formule is niet zichtbaar voor studenten. De formule wordt gebruikt door het systeem om het juiste antwoord voor de vraag te bepalen.

  5. Laat bij Opties de waarde nul (0) staan voor Antwoordbereik als het antwoord precies goed moet zijn. U kunt ook een bereik met juiste antwoorden instellen. U kunt ook de optie Deelpunten toestaan inschakelen en Vereiste eenheden selecteren.

    Zie Antwoordopties instellen voor meer informatie.

  6. Klik op Volgende om verder te gaan.

De variabelen definiëren

Gebruik de volgende pagina in de procedure om de variabelen van de vraag te definiëren en opties te selecteren voor de automatisch gegenereerde set antwoorden.

  1. Geef bij Variabelen definiëren voor elke variabele waarden op voor Minimumwaarde en Maximumwaarde. Als een student de vraag te zien krijgt, wordt de variabele vervangen door een waarde die willekeurig wordt geselecteerd in het opgegeven bereik. U kunt waarden opgeven met de wetenschappelijke notatie. Selecteer het aantal decimalen voor de waarde van elke variabele.

    Het aantal decimalen kan van invloed zijn op de minimum- en maximumwaarden van een variabele. Stel dat u de minimumwaarde instelt op 0,0000004 en de maximumwaarde op 1, en dat u kiest voor 2 decimalen. Beide getallen worden afgerond op 2 decimalen, met als resultaat dat er in de antwoordsets variabelen worden gegeneerd met waarden tussen 0,00 en 1,00.

  2. Ga naar Antwoordsetopties en gebruik de vervolgkeuzelijst Antwoord berekenen op om het aantal Decimalen of Significante cijfers te selecteren voor de gegenereerde juiste antwoorden. Typ het aantal Antwoordsets, wat het aantal mogelijke variaties van de vraag voorstelt. Geef aan of de Indeling juiste antwoorden normaal of exponentieel is.
  3. Klik op Volgende om de antwoordsets te bekijken die worden gegenereerd door het systeem.

De antwoordsets bewerken

De laatste pagina in de procedure bevat de antwoordsets die door het systeem zijn gegenereerd. Elke set vertegenwoordigt een van de mogelijke varianten van de vraag die wordt weergegeven aan studenten.

  1. U kunt de waarden van de variabelen in elke antwoordset wijzigen door in de vakken te typen. Klik op Berekenen om de berekende antwoorden bij te werken en uw wijzigingen op te slaan voordat u ze verstuurt.
  2. Klik op Verwijderen in de rij van een antwoordset om de set te verwijderen en deze automatisch te vervangen door een andere set. Als u het aantal sets wilt verlagen, klikt u op Ga terug en wijzigt u het aantal antwoordset bij Antwoordsetopties.
  3. Typ eventueel feedback voor juiste en onjuiste antwoorden en voeg metagegevens toe. Zie  Vraagmetagegevens voor meer informatie. U moet de opties voor feedback en metagegevens inschakelen op de pagina Vraaginstellingen om de opties hier te kunnen gebruiken voor individuele vragen.
  4. Klik op Verzenden - OF - op Verzenden en nog een maken om de vraag toe te voegen aan de toets.

Antwoordopties instellen

Op de eerste pagina van de procedure voor het maken van vragen kunt u Deelpunten toestaan of Vereiste eenheden selecteren. Nadat u het selectievakje hebt ingeschakeld, verschijnen er extra opties.

In het bovenstaande voorbeeld:

  • Een antwoord dat plus of min 4 afwijkt, krijgt 100% van het puntentotaal.
  • Een antwoord dat plus of min 5 tot 8 afwijkt, krijgt 50% van het puntentotaal.

De beschikbare opties zijn:

  • Antwoordbereik: Het bereik van antwoorden waaraan het maximale aantal punten wordt toegekend. Selecteer Numeriek of Percentage om het type bereik aan te geven. Als de student een exact antwoord moet geven, typt u nul (0) voor het bereik.
  • Deelpunten toestaan: Hiermee kunt u deelpunten toestaan voor een minder nauwkeurig bereik van antwoorden. Geef bij Deelpuntenpercentage het percentage aan dat wordt toegekend als het antwoord van de student binnen het bereik ligt dat is ingesteld voor deelpunten.
  • Vereiste eenheden: De student moet in het antwoord de opgegeven maateenheid gebruiken. Typ waarden voor Antwoordeenheden en Eenheden in puntenpercentage. Dit is het percentage dat wordt toegekend als de juiste eenheden worden gebruikt.