Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Cursusgebieden en inhoud bewerken en beheren

Nadat u cursusgebieden hebt gemaakt, zoals inhoudsgebieden, leermodules, lesoverzichten en mappen, gaat u inhoud maken voor die gebieden. Alle items en cursusgebieden, met uitzondering van inhoudsgebieden, kunt u op dezelfde manier bewerken en beheren. Via het contextmenu van een item kunt u instellingen wijzigen, de beschikbaarheid aanpassen, metagegevens maken en opties inschakelen voor bijvoorbeeld de doorneemstatus, adaptieve inhoud en het traceren van statistieken. U kunt uiteraard ook inhoud kopiëren, verplaatsen en verwijderen. U kunt inhoud slepen naar een andere positie op de pagina en gedetailleerde inhoud verbergen om schermruimte te besparen.

  1. Open het contextmenu van een item om de beschikbare opties weer te geven. U kunt nu instellingen wijzigen, de beschikbaarheid aanpassen, metagegevens maken en opties inschakelen voor bijvoorbeeld de doorneemstatus, adaptieve inhoud en het traceren van statistieken. U kunt uiteraard ook inhoud kopiëren, verplaatsen en verwijderen. Als een optie niet wordt weergegeven, is deze optie niet beschikbaar voor het item.
  2. U kunt koppelingen via slepen en neerzetten ordenen in het cursusgebied.
  3. U kunt de rangschikking van de koppelingen ook bepalen met de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord op de actiebalk.
  4. Klik op Details verbergen om de beschrijving niet weer te geven en zo schermruimte te besparen. Klik nogmaals op Details weergeven om de beschrijving van het item weer te geven. Als een cursusgebied verschillende items en beschrijvingen bevat, moet u bladeren om de hele pagina te zien. Een samengevouwen beschrijving blijft ook na afmelden en opnieuw aanmelden verborgen.

    De manier waarop studenten het cursusgebied zien, blijft ongewijzigd. Studenten hebben niet de mogelijkheid de beschrijvingen samen te vouwen.

De volgorde van inhoud aanpassen

Inhoud wordt weergegeven in de volgorde waarin deze is toegevoegd. U kunt de volgorde echter wijzigen. U kunt inhoud slepen om deze op de gewenste locatie weer te geven. Hiervoor kunt u ook de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord gebruiken. Zet de bewerkingsmodus op AAN.

U kunt de volgorde van items aanpassen via slepen en neerzetten (er verschijnt een pijl met twee punten of een handgreep). Een andere mogelijkheid is via de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord op de actiebalk.

Slepen en neerzetten

Als u een item wilt verslepen, klikt u op de pijlen naast het item. Het item wordt gemarkeerd.

Sleep het item naar de nieuwe locatie. Het item wordt omkaderd met afbreekstreepjes terwijl u het naar de nieuwe plaats sleept.

Laat de muisknop los om het item neer te zetten.

Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord

U kunt items ook verplaatsen via de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord.

  1. Activeer de bewerkingsmodus en klik op de actiebalk van het inhoudsgebied op de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord.
  2. Klik in het vak Volgorde wijzigen: Inhoud op een item in de lijst om dit te selecteren.
  3. Gebruik de pijlen onder het vak om de volgorde aan te passen.
  4. Klik opVerzenden. Er verschijnt een pop-upvenster met de tekst: De volgorde van de items is gewijzigd.
  5. Klik op OK.

Cursusgebieden en inhoudsitems bewerken

Als u de naam, beschrijving, weergave, opties of beschikbaarheid wilt wijzigen voor een map, leermodule, lesoverzicht of inhoudsitem, moet u het item bewerken.

Inhoudsgebieden moeten op een speciale manier worden bewerkt. Zie Koppelingen in het cursusmenu beheren voor meer informatie.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Klik op Bewerken.
  4. Breng op de pagina Bewerken wijzigingen aan in de titel, beschrijving, bestandsbijlagen, opties of instellingen. Als u een item bijvoorbeeld niet beschikbaar wilt maken voor studenten, selecteert u Nee bij Toestaan dat gebruikers deze inhoud weergeven. De beschikbare opties verschillen per type item.
  5. Klik opVerzenden.

