Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Beoordelingen maken in een inhoudsgebied

U kunt toetsen, enquêtes en beoordelingen aanbieden in inhoudsgebieden, leermodules, lesoverzichten of mappen. U kunt een nieuwe toets, enquête of beoordeling maken of een koppeling naar een bestaand onderdeel toevoegen.

U maakt beoordelingen door Beoordeling aan te wijzigen op de actiebalk van het cursusgebied en het type beoordeling te selecteren.

U kunt relevante beoordelingen toevoegen aan het lesmateriaal. Zo kunt u een instaptoets aanbieden aan het begin van een leermodule en een afsluitende toets aan het einde. U kunt ook een enquête houden om de achtergrondkennis van studenten te bepalen voor het onderwerp van de toets.

Beoordelingstypen

U kunt in cursusgebieden verschillende soorten beoordelingen maken. Voeg beoordelingen toe aan het andere cursusmateriaal om een allesomvattende leerervaring te creëren voor studenten. U kunt beoordelingen al vooraf maken en deze vervolgens op een geschikt moment pas beschikbaar stellen.

Beschrijvingen van typen beoordelingen
Type beoordeling Beschrijving
Toets U kunt toetsen maken om de kennis van studenten te meten. Er zijn verschillende soorten vragen beschikbaar, zoals meerkeuzevragen, waar/onwaar-vragen, combinatievragen, formulevragen en open vragen. U wijst puntwaarden toe aan de vragen op het moment dat u de vragen maakt.

Het merendeel van de vragen wordt automatisch beoordeeld. Nadat studenten hun antwoorden hebben verzonden ter beoordeling, worden de resultaten vastgelegd in het Grade Center. Studenten kunnen hun score dan ook direct zien, op voorwaarde dat alle vragen automatisch worden beoordeeld en u hebt aangegeven deze informatie vrij te geven.

Zie Toetsen, enquêtes en pools voor meer informatie.

Enquête Enquêtes zijn toetsen waaraan geen cijfer wordt toegekend. U kunt enquêtes gebruiken om de mening van studenten te peilen en om evaluaties uit te voeren. De resultaten van een enquête zijn anoniem, maar u kunt wel zien of een student een enquête heeft ingevuld. Daarnaast kunt u per enquêtevraag de totaalresultaten zien. Enquêtes kunt u op vrijwel dezelfde manier maken en implementeren als toetsen. Dit zijn de verschillen:
  • De instellingen voor het maken van enquêtes bevatten geen opties voor het toewijzen van standaardscores omdat enquêtevragen niet worden beoordeeld.
  • Als u vragen toevoegt, geeft u niet aan welke antwoorden juist zijn.
  • U kunt geen willekeurige blokken met vragen toevoegen aan enquêtes.

Zie Toetsen, enquêtes en pools voor meer informatie.

opdracht Gebruik opdrachten om een gevarieerd aanbod van leeractiviteiten aan te bieden aan studenten die ze vanaf een centrale locatie kunnen bekijken en uitvoeren. Studenten kunnen opdrachten op de volgende manieren inleveren:
  • Als tekst die studenten toevoegen op de pagina Opdracht uploaden.
  • Als bijgevoegde bestanden.
  • Als een combinatie van tekst en bijgevoegde bestanden.

Zie Opdrachten voor meer informatie.

Zelfbeoordeling en collegiale beoordeling Het Building Block Zelfbeoordeling en collegiale beoordeling is bedoeld voor het bevorderen van de reflectieve vaardigheden van studenten. Studenten ontvangen niet alleen opbouwende feedback van hun medestudenten, maar kunnen ook zelf constructieve feedback geven.

Zie Zelfbeoordeling en collegiale beoordeling voor meer informatie.

SafeAssignment Het Building Block SafeAssign maakt het mogelijk ingezonden opdrachten te vergelijken met een database met academische verhandelingen om vast te stellen of er sprake is van overlap tussen de ingezonden opdracht en bestaand materiaal. SafeAssign kan worden gebruikt om plagiaat te voorkomen en om studenten duidelijk te maken hoe ze bronvermelding kunnen toepassen in plaats van bestaand werk anders geformuleerd over te nemen. SafeAssign kan dus worden gebruikt als afschrikmiddel maar ook als leermiddel.

SafeAssignments en gewone opdrachten kunt u op ongeveer dezelfde manier maken en beoordelen Het zijn echter twee totaal verschillende tools en het is dan ook niet mogelijk een bestaande opdracht om te zetten in een SafeAssignment.

Zie SafeAssign voor meer informatie.

Een toets of enquête maken in een cursusgebied

U kunt een koppeling toevoegen naar een bestaande toets of enquête of een nieuwe toets of enquête maken in een cursusgebied.

Een bestaande toets of enquête koppelen

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Beoordeling aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Toets of Enquête.
  5. Selecteer op de pagina Toets maken of Enquête maken een bestaande toets of enquête in de lijst.
  6. Op de pagina Toetsopties of Enquêteopties kunt u de naam wijzigen en verschillende opties instellen.
  7. De toets is standaard niet beschikbaar. U kunt de toets beschikbaar stellen aan studenten door Ja te selecteren voor De koppeling beschikbaar maken.
  8. Klik op Verzenden. In het cursusgebied verschijnt een koppeling naar de toets of enquête.

