Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Cursussen beheren

Wanneer u een cursus gaat maken, zijn er maar twee eigenschappen die Blackboard Learn nodig heeft om de cursus te kunnen genereren: een cursusnaam en een cursus-ID. Er zijn echter nog verschillende andere cursuseigenschappen die belangrijke aspecten van een cursus bepalen, zoals de beschikbaarheid, of gastgebruikers zijn toegestaan en waar de cursus wordt weergegeven in de cursuscatalogus.

U kunt de eigenschappen van een cursus bewerken om instellingen op te geven die niet zijn gedefinieerd tijdens het maken van de cursus. Zo is het mogelijk dat cursussen die via een batchbewerking zijn gemaakt, alleen een knopstijl en een mededeling bevatten, naast de verplichte cursusnaam en cursus-ID. Cursussen die het resultaat zijn van het kopiëren van een broncursus moeten bijvoorbeeld een andere banner of beschikbaarheid krijgen.

Daarnaast kunnen cursussen ook worden samengevoegd, zodat het onderliggende cursussen in een groter geheel worden. Deze cursussen worden dan in het cursusoverzicht onder de hoofdcursus vermeld. Onderliggende cursussen worden als niet-beschikbaar gemarkeerd, maar kunnen worden beheerd in de hoofdcursus.

Cursuseigenschappen weergeven of bewerken

Het contextmenu van een onderliggende cursus bevat maar een beperkt aantal opties, aangezien dit type cursus moet worden beheerd vanuit de bijbehorende hoofdcursus.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Open het contextmenu van de pagina Cursussen.
  4. Klik op Bewerken.
  5. Wijzig de cursuseigenschappen. U kunt de cursus-ID niet wijzigen. Zie Cursussen maken voor informatie over cursuseigenschappen.
  6. Klik op Verzenden.

Onderliggende cursussen samenvoegen en splitsen

In situaties waarin cursusleiders verschillende onderdelen van dezelfde cursus geven, kan het handiger zijn om die onderdelen te beheren via een centrale hoofdcursus met bijbehorende onderliggende cursussen.

In het cursusoverzicht worden bovenliggende en onderliggende cursussen altijd samen weergegeven. Onderliggende cursussen herkent u aan een pijl-omhoog in de statuskolom, die naar de bovenliggende cursus wijst. Nieuwe inhoud moet worden beheerd vanuit de hoofdcursus. Onderliggende cursussen worden als niet-beschikbaar gemarkeerd, maar kunnen worden beheerd via de hoofdcursus.

Als u een onderliggende cursus afzonderlijk wilt bewerken of beheren, moet u de cursus loskoppelen van de bovenliggende cursus.

Bij het samenvoegen worden alle inschrijvingen in de onderliggende cursus gerepliceerd in de hoofdcursus. Eventuele toekomstige wijzigingen van inschrijvingen in de onderliggende cursus worden eveneens automatisch gesynchroniseerd met de hoofdcursus. Dubbele inschrijvingen van studenten worden gemeld en verder genegeerd. Gebruikers met andere rollen, zoals Beoordelaar, Onderwijsassistent of Gast, krijgen een rol op basis van de laatste toevoeging aan de hoofdcursus. Zie Mededelingen beheren voor meer informatie.

Cursussen samenvoegen

Er zijn twee manieren om cursussen samen te voegen. U kunt twee of meer cursussen selecteren en deze samenvoegen tot een nieuwe hoofdcursus.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Wijs op de actiebalk naar Cursus maken en klik op Inschrijvingen samenvoegen.
  3. Wijzig de cursuseigenschappen alsof u een nieuwe cursus maakt. ZieGroepen maken voor meer informatie.
  4. Klik naast Onderliggende cursussen toevoegen op Bladeren om de samen te voegen cursussen te selecteren.
  5. Klik op Verzenden.