U kunt ook een inhoudsgebied, leermodule, lesoverzicht of map weergeven en boven aan de pagina (naast de titel van het cursusgebied) het contextmenu openen.

Inhoud niet beschikbaar maken

U kunt de instellingen van een item aanpassen om het item niet beschikbaar te maken voor studenten of om datum- en tijdbeperkingen in te stellen om te bepalen wanneer het item wordt weergegeven. U kunt ook regels voor adaptieve inhoud toepassen op een item om in te stellen welke gebruikers toegang hebben tot het item en onder welke voorwaarden.

De beschikbaarheid van items wordt per item ingesteld. Het is ook mogelijk om cursusgebieden als geheel niet beschikbaar te maken voor studenten. Als u bijvoorbeeld een leermodule, lesoverzicht of map bewerkt en vervolgens Nee selecteert bij Toestaan dat gebruikers deze inhoud weergeven, is het cursusgebied niet meer zichtbaar voor gebruikers. Dit betekent dat alle items binnen dat cursusgebied eveneens niet meer beschikbaar zijn voor gebruikers, ongeacht de beschikbaarheidsinstellingen van de afzonderlijke items. De weergave van een item is dus afhankelijk van de beschikbaarheid van de bovenliggende map.

Items in een niet beschikbaar cursusgebied zijn op die locatie niet zichtbaar voor gebruikers. Als er echter in andere cursusgebieden koppelingen naar deze items bestaan, kunnen gebruikers de items toch weergeven. Als u een URL bijvoorbeeld beschikbaar hebt gesteld in cursusgebied A en de URL vervolgens hebt gekopieerd naar cursusgebied B, is de koppeling op beide locaties aanwezig. Als u nu cursusgebied A niet beschikbaar maakt, kunnen gebruikers de URL nog gewoon kiezen in cursusgebied B. Koppelingen naar tools werken op dezelfde manier. Als u in cursusgebied A een koppeling toevoegt naar een discussieforum en vervolgens cursusgebied A niet beschikbaar maakt, kunnen gebruikers het discussieforum toch bezoeken door rechtstreeks naar de tool Discussieruimte te gaan via een koppeling in een ander cursusgebied of in het cursusmenu.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Bewerken en wijzig de instelling voor Toestaan dat gebruikers deze inhoud weergeven in Nee om het item niet beschikbaar te maken. Selecteer Datum- en tijdbeperkingen om in te stellen of een item alleen in een bepaalde periode wordt weergegeven.

    -OF-

    Selecteer Adaptieve inhoud  en stel criteria in waaraan gebruikers moeten voldoen om toegang te krijgen tot het item. Zie Inhoud vrijgeven voor meer informatie.

  4. Klik opVerzenden.

Als u een inhoudsgebied niet beschikbaar wilt maken, moet u een anders te werk gaan dan bij andere cursusgebieden. Open in het cursusmenu het contextmenu van het inhoudsgebied en selecteer Koppeling verbergen.

Cursusgebieden kopiëren en verplaatsen

U kunt cursusgebieden zoals mappen, leermodules en lesoverzichten kopiëren en verplaatsen tussen gebieden en cursussen. Als u een gebied wilt kopiëren of verplaatsen tussen cursussen, moet u toegang tot beide cursussen hebben.

  • Als u een cursusgebied kopieert, blijft het gebied aanwezig op de originele locatie in de cursus.
  • Als u een cursusgebied verplaatst, wordt het gebied verwijderd van de oorspronkelijke locatie in de cursus.

