Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Inhoud maken in een inhoudsgebied

Blackboard biedt verschillende opties voor het maken van inhoud. U kunt deze pagina helemaal doornemen of rechtsboven op het pictogram Inhoudsopgave ( File:nl-nl/Learn/Sandbox/nl-nl/Learn/9.1_SP_12_and_SP_13/Instructor/070_Course_Content/000_Creating_Content/010_Creating_Content_in_a_Course_Area/table_of_contents_icon.png ) klikken en een bepaald onderwerp kiezen.

Nadat u een cursusgebied hebt gemaakt, zoals een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht of een map, kunt u inhoud maken voor het gebied door de actiebalk van het onderdeel aan te wijzen om menu's weer te geven voor het selecteren van inhoudsitems, toetsen en koppelingen naar tools.

U kunt de inhoud relevant en interactief maken door verschillende soorten lesmateriaal en leerervaringen toe te voegen. U kunt dit doen door onlinelezingen te publiceren of multimedia en enquêtes beschikbaar te maken.

Terwijl u inhoud maakt, kunt u verschillende opties instellen, zoals de beschikbaarheid. Op deze manier kunt u inhoud maken en deze pas beschikbaar stellen aan gebruikers wanneer u dat wilt.

Informatie over inhoudstypen

U kunt in cursusgebieden verschillende soorten inhoud maken. Een goede planning van de items die u wilt gebruiken in cursusgebieden kan u tijd besparen en een beter gestructureerd product opleveren. Denk na over de leerdoelen en doelstellingen van de cursus. Houd ook rekening met de demografische samenstelling van de doelgroepen. Bestudeer het bestaande materiaal om te bepalen wat u online kunt gebruiken. Het is een goed idee een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map vooraf in kaart te brengen voordat u inhoud gaat maken. U weet dan zeker dat alle elementen logisch zijn geordend.

In de volgende tabel worden de verschillende inhoudstypen beschreven die zijn opgenomen in de vervolgkeuzelijst Inhoud bouwen.

Opties in de vervolgkeuzelijst Inhoud bouwen
Type inhoud Beschrijving
Item Een item kan tekst, audio, films, bestanden, afbeeldingen en mashups bevatten. Als u tekst toevoegt, kunt u deze opmaken met de functies van de inhoudseditor.
Bestand Een HTML-bestand dat u in uw cursus kunt gebruiken. Deze bestanden kunnen worden weergegeven als een pagina in uw cursus of als een apart deel inhoud in een aparte browser of venster.
Audio

Afbeelding

Video

Upload bestanden vanaf uw computer en voeg deze toe aan een cursusgebied.
Webkoppeling Een koppeling naar een externe website of bron.
Leermodule Een inhoudsset die een gestructureerd pad omvat voor voortgang door de items.
Lesoverzicht Een speciaal type inhoud waarin informatie over de les zelf wordt gecombineerd met het lesmateriaal dat wordt gebruikt om kennis over te dragen.
Syllabus Hiermee kunt u een bestaand syllabusbestand toevoegen of een syllabus voor een cursus samenstellen door een stapsgewijze procedure te doorlopen
Cursuskoppeling Een snelkoppeling naar een item, tool of gebied in een cursus.
Inhoudsmap Een cursusgebied dat inhoudsitems bevat. Met behulp van mappen kan inhoud worden gestructureerd binnen een hiërarchie of categorieën.
Lege pagina Met de tool Lege pagina kunt u bestanden, afbeeldingen en tekst als een koppeling toevoegen aan een cursusgebied. Gebruik lege pagina's om inhoud op een andere manier weer te geven dan inhoudsitems. Er wordt geen beschrijving weergegeven onder de titel van de pagina. Gebruikers zien de inhoud pas nadat ze op de koppeling hebben geklikt.
Modulepagina Een pagina met dynamische, aangepaste inhoudstools waarmee gebruikers gegevens kunnen bijhouden van taken, toetsen, opdrachten en nieuwe inhoud die aan de cursus zijn toegevoegd.
Mashups

Gebruik mashups om inhoud aan een cursus toe te voegen die afkomstig is van een externe website. Er zijn drie soorten mashups beschikbaar:

  • Flickr-foto®: koppeling naar een site voor het bekijken en delen van foto's.
  • SlideShare: koppeling naar een site voor het bekijken en delen van PowerPoint-presentaties, Word-documenten of Adobe PDF-portfolio's.
  • YouTube™: koppeling naar een site voor het bekijken en delen van onlinevideo's.

Een item maken

Inhoudsitems kunt u gebruiken om verschillende soorten cursusmateriaal te presenteren.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Item.
  5. Typ op de pagina Item maken een naam voor het item in het vak Naam.
  6. Typ desgewenst instructies of een beschrijving in het vak Tekst. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven. U kunt desgewenst een naam invoeren voor het bijgevoegde bestand. Als u dat niet doet, wordt de bestandsnamen gebruikt.
  7. Ga eventueel op een van de volgende manieren te werk om een bestand bij te voegen in het gedeelte Bijlagen. Deze bestanden worden vóór inhoud uit de inhoudseditor weergegeven in het item.

    Om een koppeling naar een bestand dat u aan een inhoudsitem toevoegt te e-mailen, moet u het inhoudsitem eerst indienen zodat het bestand een permanente URL krijgt toegewezen. Open in Content Collection of Cursusbestanden het contextmenu van het bestand en selecteer 360° overzicht. Kopieer het adres van de permanente URL en plak deze in een e-mail.

    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  8. Selecteer opties voor het item.
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een item alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  9. Klik op Verzenden.

Bestanden bijvoegen en afzonderlijke bestanden of gezipte pakketten uploaden

U kunt het inhoudstype Bestand gebruiken om een eenvoudige koppeling naar een bestand in een cursusgebied te maken. Er wordt geen beschrijving weergegeven voor de koppeling. U kunt aangeven of gebruikers het bestand zien als een pagina binnen de cursus of in een afzonderlijk venster van de browser.

U kunt een bepaald bestand uploaden of een gezipt pakket met verschillende bestanden. Het is bijvoorbeeld een goed idee een gezipt pakket te uploaden als u studenten verschillende foto's wilt geven voor een natuurkundeproject.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Klik op Bestand.
  5. Gebruik op de pagina Bestand maken een van de volgende opties om een bestand bij te voegen.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  6. Nadat u een bestand hebt geselecteerd, kunt u op Selecteer een ander bestand klikken om het gekoppelde bestand te verwijderen en een ander bestand te selecteren.
  7. Voer een naam in voor het bestand. De naam die automatisch wordt weergegeven in het vak, kunt u desgewenst overschrijven. Dit is de naam waarmee de koppeling wordt weergegeven in het cursusgebied. U kunt ook de kleur van het lettertype kiezen.
  8. Selecteer Ja voor Openen in nieuw venster om de inhoud weer te geven in een nieuw browservenster, buiten het inhoudsframe van de cursus.
  9. Selecteer opties voor het item.
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een item alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  10. Klik op Verzenden.

Gecomprimeerde inhoudspakketten

Als u offline een les hebt samengesteld met verschillende, gerelateerde HTML-pagina's met navigatiehulpmiddelen, afbeeldingen, webkoppelingen en cascading style sheets (CSS), is de beste methode om een dergelijk pakket aan te bieden aan gebruikers het pakket uit te pakken in Cursusbestanden of Content Collection en studenten een koppeling te geven naar de startpagina. Op deze manier kunnen studenten de inhoud van de les bekijken met alle koppelingen intact. De startpagina wordt geopend in een nieuw venster of tabblad en kan worden gesloten om terug te gaan naar het cursusgebied.

  1. Maak offline een pakket met inhoud op uw computer.
  2. Ga naar Cursusbestanden of Content Collection. Selecteer Pakket uploaden om het pakket automatisch uit te pakken.
  3. Ga naar het inhoudsgebied, de leermodule, het lesoverzicht of de map waaraan u een koppeling naar de les wilt toevoegen.
  4. Wijs Inhoud bouwen aan en klik op Bestand.
  5. Klik op de pagina Bestand maken op Bladeren in cursusbestanden of Bladeren in Content Collection om het bestand te selecteren dat de startpagina voor het pakket met inhoud vormt. Dit is de eerste pagina die gebruikers zien en de pagina moet dus navigatiehulpmiddelen bevatten om naar de andere pagina's in het pakket te gaan.
  6. Stel opties in voor de bestandskoppeling in het cursusgebied.
  7. Klik op Verzenden.

Als u het gecomprimeerde pakket niet automatisch wilt uitpakken, voegt u het zip-bestand toe aan een inhoudsitem via de opties Toevoegen of gebruikt u de functie in de inhoudseditor. Wanneer een gecomprimeerd pakket niet wordt uitgepakt, klikken studenten in het cursusgebied op de koppeling voor het pakket en downloaden ze het pakket naar hun computer, waar het vervolgens kan worden uitgepakt. Deze methode is handig als u studenten verschillende bestanden wilt geven om aan te werken op hun computer.

Koppelingen naar HTML-bestanden

U kunt het inhoudstype bestand gebruiken om HTML-bestanden in te sluiten voor een website die u hebt gemaakt. Nadat u de HTML-bestanden hebt geüpload naar Cursusbestanden of Content Collection, geeft u aan welk bestand het beginpunt vormt, zoals index.html of pagina_1.html. De bestandsnaam wordt weergegeven in het vak Naam. Bewerk de naam om duidelijk te maken aan gebruikers dat dit het beginpunt is. Wijzig de naam bijvoorbeeld in "Begin hier" of "Les 1 bekijken".

