Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Slimme weergaven maken en beheren

U kunt deze pagina helemaal doornemen of rechtsboven op het pictogram Inhoudsopgave File:/Learn/9.1_2014_04/Instructor/120_Grade_Center/010_Customize_Grade_Center/050_Smart_Views/Create_Manage_Smart_Views/table_of_contents_icon.png  klikken en een bepaald onderwerp kiezen.

U kunt vijf soorten slimme weergaven maken in het Grade Center:

  • Cursusgroep: subsecties van studenten. U moet eerst cursusgroepen samenstellen voordat u deze als selectiecriteria kunt gebruiken.
  • Prestatie: de prestaties van studenten voor een bepaald onderdeel, zoals een toets.
  • Gebruiker: afzonderlijke studenten.
  • Categorie en status: gebaseerd op een categorie, gebruiker of gebruikers, en cijferstatus. U kunt bijvoorbeeld de categorie Blog selecteren, een of meer gebruikers of groepen, en een status, zoals Voltooid.
  • Aangepast: een query voor het selecteren van studenten aan de hand van verschillende kenmerken.

Slimme weergaven maken

De procedure voor het maken van de vijf typen slimme weergaven is vergelijkbaar.

  1. Wijs Beheren aan op de actiebalk van het Grade Center en klik op Slimme weergaven.
  2. Klik op de actiebalk van de pagina Slimme weergaven op Slimme weergave maken.
  3. Typ op de pagina Slimme weergaven maken een naam en eventueel een beschrijving. Deze beschrijving is bedoeld om aan te geven waarvoor de slimme weergave is bedoeld.
  4. Selecteer desgewenst Toevoegen als favoriet om de slimme weergave toe te voegen als favoriet. In het onderdeel Grade Center van het configuratiescherm worden slimme weergaven als een ingesprongen lijst en in alfabetische volgorde weergegeven onder Volledig Grade Center.
  5. Maak een keuze voor Weergavetype.
  6. Stel bij Criteria selecteren de vereisten in.
  7. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Filterresultaten de kolommen, categorieën, statuswaarden of cijfertoekenningsperioden die u wilt weergeven in het raster van het Grade Center wanneer u de slimme weergave opent. Als u bijvoorbeeld een bepaalde groep wilt volgen, kunt u de weergave van kolommen in Grade Center beperken door de resultaten te filteren op een categorie, zoals Toetsen, of alleen de kolommen van bepaalde groepsopdrachten weergeven.
    Filters voor slimme weergaven
    opties Beschrijving
    Alle kolommen Alle Grade Center-kolommen die niet verborgen zijn op de pagina Kolomordening worden weergegeven wanneer u de slimme weergave opent, ook kolommen die u hebt verborgen voor gebruikers.
    Geen (alleen gebruikersinformatie weergeven) Er worden geen cijferkolommen geselecteerd. Alleen gebruikerskolommen, zoals Achternaam, worden opgenomen in de slimme weergave. Als u bepaalde gebruikerskolommen hebt verborgen, worden deze niet opgenomen in de slimme weergave.
    Alle kolommen weergeven aan gebruikers Alle kolommen die worden weergegeven aan gebruikers en die niet zijn verborgen via de pagina Kolomordening worden weergegeven in het raster van Grade Center wanneer u de slimme weergave opent.
    Alle kolommen verborgen voor gebruikers Alle kolommen die onzichtbaar zijn voor gebruikers worden weergegeven. Deze kolommen worden in de slimme weergave aangegeven met het pictogram Kolom niet zichtbaar voor gebruikersFile:/Learn/9.1_2014_04/Instructor/120_Grade_Center/010_Customize_Grade_Center/050_Smart_Views/Create_Manage_Smart_Views/icon_not_visible.png ) in de kolomkop. Kolommen die u hebt verborgen via de pagina  Kolomordening worden niet weergegeven.
    Alleen geselecteerde kolommen Selecteer kolommen in de lijst met kolommen die verschijnt.
    Alleen geselecteerde categorieën Selecteer categorieën in de lijst met categorieën die verschijnt.
    Alleen geselecteerde cijfertoekenningsperioden Selecteer cijfertoekenningsperioden in de lijst met cijfertoekenningsperioden die verschijnt.
  8. Als het selectievakje Inclusief verborgen gegevens wordt weergegeven, kunt u dit inschakelen om verborgen kolommen weer te geven die voldoen aan het filter. Als u de slimme weergave vervolgens opent, worden ook de kolommen weergegeven die u hebt verborgen via de pagina Kolomordening.
  9. Klik opVerzenden.

