Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Grade Center instellen

U bent veel tijd kwijt met het plannen en samenstellen van lessen, het afstemmen van lessen op leerdoelen en het beoordelen of aan deze doelen is voldaan. Het evalueren van leerdoelen kan op verschillende manieren worden uitgevoerd, zoals via tentamens, projecten, werkstukken, groepsopdrachten en bijdragen aan een discussieforum. Het toekennen van waarde aan het werk van studenten en het configureren van een cijfertoekenningsschema voor het weergeven van cijfers aan studenten zijn zaken die door elke cursusleider en voor elke cursus anders worden uitgevoerd.

Grade Center aanpassen

Alle functies van Grade Center worden gestart vanaf de pagina Grade Center. Deze pagina kan worden aangepast, zodat u items op de gewenste manier kunt sorteren en gegevens van studenten zo kunt weergeven dat er nauwelijks hoeft te worden geschoven in de weergave om alles te kunnen zien. U kunt ook regels definiëren om de cellen in het raster van Grade Center een bepaalde kleur te geven, afhankelijk van het cijfer in de cel of de status van de cel. Het toewijzen van kleuren aan cellen in Grade Center zorgt ervoor dat u snel bepaalde informatie kunt vaststellen.

U kunt de weergave van het Grade Center aanpassen door cijfertoekenningsperioden te definiëren, extra categorieën te maken en hiernaar kolommen te verplaatsen en door kolommen weer te geven of te verbergen zodat u minder hoeft te scrollen. U kunt ook een cijfertoekenningsschema aanpassen om scores in Grade Center te interpreteren.

De kolommen met de voor- en achternamen van studenten worden standaard als eerste weergegeven. De pagina bevat ook kolommen met items voor cijfertoekenning en berekeningen van items waaraan een cijfer is toegekend. U bepaalt welke kolommen worden weergegeven en in welke volgorde. Via pictogrammen in de cellen en koppen wordt de beschikbaarheid van studenten aangegeven, evenals de zichtbaarheid van items voor studenten en de status van items voor cijfertoekenning.

Studenten die zich inschrijven voor uw cursus worden automatisch toegevoegd aan Grade Center. Zie Gebruikers inschrijven en beheren voor meer informatie.

Uw school bepaalt of deze tool beschikbaar is.

Cijfertoekenningsschema's

Als een item is beoordeeld, wordt in Grade Center standaard een numerieke score weergegeven in de cel van de student. U kunt cijfers op een andere manier weergeven door een cijfertoekenningsschema te gebruiken. Met behulp van cijfertoekenningsschema's kunt u het werkelijke aantal punten dat is toegekend voor een item vergelijken met het totale aantal mogelijke punten voor dat item om zo een percentage af te leiden. Dit percentage wordt gekoppeld aan een scorebereik om vervolgens een beoordeling weer te geven, zoals een letter (A, B, C) of voldoende/onvoldoende. Deze informatie wordt in tabelformaat gepresenteerd.

Grade Center bevat een standaardcijfertoekenningsschema waarmee letters worden gekoppeld aan de percentages. De school kan dit schema aanpassen om het aan te laten sluiten bij het cijfertoekenningsschema dat voor alle cursussen wordt gebruikt.

U kunt het standaardcijfertoekenningsschema koppelen aan een of meer kolommen in Grade Center. Als items worden beoordeeld, worden de cijfers (letters) weergegeven in de cellen in het raster van het Grade Center en op de pagina's Mijn cijfers van studenten.

U kunt een bestaand cijfertoekenningsschema bewerken en de wijzigingen opslaan in de cursus. U kunt bijvoorbeeld de percentages verlagen die nodig zijn om een A, B, C, enzovoort te scoren. Daarnaast kunt u extra schema's maken om beoordelingen op verschillende manieren weer te geven binnen de cursus. Nieuwe schema's en aanpassingen van bestaande schema's worden alleen weergegeven in de huidige cursus. U kunt zo veel schema's maken als nodig zijn.

Als uw school wijzigingen aanbrengt nadat u het standaardcijfertoekenningsschema hebt aangepast, worden die wijzigingen niet doorgevoerd in uw cursus.

Als u een cijfertoekenningsschema maakt, wordt het schema als een optie aangeboden in de vervolgkeuzelijsten Primaire weergave en Secundaire weergave wanneer u kolommen maakt en wijzigt in Grade Center. Dit zijn de standaardcijfertoekenningsschema die in de vervolgkeuzelijsten zijn opgenomen: Score, Letter (A, B, C) en Percentage.

Het cijfertoekenningsschema Letter

Voor een vragenlijst is de globale numerieke score van studenten 88 van de 100 mogelijke punten. In een cijfertoekenningsschema waarbij een percentage tussen 87 en 90 gelijk is aan B+, levert een score van 88 dus een B+ op. In de kolom van de vragenlijst in het Grade Center wordt dan een B+ weergegeven. Als u de cijfers in de kolom vrijgeeft aan studenten, zien ze ook letters op hun pagina Mijn cijfers.

een cijfertoekenningsschema op basis van tekst

Voor een vragenlijst is de globale numerieke score van studenten 78 van de 100 mogelijke punten. U maakt een cijfertoekenningsschema op basis van tekstwaarden zoals Uitstekend, Zeer goed, Goed, Redelijk en Slecht. Een score van 78 resulteert in Goed. In de kolom van de vragenlijst in Grade Center wordt dan Goed weergegeven. Als u de cijfers in de kolom vrijgeeft aan studenten, zien ze ook tekst als beoordeling op hun pagina Mijn cijfers.

Het cijfertoekenningsschema Toetscurve

U hebt een cijfertoekenningsschema voor een toets gemaakt en dit schema gekoppeld aan alle kolommen van de toets. In het schema is een score van minimaal 94% vereist voor een A. Voor een bepaalde toets wilt u echter een uitzondering maken omdat veel studenten lage scores hebben gehaald voor deze toets. U kunt dan een ander aangepast cijfertoekenningsschema koppelen aan de kolom van die toets om een curve in te bouwen die u wilt toepassen op die lagere scores. In dit toetscurveschema is een A gelijk aan scores tussen 90% en 100%. U kunt zo veel cijfertoekenningsschema's maken als nodig zijn om aan uw wensen te voldoen. Vervolgens koppelt u de schema's aan de gewenste kolommen in Grade Center.

Cijfertoekenningsschema's maken

Elke nieuwe cursus is standaard gekoppeld aan het cijfertoekenningsschema Letter. Daarnaast kunt u extra schema's maken om beoordelingen op verschillende manieren weer te geven binnen de cursus. U kunt zo veel schema's maken als nodig zijn. Schema's die u maakt in een cursus kunnen alleen in die cursus worden gebruikt.

 

Voor groepsprojecten kunt u een cijfertoekenningsschema maken dat afwijkt van het cijfertoekenningsschema dat u gebruikt voor individuele opdrachten. U kunt lagere percentages gebruiken voor hetzelfde lettercijfer als andere opdrachten.

Ga als volgt te werk om een aangepast cijfertoekenningsschema te maken voor uw cursus:

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Cijfertoekenningsschema's.
  3. Klik op de actiebalk van de pagina Cijfertoekenningsschema's op Cijfertoekenningsschema maken.
  4. Typ op de pagina Cijfertoekenningsschema maken een naam voor het schema. De naam wordt weergegeven op de pagina Cijfertoekenningsschema's en in de vervolgkeuzelijsten Primaire weergave en Secundaire weergave wanneer u kolommen gaat maken of wijzigen in Grade Center.
  5. Voer desgewenst een beschrijving in. De beschrijving wordt weergegeven op de pagina Cijfertoekenningsschema en is bedoeld om te zien waar het schema voor is bedoeld.
  6. In het gedeelte Schematoewijzing ziet u twee standaardrijen met percentagebereiken. U kunt de twee bereiken aanpassen om een schema Voldoende/Onvoldoende te maken.