De tweede manier om cursussen samen te voegen is door een bestaande cursus te gebruiken als de hoofdcursus en hieraan onderliggende cursussen toe te voegen. U kunt ook achteraf onderliggende cursussen toevoegen aan een hoofdcursus die al een of meer onderliggende cursussen bevat.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Wijs naar de cursus-ID van de cursus die de hoofdcursus is of moet worden en open het contextmenu.
  4. Klik op Bewerken. De pagina Cursusinstellingen wordt weergegeven.
  5. Schakel het selectievakje Cursussen voor samenvoegen selecteren in om het gedeelte Onderliggende cursussen weer te geven.

    U moet dit vakje niet aanvinken voor bestaande hoofdcursussen.

  6. Typ in het gedeelte Onderliggende cursussen de cursus-ID van de onderliggende cursus die u aan de hoofdcursus wilt toevoegen. U kunt meerdere cursus-ID's typen door deze met een komma van elkaar te scheiden. U kunt ook op Bladeren klikken om een pop-upvenster te openen waarmee u kunt zoeken naar cursussen.
  7. Klik op Verzenden.

Cursussen loskoppelen

Loskoppelen wil zeggen dat een onderliggende cursus wordt verwijderd uit een samengevoegde set met cursussen. De cursus zelf wordt niet verwijderd, maar wordt een afzonderlijke cursus. De cursus is niet meer gekoppeld aan de samengevoegde set en bevat geen materiaal meer uit de voormalige hoofdcursus. De losgekoppelde cursus behoudt zowel zijn inhoud als inschrijvingen op het moment waarop het is losgekoppeld.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Onderliggende cursussen worden weergegeven met de bijbehorende hoofdcursussen en zijn herkenbaar aan een pijl in de statuskolom.
  4. Open het contextmenu van de onderliggende cursus.
  5. Klik op Loskoppelen.
  6. Selecteer op de pagina Loskoppelen een optie om vanuit de hoofdcursus bestaande inschrijvingen van de onderliggende cursus te beheren:
    • kies Inschrijvingen hoofdelement verwijderen om inschrijvingen te verwijderen die zijn toegevoegd aan de hoofdcursus op het moment dat de onderliggende cursus werd samengevoegd met de hoofdcursus. Kies deze optie als u niet wilt dat gebruikers die zijn ingeschreven voor deze cursus ingeschreven blijven voor de hoofdcursus. U kiest deze optie bijvoorbeeld als de losgekoppelde cursus per ongeluk is toegevoegd aan de set.
    • Kies Inschrijvingen hoofdelement behouden om de inschrijvingen in de hoofdcursus te behouden. Deze inschrijvingen worden dan wel gemarkeerd als niet-beschikbaar. Kies deze optie als er gebruikersgegevens zijn, zoals cijfers of ingezonden opdrachten, die u wilt behouden in de hoofdcursus.
  7. Klik op Verzenden.

Cursusstructuren in- of uitschakelen

Cursusstructuren bevatten vooraf gedefinieerde cursusmaterialen zoals menukoppelingen, instructies en voorbeelden van inhoud om cursusleiders te helpen hun cursus snel te kunnen organiseren. Beheerders van Blackboard bepalen of deze functie beschikbaar is. Zie Werken met cursusstructuren voor meer informatie.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik op Cursusinstellingen in het gedeelte Cursussen.
  2. Klik op de pagina Cursusinstellingen op Cursusmenu en -structuren.
  3. Schakel op de pagina Cursusmenu en -structuren het selectievakje Cursusstructuren inschakelen in. Schakel het selectievakje uit als u cursusleiders geen toegang wilt bieden tot deze functie.
  4. Klik op Verzenden.

Cursusthema's in- of uitschakelen

Cursusthema's voegen een achtergrondafbeelding toe aan de cursus en bepalen de kleur van de elementen van de gebruikersinterface, zoals het cursusmenu, knoppen en vervolgkeuzelijsten. U kunt op ieder moment een ander thema kiezen. Door een thema toe te passen, beïnvloedt u de inhoud van een cursus of een gekozen cursusstructuur niet.