Wanneer u een HTML-bestand selecteert, verschijnt het gebied Toegang beheren en kunt u de toegang instellen voor gebruikers. U hebt drie mogelijkheden:

  • Gebruikers toegang geven tot alle bestanden en mappen in de map: Kies deze optie om gebruikers toegang te geven tot alle bestanden en submappen binnen de bovenliggende map van het bestand dat wordt gekoppeld. Deze optie is geschikt voor gebruikers die verbinding maken met een website met een typische, hiërarchische structuur met submappen voor CSS, Javascript en afbeeldingen in de bovenliggende map.
  • Gebruikers alleen toegang geven tot dit bestand: kies deze optie wanneer u een koppeling maakt met één HTML-bestand dat alle opmaak binnen de pagina zelf bevat en dat niet verwijst naar andere bestanden of afbeeldingen.
  • Gebruikers toegang geven tot geselecteerde bestanden in de map: kies deze optie als u een website met een meer gecompliceerde structuur wilt insluiten. Als bepaalde inhoud buiten de bovenliggende map is opgeslagen in andere mappen in Cursusbestanden of Content Collection, moet u handmatig naar de bovenliggende map bladeren en deze selecteren. Dit geldt ook voor aanvullende bestanden en mappen. Op deze manier kunt u garanderen dat gebruikers toegang hebben tot alle inhoud van uw website.

Koppelingen naar audio, afbeeldingen en video toevoegen

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Audio, Afbeelding of Video. De pagina Maken voor de gekozen optie verschijnt. Deze pagina is vergelijkbaar voor alle drie de inhoudstypen.
  5. Ga op een van de volgende manieren te werk om een bestand te zoeken:
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
    • Als de functie Mashups beschikbaar is, kunt u zoeken naar inhoud op internet, zoals op YouTube en Flickr, en deze via een koppeling toevoegen aan de cursus.
  6. Nadat u een bestand hebt geüpload, kunt u op Selecteer een ander bestand klikken om het gekoppelde bestand te verwijderen.
  7. Voer een naam in voor het bestand. De naam die automatisch wordt weergegeven in het vak, kunt u desgewenst overschrijven. Dit is de naam waarmee de koppeling wordt weergegeven in het cursusgebied. U kunt ook de kleur van het lettertype kiezen.
  8. Stel de gewenste opties in. Bestanden met audio, video en afbeeldingen hebben allemaal unieke opties voor het weergeven van inhoud. Deze opties worden verderop besproken.
  9. Selecteer standaardopties voor het item.
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een item alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  10. Bekijk een voorbeeld van de inhoud en klik op Verzenden als u klaar bent.

Audiobestanden

Audiobestanden worden als een audiospeler weergegeven in de cursus. De audiospeler bevat opties voor afspelen, pauze, vooruitspoelen en terugspoelen. Blackboard Learn ondersteunt de volgende bestandstypen: AIFF, MP3, MIDI, MP, WAV en WMA.

Enkele opties voor audiobestanden in een cursus:

  • Transcript bijvoegen: het is gebruikelijk om een transcript toe te voegen, zodat ook gebruikers die het geluid niet kunnen horen, weten wat hiervan de toegevoegde waarde is. Kies Bladeren om op uw computer het bestand met de tekst te selecteren en toe te voegen. Het bestand wordt samen met het audiobestand weergegeven in het cursusgebied.
  • Automatisch starten: het bestand wordt direct afgespeeld wanneer de gebruiker het cursusgebied met het audiobestand opent.
  • Herhalen: het bestand wordt steeds herhaald totdat de gebruiker het afspelen stopt.

Afbeeldingsbestanden

Blackboard Learn ondersteunt de volgende afbeeldingsbestandstypen: GIF, JIF, JPG, JPEG, PNG, TIFF en WMF.

Enkele opties voor afbeeldingsbestanden in een cursus:

  • Alt-tekst: het toevoegen van beschrijvende tekst voor de afbeelding zorgt ervoor dat ook gebruikers die de afbeelding niet kunnen zien, weten wat hiervan de toegevoegde waarde is. Het toevoegen van alt-tekst wordt algemeen toegepast op websites.
  • Lange beschrijving: vergelijkbaar met de bovenstaande optie, maar de tekstbeschrijving is langer en gedetailleerder.
  • Afmetingen: het aantal pixels voor de hoogte en breedte van een afbeelding moet overeenkomen met de oorspronkelijke afbeelding. Als het formaat van de afbeelding moet worden aangepast, kunt u de afmetingen aanpassen, maar zorg er wel voor dat de verhouding tussen de hoogte en de breedte behouden blijft. Een beeld van 640 x 800 pixels kunt u bijvoorbeeld verkleinen tot 320 x 400. Als u de verhouding tussen de hoogte en breedte wijzigt, kan het beeld vervormd worden weergegeven.
  • Rand: hiermee kunt u rond de afbeelding een effen, zwarte lijn toevoegen met een dikte van 1-4 pixels.
  • Doel-URL van afbeelding: u kunt een koppeling maken van de afbeelding door een doel-URL op te geven. Als een gebruiker op de afbeelding klikt, wordt er een nieuw browservenster geopend met de opgegeven URL.
  • Doel openen in nieuw venster: de inhoud weergeven in een nieuw browservenster, buiten het inhoudsframe van de cursus.

Videobestanden

Video's van een hogere kwaliteit hebben een betere resolutie, maar het nadeel is dat de bestanden veel groter zijn en het laden van het bestand lang kan duren.. Zoek daarom een goede balans tussen resolutie en laadtijd. Dit kunt u het beste doen door zelf te experimenteren met de verschillende instellingen voor videobestanden.

De volgende multimediabestanden worden ondersteund:

  • MPEG/AVI: MPEG-bestanden (Moving Picture Expert Groups) zijn audiovisuele bestanden in een digitale, gecomprimeerde indeling. AVI (Audio Video Interleave) is de bestandsindeling van Microsoft’ voor het opslaan van audio- en videogegevens. Deze bestanden hebben de volgende extensies: AVI, MPG en MPEG. 
  • QuickTime: QuickTime is een video- en animatiesysteem dat de meeste indelingen ondersteunt, waaronder JPG en MPEG. Gebruikers met Windows hebben een QuickTime-stuurprogramma nodig om QuickTime-bestanden weer te geven. Gebruikers van een Macintosh hebben dit stuurprogramma niet nodig. Deze bestanden hebben de volgende extensies: MOV, MOOV en QT.
  • Flash/Shockwave: Adobe Flash- en Shockwave-bestanden ondersteunen audio, animatie en video. Deze bestanden kunnen in elke browser worden afgespeeld. Deze bestanden hebben de volgende extensies: SWA en SWF.
  • Microsoft-indelingen: ASF (Advanced Systems Format) is de eigen digitale audio- en videocontainer van Microsoft die speciaal is geschikt voor streaming media. WMV (Windows Media Video) is een videocompressie-indeling. Deze bestanden hebben de volgende extensies: ASF en WMV.

Enkele opties voor videobestanden in een cursus:

  • Afmetingen: het aantal pixels voor de hoogte en breedte van een videobestand moet overeenkomen met de oorspronkelijke instellingen. Als het videobeeld te groot is, kunt u de afmetingen aanpassen, maar zorg er wel voor dat de verhouding tussen de hoogte en de breedte behouden blijft. Een beeld van 640 x 800 pixels kunt u bijvoorbeeld verkleinen tot 320 x 400. Als u de verhouding tussen de hoogte en breedte wijzigt, kan het beeld vervormd worden weergegeven.
  • Transcript: het is gebruikelijk om een transcript toe te voegen, zodat ook gebruikers die het geluid niet kunnen horen, weten wat hiervan de toegevoegde waarde is. Kies Bladeren om op uw computer het bestand met de tekst te selecteren en toe te voegen. Het bestand wordt samen met het videobestand weergegeven in het cursusgebied. Als het videobestand een MPEG-bestand is, kunt u het veld Transcript bijvoegen gebruiken om een SAMI-transcriptbestand toe te voegen.
  • Automatisch starten: het bestand wordt direct afgespeeld wanneer de gebruiker het cursusgebied met het videobestand opent.
  • Herhalen: het bestand wordt steeds herhaald totdat de gebruiker het afspelen stopt.

Een webkoppeling maken

U kunt in een cursusgebied een koppeling naar een website maken om snel toegang te bieden tot een informatiebron op internet.

kopieer de URL in uw browser en plak deze vervolgens op deze pagina.

Nadat u een bestand hebt geüpload, kunt u op Selecteer een ander bestand klikken om het gekoppelde bestand te verwijderen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Webkoppeling.
  5. Typ op de pagina Webkoppeling maken een naam voor de koppeling. Deze naam wordt weergegeven in het cursusgebied.
  6. Typ een URL. U moet gebruikmaken van het protocol http://, zoals http://www.mijninstelling.edu/.
  7. Ga desgewenst op een van de volgende manieren te werk om een bestand toe te voegen:
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  8. Stel de gewenste opties in.
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja voor Openen in nieuw venster om de inhoud weer te geven in een nieuw browservenster, buiten het inhoudsframe van de cursus.
    3. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    4. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een item alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de tool wordt weergegeven.
  9. Klik op Verzenden.

Een webkoppeling naar een toolprovider maken

Een toolprovider is een tool van een andere partij die gebruikmaakt van het protocol LTI. Learning Tool Interoperability is een initiatief dat wordt voorgezeten door het IMS Global Learning Consortium en dat is bedoeld om extern gehoste, webgebaseerde studietools naadloos te integreren in een cursus. Als u externe bronnen gebruikt waarvoor aanmelding vereist is, bijvoorbeeld voor virtuele wetenschappelijke experimenten, interactieve demo's of beoordelingen, kunt u een webkoppeling opgeven als een koppeling naar een toolprovider. Afhankelijk van de configuratie, kan hiermee informatie over de gebruiker worden doorgegeven aan de toolprovider, zodat studenten niks merken van de aanmelding.