    Voldoende/Onvoldoende

    Cijfers met score tussen - Zijn gelijk aan - Cijfers handmatig ingevoerd als - Berekenen als
    Tabel voor het schema Voldoende/Onvoldoende
    Cijfers met score tussen Zijn gelijk aan Cijfers handmatig ingevoerd als Berekenen als
    50% en 100% Voldoende Voldoende 75%
    0% en minder dan 50% Onvoldoende Onvoldoende 25%

    Andere typen cijfertoekenningsschema maken:

    • Klik op Nieuwe rij hier invoegen (pijl-links) om meer rijen in te voegen voor aanvullende waarden. Als u bijvoorbeeld A, B, C, D en F gebruikt om cijfers voor te stellen, hebt u vijf rijen nodig in de tabel.
    • Klik op Rij verwijderen om een rij uit de tabel te verwijderen. Er moet minimaal één rij overblijven.
    • Typ in de vakken Cijfers met score tussen de percentagebereiken voor de cijferwaarden. Het percentagebereik voor elke cijferwaarde moet uniek zijn en beginnen met de laagste waarde. Bovendien moeten de waarden elkaar overlappen om te voorkomen dat een score niet wordt weergegeven omdat deze niet wordt gedekt door een bereik. Het bereik 80 – 90% omvat alle cijfers tot 90%, dus niet 90%. Het hoogste bereik omvat wel 100%.

      u kunt geen liggend streepje gebruiken als invoer. Een streepje geeft namelijk een nulwaarde aan.

       

      A = 90 – 100%

      B = 80 – 90%

      C = 70 – 80%

      D = 60 – 70%

      F = 0 – 60%

    • Typ de cijferwaarden in het vak Zijn gelijk aan, zoals:
      • A, B, C, D en F
      • 1, 2, 3, 4 en 5
      • Voldoende en Onvoldoende
      • Geslaagd en Gezakt
      • Uitstekend, Zeer goed, Goed, Redelijk en Slecht

        dubbele cijferwaarden zijn niet toegestaan.

    • Typ in de vakken bij Berekenen als de percentagewaarden die moeten worden gebruikt als een cijfer handmatig wordt ingevoerd. De percentages moeten afkomstig zijn uit het overeenkomstige bereik van percentages in de eerste kolom. Cijfers die u bijvoorbeeld handmatig invoert als een A (90 – 100%), worden berekend als 95%. Als het mogelijke aantal punten van een item 100 is en u het cijfertoekenningsschema wijzigt van Letter in numerieke scores, wordt 95 weergegeven in de cel in plaats van A.
  7. Klik op Verzenden.

    U kunt het nieuwe cijfertoekenningsschema koppelen aan een of meer kolommen in Grade Center.

Cijfertoekenningsschema's bewerken

U kunt bestaande cijfertoekenningsschema's in een cursus wijzigen. Grade Center bevat een standaardcijfertoekenningsschema waarmee letters worden gekoppeld aan percentages. De school kan dit schema aanpassen om het aan te laten sluiten bij het cijfertoekenningsschema dat door cursusleiders moet worden gebruikt. Als u de scores van studenten wilt weergeven als letters, kunt u het standaardcijfertoekenningsschema aanpassen. De wijzigingen in een schema worden alleen doorgevoerd in de cursus waarin u het schema aanpast.

Als uw school wijzigingen aanbrengt nadat u het standaardcijfertoekenningsschema hebt aangepast, worden die wijzigingen niet doorgevoerd in uw cursus.

Als u het standaardcijfertoekenningsschema wilt behouden, kunt u het kopiëren en vervolgens de kopie wijzigen.

Ga als volgt te werk om een cijfertoekenningsschema voor uw cursus te wijzigen:

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Cijfertoekenningsschema's.
  3. Open op de pagina Cijfertoekenningsschema's het contextmenu van een schema.
  4. Klik op Bewerken.
  5. Typ op de pagina Cijfertoekenningsschema bewerken een nieuwe naam en eventueel een andere beschrijving voor het schema. De naam wordt weergegeven op de pagina Cijfertoekenningsschema's en in de vervolgkeuzelijsten Primaire weergave en Secundaire weergave wanneer u kolommen gaat maken of wijzigen in Grade Center. De beschrijving wordt weergegeven op de pagina Cijfertoekenningsschema en is bedoeld om te zien waar het schema voor is bedoeld.
  6. Ga als volgt te werk in het gedeelte Schematoewijzing:

    begin bovenaan en wijzig de waarden voor de eerste cijferwaarden en ga naar de volgende rij. Verwijder vervolgens rijen of voeg rijen toe. Als u naar een ander cursusgebied gaat zonder een cijfertoekenningsschema op te slaan, gaan niet-opgeslagen wijzigingen verloren.

    • Klik op Nieuwe rij hier invoegen (pijl-links) om meer rijen in te voegen voor aanvullende waarden.
    • Klik op Rij verwijderen om een rij uit de tabel te verwijderen. Er moet minimaal één rij overblijven.
    • Typ in de vakken Cijfers met score tussen de nieuwe percentagebereiken voor de cijferwaarden. Het percentagebereik voor elke cijferwaarde moet uniek zijn en beginnen met de laagste waarde. Bovendien moeten de waarden elkaar overlappen om te voorkomen dat een score niet wordt weergegeven omdat deze niet wordt gedekt door een bereik. Het bereik 80 – 90% omvat alle cijfers tot 90%, dus niet 90%. Het hoogste bereik omvat wel 100%.

      u kunt geen liggend streepje gebruiken als invoer. Een streepje geeft namelijk een nulwaarde aan.

    • Typ de cijferwaarden in het vak Zijn gelijk aan.

      dubbele cijferwaarden zijn niet toegestaan.

    • Typ in de vakken bij Berekenen als de nieuwe percentagewaarden die moeten worden gebruikt als een cijfer handmatig wordt ingevoerd. De percentages moeten afkomstig zijn uit het overeenkomstige bereik van percentages in de eerste kolom. Cijfers die u bijvoorbeeld handmatig invoert als een A (90 – 100%), worden berekend als 95%. Als het mogelijke aantal punten van een item 100 is en u het cijfertoekenningsschema wijzigt van Letter in numerieke scores, wordt 95 weergegeven in de cel in plaats van A.
  7. Klik op Verzenden.

U kunt het gewijzigde cijfertoekenningsschema koppelen aan een of meer kolommen in Grade Center.

Als u een cijfertoekenningsschema koppelt aan kolommen in het Grade Center en het schema vervolgens wijzigt, worden de wijzigingen automatisch doorgevoerd in het Grade Center. U kunt een cijfertoekenningsschema op basis van tekst bijvoorbeeld aanpassen door de score Uitstekend te wijzigen inVoortreffelijk. In de Grade Center-kolom wordt Uitstekend dan overal vervangen door Voortreffelijk.

Cijfertoekenningsschema's kopiëren of verwijderen

U kunt bestaande cijfertoekenningsschema's in Grade Center kopiëren of verwijderen. Als u het standaardcijfertoekenningsschema Letter bijvoorbeeld iets wilt aanpassen, kunt u het originele schema behouden door het te kopiëren en de wijzigingen aan te brengen in de kopie.

Cijfertoekenningsschema's kopiëren

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Cijfertoekenningsschema's.
  3. Open op de pagina Cijfertoekenningsschema's het contextmenu van een schema.
  4. Selecteer Kopiëren.
  5. Het gekopieerde schema wordt in de lijst weergegeven met een nummer achter de naam, zoals Letter (2).

Cijfertoekenningsschema's verwijderen

u kunt het standaardcijfertoekenningsschema Letter alleen verwijderen als het schema niet is gekoppeld aan een kolom van Grade Center. Als er geen cijfertoekenningsschema Letter bestaat, kunt u de optie Letter niet kiezen in de vervolgkeuzelijst Primaire weergave of Secundaire weergave wanneer u een schema wilt koppelen aan kolommen.