Cursusthema's zijn alleen beschikbaar als uw school Bb Learn 2012 gebruikt als het systeemthema of als de school een aangepast thema heeft gemaakt op basis van het systeemthema Bb Learn 2012.

Zie Werken met thema's voor meer informatie.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik op Cursusinstellingen in het gedeelte Cursussen.
  2. Klik op de pagina Cursusinstellingen op Cursusthema's en pictogrammen.
  3. Schakel op de pagina Cursusthema's en pictogrammen het selectievakje Cursusthema's inschakelen in. Schakel het selectievakje uit als u cursusleiders geen toegang wilt bieden tot deze functie.
  4. Klik op Verzenden.

De Quick Setup Guide inschakelen of uitschakelen

De Quick Setup Guide helpt cursusleiders elementen te kiezen voor hun cursussen zoals een cursusstructuur en een thema. Zij kunnen ook de cursusnaam en beschrijving bewerken, en onderwerpen en videotutorials bekijken om meer te weten te komen over het bouwen van hun cursussen.

U kunt kiezen of de Quick Setup Guide weergegeven wordt wanneer cursusleiders hun cursussen openen. Als u ervoor kiest deze niet weer te geven, kunnen cursusleiders deze nog openen via het configuratiescherm voor systeembeheer > Aanpassen > Quick Setup Guide. Zie Werken met cursusstructuren voor meer informatie.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik op Cursusinstellingen in het gedeelte Cursussen.
  2. Klik in de pagina Cursusinstellingen op Quick Setup Guide.
  3. Selecteer op de pagina Quick Setup Guide het vakje voor De Quick Setup Guide niet weergeven bij het openen van een cursus om het uit te schakelen. Schakel het selectievakje uit om het in te schakelen.
  4. Klik op Verzenden.

Een cursus beschikbaar of niet-beschikbaar maken

In de zoekresultaten worden cursussen die niet-beschikbaar zijn aangegeven met een rode X door Blackboard Learn. Om een dergelijke cursus beschikbaar te maken, opent u het contextmenu van de cursus en klikt u op Beschikbaar maken.

Om een cursus in te stellen als niet-beschikbaar, opent u het het contextmenu van de cursus en kiest u Niet beschikbaar maken.

U kunt cursussen ook via de opdrachtregeltool Momentopname uitschakelen in de database. In Blackboard Learn worden uitgeschakelde cursussen aangegeven met een cirkel met een X er doorheen.

Een cursus toevoegen aan de cursuscatalogus

Een cursus wordt alleen opgenomen in de cursuscatalogus als er minimaal één categorie is toegewezen. Als een cursus aan een categorie is gekoppeld, wordt de cursus automatisch door Blackboard Learn toegevoegd aan de cursuscatalogus.

U kunt categorieën toewijzen in de cursuseigenschappen wanneer u een cursus definieert of wijzigt. U kunt ook het contextmenu van de cursus openen en op Categoriseren klikken.

Nog een andere manier is via de knop Categoriseren op de pagina Cursussen. Gebruik de knop Categoriseren om categorieën toe te wijzen aan een of meer cursussen tegelijkertijd.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Schakel het selectievakje in van de cursus of cursussen die u wilt opnemen in de catalogus.
  4. Klik op Categoriseren.
  5. Vervang eventueel eerder toegewezen categorieën door de nieuwe categorieën door Vervang bestaande categorisering van deze cursussen door de categorieën die hieronder zijn geselecteerd te selecteren.
  6. Klik op een categorie om deze te selecteren en klik op de pijl-rechts om de categorie over te brengen naar de lijst Geselecteerde items. Als u een categorie wilt verwijderen, selecteert u de categorie en klikt u op de pijl-links om de categorie te verwijderen uit de lijst Geselecteerde items.
  7. Klik op Verzenden.

Rapporten voor een cursus weergeven

Blackboard Learn bevat verschillende rapporten waarmee u de gebruikersactiviteit in forums, groepen en inhoudsgebieden van cursussen kunt controleren. U kunt ook rapporten weergeven om te zien welke cursusitems in overeenstemming zijn gebracht met specifieke cursusstandaarden of -doelstellingen (ook wel harmoniseren genoemd).