Uw instelling bepaalt of deze tool beschikbaar is.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Webkoppeling.
  5. Typ op de pagina Webkoppeling maken een naam voor de koppeling.
  6. Schakel het selectievakje Dit is een koppeling naar een toolprovider in.
  7. Als uw instelling de toolprovider al heeft geconfigureerd, typt u het webadres voor de toolprovider in het vak URL. Als dat nog niet is gebeurd en u een gewone sleutel en een geheime sleutel hebt ontvangen van de toolprovider, typt u deze in de daarvoor bestemde vakken.
  8. Voer aangepaste parameters in die worden vereist door de toolprovider. Gebruik voor elke parameter een afzonderlijke regel.
  9. Selecteer Ja om cijfertoekenning in te schakelen.

Leermodules, lesoverzichten en inhoudsmappen maken

U kunt binnen een cursusgebied containers maken om het cursusmateriaal verder te ordenen. U kunt binnen een inhoudsgebied bijvoorbeeld acht mappen maken, één voor elk hoofdstuk van het tekstboek.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Leermodule, Lesoverzicht of Inhoudsmap.
  5. Typ op de pagina Maken voor het item een naam. Geef instellingen en opties op.

Zie Cursusgebieden maken voor inhoud voor meer informatie over deze cursusgebieden.

Een syllabus maken

U kunt op twee manieren een syllabus maken. U kunt een bestaand bestand uploaden of de tool Syllabusbouwer van Blackboard Learn gebruiken. In beide gevallen maakt u de syllabus in een cursusgebied, zoals een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht of een map.

Een bestaand syllabusbestand gebruiken

Als u een bestaand bestand uploadt voor de syllabus, hoeven studenten minder verticaal te scrollen omdat de syllabus dan minder ruimte inneemt in het cursusgebied. Als u een of meer bestaande syllabusbestanden hebt, is deze methode de efficiëntste manier om een syllabus te maken.

U kunt extra bestanden toevoegen via de pagina die verschijnt nadat u op Verzenden hebt geklikt. Als u het bijgevoegde bestand wilt verwijderen, klikt u op de koppeling Niet bijvoegen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Klik op Syllabus.
  5. Typ op de pagina Syllabus toevoegen een naam voor de syllabus.
  6. Selecteer de optie Bestaand bestand gebruiken.
  7. Ga op een van de volgende manieren te werk om een bestand bij te voegen:
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  8. Klik op Verzenden.
  9. Op de pagina Item bewerken kunt u een kleur selecteren voor de naam van de syllabus.
  10. Typ desgewenst instructies of een beschrijving in het vak Tekst. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven. In het gedeelte Bijlagen kunt u bestanden toevoegen. Typ eventueel namen voor de bijgevoegde bestanden. Als u geen namen voor de koppelingen opgeeft, worden de bestandsnamen gebruikt.
  11. Selecteer instellingen bij Opties:
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of de syllabus alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van de syllabus, maar bepalen alleen wanneer deze wordt weergegeven.
  12. Klik op Verzenden.

U kunt de inhoud van de syllabus op elk moment wijzigen. Ga hiervoor naar het cursusgebied waarin de syllabus is gemaakt en open het contextmenu.

De tool Syllabusbouwer gebruiken

U kunt ook de tool syllabusbouwer gebruiken om stapsgewijs zelf een syllabus samen te stellen. De syllabus bevat standaard drie secties: Beschrijving, Leerdoelstellingen en Benodigde materialen. U kunt de kopteksten van deze secties bewerken. U kunt de syllabus verder aanpassen door lessen toe te voegen en het ontwerp te kiezen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Klik op Syllabus.
  5. Typ op de pagina Syllabus toevoegen een naam voor de syllabus.
  6. Selecteer de optie Nieuwe syllabus maken.
  7. Klik op Verzenden.
  8. Typ op de pagina Syllabusbouwer instructies of een beschrijving in de vakken met standaardtekst. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  9. Selecteer in het gedeelte Syllabusontwerp de stijlen en kleuren voor de syllabus.
  10. Selecteer in het gedeelte Lessen bouwen de optie Opgegeven aantal lesstructuren maken en typ een aantal. De informatie over lessen gaat u later invoeren. U kunt desgewenst ook de optie Geen lesstructuren maken selecteren.
  11. Selecteer instellingen bij Opties:
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of de syllabus alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van de syllabus, maar bepalen alleen wanneer deze wordt weergegeven.
  12. Klik opVerzenden.
  13. Als u geen lesstructuren hebt gemaakt, is de syllabus nu klaar. Klik op OK om terug te gaan naar het cursusgebied en de syllabus te bekijken.

    -OF-

    Als u informatie over lessen wilt invoeren, gaat u verder met de volgende stappen.

  14. Open het contextmenu van de les en kies Bewerken.
  15. Typ de titel van de les op de pagina Les bewerken. Selecteer eventueel een datum en tijd waarop de les moet worden opgenomen in de syllabus.
  16. Typ een beschrijving voor de les. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  17. Klik opVerzenden.
  18. Klik op OK om terug te gaan naar het cursusgebied en de syllabus te bekijken. Schakel de bewerkingsmodus uit (UIT) om de syllabus weer te geven zoals studenten die zien.

U kunt de inhoud van de syllabus op elk moment wijzigen. Ga hiervoor naar het cursusgebied waarin de syllabus is gemaakt, en open het contextmenu.

Een cursuskoppeling maken

Een cursuskoppeling is een manier om snel naar een gebied, een tool of een item in een cursus te gaan. U kunt cursuskoppelingen toevoegen aan een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht, een map, het cursusmenu en binnen bepaalde tools. Als u bijvoorbeeld alle opdrachten hebt gemaakt in een eigen inhoudsgebied, kunt u cursuskoppelingen naar opdrachten in andere gebieden van de cursus toevoegen, zoals een map of leermodule.

Als u een cursuskoppeling toevoegt naar een tool die niet is ingeschakeld, zien gebruikers die op de koppeling klikken een bericht dat de tool niet is ingeschakeld. Als een cursuskoppeling verwijst naar een inhoudsitem waarvoor regels voor adaptieve inhoud zijn ingesteld. en een gebruiker vanwege een ingestelde regel geen toegang heeft tot het inhoudsitem, verschijnt hierover een bericht en wordt het item niet weergegeven.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Cursuskoppeling.
  5. Klik op de pagina Cursuskoppeling maken op Bladeren om het cursusitem te zoeken dat het doel is van de koppeling.
  6. Selecteer het item in het cursusoverzicht dat wordt weergegeven.
  7. De tekstvakken Naam en Locatie op de pagina Cursuskoppeling maken worden automatisch ingevuld.
  8. Wijzig desgewenst de inhoud van het vak Naam en selecteer de kleur van de koppeling. Dit is de naam waarmee de koppeling wordt weergegeven in het cursusgebied.
  9. Typ desgewenst instructies of een beschrijving in het vak Beschrijving. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  10. Selecteer instellingen bij Opties:
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of de cursuskoppeling alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een cursuskoppeling, alleen wanneer deze wordt weergegeven
  11. Klik opVerzenden.

Een lege pagina maken

Met de tool Lege pagina kunt u bestanden, afbeeldingen en tekst als een koppeling toevoegen aan een cursusgebied. Gebruik lege pagina's om inhoud op een andere manier weer te geven dan inhoudsitems. Er wordt geen beschrijving weergegeven onder de titel van de pagina. Gebruikers zien de inhoud pas nadat ze op de koppeling hebben geklikt. Hierdoor hoeven ze minder te scrollen en wordt het cursusgebied overzichtelijker. U kunt mashups, koppelingen naar cursusinhoud en bestandsbijlagen toevoegen aan lege pagina's.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Lege pagina.
  5. Vervang de titel "Nieuwe pagina" door een beschrijvende naam voor de pagina. Deze naam wordt gebruikt als de koppeling in het cursusgebied. Er wordt geen beschrijving weergegeven voor de koppeling.
  6. Typ de inhoud voor de pagina in het vak Inhoud. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven. Bestanden die u toevoegt met de inhoudseditor zijn pas zichtbaar voor studenten nadat ze op de koppeling Lege pagina hebben geklikt.
  7. Ga op een van de volgende manieren te werk om een bestand bij te voegen. Bestandsbijlagen worden samen met de koppeling Lege pagina als koppelingen weergegeven in het cursusgebied.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  8. Selecteer instellingen bij Opties:
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of de lege pagina alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een lege pagina, alleen wanneer deze wordt weergegeven
  9. Klik opVerzenden.

Als de bewerkingsmodus is ingeschakeld (AAN) en u op de koppeling naar een lege pagina klikt, ziet u de pagina Bewerken. Om de lege pagina weer te geven zoals gebruikers deze zien, schakelt u de bewerkingsmodus uit (UIT).

U kunt een lege pagina toevoegen aan het cursusmenu voor belangrijke informatie. Verwijder de pagina's uit het menu als studenten de informatie niet meer nodig hebben. U kunt bijvoorbeeld een afbeelding van een kaart toevoegen voor een excursie, informatie en een foto voor een gastspreker, een checklist met lesstof en websites voor een chatsessie of een studiehandleiding voor het examen.

Een modulepagina maken

Modulepagina's bevatten cursusmodules die u selecteert in een lijst. Een cursusmodule kan een tool zijn, zoals een rekenmachine, of kan dynamische gegevens weergeven, zoals cijfers, waarschuwingen en mededelingen. U kunt bepalen welke gebeurtenissen worden weergegeven in de meldingsmodules. Zie Meldingen in- en uitschakelen en bezorgmethoden selecteren voor meer informatie.

