Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Gebruikersaccounts beheren

De bewerkingen die u kunt uitvoeren in Blackboard Learn worden bepaald door de bevoegdheden die zijn toegekend aan uw gebruikersaccount. Beheerders verlenen bevoegdheden aan gebruikers door rollen te definiëren en deze toe te wijzen aan gebruikersaccounts. U hebt toegang tot alle functies in Blackboard Learn die met uw rollen toegankelijk zijn.

Tijdens de installatie van Blackboard Learn worden er drie gebruikersaccounts met beheerdersmachtigingen gemaakt. Een van deze accounts heeft de naam Systeembeheerder. Deze account wordt ook wel de standaardbeheerdersaccount genoemd.

Beheerders gebruiken de standaardbeheerdersaccount om andere gebruikersaccounts aan te maken, inclusief andere beheerdersaccounts. Op deze manier kunnen beheerders bepaalde beheertaken delegeren, zoals het beheren van gebruikersaccounts, het maken van cursussen of het afhandelen van verzoeken om inschrijving.

Standaardbeheerdersaccounts

Tijdens de installatie van Blackboard Learn worden er drie gebruikersaccounts met beheerdersmachtigingen gemaakt.

  • Beheerder
  • root_admin
  • integratie

Beheerder

De account Systeembeheerder beschikt over alle beheerdersbevoegdheden voor Blackboard Learn. Deze account en de account root_admin zijn de enige twee accounts die zich kunnen aanmelden totdat er aanvullende gebruikers zijn gedefinieerd.

Het wachtwoord voor de account Systeembeheerder wordt ingesteld tijdens de installatie van Blackboard Learn.

root_admin

De account root_admin beschikt over alle administratieve bevoegdheden, waaronder het beheer van virtuele installaties via het configuratiescherm voor systeembeheer. Wanneer met de account root_admin het configuratiescherm voor systeembeheer wordt weergegeven, ziet u boven in het configuratiescherm de koppeling Virtuele installaties beheren. Via deze koppeling kan met de account root_admin worden aangemeld bij elke virtuele installatie, waarna de functies voor het beheer van de virtuele installatie kunnen worden gebruikt.

Het wachtwoord voor deze account wordt ingesteld tijdens de installatie van Blackboard Learn.

zelfs als u een licentie hebt zonder gebruik van virtuele installaties, wordt er een account root_admin gemaakt. De account root_admin kan worden gewijzigd via de pagina Profiel van hoofdbeheerder bewerken.

Integratie

De account integratie wordt uitsluitend gebruikt om momentopnamen in mogelijk te maken. U kunt deze account niet gebruiken om u aan te melden via de gebruikersinterface. De account wordt nergens vermeld in lijsten met gebruikers in de gebruikersinterface. Als u het wachtwoord van deze account wilt wijzigen, moet u dit doen via de functie Integratiewachtwoord in het configuratiescherm voor systeembeheer.

Het standaardwachtwoord voor de account Integratie wordt ingesteld tijdens de installatie van Blackboard Learn.

Gebruikersaccounts maken

Beheerders kunnen gebruikersaccounts afzonderlijk aanmaken of via een batchbestand. Zie Batchgewijs gebruikersaccounts aanmaken voor het aanmaken van accounts via een batchbestand.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Klik op Gebruiker maken.

    In de volgende tabel worden de beschikbare velden beschreven. [v] geeft een verplicht veld aan.

    Beschikbare velden voor gebruikersaccounts
    Veld Beschrijving
    Persoonlijke gegevens
    Titel Voer de aanspreektitel van de gebruiker in. Typ bijvoorbeeld Dhr., Mw. of Drs.
    Voornaam [v] Typ de voornaam van de gebruiker. Dit veld is vereist.
    Voorvoegsel Typ eventueel het voorvoegsel van de gebruiker.
    Achternaam [v] Typ de achternaam van de gebruiker. Dit veld is vereist.
    Achtervoegsel Voer het achtervoegsel van de gebruiker in. Typ bijvoorbeeld Jr. of Sr..
    Andere naam Voer een andere naam in voor deze gebruiker. Als een gebruiker bijvoorbeeld een andere naam heeft gekregen door te trouwen of te scheiden en de school onder beide namen gegevens bijhoudt voor deze student, kunt u hier de andere naam invoeren.
    E-mail Voer het e-mailadres van de gebruiker in. Dit veld wordt aanbevolen.
    Student-ID Voer de ID van de student in, zoals toegewezen door de school.
    Accountgegevens
    Gebruikersnaam [v] Typ een gebruikersnaam voor de nieuwe gebruiker. Dit veld is vereist. Gebruikersnamen mogen niet de ASCII-tekens 0–31 bevatten, evenmin als spaties en de volgende speciale tekens: & # + < > % = / \

    De volgende speciale tekens zijn expliciet toegestaan en worden ondersteund in gebruikersnamen: _ - . @

    De volgende speciale tekens zijn momenteel niet verboden in gebruikersnamen, maar Blackboard raadt het gebruik ervan af, omdat zij onvoorziene problemen kunnen veroorzaken: ( ) [ ] { } : ; , | ? ! ` ~ ' ^ " * $

    Komma's en aanhalingstekens kunnen bijvoorbeeld problemen veroorzaken met JavaScript: of met lijsten tijdens het verwerken van formulieren.

