Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Opdrachten maken en wijzigen

Met behulp van opdrachten kunt u 'huiswerk' maken en de cijfers en feedback voor elke student afzonderlijk beheren. U kunt een beschrijving, puntwaarde en bestandsbijlagen opnemen in een opdracht. U kunt opdrachten maken in verschillende cursusgebieden, zoals een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht of een map.

Studenten openen de opdracht, voeren die uit, voegen bestanden bij en verzenden de opdracht. U kunt afzonderlijk reageren op studenten met opmerkingen en bijgevoegde bestanden. Zie Opdrachten beoordelen voor informatie over het beoordelen van opdrachten.

U kunt opdrachten ook uitdelen aan cursusgroepen. Zie Groepsopdrachten maken voor meer informatie.

Een opdracht maken

  1. Zorg dat de bewerkingsmodus is ingeschakeld (AAN) en ga dan naar het cursusgebied waar u de opdracht wilt toevoegen.
  2. Wijs op de actiebalk Beoordelingen aan om de beschikbare opties weer te geven. Selecteer vervolgens Opdracht.
  3. Typ op de pagina Opdracht maken een naam voor de opdracht. Studenten klikken in het cursusgebied op deze naam om de opdracht te openen.
  4. Gebruik desgewenst de functies van de inhoudseditor in het vak Instructies  om de tekst op te maken en afbeeldingen, koppelingen, multimedia, mashups en bijlagen toe te voegen. Bijlagen die u toevoegt met de inhoudseditor, kunnen worden geopend in een nieuw venster en zijn voorzien van alternatieve tekst om de bijlage te beschrijven.

    Geef duidelijk aan dat studenten eventuele bestanden moeten toevoegen aan de opdracht voordat ze op Verzenden klikken. Informeer studenten dat opdrachten pas voltooid zijn nadat deze zijn verzonden. Geef ook aan dat ze contact met u moeten opnemen als ze het verkeerde bestand hebben meegestuurd, vergeten zijn een bestand toe te voegen of andere problemen hebben waardoor u de poging voor de opdracht moet resetten.

  5. U kunt bij Opdrachtbestanden nog bestanden toevoegen via Bladeren in mijn computer, Bladeren in cursus of Bladeren in Content Collection. Typ een waarde voor Koppelingsnaam. Deze naam verschijnt in het cursusgebied. Als u geen naam invoert, wordt de bestandsnamen gebruikt als de naam voor de koppeling.
  6. Geef een waarde op voor Mogelijk aantal punten.
  7. U kunt een rubriek koppelen door de optie Rubriek toevoegen aan te wijzen om de vervolgkeuzelijst te openen. Rubrieken zijn een manier om criteria te definiëren voor het evalueren van de prestaties van studenten voor opdrachten. Zie Rubrieken voor meer informatie.
  8. Schakel het selectievakje De opdracht beschikbaar maken in.
  9. Geef een waarde op voor Aantal pogingen.
  10. Gebruik Beschikbaarheid beperken als een opdracht alleen gedurende een bepaalde periode wordt weergegeven. Schakel de selectievakjes Weergeven vanaf en Weergeven tot in om de datum- en tijdinstellingen in te schakelen. Typ datums en tijden in de vakken of gebruik de pop-upvensters Datumselectiekalender en Tijdselectiemenu om datums en tijden te selecteren. De ingestelde beperkingen hebben geen invloed op de beschikbaarheid, maar bepalen alleen wanneer de opdracht wordt weergegeven.
  11. Selecteer desgewenst een einddatum. Einddatums worden gebruikt om items met cijfertoekenning te ordenen en toe te wijzen aan cijfertoekenningsperioden in Grade Center. Als een student een opdracht instuurt na de einddatum, wordt deze inzending als Te laat gemarkeerd op de pagina Opdracht beoordelen. Studenten kunnen op de pagina Controleer het overzicht van verzendingen zien dat ze een opdracht te laat hebben ingeleverd.
  12. Selecteer bij Ontvangers de optie Alle studenten afzonderlijk.
  13. Klik opVerzenden.

