Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Bestanden toevoegen aan Cursusbestanden

U kunt op verschillende manieren bestanden en mappen toevoegen aan Cursusbestanden, ook tijdens het maken van cursusinhoud.

Studenten kunnen geen bestanden uploaden naar Cursusbestanden. Ze kunnen alleen bladeren naar bestanden en bestanden bijvoegen als ze deelnemen aan een cursus. Die bestanden worden niet opgeslagen in Cursusbestanden.

Manieren om bestanden toe te voegen

U kunt op vier manieren inhoud toevoegen:

  • Bestanden en mappen kunnen uploaden naar Cursusbestanden, één voor één of in batches, via slepen en neerzetten of de functie Bladeren.
  • Bestanden uploaden tijdens het maken van inhoud voor de cursus. Bestanden die u met Bladeren op mijn computer uploadt vanaf uw computer, worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden.
  • Inhoud maken in Cursusbestanden en opslaan als een HTML-object. Wanneer u HTML-objecten maakt, kunt u bestanden uploaden.
  • WebDAV gebruiken om bestanden in Cursusbestanden direct vanaf het bureaublad van uw computer of vanuit WebDAV-compatibele programma's te uploaden, bewerken en beheren.

Inhoud uploaden via slepen met de muis

U kunt via slepen en neerzetten een of meer bestanden of mappen uploaden naar Cursusbestanden. Als de items zijn geüpload, kunt u de bestanden en mappen op ieder moment naar een andere map verplaatsen.

Er is een speciale Java-invoegtoepassing nodig om meerdere bestanden en mappen in één keer te uploaden. Deze invoegtoepassing is ook nodig om bestanden te uploaden via slepen en neerzetten. Als deze invoegtoepassing niet beschikbaar is of een toegankelijke optie nodig is, klikt u boven aan de pagina op Eén bestand om de bestanden één voor één te selecteren en toe te voegen.

  1. Klik op de map in Cursusbestanden waar u de bestanden wilt uploaden of gebruik hiervoor de map op het hoogste niveau van de cursus.
  2. Wijs op de actiebalk Uploaden aan om de beschikbare opties weer te geven.
  3. Selecteer Bestanden uploaden.
  4. Klik eventueel boven aan de pagina op Meerdere bestanden. De pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden verschijnt.
  5. Open op uw computer de map met de bestanden en mappen die u wilt uploaden. Geef de map weer naast de pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden.
  6. In Windows kunt u meerdere bestanden en mappen selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl u klikt op het eerste en laatste item. Als u meerdere bestanden en mappen wilt selecteren die niet bij elkaar staan, houdt u  Ctrl  ingedrukt terwijl u op de gewenste items klikt. Op een Mac gebruikt u de toets  Command  in plaats van  Ctrl .
  7. Sleep de bestanden naar het uploadvak op de pagina  Meerdere bestanden en mappen uploaden . Als u een bestand gaat uploaden dat dezelfde naam heeft als een bestaand bestand, wordt u gevraagd of u het bestaande bestand wilt overschrijven.
  8. De bestanden en mappen worden weergegeven in het uploadvak. Voeg eventueel nog meer bestanden en mappen toe die op uw computer schijf staan. Onder aan de kolom  Grootte  kunt u zien wat de totale grootte is van de bestanden die u wilt gaan uploaden. Als u een bestand wilt verwijderen uit de lijst, klikt u op de  X  in de kolom Verwijderen.

    De inhoud van mappen wordt afzonderlijk vermeld in de uploadlijst. Na het uploaden maken de mappen echter deel uit van de bovenliggende map.

  9. Klik opVerzenden. Een statusbalk geeft de voortgang van de upload aan.
  10. Als alles goed gaat, verschijnt er een bericht dat de upload is voltooid. In de kolom Status van de bestanden wordt dan een vinkje weergegeven. Na korte tijd verschijnen de bestanden en mappen in de geselecteerde map in Cursusbestanden.

Bestanden uploaden met de functie Bladeren

U kunt de functie Bladeren gebruiken om een of meer bestanden of mappen te uploaden naar Cursusbestanden. Als de items zijn geüpload, kunt u de bestanden en mappen op ieder moment naar een andere map verplaatsen.