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Cijfertoekenningsschema's.
  3. Schakel op de pagina Cijfertoekenningsschema's het selectievakje van een of meer schema's in.

    als er geen selectievakje wordt weergegeven voor een schema, is het schema gekoppeld aan een kolom van Grade Center.

  4. Klik op de actiebalk op Verwijderen. U kunt ook Verwijderen kiezen in het contextmenu van een schema.
  5. Er verschijnt een waarschuwing: Deze actie is definitief. U kunt deze niet ongedaan maken. Klik op OK om het schema te verwijderen.

Cijfertoekenningsschema's koppelen

Als u een cijferkolom toevoegt of wijzigt, kunt u een cijfertoekenningsschema selecteren in de vervolgkeuzelijsten Primaire weergave en Secundaire weergave. Het schema dat u selecteert bij Primaire weergave is bepalend voor de weergave van cijfers in het Grade Center en op de pagina Mijn cijfers van studenten. De waarde voor Secundaire weergave wordt alleen in Grade Center tussen haakjes weergegeven, naast de primaire weergave van het cijfer. Studenten zien de secundaire cijferwaarde niet.

  1. Ga naar het Grade Center.
  2. Klik op de actiekoppeling in de kop van de gewenste kolom om het contextmenu weer te geven.
  3. Selecteer Kolomgegevens bewerken.
  4. Maak op de pagina Kolom bewerken een keuze in de vervolgkeuzelijst Primaire weergave. Als u een aangepast cijfertoekenningsschema maakt, wordt dit weergegeven in de lijst. De vervolgkeuzelijst bevat vijf standaardopties:
    • Score: er wordt een numeriek cijfer weergegeven in de kolom. Dit is de standaardinstelling. Als u geen keuze maakt, wordt er dus een score weergegeven in het raster.
    • Letter: het cijfer wordt als een letter weergegeven in de kolom. Het omzetten van cijfers in letters gebeurt aan de hand van het standaardcijfertoekenningsschema. Een score van bijvoorbeeld 21/30 komt overeen met 70% en wordt weergegeven als een C.
    • Tekst: er wordt tekst weergegeven in de kolom als er een cijfertoekenningsschema met tekstwaarden beschikbaar is. Enkele voorbeelden van tekstwaarden: Uitstekend, Zeer goed, Goed, Redelijk en Slecht, of Voldoende en Onvoldoende. Als er geen cijfertoekenningsschema met tekstwaarden is gemaakt, en u toch de optie Tekst selecteert, kunt u zelf tekst typen in de kolomcellen. Als u de kolomresultaten wilt weergeven op de pagina Mijn cijfers van studenten, zien ze de tekstwaarden voor hun cijfers.

      wanneer u een numerieke score omzet in tekst zonder eerst een cijfertoekenningsschema met tekstwaarden te maken, en u vervolgens weer overstapt op numerieke scores, worden waarden die niet kunnen worden geconverteerd als nul weergegeven na de omzetting. Als u tekst wilt gebruiken voor cijfers, is het daarom raadzaam een cijfertoekenningsschema met tekstwaarden te maken en dit schema te koppelen aan de juiste kolommen.

    • Percentage: er wordt een percentage weergegeven in de kolom. Een score van 21/30 wordt dan bijvoorbeeld weergegeven als 70%.
    • Voltooid/niet voltooid: als een student een item inlevert, verschijnt er een vinkje ( afbeelding van vinkje ) in de kolom, ongeacht de behaalde score.

      Als u dit cijfertoekenningsschema gebruikt voor een beoordelingskolom en een student een beoordeling start, verschijnt er een vinkje in de kolom met het pictogram Poging wordt uitgevoerd ( vinkje en pictogram Poging wordt uitgevoerd ). Het pictogram Poging wordt uitgevoerd wordt verwijderd zodra een student de beoordeling verstuurt.

  5. Maak desgewenst een keuze in de vervolgkeuzelijst Secundaire weergave. De standaardinstelling is Geen. Deze vervolgkeuzelijst bevat dezelfde opties, uitgezonderd de optie die u hebt gekozen voor Primaire weergave en Tekst. De standaardoptie Tekst wordt niet weergegeven voor cijferkolommen omdat het niet mogelijk is een secundaire waarde te wijzigen vanuit een cel in de cijferkolom. Als u een aangepast cijfertoekenningsschema met tekstwaarden hebt gemaakt en dit niet hebt gekozen bij Primaire weergave, staat het schema in de vervolgkeuzelijst. De secundaire cijferwaarde wordt tussen aanhalingstekens weergegeven in de Grade Center-kolom. Studenten zien de secundaire cijferwaarde niet.

    u kunt geen secundaire weergave definiëren voor zelfbeoordelingen omdat Primaire weergave dan standaard is ingesteld op Voltooid/niet voltooid.

  6. Klik op Verzenden.

U ziet de gekozen cijferweergaven in het raster van Grade Center. Als u geen cijferweergave kiest voor een kolom, wordt alleen de standaardscore weergegeven.

Categorieën

In Grade Center kunt u categorieën gebruiken om verwante kolommen te groeperen en de gegevens te ordenen.

Categorieën bieden de volgende mogelijkheden:

  • De weergave van het Grade Center filteren. U kunt bijvoorbeeld filteren op de categorie Opdracht om alleen opdrachtkolommen weer te geven in het raster van Grade Center.
  • Cijfers berekenen. U kunt bijvoorbeeld een gewicht toekennen aan een categorie wanneer u eindcijfers gaat berekenen met een wegingskolom. Zie Grade Center-kolommen maken en beheren voor meer informatie.
  • Een slimme weergave maken. Slimme weergaven zijn weergaven van het Grade Center gebaseerd op verschillende criteria voor studenten. U kunt bijvoorbeeld een slimme weergave maken om alleen kolommen weer te geven die zijn gekoppeld aan de categorie Toets. Zie Slimme weergaven gebruiken in Grade Center voor meer informatie over slimme weergaven.
  • Een rapport maken. U kunt een afdrukbaar rapport maken met de prestatiestatistieken van alle kolommen in een bepaalde categorie. Zie Werken met Grade Center-rapporten voor meer informatie.

De volgende categorieën zijn standaard beschikbaar in Grade Center:

  • opdracht
  • Blog
  • Discussieruimte
  • Dagboek
  • SafeAssignment (als deze tool beschikbaar is en er een SafeAssignment is gemaakt)
  • Zelfbeoordeling en collegiale beoordeling
  • Enquête
  • Toets
  • Wiki (als deze tool beschikbaar is en er een wiki is gemaakt)

Wanneer u een item met cijfertoekenning maakt uit de bovenstaande lijst, wordt er automatisch een cijferkolom voor het item toegevoegd aan het Grade Center. Deze kolom wordt automatisch gekoppeld aan de juiste categorie.

 

U maakt een discussieforum met cijfertoekenning met de naam “Discussie week 1”. Er wordt een cijferkolom met die naam toegevoegd aan het Grade Center. De kolom wordt automatisch gekoppeld aan de categorie Discussie.

Het is niet mogelijk de naam en beschrijving van zeven van de standaardcategorieën te wijzigen. Het is evenmin mogelijk deze zeven categorieën te verwijderen. Wel kunt u een kolom verplaatsen tussen categorieën. Als de categorieën SafeAssignment en Wiki worden weergegeven, kunt u wel de naam en beschrijving wijzigen, maar kunt u de categorieën niet verwijderen. U kunt een onbeperkt aantal categorieën maken om uw cijfers te ordenen. U kunt kolommen handmatig koppelen aan categorieën via de pagina Kolomordening of door de instellingen van een kolom te wijzigen.