U kunt cursusmodules alleen toevoegen aan modulepagina's. Uw cursus kan een standaardmodulepagina met de naam Homepage (of Startpagina of Beginpagina) bevatten met de modules die het meest worden gebruikt door u en uw studenten.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Modulepagina.
  5. Typ op de pagina Modulepagina maken een naam voor de pagina in het vak Naam. Deze naam wordt gebruikt als de koppeling in het cursusgebied. Typ eventueel een beschrijving die samen met de koppeling wordt weergegeven in het cursusgebied. Dit verschijnt niet op de modulepagina.
  6. Selecteer Gebruikers toestaan de pagina aan te passen als gebruikers het kleurenthema mogen wijzigen, de volgorde van modules mogen aanpassen en modules mogen toevoegen aan hun persoonlijke weergave van de pagina. De aanpassingen door gebruikers gelden alleen voor de weergave van de pagina door de desbetreffende gebruiker.
  7. Selecteer instellingen bij Opties:
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of de modulepagina alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een modulepagina, alleen wanneer deze wordt weergegeven.
  8. Klik opVerzenden.

Opmerking:  U kunt ook modulepagina's maken in het cursusmenu. Zie Cursusmenu voor meer informatie.

De banner van een modulepagina aanpassen

De instellingen en titel van een modulepagina kunt u op dezelfde manier wijzigen als ieder ander inhoudsitem. Open het bijbehorende contextmenu en kies Bewerken. Als u de banner van een modulepagina wilt aanpassen, moet u echter anders te werk gaan.

Een aanbevolen grootte voor banners is ongeveer 480 bij 80 pixels. Lep op dat gebruikers hun browservensters kunnen vergroten of verkleinen, het cursusmenu kunnen in- en uitvouwen, en beeldschermen en schermresoluties gebruiken van verschillende groottes. Bekijk een banner na het uploaden onder deze verschillende omstandigheden om ervoor te zorgen dat het er goed uitziet.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Klik op de koppeling naar de modulepagina.
  4. Open op de modulepagina het contextmenu van de titel.
  5. Klik op Paginabanner.
  6. Typ de inhoud van de paginabanner in het vak. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  7. Klik op Aangepaste paginabanner gebruiken om de banner weer te geven aan gebruikers. Als de bewerkingsmodus is ingeschakeld (AAN), wordt de aangepaste paginabanner weergegeven boven de standaardbanner. Gebruikers zien echter alleen de aangepaste paginabanner.
  8. Klik opVerzenden.

Cursusmodules toevoegen

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Ga naar de modulepagina.
  3. Klik op Cursusmodule toevoegen.
  4. Selecteer een module op de pagina Module toevoegen door op de bijbehorende functie Toevoegen te klikken. Klik op de knop Verwijderen van een module om deze te verwijderen van de modulepagina.
  5. Klik op OK.

Modules beheren

  1. Klik op het pictogram van een tandwiel om de weergave van een module aan te passen. U kunt bijvoorbeeld instellen voor hoeveel dagen er mededelingen worden weergegeven in een module. Klik op de X om een module te verwijderen. Het verwijderen van een module betekent niet dat de inhoud wordt verwijderd.
  2. Wijzig de volgorde van de cursusmodules door deze naar de gewenste positie te slepen.
  3. U kunt de rangschikking van de modules ook bepalen met de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord.
  4. Klik op de koppeling in een module om meer te zien.
  5. Klik op dit pictogram om de module in een nieuw venster te openen. U kunt het venster naar een andere positie op het scherm verplaatsen en gebruiken als naslag terwijl u door de cursus bladert.

Mashups maken

Met behulp van mashups kunt u eenvoudig inhoud integreren die zich bevindt op een externe website. U kunt bijvoorbeeld een discussie over een klassiek toneelstuk stimuleren door een mashup te maken met een koppeling naar een video op YouTube met een scène uit het toneelstuk en een koppeling naar een recensie uit een vooraanstaand tijdschrift.

Er zijn standaard drie mashups beschikbaar in Blackboard Learn. U kunt andere bronnen voor mashups toevoegen als Building Blocks.

  • Flickr®: een site voor het bekijken en delen van foto's.
  • SlideShare: Een site voor het bekijken en delen van diapresentaties, documenten of Adobe PDF-portfolio's.
  • YouTube™: een site voor het bekijken en delen van online video's.

U kunt mashups maken als zelfstandige inhoudsitems in een cursusgebied. Daarnaast kunt u met de inhoudseditor mashups toevoegen aan onderdelen zoals toetsvragen, discussieforums, blogs of opdrachten.

Uw instelling bepaalt of deze tool beschikbaar is. Mashups worden vaak uitgeschakeld omdat er anders niet wordt voldaan aan de instellingsregels met betrekking tot onlinelesgeven en -leren.

als een mashup niet meer wordt weergegeven of een fout genereert, is het mogelijk dat de URL is gewijzigd of het desbetreffende item is verwijderd uit Flickr, Slideshare of YouTube.

Ga als volgt te werk om een mashup te maken:

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer een van de beschikbare mashups, Flickr-foto, SlideShare-presentatie of YouTube-video.
  5. Typ op de pagina Zoeken trefwoorden en geef aan hoe de trefwoorden moeten worden gebruikt in de zoekactie.
  6. Klik op Start.
  7. Op de pagina Zoekresultaten kunt u de lijst verfijnen via de vervolgkeuzelijsten Sorteren op en Geüpload.
  8. Klik op Selecteren om de mashup toe te voegen. Kies Voorbeeld als u het item eerst even wilt bekijken.
  9. Typ op de pagina Mashup-item maken een naam voor de koppeling als u niet de titel wilt gebruiken die automatisch in het vak Naam wordt weergegeven.
  10. Voer desgewenst een beschrijving in. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  11. Stel de gewenste opties voor de mashup in. De beschikbare opties verschillen per type mashup.
    1. Weergave: deze opties bepalen hoe de koppeling naar de video wordt weergegeven in het inhoudsgebied. Selecteer Miniatuur om een kleine speler weer te geven die groter kan worden weergegeven door erop te klikken. Selecteer Tekstkoppeling met videospeler om tekst weer te geven waarop kan worden geklikt om een speler weer te geven. Selecteer Video insluiten om een speler op volledige grootte weer te geven in het inhoudsgebied.
    2. YouTube-URL weergeven: de bron-URL weergeven.
    3. YouTube-gegevens weergeven: informatie weergeven over de inhoud van de externe website.

      Selecteer Nee voor de optie YouTube-gegevens weergeven als u na het afspelen geen video's wilt weergeven die door YouTube worden aanbevolen.

  12. Ga eventueel op een van de volgende manieren te werk om een bestand bij te voegen in het gedeelte Bijlagen.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  13. Stel de gewenste opties in.
    1. selecteer Ja bij Gebruikers toestaan deze inhoud te bekijken.
    2. Selecteer Ja  of Nee voor de optie Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een mashup alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de mashup wordt weergegeven.
  14. Klik opVerzenden.

Een mashup maken met de inhoudseditor

U kunt op vrijwel alle plaatsen waar de inhoudseditor beschikbaar is een mashup maken. Dit betekent dat u mashups kunt gebruiken in gebieden zoals inhoudsbeschrijvingen, toetsvragen, discussieberichten en blogs.

  1. Activeer de  bewerkingsmodusAAN).
  2. Ga naar het inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map en maak een inhoudsitem of bewerk een bestaand item.
  3. Klik in de Inhoudseditor op Mashup invoegen.
  4. Selecteer Flickr-foto, SlideShare-presentatie of YouTube-video.
  5. Typ op de pagina Zoekentrefwoorden en geef aan hoe de trefwoorden moeten worden gebruikt in de zoekactie.
  6. Klik op Start.
  7. Op de pagina Zoekresultaten kunt u de lijst verfijnen via de vervolgkeuzelijsten Sorteren op en Geüpload.
  8. Klik op Selecteren  om de mashup toe te voegen. Kies Voorbeeld als u het item eerst even wilt bekijken.
  9. Typ op de pagina Mashup-item maken een naam voor de koppeling als u niet de titel wilt gebruiken die automatisch in het vak Naam wordt weergegeven.
  10. Stel de gewenste opties voor de mashup in.

    Selecteer Nee voor de optie YouTube-gegevens weergeven als u na het afspelen geen video's wilt weergeven die door YouTube worden aanbevolen.

  11. Klik opVerzenden.

Inhoudspakketten toevoegen voor gebruik met een inhoudsspeler

Een voorbeeld van een inhoudstype voor webgebaseerde studie dat u kunt gebruiken in een cursus is een SCO, of Shareable Content Object. Deze SCO's worden samengevoegd in een gecomprimeerd ZIP-bestand dat een inhoudspakket wordt genoemd. Dit pakket kan worden uitgepakt en afgespeeld met een inhoudsspeler. Hoewel het mogelijk is zelf inhoudspakketten te ontwerpen en te bouwen, is het meestal zo dat de samenstellende onderdelen of complete pakketten worden aangeboden door scholen, bedrijven of andere bronnen.

Blackboard Learn ondersteunt op dit moment twee inhoudsspelers: de SCORM Engine (Shareable Content Object Reference Model) en Inhoudsspeler volgens open standaarden.

 
Inhoudsspeler Ondersteunde inhoudstypen
SCORM Engine SCORM 1.2, SCORM 2004 (tot 4th Edition)
Inhoudsspeler volgens open standaarden SCORM 1.2, SCORM 2004 (tot 3rd Edition), IMS, NLN

Als de SCORM Engine is ingeschakeld door uw instelling, is dit de speler die standaard wordt gebruikt voor alle nieuw geüploade inhoudspakketten, evenals voor bestaande pakketten die opnieuw worden geüpload. Dit is zelfs het geval als Inhoudsspeler volgens open standaarden ook is ingeschakeld.

Uw instelling bepaalt of de SCORM Engine, Inhoudsspeler volgens open standaarden of beide spelers zijn ingeschakeld. Als geen van deze tools beschikbaar is, kunt u hierover contact opnemen met uw instelling. U kunt zien of de tools beschikbaar zijn door naar het configuratiescherm te gaan en onder Aanpassen de optie Beschikbaarheid van tools te kiezen.