Er is een speciale Java-invoegtoepassing nodig om meerdere bestanden en mappen in één keer te uploaden. Deze invoegtoepassing is ook nodig om naar bestanden te bladeren. Als deze invoegtoepassing niet beschikbaar is of een toegankelijke optie nodig is, klikt u boven aan de pagina op Eén bestand om de bestanden één voor één te selecteren en toe te voegen.

De inhoud van mappen wordt afzonderlijk vermeld in de uploadlijst. Na het uploaden maken de mappen echter deel uit van de bovenliggende map.

  1. Klik op de map in Cursusbestanden waar u de bestanden wilt uploaden of gebruik hiervoor de map op het hoogste niveau van de cursus.
  2. Wijs op de actiebalk Uploaden aan om de beschikbare opties weer te geven.
  3. Selecteer Bestanden uploaden.
  4. Klik eventueel boven aan de pagina op Meerdere bestanden. De pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden verschijnt.
  5. Klik op de pagina Meerdere bestanden en mappen uploaden op Bladeren en open op uw computer de map met de bestanden en mappen die u wilt uploaden.
  6. In Windows kunt u meerdere bestanden en mappen selecteren door Shift ingedrukt te houden terwijl u klikt op het eerste en laatste item. Als u meerdere bestanden en mappen wilt selecteren die niet bij elkaar staan, houdt u Ctrl ingedrukt terwijl u op de gewenste items klikt. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl. Klik op Openen. Als u een bestand gaat uploaden dat dezelfde naam heeft als een bestaand bestand, wordt u gevraagd of u het bestaande bestand wilt overschrijven.
  7. De bestanden en mappen worden weergegeven in het uploadvak. Voeg eventueel nog meer bestanden en mappen toe die op uw computer schijf staan. Onder aan de kolom Grootte kunt u zien wat de totale grootte is van de bestanden die u wilt gaan uploaden. Als u een bestand wilt verwijderen uit de lijst, klikt u op de X in de kolom Verwijderen.
  8. Klik opVerzenden. Een statusbalk geeft de voortgang van de upload aan.
  9. Als alles goed gaat, verschijnt er een bericht dat de upload is voltooid. In de kolom Status van de bestanden wordt dan een vinkje weergegeven. Na korte tijd verschijnen de bestanden en mappen in de geselecteerde map in Cursusbestanden.

Bestanden uploaden met de functie Bladeren in mijn computer

Wanneer u inhoud maakt voor een cursus, kunt u op uw computer bladeren naar een bestand en dit koppelen aan de cursus. Bestanden die u uploadt met de functie Bladeren in mijn computer worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden. U kunt geen andere map selecteren voor een bestand. Wanneer bestanden op deze manier worden geüpload naar Cursusbestanden, krijgen deze automatisch de machtiging Lezen en kunnen alle ingeschreven gebruikers de bestanden bekijken. Wanneer studenten bestanden uploaden vanaf hun computer, worden de bestanden niet opgeslagen in Cursusbestanden.

Als een geüpload bestand dezelfde naam heeft als een bestand in de map op het hoogste niveau, wordt de naam van het nieuwe bestand uitgebreid met een nummer. Cursus_Opdracht.doc wordt dan Cursus_Opdracht(1).doc.

Sommige bestanden die worden geüpload naar de cursus worden niet opgeslagen in Cursusbestanden. Dit is bijvoorbeeld zo voor wikipagina's. Zie Bestanden automatisch toevoegen aan Cursusbestanden voor meer informatie.

Met de volgende stappen wordt een bestand geüpload naar een inhoudsitem in een inhoudsgebied. De procedure Bladeren in mijn computer werkt in grote lijnen hetzelfde voor andere cursusgebieden of -tools, zoals Discussieruimte of Mededelingen.

  1. Klik op de pagina Item maken bij Bijlagen op Bladeren in mijn computer om een bestand op uw computer te zoeken. De bestandsnaam wordt weergegeven in de kolom Bestandsnaam.
  2. Typ bij Titel koppeling een titel als u niet de bestandsnaam wilt weergeven in de cursus.

    Klik op Niet bijvoegen om het geselecteerde bestand te verwijderen.