Categorieën maken en beheren

U kunt zo veel categorieën maken als nodig zijn om de gegevens in Grade Center te ordenen. De pagina Categorieën in Grade Center bevat de standaardcategorieën en de categorieën die u zelf definieert. De rij van een categorie bevat een optionele beschrijving en de cijferkolommen die aan die categorie zijn gekoppeld.

als u een cijferkolom gaat maken, kunt u deze koppelen aan een categorie. Als u dat niet doet, wordt standaard Geen categorie ingesteld voor de kolom. U kunt ook aangepaste categorieën maken voordat u zelf cijferkolommen gaat maken. Als u dan een cijferkolom maakt, kunt u vervolgens de gewenste aangepaste categorie selecteren. U kunt bijvoorbeeld een categorie Groep definiëren en de kolommen voor groepsdeelname en aanwezigheid aan deze categorie koppelen.

Als u een nieuwe categorie hebt gemaakt, hebt u deze mogelijkheden:

  • Nieuwe kolommen koppelen aan de categorie.
  • Bestaande kolommen koppelen aan de categorie.

Ga als volgt te werk om een categorie te maken:

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Categorieën.
  3. Klik op de actiebalk van de pagina Categorieën op Categorie maken.
  4. Typ op de pagina Categorie maken een naam en eventueel een beschrijving voor de categorie. Gebruik de beschrijving om onderscheid te maken tussen categorieën en om de functie van een categorie toe te lichten.
  5. Klik op Verzenden.

Categorieën sorteren, bewerken en verwijderen

De lijst op de pagina Categorieën kunt u sorteren. U kunt ook categorieën wijzigen en verwijderen, maar alleen categorieën die u zelf hebt gemaakt. Het is niet mogelijk de naam en beschrijving van zeven van de standaardcategorieën te wijzigen. Het is evenmin mogelijk deze zeven categorieën te verwijderen. Als de categorieën SafeAssignment en Wiki worden weergegeven, kunt u wel de naam en beschrijving wijzigen, maar kunt u de categorieën niet verwijderen.

Als u de kolom Titel wilt sorteren, klikt u op de kolomkop of het driehoekje. Als er veel categorieën beschikbaar zijn, klikt u op Alles weergeven om alle categorieën op één pagina weer te geven. Klik op Paginering bewerken om het aantal items op te geven dat per pagina moet worden weergegeven.

Als u een categorie wilt wijzigen of verwijderen die u zelf hebt gemaakt, opent u het bijbehorende contextmenu en klikt u op Bewerken of Verwijderen. U kunt ook een of meer selectievakjes inschakelen (of het selectievakje in de bovenste rij) en vervolgens op Verwijderen op de actiebalk klikken. U kunt een categorie niet verwijderen als er kolommen aan zijn gekoppeld.

De gekoppelde kolommen van een categorie bekijken

In Grade Center kunt u op twee manieren kijken welke kolommen er zijn gekoppeld aan een categorie. U kunt de weergave van Grade Center filteren en een bepaalde categorie selecteren of u kunt alle categorieën en de bijbehorende kolommen weergeven op de pagina Kolomordening. Als u bij het maken van een categorie geen kolommen hebt gekoppeld, kunt u dit handmatig doen op de pagina Kolomordening of door de instellingen van een kolom te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld een categorie maken voor een groepsproject en de bijbehorende kolommen koppelen aan die categorie.

De filterfunctie gebruiken

  1. Klik op de actiebalk van het Grade Center op Filter om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer een categorie in de vervolgkeuzelijst Categorie. In het raster ziet u de kolommen die aan de categorie zijn gekoppeld. De weergave blijft actief in Grade Center totdat u een andere weergave kiest of de browser afsluit.
  3. Klik op de X om het veld Filter samen te vouwen.

De pagina Kolomordening gebruiken

Op de pagina Kolomordening hebt u de volgende mogelijkheden:

  • Een of meer kolommen koppelen aan een categorie, aan een andere categorie of aan geen enkele categorie.
  • Kolommen weergeven en verbergen in het raster van Grade Center.
  • De volgorde wijzigen van tabellen en kolommen in een cijfertoekenningsperiode.

Ga als volgt te werk om de kolommen van een categorie te zien of om de kolomtoewijzing aan te passen:

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Kolomordening.
  3. Kijk op de pagina Kolomordening in de kolom Categorie aan welke categorie een kolom is gekoppeld. Als u een kolom wilt sorteren, opent u het contextmenu van de kolom en kiest u de optie voor oplopend of aflopend sorteren.
  4. Als u een kolom wilt koppelen aan een categorie, een andere categorie of helemaal geen categorie, schakelt u het selectievakje van de kolom in. U kunt een kolom bijvoorbeeld verplaatsen van de categorie Discussies naar een categorie met de naam Extra punten. Schakel meerdere selectievakjes in om tegelijkertijd meerdere kolommen te verplaatsen naar een categorie.
  5. Wijs op de actiebalk de vervolgkeuzelijst Categorie wijzigen in… aan en maak een keuze.
  6. Klik op Verzenden. Als u deze pagina wilt verlaten zonder op Verzenden te klikken, verschijnt er een venster met het verzoek de wijzigingen op te slaan.

    De kolom is gekoppeld aan de nieuwe categorie of aan geen enkele categorie, en de wijziging is doorgevoerd in de kolom Categorie.

Wijzigingen op deze pagina hebben geen invloed op wat studenten zien op hun pagina Mijn cijfers. Als u bijvoorbeeld een kolom verbergt met de vervolgkeuzelijst Weergeven/verbergen op de actiebalk, wordt de kolom alleen verborgen in het raster van het Grade Center. U moet de instellingen van een bestaande kolom wijzigen om een kolom te verbergen op de pagina Mijn cijfers van een student of Weergeven/verbergen voor gebruikers kiezen in het contextmenu van een kolom. In het raster van het Grade Center wordt het pictogram Kolom niet zichtbaar voor gebruikers ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_not_visible.png ) weergegeven in de kop van kolommen die niet worden weergegeven aan studenten.

Kolommen handmatig koppelen

U kunt een kolom ook koppelen aan een categorie, een andere categorie of helemaal geen categorie door de instellingen van de kolom te wijzigen in het raster van Grade Center.

  1. Open in het Grade Center het contextmenu van de kolom.
  2. Selecteer Kolomgegevens bewerken.
  3. Maak op de pagina Kolom bewerken een keuze in de vervolgkeuzelijst Categorie in het gedeelte Kolomgegevens.
  4. Klik op Verzenden.

    De kolom is gekoppeld aan de nieuwe categorie of aan geen enkele categorie, en de wijziging is doorgevoerd in de kolom Categorie op de pagina Kolomordening.

Cijfertoekenningsperioden maken en beheren

Cijfertoekenningsperioden zijn door de gebruiker gedefinieerde segmenten die handig zijn voor het efficiënt beheren van Grade Center. Het definiëren van cijfertoekenningsperioden en het koppelen van Grade Center-kolommen aan een periode zorgt ervoor dat u gegevens in het Grade Center op een logische manier kunt ordenen en verwerken in rapporten. U kunt de inhoud van het Grade Center filteren op cijfertoekenningsperiode om alleen de kolommen voor die periode weer te geven. U kunt zo bijvoorbeeld alleen kolommen voor het eerste kwartaal weergeven in het Grade Center, wat het zoeken van gegevens natuurlijk aanzienlijk vereenvoudigt.

U kunt cijfertoekenningsperioden maken om kolommen van het Grade Center te groeperen op basis van een periode, zoals een kwartaal of semester. U kunt ook cijfertoekenningsperioden maken om kolommen te groeperen die een bepaalde eigenschap delen, zoals alle cijferkolommen voor een groepsproject of een scriptie. Wanneer u cijfertoekenningsperioden maakt op basis van een datumbereik, kunt u een optie kiezen om automatisch alle bestaande kolommen te koppelen die een einddatum hebben die in het opgegeven bereik valt. U kunt ook handmatig een of meer kolommen koppelen aan een cijfertoekenningsperiode.