De slimme weergave wordt toegevoegd aan de pagina Slimme weergaven. Klik op de titel van de weergave om deze te openen in het raster van Grade Center.

Als u een slimme weergave maakt, wordt Aangepast weergegeven in de kolom Type.

Slimme weergaven van cursusgroep

U kunt slimme weergaven maken die zijn gebaseerd op groepen die u in de cursus hebt gemaakt. U kunt slimme weergaven voor een cursusgroep op twee manieren gebruiken:

  • Studenten gebruiken de groepen om samen te werken met andere studenten en om groepsopdrachten te maken. U kunt slimme weergaven maken om de voortgang bij te houden.
  • U kunt een groep maken om de studenten te volgen die niet goed presteren in opdrachten en toetsen. U maakt de groep niet beschikbaar voor studenten en gebruikt deze alleen om bepaalde gegevens te bekijken in Grade Center.

Slimme weergaven van het type Prestatie

U kunt slimme weergaven maken die zijn gebaseerd op de prestaties van studenten voor een bepaald item, zoals een toets.

  • Selecteer in de vervolgkeuzelijst Gebruikerscriteria een kolom van Grade Center.
  • Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Voorwaarde:
    • Gelijk aan
    • Groter dan
    • Groter dan of gelijk aan
    • Kleiner dan
    • Kleiner dan of gelijk aan
    • Tussen
    • Status is gelijk aan
  • Typ in het vak Waarde een of meer scores of selecteer een status, zoals Cijfer nodig of Voltooid.

Slimme weergaven van gebruikers

U kunt slimme weergaven maken om alle of bepaalde cijferkolommen weer te geven voor specifieke gebruikers.

voortgang van studenten volgen

Als verschillende deelnemers aan een cursus deze volgen zonder dat ze een vereiste cursus hebben afgemaakt, kunt u een slimme weergave maken om het werk van deze studenten gedurende het semester te volgen. Aan de hand van deze gegevens kunt u dan bepalen of u in de toekomst ook nog studenten toelaat tot de cursus die niet de vereiste introductiecursus hebben afgerond.

Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Gebruikers:

  • Alle gebruikers om resultaten voor alle studenten op te nemen.
  • Geselecteerde gebruikers om individuele studenten te selecteren.

    Als u meerdere gebruikers (of items) achter elkaar wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de eerste en de laatste gebruiker klikt. Als u gebruikers wilt selecteren die niet naast elkaar staan, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de gewenste gebruikers klikt. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl.

Slimme weergaven voor categorieën en statuswaarden

U kunt een slimme weergave maken die alleen kolommen bevat die zijn gebaseerd op een bepaalde categorie, geselecteerde gebruikers of groepen, en een cijferstatus.

opdrachten met de status Niet geprobeerd

U kunt een slimme weergave maken om in het raster van Grade Center alleen opdrachtkolommen weer te geven met de status Niet geprobeerd. Vervolgens kunt u contact opnemen met de weergegeven studenten om deze te wijzen op de inleverdatum of om tips of adviezen te geven.

toetsen voor alle eenheden

Maak voor een bepaalde groep in de cursus een slimme weergave om in Grade Center toetskolommen voor alle eenheden weer te geven die de status Voltooid hebben. Vervolgens kunt u eenvoudig vaststellen of u nog een studiesessie moet plannen vóór de eindtoets.

