Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Virtueel klaslokaal

De omgeving Virtueel klaslokaal bestaat uit een gedeeld whiteboard, een groepsbrowser, een vraag-en-antwoordvak en een overzicht voor het navigeren binnen de cursus. De sessiemoderator bepaalt welke tools toegankelijk zijn voor gebruikers van het virtuele klaslokaal.

Een virtueel klaslokaal openen

  1. Ga naar het configuratiescherm, vouw de sectie Cursustools uit en selecteer Samenwerking.
  2. Open het contextmenu van een virtueel klaslokaal en klik op Deelnemen.

De gebieden van het virtuele klaslokaal gebruiken

In de onderstaande tabel worden de gebieden beschreven van het virtuele klaslokaal.

Onderdelen van een virtueel klaslokaal
Onderdeel Functie
Menubalk Hiermee kan de sessiemoderator het virtuele klaslokaal beheren. Dit omvat het beheren van deelname, het controleren van parallelsessies en het beëindigen van de sessie.
Tools voor klaslokaal Bevat alle tools die tijdens de virtueel-klaslokaalsessie worden gebruikt. Hiertoe behoort het zoeken naar websites, het stellen en beantwoorden van vragen, het gebruik van het whitebord en toegang tot het cursusmenu.
Chat Hiermee kunnen deelnemers berichten opstellen, hun 'hand opsteken' om vragen te stellen en persoonlijke berichten versturen. Zie Chat voor meer informatie.

Menubalk van een virtueel klaslokaal

De menubalk voor de tool Virtueel klaslokaal bevat een aantal functies voor bijvoorbeeld het regelen van de toegang, het instellen van opties voor het weergeven van persoonlijke berichten en het organiseren van parallelsessies.

  • Weergave: Selecteer In hoofdvenster weergeven om persoonlijke berichten weer te geven binnen het chatgebied. Selecteer In apart venster weergeven om persoonlijke berichten weer te geven in een afzonderlijk venster.
  • Besturingselementen: Gebruik de selectievakjes om toegang aan passieve en actieve gebruikers te verlenen tot tools. Schakel een selectievakje uit om die tool niet beschikbaar te maken.
  • Wissen: De zichtbare chatberichten wissen. Als u de sessie opneemt, zijn deze berichten gewoon zichtbaar in de opname.
  • Beëindigen: De sessie beëindigen en de sessieverbinding van alle gebruikers verbreken. Deze bewerking kan niet ongedaan worden gemaakt.
  • Parallelsessies: Schakel de selectievakjes in voor de gebruikers die zullen deelnemen aan de parallelsessie. Gebruikers kunnen alleen deelnemen aan een parallelsessie als ze zijn geselecteerd door de maker ervan. Gebruikers die deelnemen aan een parallelsessie zijn nog steeds actief in de hoofdsessie (virtueel-klaslokaalsessie). Wanneer een parallelsessie wordt gesloten, zijn de gebruikers nog steeds actief in de hoofdsessie. Parallelsessies hebben standaard dezelfde instellingen als de hoofdsessie.

Tools voor virtueel klaslokaal

Als de sessiemoderator gebruikers toegang heeft verleend tot deze tools, kunnen ze gebruikmaken van het whitebord, websites openen en het cursusmenu weergeven.

De tools voor klaslokaal worden links van het virtuele klaslokaal weergegeven. Klik op de naam van de tool die u wilt gebruiken.

De volgende tools zijn beschikbaar voor dit klaslokaal.

Whitebord

Met het whitebord kunnen gebruikers in een virtueel klaslokaal verschillende typen gegevens op dezelfde wijze weergeven als op een bord in een gewoon klaslokaal. Met de tools in het palet van het whitebord kunnen gebruikers afbeeldingen tekenen, tekst typen en vergelijkingen weergeven. De sessiemoderator bepaalt of deze functie wel of niet beschikbaar is voor gebruikers.

In de onderstaande tabel worden de functies beschreven die beschikbaar zijn op het whitebord.

Functies van het whitebord
Bewerking Handeling
Een item selecteren Klik op de tool Pijl. Klik vervolgens op het item dat u wilt selecteren. U kunt de volgende bewerkingen uitvoeren op geselecteerde items:
  • Vergroten: klik op een van de kleine zwarte vierkantjes die rond het item worden weergegeven en sleep dit tot het item de gewenste grootte heeft.
  • Verplaatsen: klik op het item en verplaats dit naar de gewenste locatie.
  • Knippen: klik op het whiteborditem. Klik vervolgens op het pictogram Knippen.
  • Kopiëren: klik op het whiteborditem. Klik vervolgens op het pictogram Kopiëren.
  • Plakken: klik op het whiteborditem. Klik vervolgens op het pictogram Plakken.
  • Verwijderen: klik op het whiteborditem. Klik op het geselecteerde object. Klik vervolgens op het pictogram Verwijderen.
  • Items groeperen: klik op de whiteborditems. Klik vervolgens op het pictogram Groep.
  • Groepering opheffen: klik op een whiteborditem in een groep. Klik vervolgens op het pictogram Groepering opheffen.
  • Naar voorgrond: klik op het whiteborditem. Klik op het geselecteerde object. Klik vervolgens op het pictogram Naar voorgrond.
  • Naar achtergrond: klik op het whiteborditem. Klik op het geselecteerde object. Klik vervolgens op het pictogram Naar achtergrond.
  • Alle figuren op het whitebord selecteren: klik op het pictogram Alle figuren selecteren.
Uit de vrije hand tekenen Klik op de tool Pen. Kies de kleur van de pen in de keuzelijst Penkleur. Selecteer vervolgens de lijndikte.
Tekst invoeren met het toetsenbord Klik op de tool Tekst (T) en klik op het whitebord. Het vak Tekstinvoer voor whitebord wordt weergegeven. Typ de tekst in het vak en klik vervolgens op Invoegen. Gebruik de opties in het palet Tools om de kleur, het lettertype en de grootte te selecteren.
Een rechte lijn tekenen Klik op de tool Lijn.
Een rechthoek tekenen Klik op de tool Rechthoek. Kies de kleur van de rechthoek in de keuzelijst Opvulkleur om een effen vorm te tekenen. Om alleen de omtrek van de vorm te tekenen, selecteert u Geen als opvulkleur. De omtrek van de vorm krijgt dezelfde kleur als de pen met de geselecteerde lijndikte.
Een ovaal tekenen Klik op de tool Ovaal. Kies de kleur van de ovaal in de keuzelijst Opvulkleur om een effen vorm te tekenen. Om alleen de omtrek van de vorm te tekenen, selecteert u Geen als opvulkleur. De omtrek van de vorm krijgt dezelfde kleur als de pen met de geselecteerde lijndikte.
Een vergelijking invoeren Klik op het pictogram voor de tool voor wiskundige en wetenschappelijke notatie. De vergelijkingseditor wordt weergegeven. Voer de vergelijking in en klik vervolgens op Vergelijking invoegen.