Het kopiëren van inhoudsgebieden vereist een andere aanpak. Zie Cursussen kopiëren voor meer informatie.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Kopiëren of Verplaatsen.
  4. Selecteer op de pagina Kopiëren of Verplaatsen een cursus in de vervolgkeuzelijst Doelcursus. In de keuzelijst is standaard de huidige cursus geselecteerd. De lijst bevat alleen cursussen waarvoor u bevoegdheid hebt om inhoud te kopiëren.
  5. Klik op Bladeren om de doelmap te selecteren. Selecteer Ja of Nee bij Koppelingen maken voor items die niet kunnen worden gekopieerd om te kopiëren.
    • Als een cursusgebied items bevat die u niet kunt kopiëren, zoals een toets, enquête of opdracht, wordt er een koppeling naar die items gemaakt. Als de kopieerbewerking is voltooid, wordt het volgende bericht weergegeven: "Sommige items zijn gekopieerd. De volgende items zijn als koppelingen toegevoegd." Het bericht bevat ook de items waarom het gaat.
    • Als een cursusgebied items bevat die u niet naar een andere cursus kunt verplaatsen, zoals een toets, verschijnt dit bericht: "Het verplaatsen is voltooid, maar de volgende items konden niet worden verplaatst." Het bericht bevat ook de items waarom het gaat.
  6. Klik opVerzenden.

Een gekopieerd cursusgebied blijft aanwezig op de originele locatie in de cursus. Een verplaatst cursusgebied wordt verwijderd van de originele locatie.

Inhoudsitems kopiëren en verplaatsen

U kunt inhoud kopiëren en verplaatsen om het cursusmateriaal te ordenen of in een andere volgorde te presenteren. Als een cursusgebied bijvoorbeeld een groot aantal items bevat, kunt u de items ordenen met mappen om gebruikers te helpen bij het navigeren door het materiaal. Als u eerst inhoudsitems maakt en vervolgens mappen, kunt u items naar de nieuwe mappen verplaatsen.

Lees de vorige sectie voor informatie over het kopiëren en verplaatsen van inhoudsgebieden, leermodules, lesoverzichten en mappen.

Voor sommige inhoudsitems gelden beperkingen ten aanzien van kopiëren en verplaatsen. Cursuskoppelingen kunt u bijvoorbeeld alleen kopiëren of verplaatsen naar een ander gebied binnen dezelfde cursus. Opdrachten, toetsen en enquêtes kunt u niet kopiëren, maar wel verplaatsen binnen dezelfde cursus.

  • Als u inhoud kopieert, blijft de inhoud aanwezig op de oorspronkelijke locatie in de cursus.
  • Als u inhoud verplaatst, wordt deze verwijderd van de oorspronkelijke locatie in de cursus.

Als u een item niet kunt kopiëren, zoals een toets, enquête of opdracht, kunt u de optie Kopiëren niet kiezen in het contextmenu van het item.

Als een cursusgebied items bevat die u niet naar een andere cursus kunt verplaatsen, zoals een toets, wordt de desbetreffende optie niet weergegeven op de pagina Verplaatsen.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Kopiëren of Verplaatsen. Als u het item niet kunt kopiëren of verplaatsen, wordt de optie Kopiëren of Verplaatsen niet weergegeven in het contextmenu.
  4. Selecteer op de pagina Kopiëren of Verplaatsen een cursus in de vervolgkeuzelijst Doelcursus. In de keuzelijst is standaard de huidige cursus geselecteerd. De lijst bevat alleen cursussen waarvoor u bevoegdheid hebt om inhoud te kopiëren. Als u een item niet naar een andere cursus kunt verplaatsen, wordt bij Doelcursus de huidige cursus weergegeven en is de vervolgkeuzelijst niet beschikbaar.
  5. Klik op Bladeren om de doelmap te selecteren.
  6. Klik opVerzenden.

Een gekopieerd inhoudsitem blijft aanwezig op de originele locatie in de cursus. Een verplaatst inhoudsitem wordt verwijderd van de originele locatie.

Items verwijderen

Mappen, leermodules, lesoverzichten en inhoudsitems worden op dezelfde manier verwijderd. In bepaalde gevallen kan dit betekenen dat de inhoud permanent wordt verwijderd!

Als u een cursusgebied verwijdert, zoals een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht of een map, wordt dat item permanent verwijderd. Als u bijvoorbeeld een leermodule verwijdert, wordt niet alleen de module permanent verwijderd, maar ook de bijbehorende inhoudsopgave.