Een nieuwe toets of enquête maken

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Beoordeling aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Toets of Enquête.
  5. Klik op de pagina Toets maken of Enquête maken op Maken om een nieuwe toets of enquête samen te stellen.
  6. Typ een naam op de pagina Toetsinformatie of Enquête-informatie.
  7. Typ eventueel instructies en een beschrijving. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  8. Klik op Verzenden.
  9. Wijs op de pagina Toetsbord of Enquêtebord de optie Vragen maken aan om de beschikbare opties weer te geven en voeg vragen toe aan de toets of enquête.
  10. Klik op OK.
  11. Selecteer de nieuwe toets of enquête in de lijst op de pagina Toets maken of Enquête maken.
  12. Klik op Verzenden.
  13. Op de pagina Toetsopties of Enquêteopties kunt u de naam wijzigen en een beschrijving invoeren. Gebruik desgewenst de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden toe te voegen.
  14. De toets is standaard niet beschikbaar. U kunt de toets beschikbaar stellen aan studenten door Ja te selecteren voor De koppeling beschikbaar maken.
  15. Stel eventueel nog andere opties in voor de toets of enquête.
  16. Klik op Verzenden. In het cursusgebied verschijnt een koppeling naar de toets of enquête.

Wanneer u een bestaande toets of enquête selecteert, wordt er in het cursusgebied een koppeling toegevoegd naar het onderdeel. De oorspronkelijke toets of enquête blijft beschikbaar in de tool Toetsen. Als u een nieuwe toets of enquête maakt, wordt deze toegevoegd aan de tool Toetsen en wordt er een koppeling gemaakt in het cursusgebied.

Als u een koppeling naar een toets in een cursusgebied verwijdert, blijft de toets aanwezig in de tool Toetsen en kunt u de toets koppelen aan een ander cursusgebied.

Vergeet niet de toets beschikbaar te stellen aan studenten door op de pagina Toetsopties Ja te selecteren voor De koppeling beschikbaar maken. Als u dit wilt doen nadat u de toets hebt gemaakt, klikt u op de toetskoppeling in het cursusgebied. Er verschijnt dan een bericht dat de koppeling niet beschikbaar is. Open het contextmenu van de toets en kies De toetsopties bewerken.

U kunt ook toetsen en enquêtes maken door naar het configuratiescherm te gaan, het gedeelte Cursustools uit te vouwen en Toetsen, enquêtes en pools te kiezen. Als u op deze manier toetsen en enquêtes maakt, moet u in een cursusgebied een koppeling naar het onderdeel toevoegen om de toets of enquête beschikbaar te stellen aan studenten.

Een opdracht maken in een cursusgebied

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Beoordeling aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Opdracht.
  5. Typ op de pagina Opdracht maken een naam voor de opdracht. Studenten klikken in het cursusgebied op deze naam om de opdracht te openen.
  6. Gebruik desgewenst de functies van de inhoudseditor in het vak Instructies om de tekst op te maken en afbeeldingen, koppelingen, multimedia, mashups en bijlagen toe te voegen. Bijlagen die u toevoegt met de inhoudseditor, kunnen worden geopend in een nieuw venster en zijn voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.

    Geef duidelijk aan dat studenten eventuele bestanden moeten toevoegen aan de opdracht voordat ze op Verzenden klikken. Informeer studenten dat opdrachten pas voltooid zijn nadat deze zijn verzonden. Geef ook aan dat ze contact met u moeten opnemen als ze het verkeerde bestand hebben meegestuurd, vergeten zijn een bestand toe te voegen of andere problemen hebben waardoor u de poging voor de opdracht moet resetten.

  7. U kunt bij Opdrachtbestanden nog bestanden toevoegen via Bladeren in mijn computer, Bladeren in cursus of Bladeren in Content Collection. Typ een waarde voor Koppelingsnaam. Deze naam verschijnt in het cursusgebied. Als u geen naam invoert, wordt de bestandsnamen gebruikt als de naam voor de koppeling.
  8. Geef een waarde op voor Mogelijk aantal punten.
  9. U kunt een rubriek koppelen door de optie Rubriek toevoegen aan te wijzen om de vervolgkeuzelijst te openen. Rubrieken zijn een manier om criteria te definiëren voor het evalueren van de prestaties van studenten voor opdrachten. Zie Rubrieken voor meer informatie.
  10. Schakel het selectievakje De opdracht beschikbaar maken in.
  11. Geef een waarde op voor Aantal pogingen. U kunt instellen dat studenten werk voor een opdracht meerdere keren kunnen insturen en dat ze voor elke inzending feedback en een cijfer krijgen. Als u meerdere pogingen toestaat, wordt in het Grade Center de meest recente poging weergegeven. U kunt een andere poging voor de score selecteren door de kolom te bewerken in het Grade Center.
  12. Gebruik Beschikbaarheid beperken als een opdracht alleen gedurende een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de opdracht wordt weergegeven.
  13. Selecteer desgewenst een einddatum. Einddatums worden gebruikt om items met cijfertoekenning te ordenen en toe te wijzen aan cijfertoekenningsperioden in Grade Center. Als een student een opdracht instuurt na de einddatum, wordt deze inzending gemarkeerd als Te laat.
  14. Selecteer ontvangers. Selecteer Alle studenten afzonderlijk als elke student de opdracht moet insturen. Selecteer Groepen studenten als u een opdracht wilt versturen naar een groep studenten, die de opdracht dan gezamenlijk maken en als groep een cijfer krijgen.
  15. Klik op Verzenden. De opdracht verschijnt in het cursusgebied.

Wanneer u een nieuwe opdracht maakt, bevindt deze zich alleen in het cursusgebied waar u de opdracht hebt gemaakt. Dit betekent dat als u een opdracht verwijdert uit een cursusgebied, de opdracht permanent wordt verwijderd uit het systeem.