Groepsbrowser

Via de groepsbrowser kunnen gebruikers gezamenlijk bladeren op internet. Deze tool opent een URL die door alle gebruikers te zien is. URL's die tijdens de sessie worden gebruikt, worden toegevoegd aan de opname, indien deze wordt gemaakt. De sessiemoderator bepaalt of deze functie wel of niet beschikbaar is voor gebruikers.

In de onderstaande tabel worden de functies beschreven die beschikbaar zijn in de groepsbrowser.

Functies in de groepsbrowser
Bewerking Handeling
Een website openen Typ de URL in het veld Voer adres in.
Bepalen waar de website wordt weergegeven Selecteer Weergeven aan gebruikers om het venster weer te geven in het whitebord of klik op Voorbeeld in nieuw venster om de website te openen in een nieuw browservenster. Het voorbeeldvenster wordt alleen weergegeven voor de gebruiker die het heeft geopend.

Cursusoverzicht

Via het cursusoverzicht kunnen gebruikers vanuit een virtueel klaslokaal bladeren door het cursusmenu. De sessiemoderator heeft standaard bevoegdheden voor het beheren van het cursusoverzicht. Gebruikers moeten actieve bevoegdheden hebben om het cursusoverzicht te kunnen gebruiken in een virtueel klaslokaal.

In de onderstaande tabel worden de functies beschreven die beschikbaar zijn in het cursusoverzicht.

Functies in cursusoverzicht
Bewerking Handeling
Een onderdeel van het overzicht aan alle gebruikers weergeven Klik op het cursusgebied in het cursusoverzicht en selecteer Weergeven aan klas in de vervolgkeuzelijst.
Een onderdeel van het overzicht weergeven in een afzonderlijk venster Klik op het cursusgebied in het cursusoverzicht en selecteer Voorbeeld in nieuw venster in de keuzelijst. Het nieuwe venster is alleen zichtbaar voor de gebruiker die het heeft geopend.
Het overzicht vernieuwen tijdens een samenwerkingssessie Klik op Structuur vernieuwen in de keuzelijst. Hiermee wordt het overzicht bijgewerkt zodat het overeenkomt met het cursusmenu.

Vraag stellen

Gebruikers kunnen vragen stellen gedurende een sessie. Wanneer gebruikers vragen verzenden tijdens de sessie, kan de sessiemoderator deze bekijken en beantwoorden.

Alleen gebruikers met een actieve rol kunnen vragen stellen.

Selecteer Opstellen in het gebied voor het stellen van een vraag. Typ de vraag in het vak en klik op Verzenden.

Postvak IN voor vragen

Vragen van gebruikers worden tijdens een virtueel-klaslokaalsessie verzonden naar het postvak IN voor vragen. Het Postvak IN voor vragen wordt gebruikt om vragen te beheren en te beantwoorden tijdens een samenwerkingssessie.

In de onderstaande tabel worden de functies beschreven die beschikbaar zijn in het Postvak IN voor vragen.

Functies van het Postvak IN voor vragen
Bewerking Handeling
Een vraag beantwoorden Klik op de gebruikersnaam in de lijst Van en klik vervolgens op het pictogram Vraag beantwoorden. Het pop-upvenster Vraag beantwoorden wordt weergegeven.
Een vraag verwijderen Klik op de gebruikersnaam in de lijst Van en klik vervolgens op het pictogram Verwijderen.
Alleen vragen weergeven die niet zijn beantwoord Schakel het selectievakje Alleen onbeantwoorde vragen weergeven in.

In de onderstaande tabel worden de velden beschreven die beschikbaar zijn in het pop-upvenster Vraag beantwoorden.

Velden voor het beantwoorden van een vraag
Veld Beschrijving
vraag De verzonden vraag.
Antwoord Voer het antwoord op de vraag in.
Persoonlijk Schakel dit selectievakje in om een persoonlijk antwoord op de vraag te geven. Als Persoonlijk is ingeschakeld, wordt het antwoord alleen verzonden naar de persoon van wie het bericht afkomstig is.