Er zijn standaard geen cijfertoekenningsperioden beschikbaar in het Grade Center. U kunt elke kolom aan een cijfertoekenningsperiode koppelen, behalve gebruikerskolommen. Een kolom kan altijd maar aan één cijfertoekenningsperiode zijn gekoppeld.

Cijfertoekenningsperioden bieden de volgende mogelijkheden:

  • De weergave van het Grade Center filteren. U kunt bijvoorbeeld filteren op de cijfertoekenningsperiode Eerste kwartaal om alleen de bijbehorende kolommen weer te geven in het raster van het Grade Center.
  • Cijfers berekenen. U kunt bijvoorbeeld een kolom Totaal maken om een cijfer te berekenen voor de kolommen in het eerste kwartaal. Zie Grade Center-kolommen maken en beheren voor meer informatie.
  • Een rapport maken. U kunt een rapport maken met de prestatiestatistieken van alle kolommen in een cijfertoekenningsperiode. Zie Werken met Grade Center-rapporten voor meer informatie.

U kunt een onbeperkt aantal cijfertoekenningsperioden maken om uw kolommen te ordenen. Als u een nieuwe categorie hebt gemaakt, hebt u deze mogelijkheden:

  • Een nieuwe kolom koppelen aan een cijfertoekenningsperiode, tijdens of na het maken van de kolom. Dit kan alleen als er minimaal één cijfertoekenningsperiode is gedefinieerd.
  • Bestaande kolommen met einddatums automatisch koppelen aan een nieuwe cijfertoekenningsperiode waarin de einddatum valt.

Ga als volgt te werk om een cijfertoekenningsperiode te maken:

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Cijfertoekenningsperioden.
  3. Klik op de actiebalk van de pagina Cijfertoekenningsperioden op Cijfertoekenningsperiode maken.
  4. Typ op de pagina Cijfertoekenningsperiode maken een naam voor de periode.
  5. Voer desgewenst een beschrijving in. Deze beschrijving is bedoeld om aan te geven waarvoor de periode is bedoeld.
  6. Selecteer een waarde voor Datums cijfertoekenningsperiode.
    • Selecteer Geen om handmatig kolommen te koppelen aan de cijfertoekenningsperiode. Stel dat u een cijfertoekenningsperiode maakt met de naam "Groepsproject". U kunt dan ook later handmatig kolommen koppelen voor het project.
    • Selecteer Bereik en typ een datumbereik om automatisch kolommen te koppelen met een einddatum die in dat bereik ligt. U kunt ook de Datumselectiekalender gebruiken om datums te selecteren. Elke cijfertoekenningsperiode moet unieke datums hebben.

      dit geldt alleen voor bestaande kolommen waaraan u een einddatum hebt toegewezen. Nieuwe kolommen moeten tijdens of na het maken van de kolom worden gekoppeld aan de cijfertoekenningsperiode. Dit kan echter alleen als er minimaal één cijfertoekenningsperiode is gedefinieerd.

  7. Schakel desgewenst het selectievakje Kolommen koppelen in om alle bestaande kolommen te koppelen die een einddatum hebben die binnen het toegewezen datumbereik ligt.
  8. Klik op Verzenden.

Een kolom van het Grade Center kan altijd maar aan één cijfertoekenningsperiode zijn gekoppeld. Een nieuwe cijfertoekenningsperiode met hetzelfde of een overlappend datumbereik overschrijft de instellingen van een bestaande cijfertoekenningsperiode. Alle kolommen die zijn gekoppeld aan de bestaande cijfertoekenningsperiode worden dan gekoppeld aan de nieuwe periode.

De cijfertoekenningsperioden worden vermeld in de lijst op de pagina Cijfertoekenningsperioden en op de pagina Kolomordening. Als u kolommen met een bepaalde einddatum automatisch hebt gekoppeld aan een cijfertoekenningsperiode, staan deze kolommen in de tabel met cijfertoekenningsperioden op de pagina Kolomordening.

Cijfertoekenningsperioden sorteren, bewerken en verwijderen

Op de pagina Cijfertoekenningsperioden kunt u cijfertoekenningsperioden sorteren, bewerken en verwijderen. Als u de kolom Titel wilt sorteren, klikt u op de kolomkop of het driehoekje. Als er veel cijfertoekenningsperioden beschikbaar zijn, klikt u op Alles weergeven om alle perioden op één pagina weer te geven. Klik op Paginering bewerken om het aantal items op te geven dat per pagina moet worden weergegeven.

Als u een cijfertoekenningsperiode wilt wijzigen of verwijderen die u zelf hebt gemaakt, opent u het bijbehorende contextmenu en klikt u op Bewerken of Verwijderen. U kunt ook een of meer selectievakjes inschakelen (of het selectievakje in de bovenste rij) en vervolgens op Verwijderen op de actiebalk klikken. Alle Grade Center-kolommen die bij een verwijderde cijfertoekenningsperiode horen, worden opnieuw ingesteld en zijn niet meer gekoppeld aan een cijfertoekenningsperiode.

Als u het datumbereik voor een cijfertoekenningsperiode wijzigt en vervolgens het selectievakje Kolommen koppelen inschakelt, worden alle bestaande kolommen met een einddatum die in het nieuwe datumbereik ligt aan de cijfertoekenningsperiode gekoppeld.

De gekoppelde kolommen van een cijfertoekenningsperiode bekijken

In het Grade Center kunt u op twee manieren kijken welke kolommen er zijn gekoppeld aan een cijfertoekenningsperiode. U kunt de weergave van het Grade Center filteren en een bepaalde cijfertoekenningsperiode selecteren of u kunt alle cijfertoekenningsperioden en de bijbehorende kolommen weergeven op de pagina Kolomordening. Als kolommen niet automatisch op einddatum zijn gekoppeld aan een cijfertoekenningsperiode, kunt u kolommen handmatig koppelen via de pagina Kolomordening of door de instellingen van een kolom te wijzigen. U kunt bijvoorbeeld een cijfertoekenningsperiode maken voor een groepsproject en de bijbehorende kolommen koppelen aan die periode.

De filterfunctie gebruiken

  1. Klik op de actiebalk van het Grade Center op Filter om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer een cijfertoekenningsperiode in de vervolgkeuzelijst Huidige weergave. In het raster ziet u de kolommen die aan de cijfertoekenningsperiode zijn gekoppeld.
  3. Klik desgewenst op Huidige weergave als standaard instellen ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/button_current_view.png ) om de weergave te vergrendelen. U ziet dan automatisch de kolommen van de cijfertoekenningsperiode wanneer u het Grade Center opent. U kunt de standaardweergave zo vaak wijzigen als u wilt. Als bijvoorbeeld het tweede kwartaal begint, kunt u de standaardweergave wijzigen van 1e kwartaal in 2e kwartaal.
  4. Klik op de X om het veld Filter samen te vouwen.

De pagina Kolomordening gebruiken

Op de pagina Kolomordening hebt u de volgende mogelijkheden:

  • Een of meer kolommen koppelen aan een cijfertoekenningsperiode, aan een andere cijfertoekenningsperiode of aan geen enkele cijfertoekenningsperiode.
  • Kolommen weergeven en verbergen in het raster van Grade Center.
  • De volgorde wijzigen van tabellen en kolommen in een cijfertoekenningsperiode.