  • Selecteer een van de volgende opties in de vervolgkeuzelijst Gebruikers:
    • Alle gebruikers om resultaten voor alle studenten op te nemen. Schakel het selectievakje Inclusief verborgen gebruikersgegevens in om de gebruikersrijen weer te geven die zijn verborgen in de volledige weergave van Grade Center.
    • Geselecteerde gebruikers om individuele studenten te selecteren.
    • Geselecteerde groepen om individuele groepen te selecteren. Als er geen groepen zijn gedefinieerd, is het selectievakje leeg.

      Als u in Windows meerdere gebruikers (of items) achter elkaar wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de eerste en de laatste gebruiker klikt. Als u gebruikers wilt selecteren die niet naast elkaar staan, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de gewenste gebruikers klikt. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl.

  • Selecteer in de vervolgkeuzelijst Filterresultaten een van de volgende opties voor de cijferstatus:
    • Alle statussen
    • Voltooid
    • Handmatig bewerkt
    • uitgesloten
    • Wordt uitgevoerd
    • cijfer nodig
    • Niet geprobeerd

Aangepaste slimme weergaven

Met behulp van aangepaste slimme weergaven kunt u verschillende criteria combineren in één formule. Deze slimme weergaven zijn gebaseerd op complexe zoekquery's die u invoert in de formule-editor. Met behulp van dergelijke gedetailleerde slimme weergaven kunt u gegevens van Grade Center op allerlei manieren ordenen.

Informatie over de formule-editor

Wanneer u een aangepaste slimme weergave gaat maken, kunt u meerdere gebruikerscriteria gebruiken. Als u een criterium toevoegt, krijgt het criterium een nummer en wordt het toegevoegd aan het vak Formule-editor. De genummerde criteria worden gekoppeld met de operator AND. Alle toegevoegde criteria kunnen een voorwaarde bevatten, zoals Gelijk aan, Groter dan en Kleiner dan. Elke voorwaarde moet een waarde bevatten die moet worden vergeleken om vast te stellen of aan de voorwaarde wordt voldaan. Zo kunt u bijvoorbeeld scores opvragen die lager zijn dan de waarde 60 voor de voorwaarde Kleiner dan.

Nadat u de criteria hebt toegevoegd, wordt de bijbehorende formule weergegeven als een instructie: 1 AND 2 AND 3. Gebruik de functie Handmatig bewerken onder het vak Formule-editor om de formule te wijzigen en de operatoren (AND en OR) aan te passen en om via haakjes de verwerking van de formule te beïnvloeden.

 

U geeft een cursus waarin het cijfer voor het semester voornamelijk wordt bepaald door de cijfers voor de tussentijdse toets en de eindtoets. Van de 40 ingeschreven studenten hebben er 30 uw onderwerp als hoofdvak gekozen. U wilt weten hoe de andere 10 studenten hebben gepresteerd tijdens de toetsen.

U schrijft deze 10 studenten in voor 2 cursusgroepen:

  • Niet als hoofdvak
  • HBO-studenten die studiepunten krijgen

Deze groepen zijn niet zichtbaar voor studenten en worden alleen gebruikt voor berekeningen in het Grade Center.

In de volgende tabel staan de criteria die voor deze slimme weergave worden gebruikt.

Formulewaarden
Formulewaarde Beschrijving
1 Cijfer voor tussentijdse toets is lager dan 60 (drempelwaarde voor onvoldoende).
2 Cijfer voor eindtoets is lager dan 60 (drempelwaarde voor onvoldoende).
3 Groep niet als hoofdvak: studenten die een hoofdvak hebben gekozen dat niet het onderwerp van uw cursus is of die helemaal geen hoofdvak hebben gekozen.
4 HBO-studenten: studenten die een HBO-opleiding volgen, maar uw cursus volgen. Dezer studenten krijgen studiepunten voor hun opleiding en uw cursus.

U wilt een slimme weergave maken met de studenten die voor een van de beide toetsen lager hebben gescoord dan 60 en die deel uitmaken van één van de twee groepen. Aan de hand van de resulterende gegevens kunt u vaststellen of er verschillen zijn in de slagingspercentages van de twee groepen. Als u een aangepaste slimme weergave gaat maken, stelt u de formule handmatig samen in het vak Formule-editor om deze gegevens te verzamelen.