Rapporten bevatten de eerste 100.000 resultaten.

Statistieken van cursussen worden pas bijgehouden door Blackboard Learn wanneer de optie Gebeurtenistracering is ingesteld op Ja op de pagina Opties voor automatische berichtgeving instellen.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Open het contextmenu van de cursus.
  4. Selecteer Rapporten.
  5. Open het contextmenu van het rapport en kies Uitvoeren.

    De inhoud van het gedeelte Rapportgegevens kan niet worden gewijzigd.

  6. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Indeling selecteren een indeling voor de rapportuitvoer:
    • PDF: selecteer PDF om het rapport als een PDF-bestand op te slaan op uw computer. Dit is de standaardindeling.
    • HTML: selecteer HTML om het rapport in uw browser te bekijken.
    • Excel: selecteer Excel om het rapport als een Microsoft® Excel® -bestand op te slaan op uw computer. Deze indeling ondersteunt geen grafieken.
    • Word: selecteer Word om het rapport als een Microsoft® Word-bestand op te slaan op lokale computer.
  7. Geef aan voor welke periode u het rapport wilt uitvoeren. Typ de begindatum en de einddatum direct in de vakken of klik op het kalenderpictogram om de datums te selecteren in de kalender. Datums moeten de volgende notatie hebben: mm/dd/jjjj
  8. Als u gegevens voor alle gebruikers wilt verzamelen, moet u niet in het vak Gebruikers selecteren klikken. Om het rapport te beperken tot één gebruiker of enkele gebruikers, selecteert u een of meer gebruikersnamen.

    Als u in Windows meerdere items achter elkaar wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op het eerste en de laatste item klikt. Als u items wilt selecteren die niet naast elkaar staan, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de gewenste items klikt. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl.

    Als u in het vak Gebruikers selecteren klikt, kunt u de selectie niet meer wissen. Selecteer Alle gebruikers om gegevens te verzamelen voor alle gebruikers.

  9. Klik op Verzenden.

Bestandstypen toevoegen voor gebruik met cursusinhoudsitems

U kunt elk type bestand koppelen aan een inhoudsitem in een cursus. Blackboard Learn herkent standaard verschillende bestandstypen en kan deze bestanden rechtstreeks openen in de browser of een geschikte toepassing. Als het bestandstype niet wordt herkend door Blackboard Learn, kunnen gebruikers het bijgevoegde bestand downloaden en openen op hun computers.

Programma's die aan de verschillende bestandstypen zijn gekoppeld
Extensie Bestandstype Aan het bestandstype gekoppelde programma's
aam Multimedia Macromedia® Authorware®-invoegtoepassing

Het aam-bestand is het startpunt voor een reeks bestanden die in een zip-bestand moeten worden opgenomen.

aiff Audio Audioprogramma

Aiff is een indeling voor ongecomprimeerde audio. Aiff-bestanden zijn vaak nog al groot.

asf Multimedia Microsoft® .NET™ Show

Asf-bestanden kunnen audio, video, afbeeldingen en tekst bevatten.

au Audio Real Audio Player™
avi Video Videospeler (alleen Windows)
doc, docx Tekst Microsoft® Word - tekstverwerkingsprogramma
exe Uitvoerbaar bestand Een uitvoerbaar bestand.