Ga als volgt te werk om de kolommen van een cijfertoekenningsperiode te zien of om de kolomtoewijzing aan te passen:

  1. Wijs op de actiebalk Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Kolomordening.
  3. Op de pagina Kolomordening worden de gemaakte cijfertoekenningsperioden en de gekoppelde kolommen weergegeven in een eigen tabel, zoals Kwartaal 3. Als u een kolom wilt sorteren, opent u het contextmenu van de kolom en kiest u de optie voor oplopend of aflopend sorteren.

    als er geen cijfertoekenningsperioden zijn gedefinieerd, worden kolommen zonder cijfertoekenningsperiode weergegeven in de tabel Niet in een cijfertoekenningsperiode. Als er wel cijfertoekenningsperioden zijn gedefinieerd, heeft de laatste tabel de naam Alleen weergeven in geselecteerde weergaven en staan kolommen zonder cijfertoekenningsperiode in de lijst.

  4. Als u een kolom wilt verplaatsen naar een cijfertoekenningsperiode, een andere cijfertoekenningsperiode of niet wilt koppelen aan een cijfertoekenningsperiode, schakelt u het selectievakje van de kolom in. Schakel meerdere selectievakjes in om tegelijkertijd meerdere kolommen te verplaatsen naar een cijfertoekenningsperiode.
  5. Wijs op de actiebalk de vervolgkeuzelijst Cijfertoekenningsperiode wijzigen in… aan en maak een keuze.
  6. Klik op Verzenden. Als u deze pagina wilt verlaten zonder op Verzenden te klikken, verschijnt er een venster met het verzoek de wijzigingen op te slaan.

    De kolom is gekoppeld aan de nieuwe cijfertoekenningsperiode of aan geen enkele cijfertoekenningsperiode en wordt weergegeven in de juiste tabel.

Wijzigingen op deze pagina hebben geen invloed op wat studenten zien op hun pagina Mijn cijfers. Als u bijvoorbeeld een kolom verbergt met de vervolgkeuzelijst Weergeven/verbergen op de actiebalk, wordt de kolom alleen verborgen in het raster van het Grade Center. U moet de instellingen van een bestaande kolom wijzigen om een kolom te verbergen op de pagina Mijn cijfers van een student of Weergeven/verbergen voor gebruikers kiezen in het contextmenu van een kolom. In het raster van het Grade Center wordt het pictogram Kolom niet zichtbaar voor gebruikers ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_not_visible.png ) weergegeven in de kop van kolommen die niet worden weergegeven aan studenten.

Kolommen handmatig koppelen

U kunt een kolom ook koppelen aan een cijfertoekenningsperiode, een andere cijfertoekenningsperiode of helemaal geen cijfertoekenningsperiode door de instellingen van de kolom te wijzigen in het raster van het Grade Center.

  1. Open in het Grade Center het contextmenu van de kolom.
  2. Selecteer Kolomgegevens bewerken.
  3. Maak op de pagina Kolom bewerken een keuze in de vervolgkeuzelijst Cijfertoekenningsperiode in het gedeelte Datums.
  4. Klik op Verzenden.

    De cijfertoekenningsperiode wordt op de pagina Kolomordening in de juiste tabel weergegeven.

Cijfertoekenningsperioden en cijferberekeningen

Als u een berekende kolom gaat maken, kunt u cijfertoekenningsperioden gebruiken om verschillende berekeningen weer te geven, zoals het gemiddelde cijfer voor een periode of het totale aantal behaalde punten voor een project dat uit verschillende onderdelen bestaat.

Voordat u begint

Zorg ervoor dat de kolommen die nodig zijn voor het berekenen van cijfers aan de juiste cijfertoekenningsperioden zijn gekoppeld.

een gemiddeldenkolom maken voor een cijfertoekenningsperiode

Als u een gemiddeld cijfer wilt berekenen voor alle kolommen in de cijfertoekenningsperiode 1e kwartaal, maakt u een gemiddeldenkolom met de naam “Gemiddelde kwartaal 1”. Kolommen die u koppelt aan de cijfertoekenningsperiode worden dan automatisch gebruikt bij het berekenen van het gemiddelde.

een cijfer berekenen op basis van alle kolommen in een cijfertoekenningsperiode

U maakt voor de cijfertoekenningsperiode Kwartaal 1 een berekende kolom met de naam “Totaal kwartaal 1” die is gebaseerd op het totaal van alle cijferkolommen voor het eerste kwartaal. Het cijfer in deze kolom wordt berekend aan de hand van de relatie tussen het totale aantal mogelijke punten voor het eerste kwartaal en de punten die door studenten zijn behaald.

een cijfer berekenen op basis van specifieke kolommen in een cijfertoekenningsperiode

U maakt voor de cijfertoekenningsperiode Kwartaal 1 een berekende kolom voor scripties met de naam “Scriptietotaal kwartaal 1”. Het cijfer in deze kolom wordt berekend op basis van de relatie tussen het totale aantal mogelijke punten voor de opdrachten en de punten die door de studenten zijn behaald.

een cijfer berekenen voor meerdere cijfertoekenningsperioden

U hebt cijfertoekenningsperioden gemaakt voor de eerste twee kwartalen en hieraan kolommen gekoppeld. Het is dus niet meer mogelijk een cijfertoekenningsperiode voor het semester te maken en hieraan dezelfde kolommen te koppelen. U kunt echter wel een kolom maken waarmee het cijfer voor het semester snel en eenvoudig kan worden berekend. Als u twee berekende kolommen maakt voor het eerste en tweede kwartaal waarin de cijfers voor de bijbehorende cijfertoekenningsperioden worden weergegeven, kunt u een berekende kolom voor het semester maken door deze twee kwartaalkolommen te gebruiken in de berekening.

Gebruikers weergeven en verbergen in Grade Center

u kunt rijen van gebruikers verbergen om het aantal rijen in het raster van Grade Center te beperken, zodat u zich beter kunt focussen op specifieke gegevens. Wanneer u rijen verbergt, blijven de gegevens gewoon beschikbaar en kunt u de rijen op elk moment opnieuw weergeven. U kunt gebruikersrijen verbergen via het contextmenu van een rij of via de pagina Zichtbaarheid rij. Op de pagina Zichtbaarheid rij kunt u verborgen rijen ook weer zichtbaar maken.

Als u een gebruiker niet beschikbaar hebt gemaakt op de pagina Gebruikers, wordt het pictogram Gebruiker is niet beschikbaar ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_user_unavailable.png ) weergegeven in de eerste cel van de gebruiker in het Grade Center. De rij van de gebruiker is echter gewoon zichtbaar in het raster. Niet-beschikbare gebruikers hebben geen toegang tot de cursus. Zie Gebruikers inschrijven en beheren voor meer informatie over het instellen van de beschikbaarheid van gebruikers.

Gebruikersrijen verbergen via het contextmenu

  1. Ga naar het Grade Center en beweeg de muisaanwijzer over een cel met de naam van een student om het bijbehorende contextmenu weer te geven.
  2. Selecteer Overige rijen verbergen om alle rijen behalve de rij van de gebruiker te verbergen.

    -OF-

    Selecteer Rij verbergen om alleen de rij van de gebruiker te verbergen.

  3. Als u de rij van een gebruiker verbergt, verschijnt er een bericht dat de rij niet meer wordt weergegeven.

    Als u alle rijen hebt verborgen behalve de rij van één gebruiker, kunt u alle rijen opnieuw weergeven door Alle rijen weergeven te kiezen in het contextmenu van de gebruiker.

Gebruikers weergeven/verbergen via de pagina Zichtbaarheid rij

Via de pagina Zichtbaarheid rij kunt u een of meer verborgen gebruikersrijen weer zichtbaar maken. U kunt ook verschillende rijen tegelijk verbergen. Het weergeven of verbergen van rijen op deze pagina heeft alleen invloed op uw weergave van Grade Center en niet op de beschikbaarheid van studenten.

U kunt een kolom sorteren door op de kolomkop te klikken. Klik bijvoorbeeld op de kolomkop Status om de kolom zo te sorteren dat alle verborgen gebruikers boven aan in de lijst staan.