    Wachtwoord [v] Typ een wachtwoord voor de account van de gebruiker. Het wachtwoord moet uit ten minste één teken bestaan en mag geen spaties bevatten.
    Wachtwoordbevestiging [v] Typ het wachtwoord nogmaals, ter bevestiging.
    Overige gegevens
    Geslacht Voer het geslacht van de gebruiker in.
    Geboortedatum Selecteer de geboortedatum van de gebruiker met behulp van de keuzelijsten.
    Opleidingsniveau Geef het opleidingsniveau van de gebruiker aan.
    Bedrijf Typ eventueel de bedrijfsnaam van de gebruiker.
    Functie Voer de functie van de gebruiker in.
    Afdeling Voer de afdeling van de gebruiker in.
    Straat 1 Voer het adres van de gebruiker in.
    Straat 2 Voer eventuele aanvullende adresgegevens in.
    Plaats Voer de woonplaats van de gebruiker in.
    Provincie
    Voer de provincie van de gebruiker in.
    Postcode Voer de postcode van de gebruiker in.
    Land Voer het land van de gebruiker in.
    Website Geef de URL van de persoonlijke website van de gebruiker op. Typ Bijvoorbeeld: http://www.blackboard.com, en niet www.blackboard.com of blackboard.com
    Telefoon thuis Voer het privé-telefoonnummer van de gebruiker in. Het telefoonnummer wordt exact zo weergegeven als het wordt ingevoerd. Als binnen de school een vaste notatie wordt gehanteerd voor telefoonnummers, gebruikt u deze notatie. Bijvoorbeeld: (530) 555-1234 of +1 530-555-1234.
    Telefoon werk Voer het zakelijke telefoonnummer van de gebruiker in. Het telefoonnummer wordt exact zo weergegeven als het wordt ingevoerd. Als binnen de school een vaste notatie wordt gehanteerd voor telefoonnummers, gebruikt u deze notatie. Bijvoorbeeld: (530) 555-1234 of +1 530-555-1234.
    Fax werk Voer het faxnummer van de gebruiker in. Het faxnummer wordt exact zo weergegeven als het wordt ingevoerd. Als binnen de school een vaste notatie wordt gehanteerd voor telefoonnummers, gebruikt u deze notatie. Bijvoorbeeld: (530) 555-1234 of +1 530-555-1234.
    Mobiele telefoon Voer het mobiele nummer van de gebruiker in. Het telefoonnummer wordt exact zo weergegeven als het wordt ingevoerd. Als binnen de school een vaste notatie wordt gehanteerd voor telefoonnummers, gebruikt u deze notatie. Bijvoorbeeld: (530) 555-1234 of +1 530-555-1234.
    Instellingsrollen
    Instellingsrollen Selecteer een of meer instellingsrollen in de lijst. Klik op de pijl-rechts om de rol te verplaatsen naar de lijst Primaire instellingsrol of Secundaire instellingsrollen.

    Instellingsrollen bepalen wat de gebruiker te zien krijgt in het portaal. Als uw instelling beschikt over een licentie voor Community Engagement, kunt u tabbladen en modules configureren die op basis van instellingsrollen worden weergegeven aan verschillende groepen gebruikers. Zie Instellingsrollen beheren voor meer informatie.

    Systeemrollen
    Systeemrollen Selecteer een of meer systeemrollen in de lijst. Klik op de pijl-rechts om de rol te verplaatsen naar de lijst Primaire systeemrol of Secundaire systeemrollen.

    Systeemrollen bepalen welke toegang de gebruiker heeft tot administratieve functies. Zie Systeemrollen beheren voor meer informatie.

  3. Klik op Verzenden.

Batchgewijs gebruikersaccounts aanmaken

U kunt in één keer heel veel gebruikersaccounts aanmaken door een batchbestand te gebruiken.

  1. Maak het batchbestand. Zie Richtlijnen voor batchbestanden voor gebruikersaccounts voor informatie over batchbestanden voor gebruikers. Als u een batchbestand gebruikt dat is gemaakt voor een eerdere versie van Blackboard Learn, moet u controleren of de indeling van het bestand geschikt is voor de huidige versie.
  2. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  3. Wijs op de actiebalk Batchbewerkingen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Gebruikers maken.
  5. Klik op de pagina Gebruikers maken (batch) in het veld Bestandslocatie of klik op Bladeren.
  6. Navigeer in het dialoogvenster Bestand uploaden naar het batchbestand en klik op Openen.
  7. Selecteer bij Type scheidingsteken het scheidingsteken voor het bestand. Als u Automatisch selecteert, wordt het batchbestand geanalyseerd en wordt het scheidingsteken bepaald op basis van het aantal keren dat het teken in het bestand voorkomt.
  8. Klik op Verzenden.