Bestanden bijvoegen met de functies van de inhoudseditor

U kunt ook de functies van de inhoudseditor gebruiken om koppelingen naar bestanden te maken. Bestanden die u uploadt via de inhoudseditor worden opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden. Als u via de inhoudseditor een koppeling naar een bestand maakt, kunt u beter aangeven waar de koppeling van het bestand wordt weergegeven in relatie tot andere tekst. Bovendien kunt u dan de optie Openen in nieuw venster inschakelen en alt-tekst opgeven. Als u bijvoorbeeld een afbeelding bijvoegt, kunt u instellen dat de afbeelding moet worden geopend in een nieuw venster. Dan kunnen gebruikers deze samen met andere cursusinhoud bekijken. Deze tekst wordt weergegeven wanneer een gebruiker de muis over de koppeling beweegt en wordt opgelezen door schermlezers. Deze opties zijn niet beschikbaar in de sectie Bijlagen van de pagina Item maken.

Het bestand dat is geüpload naar het inhoudsitem wordt als een koppeling weergegeven in het inhoudsgebied en wordt opgeslagen in de map op het hoogste niveau in Cursusbestanden. U kunt het bestand verplaatsen naar een andere map in Cursusbestanden zonder dat de koppeling in de cursus verbroken wordt.

Een zip-bestand uploaden naar Cursusbestanden

U kunt bestanden en mappen zippen (comprimeren) in een pakket en het pakket uploaden naar Cursusbestanden. U kunt ervoor kiezen het zip-bestand te uploaden, waarna de inhoud van het bestand vervolgens automatisch wordt uitgepakt. Het voordeel hiervan is dat de mapstructuur en koppelingen intact blijven. U kunt het bestand echter ook gecomprimeerd opslaan.

Voordat u begint

U kunt offline een verzameling bestanden maken, of zelfs een hele les, inclusief cascading style sheets (CSS), en deze vervolgens vanaf uw computer uploaden naar Cursusbestanden.

Bestand uitpakken

U stelt een les samen die uit verschillende pagina's bestaat en die navigatiehulpmiddelen, afbeeldingen, webkoppelingen en documenten bevat. U comprimeert de inhoud in een pakket en uploadt het ingepakte pakket met de optie Pakket uploaden naar Cursusbestanden. Als u een zip-pakket op deze manier uploadt, wordt de inhoud van het pakket automatisch uitgepakt. Wanneer u inhoud voor een cursus maakt, kunt u een koppeling naar het uitgepakte pakket maken door een beginpagina te selecteren. Studenten klikken vervolgens in de cursus op de koppeling voor de beginpagina en kunnen dan de les bekijken. U kunt alle inhoud van de les aanpassen en alleen de gewijzigde bestanden overschrijven zonder dat u het zip-bestand hoeft te verwijderen en een nieuw zip-bestand moet uploaden. Alle koppelingen in de cursus blijven gewoon werken.

Bestand blijft intact

U wilt studenten toegang bieden tot foto's die ze kunnen gebruiken in een presentatie en voert de optie Bestanden uploaden uit om het ingepakte pakket te uploaden naar Cursusbestanden. Het pakket wordt niet automatisch uitgepakt. Wanneer u vervolgens inhoud samenstelt voor de cursus, kunt u een koppeling naar het ingepakte bestand maken. Studenten klikken in de cursus op de koppeling naar het ingepakte bestand om dit te downloaden naar hun computer, het pakket uit te pakken en de inhoud te gebruiken.

  1. Maak een map, indien nodig, in Cursusbestanden voor de inhoud van het uitgepakte pakket. Als u een pakket met veel bestanden en mappen uitpakt, kan het handig zijn het pakket in een map uit te pakken. Zie Mappen maken en wijzigen in Cursusbestanden voor meer informatie.
  2. Klik op de naam van de nieuwe map.
  3. Wijs op de actiebalk Uploaden aan om de beschikbare opties weer te geven.
  4. Selecteer Pakket uploaden. Selecteer Bestanden uploaden om het bestand ingepakt te laten.
  5. Klik op Bladeren om het bestand te selecteren op uw computer.
  6. Klik opVerzenden. Het zip-pakket wordt uitgepakt in de geselecteerde map.