Items binnen de module worden mogelijk niet permanent verwijderd, maar dit verschilt per type item:

  • Bestanden die u vanuit Cursusbestanden hebt toegevoegd aan een cursus blijven beschikbaar in Cursusbestanden.
  • Bestanden die vanaf uw computer zijn geüpload naar het cursusgebied, worden automatisch opgeslagen in Cursusbestanden en kunnen opnieuw worden gekoppeld.
  • Items die u binnen het cursusgebied hebt gemaakt met de optie Inhoud bouwen worden permanent verwijderd.
  • Koppelingen naar toetsen of enquêtes worden verwijderd, maar de toets of enquête blijft beschikbaar in de tool Toetsen. U kunt de toets of enquête dan ook in een ander cursusgebied koppelen.
  • In het geval van opdrachten wordt de pagina Verwijderen bevestigen weergegeven en kunt u selecteren wat u wilt verwijderen: de opdracht, inzendingen en de kolom in het Grade Center.
  • Koppelingen naar tools, zoals Discussieruimte, Blogs, Wiki's of Dagboeken, worden verwijderd maar de tools zelf niet.
  • Koppelingen naar toegewezen tekstboeken worden permanent verwijderd.

Cursusgebieden en inhoudsitems verwijderen

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Klik op Verwijderen.
  4. Klik op OK om de opname te verwijderen. Deze actie kan niet ongedaan worden gemaakt.

    u kunt een cursusgebied of item ook niet beschikbaar maken in plaats van het onderdeel te verwijderen. Als u een cursusgebied wilt verwijderen maar het gebied items bevat die u niet permanent wilt verwijderen, kunt u die items verplaatsen naar een cursusgebied dat niet beschikbaar is voor studenten en vervolgens het originele cursusgebied verwijderen.

Metagegevens

Metagegevens bevatten informatie over een inhoudsitem, zoals bibliografische gegevens en gegevens over de levenscyclus en het copyright. Metagegevens maken het mogelijk inhoud uit te wisselen met andere toepassingen die IMS-standaarden (Instructional Management Systems) ondersteunen, zodat studiemateriaal kan worden hergebruikt.

De informatie in metagegevens kan niet worden getraceerd of worden opgenomen in rapporten. U kunt deze informatie alleen bekijken op de pagina Metagegevens voor inhoud als referentie voor het inhoudsitem. U kunt de metagegevens voor een inhoudsitem wijzigen.

Uw instelling bepaalt of deze tool beschikbaar is.

U kunt vier typen metagegevens toevoegen aan een item:

  • Algemene gegevens: de titel, de catalogusvermelding, de bron, de vermelding, de taal en een beschrijving van een item.
  • Levensloopinformatie: de datum en tijd waarop het item is gemaakt, mensen die aan het item hebben gewerkt, de naam en rol van de auteur of beoordelaar, de organisatie en de datum waarop het item het laatst is gewijzigd of bijgewerkt.
  • Technische gegevens: de opmaak en locatie van een inhoudsitem.
  • Informatie betreffende het beheer van rechten: copyrightbeperkingen en een beschrijving van eventuele voorwaarden voor het gebruik van het item.

Metagegevens toevoegen voor een item

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Klik op Metagegevens.
  4. Typ op de pagina Metagegevens van cursusitem een waarde voor Nieuwe catalogusvermelding.
    • Geef een waarde op voor Bron: de naam van de catalogus of bron van de inhoud.
    • Voer een vermelding in: het nummer of de versie van de catalogus.
    • Klik op Catalogusvermelding toevoegen om de wijzigingen door te voeren.
    • Klik op Markeren voor verwijderen om de catalogusvermelding te verwijderen.
  5. Selecteer een taal in de vervolgkeuzelijst Taal om de taal van het inhoudsitem aan te geven.
  6. Typ een beschrijving.
  7. Typ informatie voor Nieuwe medewerker. Typ de naam, rol en organisatie van een persoon die heeft bijgedragen aan dit inhoudsitem en geef ook de datum op. Klik op Medewerker toevoegen. De gegevens van de medewerker worden nu vermeld. Klik op Markeren voor verwijderen om een medewerker te verwijderen wanneer u de pagina verstuurt.
  8. Selecteer een waarde in de vervolgkeuzelijst Bronindeling.
  9. Klik bij Informatie betreffende het beheer van rechten op Ja voor Gratis bron om aan te geven dat het vrij beschikbare inhoud betreft. Geef bij Auteursrecht/beperking aan of de inhoud wordt beschermd onder het auteursrecht of dat er gebruiksbeperkingen gelden. Gebruik het vak Beschrijving om informatie te geven over de gebruiksvoorwaarden voor dit item.
  10. Klik opVerzenden.