De tool Inhoudsspeler volgens open standaarden wordt verwijderd in een toekomstige release van Blackboard Learn, maar is voorlopig nog beschikbaar zodat bestaande cursusinhoud goed blijft werken. Het is dan ook belangrijk dat beheerders en cursusleiders nu al bestaande inhoud gaan migreren, opnieuw uploaden en testen voor gebruik met de SCORM Engine. Bestaande IMS- of NLN-inhoud moet worden aangepast om te voldoen aan de SCORM-normen.

SCORM-inhoud

De Building Blocks SCORM Engine en Inhoudsspeler volgens open standaarden bieden ondersteuning voor inhoud die voldoet aan de SCORM 1.2-standaard en de SCORM 2004-standaard. U hoeft niet vooraf te bepalen of de inhoud compatibel is met de standaard 1.2 of 2004, aangezien beide typen kunnen worden afgespeeld.

De SCORM Engine ondersteunt SCORM 2004 tot de 4th edition. Inhoudsspeler volgens open standaarden biedt ondersteuning tot de 3rd edition.

Meer informatie over SCORM-inhoud kunt u vinden op http://www.adlnet.org.

IMS-inhoud

Het Building Block Inhoudsspeler volgens open standaarden biedt ondersteuning voor inhoud die voldoet aan de standaard IMS Content and Packaging 1.1.2 met het kenmerk voor webinhoud. Wanneer u dit inhoudstype toevoegt aan een cursus, moet u er rekening mee houden dat het merendeel van deze pakkettypen geen gegevens bijhouden met betrekking tot pogingen van gebruikers. Anders zult u geen grote verschillen zien.

Meer informatie over IMS-inhoud kunt u vinden op http://www.imsproject.org.

NLN-inhoud

Met het Building Block Inhoudsspeler volgens open standaarden wordt NLN-inhoud ondersteund die voldoet aan de SCORM- en IMS-standaarden. Het NLN Materials Team in het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor het uitgeven en ontwikkelen van e-learningmateriaal voor NLN en geeft advies over de integratie van NLN-materiaal in onderwijs- of leerplannen.

Ga voor meer informatie over NLN-inhoud naar http://www.nln.ac.uk.

Een inhoudspakket toevoegen voor afspelen met de SCORM Engine

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Inhoudpakket (SCORM).
  5. Gebruik op de pagina Inhoudspakket toevoegen een van de volgende methoden om een bestand bij te voegen dat voldoet aan de normen van SCORM:
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  6. Klik op Verzenden om het geselecteerde bestand te uploaden.

Nadat het bestand is geüpload en gecontroleerd, wordt er een nieuwe pagina Inhoudspakket toevoegen weergegeven en kunt u de details van het pakket instellen.

  1. Typ op de tweede pagina Inhoudspakket toevoegen een titel voor het pakket bij SCORM-informatie.
  2. Voer desgewenst een beschrijving in. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  3. Selecteer opties bij SCORM beschikbaarheid. U kunt instellingen opgeven voor de beschikbaarheid van de inhoudsspeler voor studenten, het aantal pogingen en de beschikbaarheid van cursusinhoud.
    1. Selecteer Ja bij SCORM beschikbaar maken.
    2. Bij Aantal pogingen kunt u Eén poging toestaan of Onbeperkt aantal pogingen toestaan selecteren of een waarde invoeren voor Aantal pogingen.
    3. Gebruik Beschikbaarheid beperken om in te stellen of een inhoudspakket alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een inhoudspakket, alleen wanneer dit wordt weergegeven.
    4. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
  4. Selecteer opties voor Cijfer geven. U kunt hier aangeven of de student moet worden beoordeeld en hoe dit dan moet gebeuren.
    1. Bij Cijfer SCORM kunt u Geen cijfers selecteren of een waarde typen in het veld Cijfer: Mogelijk aantal punten, gebaseerd op SCORM-score, SCORM voltooiing of SCORM tevredenheid.
    2. Selecteer Ja bij SCOS-cijfer en selecteer vervolgens de items die moeten worden beoordeeld.

De details van een SCORM-poging bekijken

Als cijfertoekenning is ingeschakeld voor een SCORM-pakket, kunt u details bekijken van pogingen die een student heeft verzonden voor de inhoud van het pakket. De details kunnen betrekking hebben op de totale tijd dat de gebruiker de inhoud heeft bekeken, maar ook de voltooiingsstatus, antwoorden op vragen in het pakket en of antwoorden juist zijn. Aan de hand van deze details kunt u een score bepalen voor het Grade Center-item.

niet alle pakketten zijn ontworpen om alle gegevens bij te houden. Als de gegevens niet door het pakket worden aangeboden aan Blackboard Learn, worden de gegevens gemarkeerd met N.v.t. Als u vragen hebt over ontbrekende gegevens, neemt u contact op met de maker van het pakket om te bepalen welke gegevens worden bijgehouden.

Ga als volgt te werk om afzonderlijke pogingen te bekijken:

  1. Open in het configuratiescherm de volledige weergave van Grade Center.
  2. Zoek de kolom voor het inhoudsitem van de cursus.
  3. Klik op de poging van de gebruiker.
  4. Klik op de pagina Cijfer bewerken op Weergeven. De pagina Pogingdetails wordt weergegeven.

Ga als volgt te werk om een rapport uit te voeren met de details van alle pogingen:

  1. Vouw het onderdeel Evaluatie in het configuratiescherm uit.
  2. Klik op SCORM-rapporten.
  3. Open op de pagina SCORM-rapporten het contextmenu van een item en selecteer Uitvoeren.

Geavanceerde opties van de SCORM-speler wijzigen

Meestal is het niet nodig geavanceerde opties van de SCORM-speler te wijzigen, aangezien de standaardinstellingen zijn gekozen voor maximale compatibiliteit en prestaties. Het inhoudspakket bevat als het goed is al de juiste navigatiemiddelen, volgorde en werking. Hierdoor zijn de standaardinstellingen bijna altijd voldoende om de inhoud correct en consistent weer te geven. Als u toch van plan bent de opties te wijzigen, neem dan eerst contact op met uw instelling voor tips en hulp.

Om toegang te krijgen tot de geavanceerde opties van de SCORM-speler, moet u een bestaand SCORM-inhoudspakket bewerken.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Ga naar een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map met het SCORM-inhoudspakket.
  3. Open het contextmenu van het SCORM-inhoudspakket en kies Bewerken.
  4. De geavanceerde opties van de SCORM-speler worden standaard niet weergegeven. Selecteer Ja bij Gedrag SCORM-speler bewerken om de opties te zien. De geavanceerde opties van de SCORM-engine staan in twee of drie kolommen. In de linkerkolom kan de categorie met geavanceerde opties worden gekozen, terwijl de rechterkolom de bijbehorende opties en instellingen bevat. Dit zijn de categorieën:
    • Navigatie-elementen
    • Startconfiguratie
    • Rudimentaire volgordebepaling
    • Rudimentaire aggregatie
    • Compatibiliteitsinstellingen
    • Communicatie-instellingen
    • Debugger-opties
    • Geschiedenisopties
    • Overige gedragsopties {C}{C}{C}{C}{C}{C}{C}{C}{C}{C}{C}

    De categorieën Navigatie-elementen en Startconfiguratie kunnen van pas komen voor cursusleiders die enige kennis hebben van de werking van SCORM-inhoud. Debugger-opties en Geschiedenisoptieskunt u inschakelen om gegevens vast te leggen die kunnen helpen als een inhoudspakket niet goed functioneert.

  5. Als u tevreden bent met de instellingen, klikt u op Verzenden. Als u de wijzigingen niet wilt doorvoeren, klikt u op Annuleren.

Navigatie-elementen

De categorie Navigatie-elementen biedt de mogelijkheid knoppen, balken en andere navigatiehulpmiddelen toe te voegen die studenten kunnen gebruiken tijdens het bekijken van de cursusinhoud met de SCORM-speler.

Optie Functie
Navigatiebalk weergeven

Geef aan of in de SCORM-speler een navigatiebalk moet worden weergegeven. De volgende instellingen werken alleen als de navigatiebalk is ingeschakeld:

  • Knop Voltooien weergeven: er wordt een knop Cursus afsluiten weergegeven op de navigatiebalk. Als studenten op deze knop klikken, wordt de huidige inhoud afgesloten en wordt de hoofdles weergegeven, ongeacht de huidige voltooiingsstatus.
  • Knop SCO sluiten weergeven: er wordt een knop SCO sluiten weergegeven op de navigatiebalk. Met deze knop kan het huidige SCO worden gesloten. Deze optie moet zijn uitgeschakeld omdat deze optie niet handig is voor de meeste studenten.
  • Vorige/Volgende inschakelen: hiermee kunt u de elementen Vorige en Volgende toevoegen aan de navigatiebalk, zodat studenten vooruit en achteruit kunnen bladeren door de inhoud.
  • Voortgangsbalk weergeven: een voortgangsbalk weergeven voor de inhoud, zodat studenten kunnen zien hoe ver ze zijn.
    • Meting gebruiken voor voortgangsbalk: als u deze optie instelt, wordt de voortgang berekend op basis van de geaggregeerde voortgangsmeting. Als deze optie niet is ingeschakeld, wordt de voortgang bepaald aan de hand van de voltooiing van het huidige inhoudsobject. Dit geldt alleen voor inhoud van SCORM 2004 4th edition en later.
  • Help weergeven: er wordt een knop Help weergegeven voor studenten.
Titelbalk weergeven Geef aan of in de SCORM-speler een titelbalk moet worden weergegeven. Deze instelling werkt alleen als de optie Navigatiebalk weergeven is ingeschakeld.
Rechtsklikken uitschakelen Hiermee kunt u voorkomen dat studenten via de rechtermuisknop acties kunnen uitvoeren in vensters van de SCORM-speler. Er gebeurt dan niets als de rechtermuisknop wordt ingedrukt. Dit kan handig zijn in belangrijke beoordelingen of wanneer u niet wilt dat studenten de interne structuur of inhoud kunnen zien in de speler. Deze instelling geldt alleen voor vensters van de SCORM-speler, inclusief de cursusstructuur en de navigatiebalk (indien aanwezig), en heeft geen invloed op andere inhoud, browservensters of functies op het bureaublad van de computer.
Cursusstructuur weergeven