Ga naar een cursusgebied en selecteer Bestand in de vervolgkeuzelijst Inhoud bouwen. Gebruik vervolgens de functie Bladeren in cursusbestanden om te zoeken naar de beginpagina voor de uitgepakte inhoud. Studenten klikken op de koppeling voor de beginpagina van de les en kunnen dan de lesinhoud in de juiste volgorde en met werkende koppelingen bekijken. U kunt de naam van de koppeling naar de beginpagina wijzigen en machtigingen beheren voor de bestanden en mappen in het uitgepakte zip-pakket.

In dit voorbeeld is de naam van de eerste pagina "Start hier."

Als een beschrijving of instructies nodig zijn en dit niet kenbaar kan worden gemaakt via de naam van het bestand, kunt u inhoud van het type Item maken in plaats van Bestand. Wanneer u een item maakt, gebruikt u de functie Bestand bijvoegen van de inhoudseditor om de beginpagina te selecteren, zodat de optie Openen in nieuw venster kan worden gekozen.

U kunt indien nodig een of meer bestanden bewerken zonder dat u een nieuw ingepakt bestand hoeft te uploaden en een beginpagina hoeft te selecteren. Wijzig het bestand dat moet worden bijgewerkt en overschrijf het in Cursusbestanden. De wijzigingen worden weergegeven in het cursusgebied en alle koppelingen blijven gewoon werken. Zie Een bestand overschrijven in Cursusbestanden voor meer informatie.

HTML-objecten maken

Binnen Cursusbestanden kunt u nieuwe items maken met de inhoudseditor. Deze items worden HTML-objecten genoemd. Een HTML-object is een type herbruikbare inhoud. Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, kunt u ook andere soorten herbruikbare inhoud maken.

U kunt HTML-objecten maken in Cursusbestanden via de optie HTML-object maken maken op de actiebalk. Gebruik de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen aan een HTML-object. U kunt een HTML-object als bestandsbijlage koppelen aan een of meer locaties in een cursus. Een HTML-object dat is opgeslagen in Cursusbestanden kunt u op elk moment wijzigen. De wijzigingen worden dan doorgevoerd in alle instanties waar het object aan de cursus is gekoppeld.

Als deze functie niet beschikbaar is, heeft uw instelling de functie mogelijk uitgeschakeld.

  1. Klik op de map in Cursusbestanden waar u het HTML-object wilt maken of maak het object in de map op het hoogste niveau.
  2. Klik op de actiebalk op HTML-object maken.
  3. Typ op de pagina Herbruikbaar object maken een naam voor het object. Dit is de bestandsnaam die wordt weergegeven in Cursusbestanden.
  4. Typ informatie in het vak Inhoud. Gebruik eventueel de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen. Bestanden die u uploadt vanaf uw computer, worden in Cursusbestanden in de map op het hoogste niveau opgeslagen.
  5. Klik opVerzenden. Het HTML-object verschijnt in de geselecteerde map in Cursusbestanden. De extensie .html wordt automatisch toegevoegd aan de bestandsnaam van het HTML-object in Cursusbestanden.

Als u een HTML-object verwijdert uit de cursus waaraan het is gekoppeld, wordt het object niet verwijderd uit Cursusbestanden. Alleen de koppeling naar het HTML-object in de cursus wordt verwijderd. Als u een HTML-object volledig uit de cursus wilt verwijderen, moet u dit doen vanuit Cursusbestanden. Als het bestand is gekoppeld aan de cursus, verschijnt er een waarschuwing dat het verwijderen van het bestand verbroken koppelingen tot gevolg heeft. U kunt het verwijderen dan alsnog annuleren en het rapport 360° overzicht openen om te zien waar het bestand is gekoppeld. Zie De cursuskoppelingen van een bestand bekijken in Cursusbestanden voor meer informatie.

HTML-objecten bewerken

Een HTML-object dat is opgeslagen in Cursusbestanden kunt u op elk moment wijzigen. De wijzigingen worden dan doorgevoerd in alle instanties waar het object aan de cursus is gekoppeld.

  1. Open het contextmenu van het HTML-object in Cursusbestanden.
  2. Klik op Inhoud van herbruikbaar object overschrijven.
  3. Voer de wijzigingen door op de pagina Herbruikbaar object bewerken.
  4. Klik opVerzenden.