Als u vanuit Content Collection items toevoegt aan een cursus, kunt u in Content Collection metagegevens selecteren die voor het gekoppelde item moeten worden weergegeven in het cursusgebied. U kunt de metagegevens van Content Collection niet wijzigen.

Statistiekentracering inschakelen en statistiekenrapporten bekijken

Statistieken van een item geven een duidelijk beeld van de gebruiksgeschiedenis van inhoud, zoals het aantal keren dat een item is weergegeven en wanneer. U kunt statistiekentracering op elk moment inschakelen en er worden dan direct gegevens vastgelegd voor het item. Als gebruikers een item weergeven terwijl u statistiekentracering nog niet hebt ingeschakeld, worden hiervan geen gegevens vastgelegd.

Als een gebruiker wordt uitgeschreven, worden de bijbehorende gegevens verwijderd uit alle cursusstatistieken. U kunt de statistieken behouden door de beschikbaarheid van de gebruiker op Nee te zetten in plaats van hem of haar uit te schrijven.

Statistiekentracering is een type cursusrapport voor afzonderlijke inhoudsitems. Als u cursusrapporten wilt genereren voor de totale activiteit van gebruikers of voor de activiteit in inhoudsgebieden, forums en groepen, gaat u naar het configuratiescherm, vouwt u Evaluatie uit en selecteert u Cursusrapporten.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Statistiekentracering.
  4. Selecteer Aan om statistiekentracering in te schakelen voor het item.
  5. Klik opVerzenden. In het cursusgebied wordt nu Ingeschakeld: Statistiekentracering weergegeven achter de naam van het item.

Statistiekenrapporten weergeven

Het rapport is opgedeeld in drie gedeelten met gegevens:

  • Toegang/datum
  • Toegang/tijdstip
  • Toegang/dag van de week

Het gedeelte Toegang/datum bevat informatie over alle ingeschreven gebruikers. Toegangsinformatie voor gasten en niet ingeschreven gebruikers (eerder ingeschreven gebruikers die zijn verwijderd uit de cursus) worden weergegeven als gebruiker Gast. De toegang tot inhoudsitems door waarnemers wordt niet bijgehouden.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Statistiekenrapport weergeven. Deze koppeling wordt alleen weergegeven als u statistiekentracering hebt ingeschakeld voor het inhoudsitem.
  4. Open op de pagina Cursusrapporten het contextmenu voor Inhoudgebruiksstatistieken en selecteer Uitvoeren.
  5. Selecteer op de pagina Rapporten uitvoeren een indeling voor het gegenereerde rapport in de vervolgkeuzelijst.
  6. Typ datums in de vakken Begindatum selecteren en Einddatum selecteren of gebruik het pop-upvenster Datumselectiekalender om datums te selecteren.
  7. Als u geen gebruikers selecteert, wordt het rapport automatisch voor alle gebruikers uitgevoerd. U kunt desgewenst gebruikers opgeven via de lijst Gebruikers selecteren. Als u in Windows meerdere gebruikers achter elkaar wilt selecteren, houdt u Shift ingedrukt terwijl u op de eerste en de laatste gebruiker klikt. Als u gebruikers wilt selecteren die niet naast elkaar staan, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de gewenste gebruikers klikt. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl.
  8. Klik op Verzenden om het rapport uit te voeren.
  9. Klik op de pagina Uitvoering is voltooid: Inhoudgebruiksstatistieken op Rapport downloaden om de resultaten te bekijken. Afhankelijk van de geselecteerde indeling, wordt u mogelijk door de browser gevraagd het bestand te openen of op te slaan. Gebruik de afdrukfunctie van de browser om het rapport af te drukken. Klik desgewenst op Een nieuw rapport uitvoeren om het rapport met gewijzigde parameters uit te voeren.

