Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Building Blocks installeren en beheren

Beheerders kunnen Building Blocks beheren via de pagina Building Blocks installeren of met het opdrachtregelprogramma B2Manager.

Building Blocks beheren via het configuratiescherm voor systeembeheer

Software-updates

De module Software-updates, in het configuratiescherm voor systeembeheer, biedt toegang tot updates van Building Blocks en nieuwe Building Blocks. Zie  Software-updates voor meer informatie.

Een Building Block installeren of bijwerken

In sommige situaties kunt u een nieuwe versie van een Building Block pas installeren nadat u de bestaande versie hebt verwijderd. Als het overschrijven van het Building Block niet werkt, kunt u deze methode proberen.

U kunt een Building Block pas installeren nadat u een bestaand Building Block hebt gedownload of een nieuw Building Block hebt gemaakt.

In een omgeving met load balancing of een gedistribueerde omgeving worden de gegevens automatisch geïmplementeerd op alle andere knooppunten.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik onder Building Blocks op Building Blocks.
  2. Klik op Geïnstalleerde tools.
  3. Klik op Building Blocks uploaden.
  4. Klik op Bladeren om het .war-bestand van het Building Block te zoeken. Dit bestand kan ook een .zip-bestand zijn.

    U kunt een catalogus met Building Blocks vinden op http://www.blackboard.com/Support/Extensions.aspx. Zie API voor Building Blocks en Specificaties en wijzigingen van webservices als u meer wilt weten over het bouwen van Building Blocks. Deze bestanden zijn alleen in het Engels beschikbaar op behind.blackboard.com.

  5. Klik op Verzenden om het bestand te uploaden naar Blackboard Learn en klik vervolgens op OK om terug te gaan naar de pagina Building Blocks.
  6. Als u het Building Block wilt inschakelen, klikt u in de lijst Beschikbaarheid voor het Building Block op BeschikbaarU ziet de machtigingen die vereist zijn voor het Building Block. Dit is een beveiligingsvoorziening om Blackboard Learn te beschermen tegen gevaarlijke inhoud. Wanneer u zich zorgen maakt over de machtigingen die aan een Building Block zijn verstrekt, neemt u contact op met de leverancier voordat u deze goedkeurt.
  7. Klik op Goedkeuren om het Building Block beschikbaar te maken en de aangegeven machtigingen toe te staan.

Volg de instructies van de leverancier om een Building Block bij te werken. Houd er rekening mee dat door het uitvoeren van een update de oude versie van het Building Block meestal wordt verwijderd en wordt vervangen door een nieuwe versie.

Een Building Block verwijderen

Als een Building Block niet meer nodig is, kunnen beheerders het Building Block verwijderen of niet meer beschikbaar maken. Als u een Building Block niet meer beschikbaar maakt, blijft het wel aanwezig in Blackboard Learn maar is het niet beschikbaar voor gebruikers. Wanneer u een Building Block verwijdert, wordt het onderdeel ook verwijderd uit Blackboard Learn. Als u denkt een Building Block in de toekomst nog gaan te gebruiken, moet u het niet beschikbaar maken.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik onder Building Blocks op Building Blocks.
  2. Klik op Geïnstalleerde tools.
  3. Als u het Building Block wilt uitschakelen, klikt u op Niet beschikbaar in de lijst Beschikbaarheid.
    -OF-
    Als u het Building Block wilt verwijderen, klikt u op Verwijderen en vervolgens op OK om de bewerking te bevestigen.

Wat gebeurt er met de inhoud van het Building Block?

Cursusleiders kunnen verschillende typen inhoud maken en aan gebruikers weergeven door inhoudstools toe te voegen als Building Blocks. Wanneer een inhoudstool is verwijderd of niet beschikbaar is gemaakt, hebben gebruikers geen toegang tot inhoud die met die inhoudstool is gemaakt. Studenten kunnen de koppelingen naar deze inhoudsitems niet zien. Cursusleiders kunnen de koppelingen wel zien, maar kunnen de inhoud niet openen of weergeven. Als het Building Block weer beschikbaar wordt gemaakt, worden de koppelingen weer zichtbaar en zijn ze weer voor iedereen beschikbaar.