Gebruikersaccounts weergeven of bewerken

U kunt gegevens in gebruikersprofielen weergeven en aanpassen, inclusief wachtwoorden en cursusrollen voor specifieke cursussen. U kunt een e-mailbericht sturen naar een gebruiker door in de kolom E-mail op het e-mailadres van de gebruiker te klikken.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.

  3. Open het contextmenu van de gebruiker.
  4. Klik op Bewerken.
  5. Bekijk of wijzig de gebruikersaccount. Zie  Gebruikersaccounts maken voor meer informatie over de velden voor een gebruikersaccount.
  6. Klik op Verzenden.

Inschrijvingen of lidmaatschappen van gebruikers weergeven

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.

  3. Open het contextmenu van de gebruiker.
  4. Klik op Cursusinschrijvingen, Organisatie-inschrijvingen of Resultatenlidmaatschappen.
    • Selecteer Openen in het contextmenu om de cursus, de organisatie of het resultaat te zien.
    • Selecteer Beheren in het contextmenu om de gebruiker te verwijderen uit de cursus of de organisatie. Schakel op de pagina Inschrijvingen het selectievakje van de gebruiker in en klik op Gebruikers verwijderen uit cursus of Gebruikers verwijderen uit organisatie.

Bevoegdheden en toegang wijzigen voor gebruikersaccounts

U kunt de bevoegdheden van een gebruiker wijzigen door andere rollen toe te wijzen aan de gebruikersaccount. Als een student een cursusleider bijvoorbeeld gaat helpen bij het geven van een cursus, kunt u de rol Onderwijsassistent toevoegen om de gebruiker toegang te geven tot het configuratiescherm van de cursus. Als de student de cursusleider om wat voor reden dan ook niet meer helpt, verwijdert u de rol Onderwijsassistent om de toegang tot het configuratiescherm in te trekken.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.
  3. Open het contextmenu van de gebruiker.
  4. Klik op Bewerken.
  5. Onder Instellingsrollen kunt u rollen toevoegen of verwijderen.
  6. Onder Systeemrollen kunt u rollen toevoegen of verwijderen.
  7. Klik op Verzenden.

Extra beheerdersaccounts maken met volledige of gedeeltelijke beheerdersbevoegdheden

De standaardbeheerdersaccount bevat bevoegdheden voor het maken van andere beheerdersaccounts met volledige bevoegdheden. U kunt ook alleen bepaalde beheerdersbevoegdheden toewijzen aan gebruikers door rollen te definiëren voor verschillende sets met bevoegdheden en deze rollen toe te wijzen aan gebruikersaccounts. Op deze manier kunnen beheerders bepaalde routinematige beheertaken delegeren, zoals het beheren van gebruikersaccounts, het maken van cursussen of het afhandelen van verzoeken om inschrijving. Zie Rollen en bevoegdheden van gebruikers voor meer informatie over rollen.

Als u een nieuwe gebruikersaccount wilt maken met beheerdersbevoegdheden, volgt u de instructies in  Gebruikersaccounts maken, wijs de gebruikers een systeemrol toe met administratieve bevoegdheden.

Ga als volgt te werk om beheerdersbevoegdheden toe te wijzen aan een bestaande gebruiker:

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.

  3. Open in de zoekresultaten het contextmenu van de gebruiker.
  4. Klik op Bewerken.
  5. Wijs bij Systeemrollen een rol met beheerdersbevoegdheden toe aan de gebruiker. Dit kan een aangepaste rol zijn, maar ook een van de standaardsysteemrollen. Zie Rollen en bevoegdheden van gebruikers voor meer informatie over rollen.
  6. Klik op Verzenden.

Wachtwoorden van gebruikers wijzigen

Als u het wachtwoord van een gebruiker wijzigt, moet u de gebruiker het nieuwe wachtwoord geven omdat hij of zij zich anders niet meer kan aanmelden bij Blackboard Learn. Er bestaan geen geautomatiseerde procedures om gebruikers het gewijzigde wachtwoord te bezorgen. Wachtwoorden moeten uit ten minste één teken bestaan en mogen geen spaties bevatten.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.

  3. Open in de zoekresultaten het contextmenu van de gebruiker.
  4. Klik op Wachtwoord wijzigen.
  5. Typ het nieuwe wachtwoord en typ het nogmaals ter bevestiging.
  6. Klik op Verzenden.

