Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Mappen en items

Mappen

In een map kunnen zowel items als andere mappen worden opgeslagen. Met uitzondering van de map op het hoogste niveau (/) bevinden alle mappen zich in andere mappen. Inhoudsgebieden zijn mappen die zijn opgeslagen onder de map op het hoogste niveau. Toegang tot de map op het hoogste niveau is normaal gesproken voorbehouden aan beheerders.

gebruikers kunnen geen items en mappen met dezelfde namen maken in één gebied van Content Collection, bijvoorbeeld in "Mijn inhoud".

De grootte van elke map kan worden beperkt om ongebreidelde groei te voorkomen. De maximumgrootte voor elke map is definitief, maar flexibel binnen de map zodat bepaalde submappen groter kunnen worden dan andere.

Items

Een item is een bestand dat is opgeslagen in Content Collection. Items zijn automatisch beschikbaar voor de gebruiker die het item heeft toegevoegd. Wanneer ook andere gebruikers het item moeten kunnen weergeven, moet dit worden gedeeld. De functies met betrekking tot machtigingen, opmerkingen en metagegevens zijn gelijk voor items en mappen. Voor items zijn nog diverse andere beheerfuncties beschikbaar die niet worden gebruikt voor mappen.

Items en mappen beheren

De volgende opties zijn beschikbaar in het contextmenu van een item of map.

  • Opmerkingen: Opmerkingen zijn opgeslagen teksten van gebruikers. Opmerkingen zijn meningen of instructies over de inhoud van een item of map.
  • Passen: Er kunnen passen worden gemaakt voor een item zodat iedereen, ook personen zonder gebruikersaccount, gecontroleerde toegang hebben tot het item. Wanneer een gebruiker inhoud weergeeft via een pas, heeft hij of zij geen toegang tot andere gebieden van Content Collection. Met passen kan alleen de machtiging Lezen of de machtiging Lezen/schrijven worden toegekend om samenwerking mogelijk te maken. Passen zijn zeer nuttig wanneer u bestanden wilt delen met iemand die geen Content Collection-gebruiker is. Met een pas hoeven deze personen zich niet aan te melden, maar kunnen ze het bestand via een externe URL direct benaderen.
  • Machtigingen:

    Een gebruiker kan de inhoud van mappen alleen weergeven als de eigenaar van de map de gebruiker toegang tot de map heeft gegeven. De cursusleider kan een map voor zijn cursus bijvoorbeeld beschikbaar maken voor studenten. Wanneer gebruikers worden toegevoegd aan een map, worden aan hen machtigingen toegekend om hun acties binnen de map te bepalen. Er zijn vier typen machtigingen: Lezen, Schrijven, Verwijderen en Beheren.

    Met machtigingen kan inhoud worden weergegeven en tegelijkertijd worden beveiligd tegen onbevoegde wijzigingen. Met machtigingen kunnen gebruikers items en mappen lezen en bewerken die zijn toegevoegd aan Content Collection. Gebruikers moeten over machtigingen beschikken om inhoud rechtstreeks vanuit Content Collection en via koppelingen in cursussen en portfolio's te kunnen benaderen.

    De volgende machtigingen zijn beschikbaar in Content Collection:

    • Lezen: gebruikers kunnen items of mappen weergeven.
    • Schrijven: gebruikers kunnen wijzigingen doorvoeren in items en mappen.
    • Verwijderen: gebruikers kunnen items verwijderen uit de map of de map zelf verwijderen.
    • Beheren: gebruikers kunnen wijzigingen doorvoeren in de eigenschappen en instellingen van items en mappen.
  • Harmoniseringen: U kunt items of mappen in overeenstemming brengen met doelen om voor deze cursus informatie over de dekking te kunnen rapporteren. Inhoudsitems in de cursus kunt u in overeenstemming brengen met actuele brondoelen die zijn vastgelegd in het systeem. Als inhoud in overeenstemming is gebracht met standaarden, kan er een detailrapport met informatie over de cursusdekking worden uitgevoerd. Hiervoor kiest u Cursusrapporten in het configuratiescherm. Dit rapport bevat informatie met betrekking tot de realisatie van de doelen voor de cursus.
  • Tracering: Tracering wordt gebruikt om te zien welke bewerkingen andere gebruikers uitvoeren op een item. Via deze functie wordt bijgehouden wanneer een exemplaar van het bestand wordt gewijzigd of gelezen. Daarnaast wordt aangegeven welke gebruiker welke actie heeft uitgevoerd. Deze functie is nuttig voor het beheren van wijzigingen. Cursusleiders kunnen deze functie gebruiken om te controleren of studenten een item hebben gelezen.
  • Versies: Er wordt gewerkt met versies zodat bij samenwerking eerdere versies niet worden overschreven. Elke versie wordt opgeslagen als een afzonderlijke versie die kan worden uitgecheckt en ingecheckt om wijzigingen te beheren. Alleen gebruikers die een versie hebben uitgecheckt, kunnen wijzigingen doorvoeren in het bestand.
  • Metagegevens: er kunnen metagegevens worden toegevoegd aan een map zodat deze eenvoudig kan worden gevonden. De inhoud van de map kan eenvoudig kan worden geïdentificeerd door een beschrijving toe te voegen.