Building Blocks beheren

De volgende tabel bevat beschrijvingen van de opties die beschikbaar zijn voor het beheren van Building Blocks.

  1. Ga naar het configuratiescherm voor systeembeheer en klik onder Building Blocks op Building Blocks.
  2. Klik op Geïnstalleerde tools. In de volgende tabel worden de beschikbare taken beschreven.
    Taken voor geïnstalleerde tools
    Bewerking Handeling
    Een Building Block wijzigen Klik op Instellingen. Deze knop wordt alleen weergegeven wanneer het Building Block kan worden geconfigureerd. Wijzig de configuratie van het Building Block. De instellingen zijn specifiek voor elk Building Block en kunnen items bevatten zoals licentiebestanden, externe bronnen of algemene instellingen.
    Een Building Block verwijderen Klik op Verwijderen. Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.
    Een Building Block beschikbaar/niet beschikbaar maken Selecteer een van de volgende waarden in de kolom Beschikbaarheid:
    • Inactief: Deze status houdt in dat het Building Block is geregistreerd maar geen code, inclusief configuratiescripts, kan uitvoeren. Dit is de standaardstatus van een net geïnstalleerd Building Block.
    • Beschikbaar: het Building Block is beschikbaar voor gebruikers.
    • Niet beschikbaar: het Building Block is geregistreerd en kan code uitvoeren, maar is niet beschikbaar voor gebruikers.
    De standaardbeschikbaarheid binnen cursussen voor een Building Block-tool instellen Klik op een waarde in de lijst in de kolom Standaard voor cursus/org. Met deze optie kunt u bepalen of de tool al dan niet standaard beschikbaar is binnen cursussen.
    Details van een Building Block bekijken Klik op Componenten weergeven. U ziet de componenten waaruit het Building Block is opgebouwd, evenals een beschrijving, het versienummer, gegevens van de leverancier, de standaardtaal en de beschikbare talen. Als het Building Block een eigen CSS heeft voor een van de standaardthema's, worden die thema's vermeld om u tijdens het aanpassen te helpen met het vinden van de juiste bestanden.
    Een Building Block downloaden Klik op Building Blocks zoeken en downloaden. U wordt nu omgeleid naar http://www.blackboard.com/Partnerships/Extensions.aspx. Building Blocks kunnen worden gedownload naar een computer en vervolgens worden toegevoegd aan het systeem. Een gedownload Building Block is nog niet geïnstalleerd. 
    Een Building Block installeren Klik op Building Block uploaden.

Building Blocks beheren via de opdracht B2Manager

Een Building Block installeren of bijwerken

Stap 1: installeer het Building Block

Typ de volgende opdracht, waarbij u blackboard_homet vervangt door de installatiemap van Blackboard en B2_pad & bestandsnaam door het volledige pad en de bestandsnaam van het Building Block dat u wilt installeren of bijwerken:

Syntaxis voor UNIX:

/usr/local/blackboard_root/tools/admin/B2Manager.sh -i B2_pad & bestandsnaam&.war
Bijvoorbeeld: /usr/local/blackboard_root/tools/admin/B2Manager.sh -i /usr/local/MijnB2.war

Syntaxis voor Windows:

C:\blackboard_root\tools\admin\B2Manager.bat -i B2_pad & bestandsnaam&.war
Bijvoorbeeld:C:\blackboard_root\tools\admin\B2Manager.bat -i C:\BuildingBlocks\MijnB2.war

Stap 2: configureer het Building Block

U kunt het Building Block configureren met deze stappen of via het configuratiescherm voor systeembeheer. Klik onder Building Blocks op Building Blocks en klik vervolgens op Geïnstalleerde tools.

  1. Typ de volgende opdracht, waarbij u blackboard_root vervangt door de installatiemap van Blackboard:
    Syntaxis voor UNIX:

    /usr/local/blackboard_root/tools/admin/B2Manager.sh -v

    Syntaxis voor Windows:

    C:\blackboard_root\tools\admin\B2Manager.bat -v

  2. Zoek in het uitgebreide overzicht het Building Block dat u wilt configureren.
  3. Kopieer de URL in het veld Setup naar een webbrowser. Als u om verificatie wordt gevraagd, voert u de referenties van uw beheerdersaccount van Blackboard in.
  4. Volg de stappen van de leverancier van het Building Block om het configuratieproces te voltooien.