Voor deze slimme weergave gebruikt u de volgende formule:

((1 OR 2) AND (3 OR 4))

Met de operator OR tussen 1 en 2 worden studenten weergegeven die slecht hebben gepresteerd in één van de beide toetsen. Als u de operator AND gebruikt, worden de studenten weergegeven die slecht hebben gescoord voor beide toetsen. De resultaten bevatten dan niet de studenten die maar voor één toets een score van minder dan 60 hebben gehaald.

Wanneer u deze slimme weergave opent in Grade Center, ziet u alleen de studenten die voldoen aan de criteria in de formule: studenten met een lagere score dan 60 voor de tussentijdse toets (1) of de eindtoets (2) EN die uw onderwerp niet als hoofdvak hebben gekozen (3) of HBO-studenten (4). In dit scenario worden twee toetskolommen en maximaal tien rijen (het aantal studenten in de twee groepen) weergegeven. Als bijvoorbeeld twee studenten een van de toetsen niet heeft gehaald, bevat het raster twee rijen voor gebruikers.

Criteria en de formule-editor

U kunt slimme weergaven maken om verschillende criteria te combineren in één formule.

  • Kies bij Criteria selecteren opties en voer waarden in.
    • Kies een optie in de vervolgkeuzelijst Gebruikerscriteria, zoals een groep, een cijferkolom of een waarde voor laatst geopend.
    • Kies een optie in de vervolgkeuzelijst Voorwaarde, zoals Gelijk aan of Kleiner dan, of selecteer Status is gelijk aan.
    • Typ in het vak Waarde een of meer scores, of selecteer een cijferstatus voor de voorwaarde.

      Tijdens het selecteren van gegevens, verschijnt er een formule voor de query in het vak Formule-editor. De eerste set met criteria heeft de naam "1".

  • Als u een tweede set met criteria wilt toevoegen, klikt u op Gebruikerscriteria toevoegen en selecteert u de gewenste opties. De tweede set met criteria heeft de naam "2". Voeg op deze manier extra criteria toe.
  • Klik op Handmatig bewerken om de formule te wijzigen door de operatoren (AND en OR) aan te passen en haakjes in te voegen.

Slimme weergaven bewerken, kopiëren en verwijderen

U kunt slimme weergaven van het type Systeem wel bewerken en kopiëren, maar niet verwijderen. U kunt bijvoorbeeld de slimme weergave Toetsen aanpassen, zodat alleen toetskolommen met de status Voltooid worden weergegeven in het raster van het Grade Center.

Een slimme weergave die u zelf hebt gemaakt, kunt u uiteraard ook weer wissen.

  1. Wijs Beheren aan op de actiebalk van het Grade Center en klik op Slimme weergaven.
  2. Open op de pagina Slimme weergaven het contextmenu van een slimme weergave.
  3. Kies Bewerken om de slimme weergave te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld een andere naam opgeven of andere criteria selecteren.

    -OF-

    Kies Verwijderen om een slimme weergave te verwijderen die u zelf hebt gemaakt. Als u een slimme weergave verwijdert, worden er geen gegevens verwijderd uit Grade Center.

    -OF-

    Kies Kopiëren om een kopie te maken van een bestaande slimme weergave. Een gekopieerde slimme weergave wordt op de pagina Slimme weergaven aangegeven met “Kopie van”. Kies Bewerken om de kopie te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld een andere naam opgeven of andere criteria selecteren. U kunt alleen kopieën verwijderen die u zelf hebt gemaakt.

    Als u een slimme weergave kopieert die is toegevoegd aan de lijst met favorieten, wordt de kopie ook toegevoegd als favoriet en automatisch opgenomen in de lijst in het configuratiescherm. Klik op de ster in de kolom Toevoegen als favoriet om een weergave te verwijderen uit de lijst met favorieten.