Bepaalt of de cursusstructuur wordt weergegeven door de SCORM-speler. Als u deze optie inschakelt, wordt de cursusstructuur links van de inhoud weergegeven. Dit kan handig zijn voor cursussen met verschillende inhoudsobjecten. De volgende instellingen werken alleen als deze optie is ingeschakeld:

  • Cursusstructuur weergeven bij openen: bepaalt of de SCORM-speler moet worden gestart met de cursusstructuur zichtbaar of verborgen. Studenten kunnen de structuur altijd weergeven of verbergen als de opties Cursusstructuur en Navigatiebalk weergeven zijn ingeschakeld.
  • Keuzenavigatie inschakelen: bepaalt of studenten kunnen navigeren binnen de cursusstructuur door koppelingen in het overzicht aan de linkerkant te selecteren. Anders wordt de cursusstructuur alleen ter informatie en naslag weergegeven.
  • Breedte cursusstructuur: de breedte van het cursusstructuurvenster in pixels. Met de standaardwaarde van nul (0) wordt de breedte automatisch ingesteld.
  • Weergave structuurstatus: bepaalt op welke manier pictogrammen worden weergegeven om de afrondingsstatus en de voltooiingsstatus aan te geven.
    • Alleen bij afgerond: alleen de afrondingsstatus van de cursus (voldoende/onvoldoende).
    • Alleen bij voltooiing: alleen de voltooiingsstatus (voltooid/niet voltooid).
    • Afzonderlijk: de afrondings- en voltooiingsstatus worden afzonderlijk weergegeven.
    • Gecombineerd: de afrondings- en voltooiingsstatus worden als een gecombineerde waarde weergegeven.
    • Geen: er wordt geen SCO-niveaustatus gemeld aan de gebruiker.
  • Ongeldige actie voor menu-item: bepaalt hoe de SCORM-speler ongeldige selecties van menu-items verwerkt.
    • Koppelingen weergeven en inschakelen: koppelingen naar ongeldige menu-items worden weergegeven, maar resulteren in een foutbericht als er op wordt geklikt.
    • Verbergen: koppelingen naar ongeldige menu-items worden niet weergegeven.
    • Koppelingen weergeven maar uitschakelen: koppelingen naar ongeldige menu-items worden weergegeven, maar er gebeurt niets als studenten er op klikken.

Startconfiguratie

De opties in de categorie Startconfiguratie bepalen hoe de inhoud in eerste instantie wordt weergegeven wanneer een student de inhoud kiest.

Opties
Optie Functie
SCO-starttype Deze instellingen zijn bepalend voor het starten van SCO's. Een vervolgkeuzelijst bevat de volgende mogelijke waarden:
  • Frameset : de SCO inline starten, in een browserframe, in plaats van in een nieuw venster.
  • Nieuw venster: de SCO openen in een nieuw browservenster.
  • Nieuw venster na klikken: de SCO openen in een nieuw browservenster nadat de student op een koppeling heeft geklikt. Deze instelling kan handig zijn bij het omzeilen van de functie van browsers die het weergeven van pop-upvensters blokkeert, aangezien deze meestal door het klikken op een koppeling wordt uitgeschakeld.
  • Nieuw venster zonder browserwerkbalk: de SCO wordt in een nieuw browservenster gestart, zonder een werkbalk.
  • Nieuw venster zonder browserwerkbalk na klikken: de SCO openen in een nieuw browservenster zonder een werkbalk, maar pas nadat de student op een koppeling heeft geklikt.
Starttype speler Deze instellingen zijn bepalend voor het starten van de SCORM-speler. Een vervolgkeuzelijst bevat de volgende mogelijke waarden:
  • Frameset : de SCORM-speler inline starten, in een browserframe, in plaats van in een nieuw venster.
  • Nieuw venster: de speler openen in een nieuw browservenster.
  • Nieuw venster na klikken: de speler openen in een nieuw browservenster nadat de student op een koppeling heeft geklikt. Deze instelling kan handig zijn bij het omzeilen van de functie die het weergeven van pop-upvensters blokkeert, aangezien deze meestal door het klikken op een koppeling wordt uitgeschakeld.
  • Nieuw venster zonder browserwerkbalk: de speler wordt in een nieuw browservenster gestart, zonder een werkbalk.
  • Nieuw venster zonder browserwerkbalk na klikken: de speler openen in een nieuw browservenster zonder een werkbalk, maar pas nadat de student op een koppeling heeft geklikt.
Opties voor nieuw venster Deze instellingen bepalen de afmetingen van de inhoudsspeler bij het starten in een nieuw venster. Deze instellingen hebben alleen effect als bij SCO-starttype of Starttype speler een optie is geselecteerd voor het openen van een nieuw venster.
  • Standaardinstellingen gebruiker: het nieuwe venster weergeven met de standaardafmetingen van de browser op de client.
  • Volledig scherm: het nieuwe venster schermvullend weergeven. Als deze optie is ingeschakeld, moet u een besturingselement toevoegen waarmee studenten de inhoud kunnen verlaten, zoals een knop Afsluiten.
  • Vensterafmetingen opgeven: zelf de afmetingen voor het nieuwe venster opgeven.
    • Breedte voor inhoud: de breedte van nieuwe vensters in pixels.
    • Hoogte voor inhoud: de hoogte van nieuwe vensters in pixels.
  • VEREIST: De bovenstaande afmetingen zijn vereist voor een goede werking van de cursus: als u deze optie selecteert en de browser op de client de opgegeven afmetingen niet ondersteunt, ziet de student een waarschuwing.
Vensterformaat wijzigen niet toestaan Bepaalt of studenten het formaat mogen wijzigen van de vensters van de inhoudsspeler.

Rudimentaire volgordebepaling

Met de opties voor Rudimentaire volgordebepaling kunt u bepalen wat er moet gebeuren, onder zowel normale omstandigheden als in foutsituaties, wanneer een student het inhoudspakket van SCORM vóór voltooiing afrondt of verlaat. Op basis van deze instellingen bepaalt de SCORM-speler wat er vervolgens moet gebeuren.

Er spelen verschillende factoren een rol bij het bepalen van de uit te voeren actie:

  • Het feit of de SCO de eerste (en mogelijk enige) SCO is, een tussenliggende SCO of de laatste SCO
  • De status van de SCO, zowel van de SCO op zich maar ook als onderdeel van het volledige inhoudspakket
  • De afsluitstatus van de SCO die is afgerond of afgebroken

Deze instellingen gelden alleen voor inhoudspakketten van SCORM 1.2, en maken het mogelijk de geavanceerde volgordebepaling te simuleren die is ingebouwd in de normen van SCORM 2004. In SCORM 2004 (alle edities) kan door middel van eenvoudige volgordebepaling (Simple Sequencing) worden bepaald hoe SCO-volgordebepaling moet worden afgehandeld.

Opties
Optie Functie
Tussenliggende SCO

Dit zijn de instellingen die gelden voor SCO's (Shareable Content Objects) die zich aan het begin of in het midden van een cursus bevinden die bestaat uit meerdere SCO's. Dit zijn dus alle SCO's behalve de laatste. Ongeacht of Afronding of Geen afronding van toepassing is, kunt u aangeven wat er vervolgens moet gebeuren voor elk van de mogelijke voorwaarden:

  • Normaal: de student heeft de inhoud van de huidige SCO op de juiste manier afgesloten.
  • Onderbreken: de student heeft de huidige sessie onderbroken, bijvoorbeeld door het overslaan van SCO's in een cursus die uit meerdere SCO's bestaat.
  • Time-out: er is een time-out opgetreden tijdens de sessie omdat de student de SCO niet in de toegekende tijd heeft afgerond of als gevolg van een communicatiestoring tussen de computer en de server.
  • Afmelden: de student heeft zich afgemeld bij de huidige sessie, en de SCO is nog actief.

Dit zijn de beschikbare opties voor de verschillende voorwaarden:

  • Cursus na bevestiging afsluiten: de student vragen het afsluiten te bevestigen en dan terugkeren naar de hoofdles. Als de student de bewerking niet bevestigt, wordt dit aangegeven in een bericht.
  • Cursus afsluiten: de SCORM-speler afsluiten en terugkeren naar de hoofdles.
  • Naar volgende SCO gaan: de volgende SCO in de cursus weergeven.
  • Bericht weergeven: er wordt een bericht weergegeven. De SCORM-speler bepaalt welk bericht er wordt weergegeven, afhankelijk van de huidige status van de speler.
  • Niets doen: er wordt geen actie ondernomen door de SCORM-speler.
Laatste SCO Dit zijn de instellingen die gelden voor de laatste SCO in een cursus. Als een cursus maar uit één SCO bestaat, wordt deze gezien als de laatste SCO. Ongeacht of Afronding of Geen afronding van toepassing is, kunt u aangeven wat er vervolgens moet gebeuren voor elk van de mogelijke voorwaarden:
  • Normaal: de student heeft de inhoud van de huidige SCO doorgenomen.
  • Onderbreken: de student heeft de huidige sessie onderbroken.
  • Time-out: er is een time-out opgetreden tijdens de sessie omdat de student de SCO niet in de toegekende tijd heeft afgerond of als gevolg van een communicatiestoring tussen de computer en de server.
  • Afmelden: de student heeft zich afgemeld bij de huidige sessie.