Building Blocks beheren

U kunt elk Building Block beheren met het opdrachtregelprogramma B2Manager.

  1. Start een opdrachtregel en voer de onderstaande opdracht (voor uw besturingssysteem) uit om naar de volgende map te gaan. Hierbij is blackboard_home de installatiemap van Blackboard Learn:
    Syntaxis voor UNIX:

    cd %/usr/local/blackboard_root/tools/admin

    Syntaxis voor Windows:

    cd C:\blackboard_root\tools\admin

  2. Typ nu de volgende opdracht om B2Manager uit te voeren met de gewenste parameters. Hierbij vervangt u bestandsnaam door de naam van het .war-bestand van het Building Block en B2_handle door de "handle" die het Building Block aangeeft: u kunt de handle van een Building Block vaststellen door een van de List-opdrachten uit te voeren (-v of -l):
    Syntaxis voor UNIX:

    B2Manager.sh < -c WAARDE | -r | -s WAARDE | -v | -l > [bestandsnaam | B2_handle]

    Bijvoorbeeld:

    Als u de systeemstatus van het Building Block MijnB2 wilt wijzigen in actief, typt u:B2Manager.sh -s AVAILABLE MijnB2

    Als u een uitgebreid overzicht wilt van alle Building Blocks, typt u:B2Manager.sh -v

    Syntaxis voor Windows:

    B2Manager.bat < -c WAARDE | -r | -s WAARDE | -v | -l > [bestandsnaam | B2_handle]

    Bijvoorbeeld:

    Als u de systeemstatus van het Building Block MijnB2 wilt wijzigen in actief, typt u:B2Manager.bat -s AVAILABLE MijnB2

    Als u een uitgebreid overzicht wilt van alle Building Blocks, typt u: B2Manager.bat -v

    Opmerking:  u kunt de handle van een Building Block vaststellen door een van de List-opdrachten uit te voeren (-v of -l).

    List-opdrachten
    Parameter Beschrijving
    -c Hiermee wijzigt u de standaardstatus van het opgegeven Building Block voor cursussen of organisaties. Met deze optie kunt u bepalen of de tool al dan niet standaard beschikbaar is binnen cursussen. Geldige waarden:
    AVAILABLE of UNAVAILABLE
    -r Hiermee verwijdert u het opgegeven Building Block uit het systeem. Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.
    -s Hiermee wijzigt u de systeemstatus van het opgegeven Building Block. Geldige waarden zijn:
    • INACTIVE: Deze status houdt in dat het Building Block is geregistreerd maar geen code, inclusief configuratiescripts, kan uitvoeren. Dit is de standaardstatus van een net geïnstalleerd Building Block.
    • AVAILABLE: het Building Block is beschikbaar voor gebruikers.
    • UNAVAILABLE: het Building Block is geregistreerd en kan code uitvoeren, maar is niet beschikbaar voor gebruikers.
    -v Hiermee geeft u een uitgebreid overzicht weer van alle geïnstalleerde Building Blocks. Als de parameter bestandsnaamof B2_handle is opgegeven, ziet u alleen gegevens voor dat Building Block.
    -l Hiermee geeft u een beknopt overzicht weer van alle geïnstalleerde Building Blocks. Als de parameter bestandsnaamof B2_handle is opgegeven, ziet u alleen gegevens voor dat Building Block. Het overzicht ziet er zo uit: "B2-naam" B2_handle door naamvanleverancier [systeemstatus] SetupURL
    -o Beveiligingsmaatregelen negeren voor verplichte B2's
    *ALLEEN VOOR GEBRUIK DOOR BLACKBOARD*  Het gebruik hiervan kan tot gevolg hebben dat uw systeem instabiel wordt.
    -d Beveiligingsmaatregelen negeren voor B2-controles op afhankelijkheid
    *ALLEEN VOOR GEBRUIK DOOR BLACKBOARD*  Het gebruik hiervan kan tot gevolg hebben dat uw systeem instabiel wordt.