Gebruikersaccounts beschikbaar of niet-beschikbaar maken

Als u de gegevens van een gebruikersaccount wilt bewaren maar u wilt voorkomen dat de gebruiker zich aanmeldt bij Blackboard Learn, wijzigt u de status van de gebruikersaccount in Niet beschikbaar. Hierdoor blijven de accountgegevens van de gebruiker behouden, evenals cursusinschrijvingen en andere gegevens, maar kan de gebruiker niet deelnemen aan cursussen.

Als een student bijvoorbeeld een semester op stage gaat, kunt u de bijbehorende account gedurende de periode van de afwezigheid op Niet beschikbaar zetten. Als de student terug is, maakt u de account weer beschikbaar.

Als een gebruikersaccount niet beschikbaar is, ziet u een rode X naast de gebruikersnaam wanneer deze voorkomt in zoekresultaten of lijsten met gebruikers. Zelfs als een gebruikersaccount niet beschikbaar is, kunt u de gebruiker een bericht sturen door op het e-mailadres te klikken.

Als uw instelling beschikt over een licentie voor Community Engagement, kunt u gebruikersaccounts en inschrijvingsrecords van gebruikers uitschakelen in de database. In de lijst met gebruikers in het configuratiescherm voor systeembeheer herkent u uitgeschakelde gebruikersaccounts aan een rode X.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.

  3. Open in de zoekresultaten het contextmenu van de gebruiker.
  4. Als u de beschikbaarheid voor één gebruiker wilt wijzigen, selecteert u Beschikbaar maken of Niet-beschikbaar maken.

    -OF-

    Als u de beschikbaarheid voor verschillende gebruikers wilt wijzigen, schakelt u het selectievakje van de gebruikers in. Wijs vervolgens op de actiebalk naar Beschikbaarheid en selecteer Beschikbaar maken of Niet-beschikbaar maken.

Gebruikersaccounts verwijderen

U kunt gebruikersaccounts verwijderen via de gebruikersinterface of via een batchbestand. Zie  Batchgewijs gebruikersaccounts verwijderen voor het verwijderen van accounts via een batchbestand.

Verwijderde gebruikersrecords kunnen niet worden hersteld. Als u gebruikers verwijdert, worden ook de bijbehorende cursusgegevens verwijderd, zoals cijfers.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek de gebruikers die u wilt verwijderen. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.
  3. Als u een bepaalde gebruiker wilt verwijderen, opent u het contextmenu van de gebruiker. Klik op Verwijderen.

    -OF-

    Als u meerdere gebruikers wilt verwijderen, schakelt u de selectievakjes van de gebruikers in. Klik op Verwijderen.

Batchgewijs gebruikersaccounts verwijderen

U kunt in één keer een groot aantal gebruikers verwijderen door een batchbestand te gebruiken.

Verwijderde gebruikersrecords kunnen niet worden hersteld. Als u gebruikers verwijdert, worden ook de bijbehorende cursusgegevens verwijderd, zoals cijfers.

Als u een batchbestand gebruikt dat is gemaakt voor een vorige versie van Blackboard Learn, controleert u of de indeling van het bestand geschikt is voor de huidige versie. Zie Richtlijnen voor batchbestanden voor gebruikersaccounts voor informatie over batchbestanden voor gebruikers.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Wijs op de actiebalk Batchbewerkingen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  3. Klik op Gebruikers verwijderen.
  4. Klik op de pagina Gebruikers verwijderen (batch) in het veld Bestandslocatie of klik op Bladeren.
  5. Navigeer in het dialoogvenster Bestand uploaden naar het batchbestand en klik op Openen.
  6. Selecteer bij Type scheidingsteken het scheidingsteken voor het bestand. Als u Automatisch selecteert, wordt het batchbestand geanalyseerd en wordt het scheidingsteken bepaald op basis van het aantal keren dat het teken in het bestand voorkomt.
  7. Klik op Verzenden.

Een overzichtsrapport met gebruikersactiviteiten uitvoeren

Er zijn verschillende rapporten beschikbaar met informatie over de gebruikers- en systeemactiviteit als geheel, maar u kunt ook een rapport uitvoeren met informatie over de activiteit van een bepaalde gebruiker binnen alle cursussen.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik bij Gebruikers op Gebruikers.
  2. Zoek een gebruiker. Zie Zoeken naar gebruikers voor meer informatie.
  3. Open in de zoekresultaten het contextmenu van de gebruiker.
  4. Selecteer Overzichtsrapport gebruikersactiviteiten.
  5. Selecteer eventueel nog bepaalde cursussen en wijzig de waarden in de velden Begindatum selecteren en Einddatum selecteren.
  6. Klik op Verzenden.

Nadat een rapport is uitgevoerd, kunt u het opslaan in Content Collection, downloaden of een nieuw rapport uitvoeren met andere criteria.