Dit zijn de beschikbare opties voor de verschillende voorwaarden:

  • Cursus na bevestiging afsluiten: de student vragen het afsluiten te bevestigen en dan terugkeren naar de hoofdles. Als de student de bewerking niet bevestigt, wordt dit aangegeven in een bericht.
  • Cursus afsluiten: de SCORM-speler afsluiten en terugkeren naar de hoofdles.
  • Naar volgende SCO gaan: er wordt een bericht weergegeven, aangezien dit al de laatste SCO is in het pakket.
  • Bericht weergeven: er wordt een bericht weergegeven. De SCORM-speler bepaalt welk bericht er wordt weergegeven, afhankelijk van de huidige status van de speler.
  • Niets doen: er wordt geen actie ondernomen door de SCORM-speler.

Rudimentaire aggregatie

Met de opties voor Rudimentaire aggregatie kunt u aangeven hoe u de scores en status voor de SCO wilt evalueren voor een bepaalde student. De term "aggregatie" verwijst naar het proces van het verzamelen van de individuele SCO-scores en voltooiingsstatus, en het verwerken van die gegevens om een cumulatief eindcijfer en algehele voltooiingsstatus te berekenen en toe te wijzen voor de cursus in het SCORM-inhoudspakket. Er zijn verschillende manieren om criteria te selecteren, het gemiddelde van toetsscores te berekenen, en zowel een cijfer als een voltooiingsstatus te bepalen.

Deze instellingen gelden alleen voor inhoud van SCORM 1.2 en bieden een manier om de methode te simuleren waarmee volgens SCORM 2004 scores en voltooiingsstatus worden vastgesteld. De instellingen gelden niet voor inhoud van SCORM 2004 aangezien in SCORM 2004 eenvoudige volgordebepaling (Simple Sequencing) wordt gehanteerd om vast te stellen hoe aggregatie moet worden afgehandeld.

Opties
Optie Functie
Modus voor score-aggregatie Bepaalt de manier waarop de SCORM-speler afzonderlijke SCO-scores verzamelt, deze analyseert en vervolgens een berekende score vaststelt. Dit zijn de mogelijke waarden:
  • Score gemeld door cursus: deze instelling is voornamelijk bedoeld voor inhoudspakketten die uit één SCO bestaan omdat de score van de eerste SCO wordt overgenomen.
  • Gemiddelde score van alle eenheden : alle geregistreerde scores worden opgeteld en gedeeld door het totale aantal SCO's in de cursus, ongeacht het aantal SCO's dat een score doorgeeft.
  • Vast gemiddelde: alle geregistreerde scores worden opgeteld en gedeeld door de waarde die is opgegeven voor Aantal score-objecten.
  • Gemiddelde score van alle eenheden met scores niet gelijk aan nul: alle geregistreerde scores worden opgeteld en gedeeld door het totale aantal SCO's dat een score heeft gemeld.
  • Laatste SCO-score: de score van de laatste SCO wordt gebruikt.

Aantal score-objecten: geeft aan hoeveel SCO's een score moeten doorgeven. Deze waarde is alleen relevant als Modus voor score-aggregatie is ingesteld op Vast gemiddelde.

Modus voor statusaggregatie Bepaalt hoe de algehele voltooiingsstatus wordt vastgesteld. Dit zijn de mogelijke waarden:
  • Status gemeld door cursus: deze instelling is voornamelijk bedoeld voor inhoudspakketten die uit één SCO bestaan omdat de voltooiingsstatus van de eerste SCO wordt overgenomen.
  • Voltooid als alle eenheden zijn voltooid: de cursus wordt als voltooid beschouwd wanneer alle SCO's in het inhoudspakket zijn voltooid, ongeacht het resultaat (onvoldoende, afgerond of voldoende).
  • Voltooid als alle eenheden zijn voltooid en gehaald: de cursus wordt als voltooid beschouwd wanneer alle SCO's in het inhoudspakket zijn voltooid, met de status afgerond of voldoende.
  • Voltooid als drempelscore is gehaald: de cursus wordt als voltooid beschouwd wanneer de score (zoals vastgesteld met Modus voor score-aggregatie) gelijk is aan of hoger is dan de drempel die is ingesteld met Drempelscore voor voltooiing. Bij deze instelling hoeven niet alle SCO's te zijn afgerond.
  • Voltooid als alle eenheden zijn voltooid en drempelscore is gehaald: de cursus wordt als voltooid beschouwd wanneer alle SCO's in het pakket zijn voltooid en de score (zoals vastgesteld met Modus voor score-aggregatie) gelijk is aan of hoger is dan de drempel die is ingesteld met Drempelscore voor voltooiing.
  • Voltooid als alle eenheden zijn gehaald: de cursus wordt als voltooid beschouwd wanneer alle SCO's in het pakket zijn voltooid met een voldoende.

Drempelscore voor voltooiing: 0.0-1.0: bepaalt de drempel voor voltooiing van de cursus. Deze instelling wordt alleen toegepast als Modus voor statusaggregatie is ingesteld op Voltooid als drempelscore is gehaald of Voltooid als alle eenheden zijn voltooid en drempelscore is gehaald. De waarde bestaat uit een decimaal getal tussen 0,0 en 1,0. (U kunt een equivalent percentage berekenen door de waarde te vermenigvuldigen met 100. Als u bijvoorbeeld 0,8 opgeeft, is de drempelscore gelijk aan 80%.)

Aggregatiestatus toepassen op afrondingsstatus Als u deze optie selecteert, wordt de waarde voor Modus voor statusaggregatie toegepast op de afrondingsstatus, in plaats van alleen de afrondingsstatus.
Eerste SCO is bepalend Als u deze optie inschakelt, betekent de lesstatus Voldoende (of Geslaagd) voor de eerste SCO dat de rest van de SCO's in het pakket automatisch als Voltooid wordt gemarkeerd. Op deze manier kunt u een reeks cursussen maken waarin studenten onderwerpen kunnen overslaan waarvoor ze aantoonbaar al over voldoende kennis beschikken.

Compatibiliteitsinstellingen

Hoewel het meestal niet nodig is de standaardinstellingen voor deze opties te wijzigen, kan de categorie Compatibiliteitsinstellingen van pas komen bij het oplossen van problemen met pakketten waarin fouten optreden, die niet kunnen worden gestart of die andere problemen veroorzaken.

Net als bij alle andere geavanceerde instellingen, maar zeker in dit geval, mag u de instellingen in deze categorie pas wijzigen nadat u contact hebt opgenomen met de instelling voor tips en hulp.

Als er problemen of fouten optreden wanneer u cursusinhoud die eerder werd afgespeeld met het Building Block Inhoudsspeler volgens open standaarden opnieuw uploadt, vindt u hier de instellingen die mogelijk moeten worden aangepast, met name voor oudere inhoud en inhoud die mogelijk niet aan de normen voldoet. Om exact te kunnen vaststellen wat het probleem is, kunt u de Debugger-opties inschakelen en vervolgens de bijbehorende logboeken bekijken.