Webmappen (WebDAV)

U kunt WebDAV gebruiken om bestanden te delen via internet. WebDAV is compatibel met de meeste besturingssystemen. Als u WebDAV gebruikt met Blackboard Learn, kunnen gebruikers inhoud in Cursusbestanden of Content Collection op dezelfde wijze uploaden en benaderen als inhoud op gewone netwerkstations of in mappen op uw computer.

Wanneer WebDAV (of een webmap) is geconfigureerd, kunnen alle bestanden voor een cursus worden beheerd vanaf uw computer. Inhoud kan via slepen-en-neerzetten worden verplaatst tussen schijfstations en mappen om de gewenste structuur te verkrijgen.

Als u werkt met een Mac, maakt u gebruik van een gedeelde locatie in plaats van een webmap.

Aangezien de mapstructuur zichtbaar is en u hierin vrij kunt navigeren, kunnen er ook andere bewerkingen worden uitgevoerd op de bestanden en mappen in een webmap. U kunt een bestand ook rechtstreeks in een webmap bewerken. Het is dus niet nodig het bestand eerst te downloaden, vervolgens te wijzigen en dan weer te uploaden. Gebruikers die inhoud met HTML-bestanden uit oudere versies dan 9.1 hebben overgezet, kunnen een webmap gebruiken om die bestanden te openen in het programma van hun keuze.

Veel gebruikers zijn bekend met WebDAV en geven dan ook de voorkeur aan deze methode van bestandsbeheer.

Als deze functie niet beschikbaar is, heeft uw instelling de functie mogelijk uitgeschakeld.

Acties voor webmappen/gedeelde locaties

U kunt via WebDAV de volgende bewerkingen uitvoeren voor bestanden en mappen in Cursusbestanden:

  • Bestanden en mappen uploaden
  • De inhoud van mappen in Cursusbestanden bekijken.
  • Bestanden openen, weergeven en bewerken, zoals een bestand van Microsoft®.
  • Mappen maken.
  • Bestanden en mappen verplaatsen, kopiëren, verwijderen en hernoemen.

Een webmap instellen in Windows©

Als u verbinding wilt maken met een webmap, gebruikt u het webadres van de map in Cursusbestanden in combinatie met een geldige gebruikersnaam en een geldig wachtwoord.

  1. Klik in Cursusbestanden op Webmap instellen op de actiebalk van de map op het hoogste niveau. Als u op deze locatie begint, weet u zeker dat WebDAV toegang heeft tot alle mappen in Cursusbestanden. U kunt elke map binnen Cursusbestanden selecteren. Het is wel zo dat het pad naar de webmap niet langer mag zijn dan 240 tekens. Elke geselecteerde map heeft een ander adres.
  2. Klik op de pagina Webmappen gebruiken met de rechtermuisknop op de URL die wordt weergegeven bij Huidig webadres en kopieer de URL. Dit adres hebt u verderop nodig.
  3. Kies in het menu Start van Windows Documenten > Mijn documenten. Selecteer Mijn netwerklocaties in het linkerframe.
  4. Kies Netwerklocatie toevoegen in het menu Netwerktaken.
  5. Selecteer in de wizard Netwerklocatie toevoegen de optie Een andere netwerklocatie kiezen om een snelkoppeling te maken.
  6. Plak de eerdere gekopieerde URL voor de webmap en klik op Volgende.
  7. Typ de gebruikersnaam en het wachtwoord voor Blackboard Learn als dat wordt gevraagd. Voer een naam in voor de netwerklocatie en klik op Volgende. Klik op Voltooien om de wizard af te sluiten. U wordt mogelijk opnieuw gevraagd uw gebruikersnaam en wachtwoord op te geven.
  8. De webmap wordt geopend met de bestanden en mappen uit de map in Cursusbestanden. Zoek de map waarnaar u de bestanden of mappen wilt uploaden. Zoek de map op uw computer met de bestanden en mappen die u wilt overbrengen.
  9. Nu kunt u een of meer bestanden en mappen verplaatsen van de webmap naar de map op uw computer en omgekeerd. Klik op een muisknop en sleep het bestand naar de doelmap. Laat de muisknop los om het bestand in de nieuwe map te plaatsen. Bestanden en mappen die u naar de webmap sleept, worden gekopieerd naar Cursusbestanden. U kunt uiteraard ook bestanden en mappen van de webmap naar uw computer kopiëren. U kunt ook kopiëren en plakken gebruiken in plaats van slepen-en-neerzetten.
  10. Klik in Cursusbestanden op Vernieuwen op de actiebalk om de geüploade bestanden weer te geven.