Meerdere pogingen

U kunt meerdere pogingen toestaan voor een opdracht. Dit is een goede manier om studenten in de gelegenheid te stellen concepten in te leveren, die ze vervolgens kunnen verbeteren om extra punten te verdienen. U kunt feedback geven voor grote opdrachten, zodat studenten kunnen aantonen dat ze de materie begrijpen. Informeer studenten voor welke opdrachten meerdere pogingen zijn toegestaan. Geef ook aan wat u van ze verwacht en wat het beoordelingsbeleid is voor elke poging. Het toestaan van meerdere pogingen kan studenten helpen op schema te blijven en de kwaliteit van opdrachten te verbeteren. Uiteindelijk leidt dit tot een hoger succespercentage en minder uitval van studenten.

Scripties

U kunt feedback geven via het scriptieproces. In één opdracht met vier pogingen versturen studenten als eerste een schematische voorstelling in de vorm van een bestandsbijlage. Vervolgens bestaat de tweede poging uit een bibliografie en de derde poging uit het eerste concept. De vierde en laatste poging is de uiteindelijke scriptie. U kunt in elke fase feedback geven. Er wordt pas een cijfer toegekend nadat de definitieve scriptie als de laatste poging is ontvangen.

Als u voor alle afzonderlijke fasen een cijfer wilt geven, kunt u voor elke fase een afzonderlijke opdracht maken. U voegt dan een berekende kolom toe aan het Grade Center om de punten voor elke opdracht op te tellen en zo het eindcijfer voor de scriptie te berekenen.

U kunt instellen dat studenten werk voor een groepsopdracht meerdere keren kunnen insturen en dat ze voor elke inzending feedback en een cijfer krijgen.

Als meerdere pogingen zijn toegestaan voor een opdracht, kunt u via de vervolgkeuzelijst Score toekennen aan pogingen met aangeven welke poging moet worden gebruikt in Grade Center.

Een opdracht in een cursusgebied bewerken, verplaatsen en verwijderen

Nadat u opdrachten hebt gemaakt, kunt u deze wijzigen en ordenen. U kunt de volgorde van opdrachten in een inhoudsgebied wijzigen via slepen en neerzetten of met de tool Volgordeaanpassing toegankelijk via toetsenbord. Wijzig de volgorde van opdrachten bijvoorbeeld om de meest recente opdracht boven aan de lijst te zetten.

U kunt een opdracht verplaatsen naar een andere locatie in uw cursus. Als u een opdracht verplaatst, wordt deze verwijderd van de oorspronkelijke locatie. U kunt een opdracht niet kopiëren.

U kunt de opdracht bewerken om de naam en instructies te wijzigen, bestandsbijlagen toe te voegen of te verwijderen, en de beschikbaarheid of beschikbaarheidsdatums aan te passen.

Als u de waarde voor Mogelijk aantal punten wijzigt voor de opdracht, wordt het percentage goed voor bestaande inzendingen aangepast.

U kunt de opdracht beheren om regels voor adaptieve inhoud toe te passen, de opdracht te volgen, metagegevens toe te voegen en de doorneemstatus te bepalen.

Open het contextmenu van een opdracht en kies de gewenste optie, zoals Bewerken of Adaptieve inhoud.

Opdrachten verwijderen

U kunt opdrachten verwijderen. Wanneer u een opdracht verwijdert waarvoor al inzendingen van studenten zijn ontvangen, worden deze inzendingen ook verwijderd. U hebt twee mogelijkheden:

  • De scores in Grade Center behouden, maar alle opdrachtpogingen verwijderen. Hoewel de scores aanwezig blijven in Grade Center, hebt u geen toegang meer tot de inzendingen van studenten.
  • De opdracht verwijderen en de bijbehorende kolom in Grade Center met de toegekende cijfers.

Als inzendingen niet mogen worden verwijderd, klikt u op Annuleren en maakt u de opdracht niet beschikbaar in plaats van deze te verwijderen.