Uitvoerbare bestanden zijn toepassingen. Bepaalde beleidsinstellingen voor netwerkbeveiliging en firewalls kunnen het downloaden van uitvoerbare bestanden door gebruikers blokkeren.

gif Afbeelding Grafisch programma of webbrowser
html, htm Webpagina HTML-editor of webbrowser
jpg, jpeg Afbeelding Grafisch programma of webbrowser
jif Afbeelding Grafisch programma of webbrowser
mp3 Audio Audioprogramma
mpe Audio/video Audioprogramma
mpg, mpeg Video Videospeler
moov, movie Film QuickTime®-films
mov Video Film- of mediaspeler
pdf Tekst Adobe® Acrobat® Reader®
png Afbeelding Editor voor afbeeldingen of webbrowser
ppt, pptx, pps Diavoorstelling Microsoft® PowerPoint®, PowerPoint Player®
qt Film QuickTime®
ra Audio Real Audio Player™
ram Video Real Audio Movie™
rm Audio Audioprogramma
rtf Tekst Tekstverwerkingsprogramma
swf Multimedia Macromedia® Shockwave®-invoegtoepassing
tiff, tif Afbeelding Grafisch programma of webbrowser
txt Tekst Tekst- of HTML-editor, tekstverwerker
wav Audio Audioprogramma
wma Audio Audioprogramma
wmf Afbeelding Microsoft® Windows®
wmv Media/audio Microsoft® Windows®
wpd Tekst WordPerfect® of andere tekstverwerker
xls, xlsx Werkblad Microsoft® Excel®
zip Gecomprimeerd pakket WinZip®

Beheerders kunnen andere herkende bestandstypen en de bijbehorende toepassingen definiëren door MIME-extensies toe te voegen aan het bestand web.xml op de toepassing, op de volgende locaties:

Syntaxis voor Windows: C:\blackboard\config\tomcat\conf\web.xml

Syntaxis voor UNIX: blackboard/config/tomcat/conf/web.xml

Het XML-bestand bevat een aantal voorbeeldextensies die kunnen worden gebruikt als blauwdruk voor het maken van aanvullende MIME-extensies.

Blackboard adviseert deze taak alleen te laten uitvoeren door ervaren systeembeheerders.

Gegevens verwijderen uit een cursus

U kunt bepaalde gegevens verwijderen uit een cursus, zonder dat dit gevolgen heeft voor de rest van de cursus. Zo kunt u de kolommen van Grade Center verwijderen om de namen en cijfers van studenten te verwijderen uit een bestaande cursus. De cursusleider kan dezelfde cursus geven aan een andere groep studenten.

De verwijderde gegevens kunnen niet worden teruggehaald. U kunt de verwijderde gegevens niet meer herstellen nadat u op Verzenden hebt geklikt. Blackboard adviseert een cursus eerst te archiveren voordat u gegevens gaat verwijderen. Zie Cursussen exporteren en archiveren voor meer informatie.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Open het contextmenu van de cursus.
  4. Klik op Bulk verwijderen.
  5. Om cursusinhoud en inhoudsgebieden te verwijderen, selecteert u Informatie en Inhoud. Om alleen de cursusinhoud te verwijderen en niet het cursusgebied, selecteert u alleen Inhoud.
  6. Selecteer de andere cursusmaterialen die u wilt verwijderen.

    Als u Gebruikers of Grade Center-kolommen selecteert, verwijdert Blackboard Learn alle gebruikers met de rol Student. Gebruikers met de rol Onderwijsassistent, Beoordelaar of Cursusbouwer worden niet verwijderd.

  7. Typ delete in het vak Bevestiging.
  8. Klik op Verzenden.

Cursussen verwijderen

Verwijderde cursussen of cursusbestanden kunt nu niet meer terughalen. Blackboard adviseert daarom cursussen eerst te archiveren en dan pas te verwijderen. Gearchiveerde cursussen kunnen worden hersteld en bevatten niet alleen cursusinhoud, maar ook inschrijvingen en interacties van gebruikers.

Zie Cursussen exporteren en archiveren voor meer informatie over het archiveren van cursussen. Zie Opdrachtregeltools voor cursusbestanden voor meer informatie over het archiveren van cursusbestanden.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Cursussen op Cursussen.
  2. Zoek naar een cursus. Zie Zoeken naar cursussen voor meer informatie.
  3. Schakel het selectievakje in van de cursussen die u wilt verwijderen.
  4. Klik op de actiebalk op Verwijderen.
  5. Klik op OK.