Als alle bestanden en mappen zijn gekopieerd, verbreekt u de verbinding met de webmap. Als u dat niet doet, wordt de verbinding gehandhaafd totdat u de computer uitschakelt. Als u een gemeenschappelijke computer gebruikt, hebben andere gebruikers dan toegang tot alle inhoud van uw map Cursusbestanden.

Wanneer u de webmap in de toekomst wilt gebruiken, opent u Mijn netwerklocaties en selecteert u de snelkoppeling voor de webmap die u hebt gemaakt.

Een gedeelde locatie instellen in Mac OS©

Als u verbinding wilt maken met een webmap, wat een gedeelde locatie wordt genoemd op de Mac, gebruikt u het webadres van de map in Cursusbestanden in combinatie met een geldige gebruikersnaam en een geldig wachtwoord.

klik op het plusteken naast het geplakte adres om dit toe te voegen aan het vak Favoriete servers. U kunt het adres dan eenvoudig selecteren en hoeft het niet steeds te kopiëren. Als u vanaf nu verbinding wilt maken met deze gedeelde locatie, kunt u beginnen bij stap 3.

  1. Klik in Cursusbestanden op Gedeelde locatie instellen op de actiebalk van de map op het hoogste niveau. Als u op deze locatie begint, weet u zeker dat WebDAV toegang heeft tot alle mappen in Cursusbestanden. U kunt elke map binnen Cursusbestanden selecteren. Het is wel zo dat het pad naar de gedeelde locatie niet langer mag zijn dan 240 tekens. Elke geselecteerde map heeft een ander adres.
  2. Kopieer op de pagina Gedeelde locaties gebruiken de URL die wordt weergegeven bij Huidig webadres. Dit adres hebt u verderop nodig.
  3. Selecteer in de Finder de optie Ga > Verbind met server.
  4. Plak in het venster Verbinden met server de eerder gekopieerde URL in het veld Serveradres. Klik op Verbind.
  5. Als er een verificatievenster van WebDAVverschijnt, typt u een gebruikersnaam en wachtwoord voor Blackboard Learn. Klik op OK.
  6. Als er verbinding is met de gedeelde locatie, verschijnt er een pictogram op het bureaublad van de Mac om het netwerk aan te geven. Dubbelklik op het pictogram om de gedeelde locatie te openen. De gedeelde locatie wordt geopend met de bestanden en mappen uit de map in Cursusbestanden. Zoek de map waarnaar u de bestanden of mappen wilt uploaden.
  7. Zoek de map op uw computer met de bestanden en mappen die u wilt overbrengen.
  8. Nu kunt u een of meer bestanden en mappen verplaatsen van de gedeelde locatie naar de map op uw computer en omgekeerd. Klik op een muisknop en sleep het bestand naar de doelmap. Laat de muisknop los om het bestand in de nieuwe map te plaatsen. Bestanden en mappen die u naar de gedeelde locatie sleept, worden gekopieerd naar Cursusbestanden. U kunt uiteraard ook bestanden en mappen van de gedeelde locatie naar uw computer kopiëren. U kunt ook kopiëren en plakken gebruiken in plaats van slepen-en-neerzetten.
  9. Klik in Cursusbestanden op Vernieuwen op de actiebalk om de geüploade bestanden weer te geven.

Nadat u de gedeelde locatie hebt gebruikt, worden sommige bestanden misschien weergegeven met dubbele bestandsnamen die beginnen met "._" of ".DS Store." U kunt deze bestanden zonder problemen verwijderen uit Cursusbestanden.

Als u alle bestanden en mappen hebt gekopieerd, sluit u het venster en sleept u het pictogram van het netwerk naar de prullenbak om de verbinding met de gedeelde locatie te verbreken. Als u dat niet doet, wordt de verbinding gehandhaafd totdat u de computer uitschakelt. Als u een gemeenschappelijke computer gebruikt, hebben andere gebruikers dan toegang tot alle inhoud van uw map Cursusbestanden.