Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Chat

Via de tool Chat kunt u communiceren met andere gebruikers door tekstberichten in te voeren. Chat is onderdeel van het virtueel klaslokaal. U kunt de tool ook afzonderlijk openen.

Gebruik de tool Chat als u studenten in real-time wilt laten discussiëren. De meeste studenten zijn wel bekend met chatten en zullen geen problemen hebben met deze vorm van communicatie.

De tool Chat is speciaal ontworpen voor omgevingen met een lage bandbreedte, bijvoorbeeld wanneer studenten verbinding maken met de cursus via een inbelverbinding.

Als studenten zich hebben aangemeld voor een chatsessie, kunnen ze berichten versturen. Het bericht verschijnt in het chatvenster van alle deelnemers die zich op dat moment in de chatruimte bevinden.

De tool Chat openen

U kunt de tool Chat openen via de koppeling Tools in het cursusmenu en via het configuratiescherm. U kunt ook een aangepaste koppeling toevoegen aan het cursusmenu.

Een koppeling voor de tool Samenwerking toevoegen aan het cursusmenu

Als u wilt dat studenten regelmatig de tool Samenwerking gebruiken, kunt u een koppeling toevoegen aan het cursusmenu, zodat studenten met één muisklik toegang hebben tot de tool. U kunt de naam van de koppeling desgewenst aanpassen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN) en wijs het plusteken boven het cursusmenu aan. De vervolgkeuzelijst Menu-item toevoegen verschijnt.
  2. Selecteer Toolkoppeling.
  3. Voer een naam in voor de koppeling.
  4. Selecteer Samenwerking in de vervolgkeuzelijst Type.
  5. Schakel het selectievakje Beschikbaar voor gebruikers in.
  6. Klik op Verzenden.

De nieuwe toolkoppeling wordt onder aan het cursusmenu weergegeven. Gebruik de pijlen om de koppeling op de gewenste positie weer te geven. Open het contextmenu van de koppeling om de koppeling te hernoemen, te verbergen of te verwijderen.

Koppelingen naar de tool Chat toevoegen aan een inhoudsgebied

U kunt handmatig koppelingen naar de chattool toevoegen aan inhoudsgebieden, leermodules, lesoverzichten en mappen.

U kunt bijvoorbeeld een inhoudsgebied maken dat alle inhoud en tools bevat die studenten nodig hebben voor de week. Nadat studenten de lezing voor die week hebben doorgenomen, de bijbehorende diapresentatie hebben bekeken en twee opdrachten hebben afgerond, kunnen ze dan snel naar de tool Chat gaan om deel te nemen aan de verplichte, wekelijkse chatsessie. Als die is afgerond, kunnen ze de toets voor die week maken. Op deze manier kunnen al deze taken worden uitgevoerd vanuit hetzelfde inhoudsgebied. In dit scenario hoeven studenten niet naar andere plekken in de cursus te gaan om alle verplichte activiteiten voor de week uit te voeren.

U kunt met dezelfde stappen een koppeling toevoegen naar leermodules, lesoverzichten en mappen.

  1. Zorg dat de bewerkingsmodus is geactiveerd (AAN) en ga naar het cursusgebied waaraan u een chatkoppeling wilt toevoegen, bijvoorbeeld het inhoudsgebied Hoofdstuk 1.
  2. Wijs op de actiebalk Tools aan om de beschikbare opties weer te geven. Selecteer vervolgens Chat.
  3. Selecteer op de pagina Koppeling maken: Chat het type koppeling: Pagina Samenwerkingssessies of Chatsessie. Als u het type Chatsessie selecteert, kiest u de gewenste sessie in de lijst.
  4. Klik op Volgende.
  5. Geef op de volgende pagina Koppeling maken: Chat waarden op voor Koppelingsgegevens om in te stellen hoe de koppeling wordt weergegeven in het inhoudsgebied. Selecteer Opties als u instellingen wilt wijzigen.
  6. Klik op Verzenden.
  7. Navigeer naar het inhoudsgebied en klik op de chatkoppeling. De overzichtspagina van de tool Chat wordt weergegeven. Klik op een titel om deel te nemen aan de chat.

Een chatsessie maken

U kunt chatsessies maken voor real-time communicatie. Deze kunnen beschikbaar zijn:

  • Voor de duur van de cursus: Studenten kunnen bijeenkomsten plannen en de sessie op ieder moment gebruiken.
  • Op een bepaald tijdstip: Studenten kunnen verplicht worden deze sessies bij te wonen.
  • Voor alleen groepsleden: Studenten in een groep kunnen sessies plannen om projecten te bespreken, taken te verdelen en te brainstormen.