Doorneemstatus inschakelen

Als u de functie Doorneemstatus inschakelt voor een item, kunt u zien wie het item heeft doorgenomen en u kunt de doorneemstatus gebruiken als een criterium voor adaptieve inhoud. Studenten kunnen de functie Doorneemstatus gebruiken om de voortgang bij te houden, met name als ze inhoud niet lineair doornemen.

Studenten kunnen de koppeling Markeren als doorgenomen kiezen voor het item in het cursusgebied. Nadat het item is doorgenomen, kikken gebruikers op deze knop om het item te markeren als Doorgenomen. U kunt de doorneemstatus van het item bekijken op de pagina Gebruikersvoortgang.

Als u of de instelling de tool Doorneemstatus heeft uitgeschakeld, wordt de koppeling Markeren als doorgenomen niet meer weergegeven voor de betreffende items. Als Doorneemstatus opnieuw wordt ingeschakeld, verschijnt de koppeling Markeren als doorgenomen weer en worden gegevens die zijn gekoppeld aan de doorneemstatus, zoals de voortgang van een student, hersteld.

Uw instelling bepaalt of deze tool beschikbaar is.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Doorneemstatus instellen.
  4. Selecteer Inschakelen op de pagina Doorneemstatus. Selecteer Uitschakelen om de tool Doorneemstatus uit te schakelen.
  5. Klik opVerzenden. In uw weergave wordt Ingeschakeld: Doornemen weergegeven onder de titel van het inhoudsitem.

de instellingen en gegevens voor Doorneemstatus worden opgenomen in een kopie van een gehele cursus met gebruikers en tijdens archiveren en herstellen. De instellingen en gegevens voor Doorneemstatus worden niet opgeslagen tijdens het kopiëren van cursusmaterialen naar een nieuwe cursus of een bestaande cursus en evenmin tijdens export- en importbewerkingen.

De gebruikersvoortgang controleren

U kunt controleren of studenten toegang hebben tot inhoudsitems. Als u een inhoudsitem niet beschikbaar hebt gemaakt, wordt op de pagina Gebruikersvoortgang aangegeven dat het item niet zichtbaar is voor gebruikers. De pagina Gebruikersvoortgang bevat ook regels voor adaptieve inhoud die van invloed zijn op de zichtbaarheid van een item. Als u Doorneemstatus inschakelt voor een item, kunt u controleren welke studenten het item hebben doorgenomen en wanneer.

Uw instelling bepaalt of de tools Adaptieve inhoud en Doorneemstatus beschikbaar zijn.

  1. Activeer de bewerkingsmodus (AAN).
  2. Open het contextmenu van een item.
  3. Selecteer Gebruikersvoortgang.
  4. Sorteer de informatie op de pagina Gebruikersvoortgang door op de titel van een kolom te klikken. U kunt de kolom Doorgenomen bijvoorbeeld sorteren om te zien wie het item nog niet heeft doorgenomen.
  5. Wanneer u klaar bent, gebruikt u de oriëntatiebalk om naar een eerdere pagina te gaan.

De pagina Gebruikersvoortgang

Een pictogram van een open oog in de kolom Zichtbaarheid betekent dat het item zichtbaar is voor gebruikers. Een oog met een schuine streep erdoor geeft aan dat het item niet zichtbaar is voor gebruikers vanwege een regel voor adaptieve inhoud of de beschikbaarheidsinstellingen van het item.

Een vinkje in de kolom Doorgenomen betekent dat het item is doorgenomen en dat de student op de knop Markeren als doorgenomen van het item heeft geklikt. Een cirkel zonder vinkje betekent dat het item nog niet is doorgenomen.

De gebruikersvoortgang controleren via het prestatieoverzicht

De tool Doorneemstatus is ook beschikbaar in the prestatieoverzicht. Zie Het prestatieoverzicht voor meer informatie.

  1. Vouw in het configuratiescherm het onderdeel Evaluatie uit en selecteer Prestatieoverzicht.
  2. Klik voor een gebruiker op het nummer in de kolom Doorneemstatus. De pagina Doorneemstatus wordt weergegeven.
  3. U kunt ook op het pictogram Adaptieve inhoud voor een gebruiker klikken om een cursusoverzicht weer te geven met de cursusinhoud die beschikbaar is voor die gebruiker plus de doorgenomen items.