  1. Wijs op de actiebalk Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Zichtbaarheid rij.
  3. Schakel op de pagina Zichtbaarheid rij de selectievakjes in van de gebruikers die u wilt weergeven of verbergen. Schakel het selectievakje in de bovenste rij in om alle gebruikers te selecteren. 
  4. Klik op de actiebalk op Gebruikers verbergen of Gebruikers weergeven.
  5. Klik op Verzenden.

Verborgen gebruikersrijen worden cursief weergegeven en zijn niet zichtbaar in het raster van Grade Center.

Kleurcodes gebruiken in Grade Center

U kunt regels definiëren om de cellen in het raster van Grade Center een bepaalde kleur te geven, afhankelijk van het cijfer in de cel of de status van de cel. Het toewijzen van kleuren aan cellen in Grade Center zorgt ervoor dat u snel bepaalde informatie kunt vaststellen. U kunt bijvoorbeeld de kleur geel gebruiken om onvoldoendes te markeren, zodat u direct kunt zien welke studenten en kolommen extra aandacht vereisen. Daarnaast kan een kleur worden toegekend op basis van de status van een cel: Wordt uitgevoerd, Cijfer nodig of Uitgesloten.

Het werken met kleurcodes is standaard uitgeschakeld in Grade Center en als u deze functie wil gebruiken, moet deze eerst expliciet worden ingeschakeld. Als u regels voor kleurcodering hebt gedefinieerd en opgeslagen, wordt de kleurcodering toegepast op alle weergaven. Deze regels worden ook toegepast wanneer u een cursus kopieert en herstelt.

als u een regel maakt die overlapt met een andere regel, verschijnt er een waarschuwing en kunt u de regel aanpassen.

  1. Ga naar het configuratiescherm en klik op Grade Center. Selecteer vervolgens een weergave.
  2. Wijs op de actiebalk Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  3. Selecteer Kleurcodes voor cijferbereiken.
  4. Schakel op de pagina Kleurcodes voor cijferbereiken het selectievakje Kleurcodes voor cijferbereiken inschakelen in.
  5. Ga als volgt te werk bij Opties voor kleurcodering
    • Klik voor iedere cijferstatus op de dubbele pijl omlaag in de kolom Achtergrondkleur om de kleurenstaal weer te geven.
    • Selecteer een kleur in de kleurenstaal en klik op Toepassen om de kleur op te slaan.
  6. Ga als volgt te werk bij Cijferbereiken
    • Klik op Criteria toevoegen om een regel voor kleurcodering te maken.
    • Selecteer in de vervolgkeuzelijst Criteria de optie Tussen, Groter dan of Kleiner dan.
    • Typ een percentage in het vak of de vakken.
    • Klik voor Achtergrondkleur en Tekst op de dubbele pijlen omlaag de kleurenstaal weer te geven.
    • Selecteer een kleur en klik op Toepassen om de toewijzing op te slaan.
    • Klik op Criteria toevoegen om een extra veld voor cijferbereiken toe te voegen.
  7. Klik op Verzenden.

    in het gedeelte Cijferbereiken kunt u de gekozen kleuren bekijken in de kolom Voorbeeld van indicator. Als u niet tevreden bent over een kleurkeuze, klikt u op het pictogram Herstellen ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_reset.png ), voorgesteld door twee cirkelvormige pijlen.

Er verschijnt een bericht in Grade Center dat de kleurcodes zijn bijgewerkt. De kleuren worden toegepast op de relevante cellen.

Kleurcodes beheren in het Grade Center

U kunt kleurcodering in- of uitschakelen en de regels voor kleurcodering wijzigen die u hebt opgesteld. Als u kleurcodering hebt ingeschakeld, kunt u de optie Kleurcodering weergeven/Kleurcodering verbergen kiezen op de actiebalk in het Grade Center.

Kleurcodering in- of uitschakelen

Klik in een weergave van het Grade Center op Kleurcodering verbergen op de actiebalk om cellen zonder kleuren weer te geven. De ingestelde regels voor kleurcodes blijven gewoon beschikbaar.

Klik op Kleurcodering weergeven op de actiebalk om de ingestelde kleuren weer toe te passen op de relevante cellen.

Kleurcodes aanpassen

U kunt de ingestelde kleuren op ieder moment wijzigen en ook bestaande criteria verwijderen. Uiteraard kunt u ook altijd criteria toevoegen.

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Kleurcodes voor cijferbereiken.
  3. Schakel op de pagina Kleurcodes voor cijferbereiken het selectievakje Kleurcodes voor cijferbereiken inschakelen uit om geen kleuren toe te passen op de cellen in Grade Center. De regels die u hebt gedefinieerd op de pagina Kleurcodes voor cijferbereiken blijven gewoon beschikbaar en u kunt deze op ieder moment weer toepassen door dit selectievakje opnieuw in te schakelen.

    Als kleurcodering is uitgeschakeld, zijn de opties voor het weergeven of verbergen van kleuren niet beschikbaar op de actiebalk van het Grade Center.

  4. Selecteer een nieuwe kleur of klik op het pictogram Herstellen ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_reset.png ), voorgesteld door twee cirkelvormige pijlen, om een kleurregel te verwijderen.
  5. Wijzig bestaande criteria voor cijferbereiken.

    u kunt de gekozen kleuren bekijken in de kolom Voorbeeld van indicator.

  6. Klik op Criteria verwijderen om bestaande criteria te verwijderen. Verwijderde criteria kunt u niet meer terughalen. Klik op OK in het venster dat verschijnt om het verwijderen te bevestigen.
  7. Klik op Criteria toevoegen om een extra veld voor cijferbereiken toe te voegen.
  8. Klik op Verzenden.

Gegevens van Grade Center ordenen

Op de pagina Kolomordening kunt u alle kolommen van Grade Center op één pagina weergeven. U kunt de volgorde van kolommen hier snel aanpassen, waarna de wijzigingen automatisch worden doorgevoerd in het raster van Grade Center.

Op deze pagina wordt elke kolom van Grade Center als een rij weergegeven. Zo wordt de kolom Achternaam in het raster de rij Achternaam op de pagina Kolomordening. De eerste kolom in het raster is de eerste rij op deze pagina. De volgorde van rijen op deze pagina komt overeen met de volgorde van kolommen in het raster.

Gebruik deze pagina om de kolommen van het Grade Center op de volgende manieren te ordenen:

  • De volgorde van kolommen snel aanpassen door te slepen met de muis.
  • Kolommen in de eerste tabel bevriezen of vrijgeven. Als u een kolom bevriest, blijft de kolom altijd zichtbaar wanneer u door het Grade Center bladert.
  • Meerdere kolommen weergeven of verbergen.
  • De categorie of cijfertoekenningsperiode van een cijferkolom wijzigen.

Wijzigingen op deze pagina hebben geen invloed op wat studenten zien op hun pagina Mijn cijfers. Als u op deze pagina een kolom bijvoorbeeld verbergt, wordt de kolom alleen verborgen in het raster van het Grade Center. U moet de instellingen van een bestaande kolom wijzigen om een kolom te verbergen op de pagina Mijn cijfers van een student of Weergeven/verbergen voor gebruikers kiezen in het contextmenu van een kolom. In het raster van het Grade Center wordt het pictogram Kolom niet zichtbaar voor gebruikers ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_not_visible.png ) weergegeven in de kop van kolommen die niet worden weergegeven aan studenten.

De pagina Kolomordening weergeven

  1. Wijs op de actiebalk van het Grade Center de optie Beheren aan om de beschikbare opties weer te geven.
  2. Selecteer Kolomordening.

Werken met de pagina Kolomordening

Op de pagina Kolomordening zijn de rijen voor kolommen geordend in tabellen. U kunt vrijwel alle rijen verplaatsen naar een andere tabel en u kunt de tabellen met cijfertoekenningsperioden opnieuw rangschikken.