Ga als volgt te werk om een chatsessie te maken.

  1. Klik in het cursusmenu op de koppeling Tools. Klik op de pagina Tools op Samenwerking.

    -OF-

    Ga naar het configuratiescherm, vouw de sectie Cursustools uit en selecteer Samenwerking.

  2. Klik op de actiebalk van de pagina Samenwerkingssessies op Samenwerkingssessie maken.
  3. Typ op de pagina Samenwerkingssessie maken een naam voor de sessie.
  4. Gebruik de opties bij Beschikbaarheid plannen om in te stellen of een sessie alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de sessie wordt weergegeven.
  5. Selecteer bij Beschikbaar de optie Ja.
  6. Selecteer Chat in de vervolgkeuzelijst Samenwerkingstool.
  7. Klik op Verzenden.

Deelnemen aan een chatsessie

Klik op de pagina Samenwerkingssessies op de naam van de sessie waaraan u wilt deelnemen.

Er verschijnt een pagina met de mededeling dat de tool Chat wordt gestart. Sluit deze pagina pas als u niet meer wilt chatten. De chatsessie wordt geopend in een nieuw browservenster. Dit kan even duren.

Chat werkt niet als er een functie is ingeschakeld die het weergeven van pop-upvensters blokkeert. Schakel in dat geval die functie uit of voeg de site van de cursus toe als een vertrouwde site.

  1. In de eerste kolom ziet u een lijst met deelnemers en hun rollen.
    • De moderator van de chatsessie wordt aangegeven met een pictogram van een wereldbol. Meestal is de cursusleider de moderator. De moderator kan de rol van deelnemers wijzigen, passieve gebruikers toestemming geven te reageren, gebruikers verwijderen, en de sessie opnemen en beëindigen.
    • Een actieve gebruiker herkent u aan een pictogram met een effen kleur. Actieve gebruikers zijn meestal studenten. Actieve gebruikers kunnen tijdens een chatsessie zo veel berichten versturen als ze willen.
    • Een passieve gebruiker wordt aangegeven met een lichter gekleurd pictogram. Een passieve gebruiker is vaak ook een student, maar het kan ook een gast of waarnemer zijn. Passieve gebruikers kunnen de chatberichten wel lezen, maar moeten hun hand opsteken (klikken op het handje) om toestemming te vragen voor het verzenden van berichten. Als meerdere personen hun hand opsteken, worden er nummers weergegeven bij de pictogrammen van die gebruikers, zodat duidelijk wordt in welke volgorde ze hun hand hebben opgestoken.
  2. De titel van de chatruimte worden boven aan het chatvenster weergegeven.
  3. Alle berichten worden weergegeven in het chatvenster.
  4. Typ uw bericht in het vak Opstellen en klik op Verzenden. U kunt ook op het pictogram Opstellen klikken om een nieuw venster te openen, zodat u meer ruimte hebt om te typen.

Een persoonlijk bericht verzenden

U kunt persoonlijke berichten naar andere gebruikers verzenden als deze functie is ingeschakeld. Persoonlijke berichten worden niet vastgelegd of gearchiveerd.

Persoonlijke berichten kunnen samen met de andere berichten worden weergegeven in het chatvenster of u kunt ze in een apart venster weergeven. Persoonlijke berichten worden altijd voorafgegaan door de tekst “Persoonlijk bericht van”. Klik op Weergave op de actiebalk en geef aan waar persoonlijke berichten moeten worden weergegeven.

Alleen gebruikers met een actieve rol kunnen persoonlijke berichten verzenden.

  1. Selecteer in de lijst Deelnemers een of meer ontvangers voor het persoonlijke bericht.
    • Als u een persoonlijk bericht naar één persoon wilt sturen, dubbelklikt u op de naam van de persoon.
    • Als u in Windows meerdere gebruikers achter elkaar wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de eerste en de laatste naam klikt. Als u gebruikers wilt selecteren die niet naast elkaar staan, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de gewenste namen klikt. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl.
  2. Klik op Persoonlijk bericht.
  3. Typ het bericht in het venster Persoonlijk bericht opstellen.
  4. Klik op Verzenden.