Opties
Optie Functie
Voltooien betekent direct vastleggen Deze instelling is bedoeld voor cursussen met één SCO waarbij het lastig is de afsluitstatus te bepalen. U kunt deze optie inschakelen als in een cursus met één SCO voltooiingen niet goed worden geregistreerd.
SCO-venster koppelen aan API Wanneer een SCO wordt gestart in een nieuw venster, bestaat de kans dat inhoud die niet aan de normen voldoet of die slecht is geschreven, de SCORM Engine niet kan vinden en er dus geen communicatie mogelijk is. Als u deze instelling inschakelt, wordt er een soort van schil (een API) rondom de speler gelegd. Deze API kan vervolgens zonder problemen communiceren met de SCORM Engine.
Altijd naar eerste SCO Als deze optie is ingeschakeld, laadt de SCORM-speler altijd de eerste cursus in een SCO, ongeacht de regels voor volgordebepaling die zijn ingesteld.
Vaardigheidsscore vervangt lesstatus Als deze optie is ingeschakeld, wordt de feitelijke lesstatus vervangen door de vaardigheidsscore, maar alleen als deze aangeeft of de SCO  al dan niet is voltooid.
Wijzigen van voltooiingsstatus les toestaan Deze instelling geldt voor SCORM 1.2 en bepaalt of een les die als voltooid is gemarkeerd, achteraf nog een andere status kan krijgen.
Lege set aggregeren naar onbekend In het geval van SCORM 2004-cursussen bepaalt deze instelling de aggregatiestatus wanneer er geen activiteiten zijn die informatie leveren voor het instellen van de status. Als u deze optie selecteert, worden zowel de voltooiingsstatus als de afrondingsstatus ingesteld op Onbekend.
Activiteit op hoofdniveau uitschakelen Hiermee voorkomt u dat een student een nieuwe poging kan indienen door de navigatiestructuur voor de cursus uit te schakelen, evenals eventuele andere koppelingen waarmee de cursus of een SCO opnieuw kan worden gestart. Het klikken met de muis heeft ook geen nut als deze optie is ingeschakeld.
Aggregatie bij uit geheugen halen van SCO Hiermee wordt aggregatie afgedwongen wanneer de SCO uit het geheugen wordt verwijderd. Dit is bedoeld voor het afhandelen van SCO's die niet expliciet een aanroep versturen voor het uitvoeren van een aggregatie.
Doelstelling en voltooiing vervangen indien door inhoud op Waar gezet De standaardinstelling voor SCORM 2004 en de standaardinstelling voor de speler SCORM 1.2 kunnen soms tot gevolg hebben dat een SCO wordt gemarkeerd als voltooid en afgerond wanneer de SCO niet de juiste gegevens voor de runtime-status doorgeeft. Deze instelling vervangt de standaardinstellingen voor cursussen die niet de juiste standaardregels voor volgordebepaling afdwingen.
Studentvoorkeuren algemeen toepassen op cursus Hiermee worden de voorkeuren die door een student zijn ingesteld in een SCO toegepast op alle SCO's in een bepaald SCORM-inhoudspakket.
Voltooide registraties starten als no-credit Hiermee geeft u aan of voltooide cursusregistraties vervolgens op de gebruikelijke wijze of als no-credit worden gestart.
Voltooiingsstatus van mislukte afrondingsstatus Stel een vervangende waarde in voor de voltooiingsstatus van een SCO die niet is afgerond door een student:
  • Voltooid
  • Niet voltooid
  • Onbekend
Modus van lookahead-sequencer Lookahead-verwerking zorgt ervoor dat de SCORM Engine de weergegeven en ingeschakelde navigatiestructuur van de cursus dynamisch kan bijwerken op basis van de status van de huidige SCO. Deze instelling moet standaard zijn ingeschakeld. In het geval van erg grote cursussen kan dit een aanzienlijke vertraging tot gevolg hebben in webbrowsers. Als dit onacceptabel is, kunt u deze optie uitschakelen. Dit zijn de beschikbare instellingen:
  • Uitgeschakeld: de lookahead-sequencer van SCORM uitschakelen.
  • Ingeschakeld: de lookahead-sequencer van SCORM inschakelen (standaardinstelling)
  • Real-time: de real-time lookahead-sequencer van SCORM inschakelen. Deze sequencer wordt uitgevoerd wanneer bepaalde runtime-waarden veranderen, waarbij de zichtbare navigatiestructuur van de cursus direct wordt bijgewerkt.
Timing voor opnieuw instellen runtime-gegevens Bepaalt wanneer de SCORM-speler de timing van de CMI-gegevens (computer managed instruction) opnieuw instelt. De opties zijn:
  • Nooit: de runtime-status wordt nooit opnieuw ingesteld.
  • Als niet wordt afgesloten via Onderbreken: de runtime-gegevens worden alleen behouden wanneer de afsluitstatus niet Onderbreken is.
  • Bij elke nieuwe volgordeactie: de runtime-gegevens worden opnieuw ingesteld wanneer volgens de regels van het systeem een nieuwe poging moet beginnen.
Terug naar LMS-actie Aangezien SCORM 2004 4th Edition vereist dat inhoud een interface bevat waarmee studenten kunnen aangeven hoe ze een cursus willen verlaten, kan de SCORM-speler een bericht weergeven wanneer een student op Cursus afsluiten klikt. Aangezien dit bericht kan worden uitgeschakeld, kunt u deze optie gebruiken om in te stellen wat er moet gebeuren als dit het geval is. De instelling bepaalt of de cursus wordt onderbroken en de huidige status wordt opgeslagen of dat de cursus volledig wordt beëindigd bij afsluiten. Dit zijn de beschikbare instellingen:
  • Legacy: de verwerking van SCORM 3rd Edition gebruiken, wat inhoudt dat de student teruggaat naar de hoofdcursus en de huidige status van de poging wordt opgeslagen.
  • Alles onderbreken: de huidige status van alle huidige pogingen opslaan, inclusief alle geopende SCO's (alleen SCORM 4th Edition).
  • Alles afsluiten: de poging beëindigen (alleen SCORM 4th Edition)
  • Selecteerbaar: de student kan kiezen tussen Alles onderbreken en Alles afsluiten (alleen SCORM 4th Edition).

Communicatie-instellingen

De categorie Communicatie-instellingen bepaalt hoe de inhoudsspeler communiceert met de server. Deze instellingen moeten mogelijk worden aangepast als er regelmatig time-outs optreden of als er problemen zijn met de communicatie tussen de computers van studenten en de server. De instellingen mogen echter alleen worden gewijzigd door een beheerder of een ervaren SCORM-ontwikkelaar.

Opties
Optie Functie
Maximum aantal mislukte pogingen Het maximum aantal keren dat wordt geprobeerd bijgewerkte runtime-gegevens te versturen naar de server voordat de bewerking wordt afgebroken. Als dit aantal wordt overschreden, verschijnt er een foutbericht.
Frequentie voor vastleggen Bepaalt hoe vaak, in milliseconden, de runtime-gegevens worden bijgewerkt op de server.

Sommige activiteiten, zoals het afronden van een cursus, resulteren automatisch in een update.

Debugger-opties

De categorie Debugger-opties bepaalt of en hoeveel logboekgegevens er worden vastgelegd binnen de verschillende SCORM-subsystemen.

Als er problemen of fouten optreden bij het afspelen of weergeven van cursusinhoud, kunt u debugger-opties inschakelen zodat u, de beheerder, of een ervaren SCORM-gebruiker, de logboeken kan raadplegen om een oplossing voor het probleem te zoeken. De categorie Geschiedenisopties kan worden gebruikt om gegevens van de normale werking van het systeem vast te leggen, die immers ook van pas kunnen komen bij problemen.

Opties
Optie Functie
Debugger-opties Bepaalt het niveau van logboekregistratie binnen de verschillende SCORM-subsystemen: Beheer (algemene systeemfuncties), Runtime (het starten en de uitvoering van SCO's) of Volgordebepaling (wat er gebeurt buiten en tussen SCO's)
  • Uit : er worden geen vermeldingen voor debuggen vastgelegd.
  • Controle: er worden alleen basisvermeldingen voor debuggen vastgelegd.
  • Gedetailleerd: er worden berichten op controleniveau vastgelegd, maar ook aanvullende berichten met gedetailleerde gegevens.
Inclusief tijdstempels Bepaalt of vermeldingen in de logboeken worden voorzien van een tijdstempel.

Geschiedenisopties

De categorie Geschiedenisopties bepaalt of en hoeveel gegevens van de normale werking van het systeem met betrekking tot SCORM worden vastgelegd.

Opties
Optie Functie
Geschiedenis bijhouden Bepaalt of voor elke poging gegevens moeten worden vastgelegd om een geschiedenis bij te houden voor de cursus.
Gedetailleerde geschiedenis bijhouden Bepaalt of voor elke poging gedetailleerde gegevens moeten worden vastgelegd om een geschiedenis bij te houden voor de cursus.

Overige gedragsopties

Opties
Optie Functie
Tijdslimiet De totale tijd, in minuten, die een student mag doorbrengen in het inhoudspakket. Als de opgegeven tijd wordt overschreden, wordt de student automatisch afgemeld, en worden de scores en status berekend volgens de huidige afrondingsstatus. Gebruik hier de waarde nul (0) als u geen tijdslimiet wilt instellen.

Een inhoudspakket toevoegen voor gebruik met Inhoudsspeler volgens open standaarden

Deze instructies gelden voor installaties van Blackboard Learn waarin het Building Block SCORM Engine niet is ingeschakeld. Als het Building Block SCORM Engine is ingeschakeld, moet deze speler worden gebruikt door nieuwe en opnieuw geüploade inhoud. U kunt echter nog wel de opties bekijken en wijzigen voor bestaande inhoud die is geüpload met Inhoudsspeler volgens open standaarden.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map.
  3. Wijs op de actiebalk Inhoud bouwen aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Inhoudpakket (SCORM), Inhoudpakket (IMS) of Inhoudpakket (NLN).
  5. Typ een titel op de pagina Inhoudpakket () toevoegen.
  6. Gebruik een van de volgende opties om een bestand bij te voegen dat voldoet aan de standaard SCORM, IMS of NLN:
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  7. Voer desgewenst een beschrijving in. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die worden geüpload vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden of Content Collection. Bijlagen die met de inhoudseditor worden geüpload, kunnen worden geopend in een nieuw venster en worden voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.
  8. Selecteer de gewenste instelling voor Interactieopties. Als Keuze is geselecteerd, kan de gebruiker een navigatiemenu aan de linkerzijde gebruiken om te selecteren welke inhoud hij/zij wil zien. Als Vaste volgorde is geselecteerd, wordt het navigatiemenu aan de linkerzijde niet weergegeven en moet de gebruiker de knoppen Volgende en Vorige gebruiken om de inhoud achter elkaar te bekijken.
  9. Opties voor Grade Center:
    1. Selecteer Ja voor Een Grade Center-item toevoegen om een kolom toe te voegen aan Grade Center. De naam van het pakket is de kolomnaam. U kunt dit bewerken en beheren in het Grade Center.
    2. Selecteer Ja voor Pogingdetails bijhouden om de interactie van de gebruiker met de inhoud weer te geven, zoals de totale weergavetijd en antwoorden op vragen. U kunt de details bekijken in Grade Center.
    3. Wanneer Ja is geselecteerd voor Alleen eerste poging, worden pogingdetails alleen weergegeven als de gebruiker de inhoud voor de eerste keer bekijkt. Als de gebruiker niet het hele pakket doorwerkt, worden daarop volgende pogingen niet bijgehouden. Wanneer u deze waarde op Nee laat staan, worden altijd de gegevens van de laatste poging weergegeven. Deze instelling is alleen bedoeld voor het traceren van gegevens. Er worden geen beperkingen opgelegd ten aanzien van het aantal keren dat de gebruiker de inhoud kan weergeven.
  10. Geef de gewenste instellingen op voor Inhoudsopties:
    1. selecteer Ja voor Inhoud zichtbaar maken.
    2. Selecteer Ja bij Aantal keren weergegeven bijhouden.
    3. Gebruik datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een inhoudspakket alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. Weergavebeperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid van een inhoudspakket, alleen wanneer dit wordt weergegeven
  11. Klik opVerzenden.

Inhoud bekijken zoals studenten die zien

Het is een goed idee om inhoud altijd even te controleren vanuit het perspectief van de studenten. Hiervoor zet u de bewerkingsmodus op UIT. Als u de cursus weergeeft zoals studenten die zien, kunt u controleren of alleen de informatie wordt weergegeven die bedoeld is voor studenten en of u tevreden bent over de weergave.