  • De eerste tabel bevat rijen met gebruikersgegevens. Deze rijen kunt u niet naar een andere tabel verplaatsen. Deze tabel wordt altijd als eerste weergegeven en kan niet worden verplaatst. U kunt wel de volgorde van de rijen in deze tabel wijzigen.
  • De laatste tabel bevat rijen die niet zijn gekoppeld aan een cijfertoekenningsperiode. Deze tabel wordt altijd als laatste weergegeven en kan niet worden verplaatst. Ook hier kunt u wel de volgorde van de rijen in de tabel wijzigen.
  • Er worden andere tabellen weergegeven zodra u cijfertoekenningsperioden definieert. Deze tabellen bevatten de naam van de cijfertoekenningsperioden, zoals Kwartaal 1 of Eerste periode. U kunt alle rijen, behalve gebruikersrijen, verplaatsen naar de tabel van een andere cijfertoekenningsperiode. De volgorde van de rijen kunt u desgewenst aanpassen. Als er meerdere tabellen voor cijfertoekenningsperioden zijn, kunt u de volgorde hiervan wijzigen. Deze tabellen kunnen echter niet als de eerste of de laatste tabel worden weergegeven op de pagina.
  1. Gebruik de functies op de actiebalk om kolommen weer te geven of te verbergen, kolommen te verplaatsen naar of te verwijderen uit categorieën en cijfertoekenningsperioden, of kolommen te verplaatsen naar de eerste of laatste tabel op de pagina. Schakel de selectievakjes van een of meer kolommen in en maak een keuze in een vervolgkeuzelijst. Verborgen kolommen worden weliswaar niet weergegeven in het raster van Grade Center, maar alle gegevens blijven gewoon beschikbaar. U kunt een verborgen kolom op ieder moment weer zichtbaar maken.

    u kunt kolommen in Grade Center ook verbergen door in het contextmenu van de kolom de optie Kolom verbergen te kiezen. De kolom wordt alleen in uw weergave verborgen. Studenten zien de kolom gewoon op hun pagina Mijn cijfers.

  2. De eerste tabel, Getoond in alle Grade Center-weergaven, staat altijd aan het begin en kan niet worden verplaatst. De kolommen in deze tabel bevatten gebruikersgegevens en deze gegevens kunt u niet naar een andere tabel verplaatsen. Als deze kolommen worden weergegeven, staan ze altijd helemaal links in het raster. U kunt de kolommen in de eerste tabel ook bevriezen. Om in te stellen welke kolommen bevroren zijn en dus altijd zichtbaar zijn in Grade Center wanneer u gaat bladeren, versleept u de balk: Alles boven deze balk is een geblokkeerde kolom. U kunt ook een kolom boven deze balk slepen om de kolom te bevriezen. Lichter gekleurde kolommen zijn bevroren en blijven zichtbaar aan de linkerkant van Grade Center. Gebruik deze functie om eenvoudig alleen specifieke studenten en de bijbehorende gegevens weer te geven in Grade Center.

    Als u meer kolommen bevriest dan er in het raster passen, wordt het aantal bevroren kolommen automatisch verlaagd zodat er ten minste één niet-bevroren kolom zichtbaar is in Grade Center.

    U kunt de volgorde van de kolommen in de eerste tabel wijzigen of kolommen uit andere tabellen naar deze tabel verplaatsen. Als u een kolom naar de eerste tabel verplaatst, is de kolom zichtbaar in alle weergaven van Grade Center. U kunt daarom bijvoorbeeld de kolom Totaal naar de eerste tabel verplaatsen. Als u vervolgens maar één cijfertoekenningsperiode weergeeft in Grade Center, wordt de kolom Totaal ook weergegeven. Ga voorzichtig te werk wanneer u kolommen overbrengt naar de eerste tabel. Als u de weergave bijvoorbeeld filtert op de categorie Opdracht, maar de eerste tabel een toetskolom bevat, wordt deze toetskolom na het filteren samen weergegeven met de opdrachtkolommen.

  3. De volgorde van cijfertoekenningsperioden kunt u aanpassen met het pictogram Verplaatsen ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_drag_drop_two_arrows.png ), dat u herkent aan een dubbele pijl of een handgreep. De inhoud van een tabel kunt u uit- en samenvouwen door op het plus- of minteken te klikken.
  4. Sleep een kolom naar een nieuwe locatie met behulp van het pictogram Verplaatsen ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_drag_drop_four_arrows.png ), dat wordt voorgesteld door vier pijlen. U kunt ook het selectievakje van een of meer kolommen inschakelen en een keuze maken in een van de vervolgkeuzelijsten op de actiebalk.
  5. Gebruik de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord ( File:en-us/Learn/Sandbox_for_SP_12/en-us/Learn/9.1_SP_10_and_SP_11/Instructor/080_Grade_Center/002_Setting_Up_the_Grade_Center/icon_keyboard_accessible_reordering.png ), voorgesteld door twee pijlen, om de volgorde te wijzigen van de tabellen met cijfertoekenningsperioden of de kolommen in een tabel. Maak een selectie en gebruik de pijlen onder het vak Volgorde wijzigen om de volgorde aan te passen. Klik op Toepassen.
  6. Sorteer kolommen. Open het contextmenu van de kolom en kies de optie voor oplopend of aflopend sorteren.
  7. De laatste tabel heeft de naam Alleen weergeven in geselecteerde weergaven en bevat kolommen die niet zijn gekoppeld aan een bestaande cijfertoekenningsperiode of Niet in een cijfertoekenningsperiode als er geen cijfertoekenningsperioden zijn gedefinieerd. In tweede geval bevat de tabel alle cijferkolommen en berekende kolommen.
  8. BELANGRIJK!Klik op Verzenden om de wijzigingen op te slaan. Als u deze pagina wilt verlaten zonder op Verzenden te klikken, verschijnt er een venster met het verzoek de wijzigingen op te slaan. De kolommen hebben nu de volgende eigenschappen:
    • Ze staan in de door u gekozen volgorde.
    • Zijn gekoppeld aan categorieën, cijfertoekenningsperioden, geen enkele categorie of geen enkele cijfertoekenningsperiode, zoals door u ingesteld.
    • Worden weergegeven, verborgen of zijn bevroren, zoals door u ingesteld.

    Nadat de wijzigingen zijn verzonden, keert u terug naar het raster van Grade Center.

Nadat u wijzigingen hebt aangebracht, worden alle nieuwe kolommen als laatste weergegeven in het raster van Grade Center en in de laatste tabel op de pagina Kolomordening. Als u echter een nieuwe kolom maakt en deze koppelt aan een bepaalde cijfertoekenningsperiode, wordt de nieuwe kolom samen met de andere kolommen voor cijfertoekenningsperioden weergegeven in het raster van Grade Center en in de juiste tabel met cijfertoekenningsperioden op deze pagina. Als u vanaf de homepage van een groep een groepsitem met cijfertoekenning maakt, zoals een discussieforum of blog, wordt de nieuwe kolom voor het item samen met de andere groepskolommen weergegeven in het raster. Als u groepskolommen echter verplaatst en overbrengt naar andere tabellen en er vervolgens een nieuwe groepskolom wordt gemaakt, verschijnt de nieuwe groepskolom als eerste in de laatste tabel.

als twee gebruikers (een cursusleider en een beoordelaar) de pagina Kolomordening tegelijkertijd wijzigen, worden de opgeslagen wijzigingen van de eerste gebruiker overschreven op het moment dat de wijzigingen van de tweede gebruiker worden opgeslagen.

Gerelateerde zelfstudies  video  Customizing the Grade Center View (Flash-video | 1m 39s )  |  video  Creating Smart Views (Flash-video | 3m 12s )  |  video  Color Code the Grade Center (Flash-video | 2m 34s )