Rollen van deelnemers aanpassen

Deelnemers zijn standaard actieve gebruikers wanneer ze gaan deelnemen aan een chatsessie. U kunt de rol op elk moment wijzigen in Passief. Passieve gebruikers kunnen de sessie wel volgen, maar kunnen alleen bijdragen als ze hun hand opsteken en toestemming krijgen van de moderator.

U hebt meer controle over chatsessies als de gebruikers passief zijn. Als elke student bijvoorbeeld eerst toestemming moet vragen om iets te zeggen, is de kans groter dat u niet in één keer een heleboel vragen hoeft te beantwoorden. U kunt ook alleen bepaalde gebruikers passief maken, bijvoorbeeld omdat ze de discussie overheersen of op een ongepaste manier reageren.

  1. Klik in de lijst Deelnemers op de naam van de gebruiker.
  2. Klik op een pictogram om de gebruiker wel of geen toestemming te geven om te chatten. Het pictogram van de gebruiker in de lijst Deelnemers wordt aangepast.

Chatsessies opnemen

U kunt een afschrift van een chatsessie maken door de sessie op te nemen met de opnamefuncties helemaal rechts op de actiebalk.

Sessieopnamen kunnen handig zijn als de bijdragen van studenten worden beoordeeld. Studenten kunnen de opnamen gebruiken om dingen terug te lezen of als ze een sessie hebben gemist.

U kunt zelf een naam opgeven voor de opname of de standaardnaam gebruiken (bestaande uit de begindatum en -tijd van de opname). U kunt een of meer opnamen maken voor een sessie.

  1. Meld u aan voor een chatsessie en klik op Opname starten.
  2. Typ in het venster Naam van opname een naam voor de opnamen of accepteer de standaardnaam.
  3. Klik op OK.

In de volgende tabel worden de opnamefuncties op de actiebalk beschreven.

Opnamefuncties
Pictogram Functie op actiebalk
File:nl-nl/Learn/9.1_SP_12/Instructor/060_Course_Tools/Collaboration_Tools/030_Chat/button_begins_recording.png

Klik op Opname starten om een afschrift van de sessie vast te leggen. Er worden gegevens vastgelegd zodra deelnemers berichten gaan uitwisselen. U kunt meerdere opnamen maken voor een sessie.

Als u tijdens een opname op Opname starten klikt, wordt de opname gestopt.

File:nl-nl/Learn/9.1_SP_12/Instructor/060_Course_Tools/Collaboration_Tools/030_Chat/button_pauses_recording.png Klik op Opname onderbreken om de opname tijdelijk te stoppen. Dit wordt aangegeven in het chatvenster en in het afschrift van de chatsessie. Klik nogmaals op de knop om het opnemen te hervatten.
File:nl-nl/Learn/9.1_SP_12/Instructor/060_Course_Tools/Collaboration_Tools/030_Chat/button_stops_recording.png

Klik op Opname stoppen om de opname van een sessie te beëindigen. Als een chatsessie is beëindigd, kunnen er geen berichten meer worden toegevoegd aan de opname.

als u een opname per ongeluk stopt, klikt u op Opname starten om een nieuw afschrift te maken. Geef die tweede opname een naam zoals "Deel 2" of "Vervolg".

File:nl-nl/Learn/9.1_SP_12/Instructor/060_Course_Tools/Collaboration_Tools/030_Chat/button_insert_bookmark.png Klik op Bladwijzer om opmerkingen toe te voegen aan de opname. U kunt zo bijvoorbeeld een notitie toevoegen dat u een nieuw onderwerp gaat introduceren. Als u opmerkingen gaat toevoegen, moet u niet vergeten dat studenten de opnamen kunnen zien. Bladwijzers worden in een andere kleur weergegeven dan de tekst van chatberichten.

Chatsessies beheren

U kunt een chatsessie beheren met de functies op de actiebalk.

  • Weergave: klik op Weergave om aan te geven waar u persoonlijke berichten wilt weergeven.
  • Besturingselementen: klik op Besturingselementen om te bepalen welke functies een rol kan gebruiken. De standaardinstelling is dat alleen actieve gebruikers berichten en persoonlijke berichten kunnen versturen.
  • Wissen: klik op Wissen om uw eigen chatvenster leeg te maken of het chatvenster van alle deelnemers.
  • Beëindigen: klik op Beëindigen om een sessie te stoppen. De sessie wordt beëindigd en alle gebruikers worden afgemeld bij de sessie. Als u de sessie opneemt, wordt de opname ook beëindigd. Het is bovendien niet meer mogelijk om bladwijzers toe te voegen aan de opname.