Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Vragen met meervoudige invuloefeningen

Bij een vraag van het type Meervoudige invuloefening krijgen studenten een tekst voorgelegd waarin maximaal 10 woorden ontbreken. Elke lege ruimte kan maximaal 100 antwoorden hebben. Studenten maken de oefening door de ontbrekende tekst in te vullen. Voor vragen met één ontbrekend woord gebruikt u het vraagtype Invuloefening.

Meervoudige invuloefeningen worden automatisch beoordeeld. Antwoorden worden beoordeeld op het gegeven of het antwoord van de student overeenkomt met de juiste antwoorden die u hebt opgegeven. U kunt instellen dat de antwoorden van studenten exact moeten overeenkomen, een deel van het juiste antwoord moeten bevatten of voldoen aan een patroon dat u opgeeft. U bepaalt of het antwoord hoofdlettergevoelig is.

Als u een vraag van het type Meervoudige invuloefening wilt maken, typt u de tekst van de vraag zoals de studenten die te zien krijgen, maar vervangt u de ontbrekende gegevens door variabelen tussen rechte haken. Een voorbeeld: " De oceanische lithosfeer wordt gevormd door [a] en [b] en is [c] [d] dik.” Variabelen kunnen bestaan uit letters, cijfers (0-9), punten (. ), onderstrepingstekens (_) en afbreekstreepjes (-). De namen van de variabelen moeten uniek zijn en kunnen niet opnieuw worden gebruikt.

In herstelde cursussen wordt hoofdlettergevoeligheid in- of uitgeschakeld voor alle bestaande vragen met meerdere invuloefeningen. Pas die vragen aan en selecteer indien nodig Hoofdletters en kleine letters.

Een vraag met meervoudige invuloefening maken

Vragen met meervoudige invuloefeningen bestaan uit twee onderdelen: de vraag en de set met antwoorden. Formuleer de vraag zo dat het duidelijk is waar het antwoord moet komen. De variabelen moeten uniek zijn en tussen rechte haken [ ] worden geplaatst. Er worden voor elke variabele afzonderlijke antwoordsets gedefinieerd. Variabelen tussen rechte haken worden als tekstvakken gepresenteerd aan studenten.

  1. Open een toets, enquête of pool. ZieToetsen, enquêtes en pools voor meer informatie.
  2. Wijs op de actiebalk Vraag makenaan om de beschikbare opties weer te geven.
  3. Selecteer Meervoudige invuloefening.
  4. Typ de vraag op de pagina Vraag met meervoudige invuloefening maken/wijzigen en plaats de variabelen tussen rechte haken. Gebruik desgewenst de functies van de inhoudseditor om de tekst op te maken en bestanden, afbeeldingen, webkoppelingen, multimedia en mashups toe te voegen.
  5. Selecteer Deelpunten toestaan om voor elk goed antwoord een percentage van het totale aantal punten toe te kennen.
  6. Klik opVolgende.
  7. Selecteer op de volgende pagina voor elke variabele het aantal antwoorden in de vervolgkeuzelijst. U kunt meerdere juiste antwoorden opgeven voor een variabele.
  8. Typ antwoorden in de vakken Antwoord.
  9. Selecteer Exacte overeenkomst, Bevat of Patrooncombinatie in de vervolgkeuzelijst van een antwoord om aan te geven hoe het antwoord wordt vergeleken met het antwoord van de student.
  10. Schakel het selectievakje Hoofdlettergevoelig in als bij de beoordeling het hoofdlettergebruik in het antwoord moet worden meegenomen.
  11. Klik opVolgende.
  12. Typ eventueel Feedback voor juiste en onjuiste antwoorden, voeg Categorieën en trefwoorden toe of typ Aantekeningen cursusleider. Zie Vraagmetagegevens voor meer informatie.
  13. Klik op Verzenden en nog een maken - OF - op Verzenden om de vraag toe te voegen aan de toets.

Hieronder ziet u hoe de antwoorden voor de voorbeeldvraag zijn samengesteld. In het geval van variabele C is de evaluatiemethode "Exacte overeenkomst" aangezien het een waarde is die rechtstreeks uit het tekstboek wordt opgehaald. Variabele D heeft twee antwoorden, om zowel “km” als “kilometer” goed te keuren. De evaluatiemethode voor deze variabelen is "Bevat" om rekening te houden met kleine spellingsvarianten, zoals meervouds- of enkelvoudsvormen.

deelpunten

Selecteer Deelpunten toestaan om een percentage van het totale aantal punten toe te kennen wanneer studenten juiste antwoorden geven voor enkele van de lege locaties. Het aantal deelpunten wordt automatisch toegewezen, afhankelijk van het mogelijke aantal punten en het aantal antwoorden van de vraag. Deze optie wordt alleen weergegeven als u de optie hebt geselecteerd in de vraaginstellingen. Zie Vraaginstellingen voor meer informatie.

  1. Maak of bewerk op de pagina Toetsbord een meervoudige invuloefening.
  2. Schakel bij Opties het selectievakje Deelpunten toestaan in.

Sets van antwoorden voor iedere variabele

Het is belangrijk dat de antwoorden eenvoudig worden geformuleerd en zo beknopt mogelijk zijn. Beperk antwoorden tot één woord om extra spaties tussen woorden te voorkomen en om te voorkomen dat de volgorde van de woorden tot gevolg heeft dat het antwoord van een student als onjuist wordt beoordeeld.

  • Selecteer Bevat in de vervolgkeuzelijst in het antwoord om rekening te houden met afkortingen of onvolledige antwoorden. Het antwoord van een student wordt dan goed gerekend als het antwoord een of meer woorden bevat die u hebt opgegeven. U kunt bijvoorbeeld een vraag maken waarop het antwoord wordt goedgekeurd als de student een variant van Franklin gebruikt. Benjamin Franklin, Franklin, B Franklin, B. Franklin en Ben Franklin zijn dan allemaal juiste antwoorden. U hoeft dan niet alle mogelijke combinaties met Franklin toe te voegen als juiste antwoorden.
  • Voeg antwoorden toe om rekening te houden met veelvoorkomende spelfouten of selecteer Patrooncombinatie in de vervolgkeuzelijst in het antwoord om een gewone expressie te maken die rekening houdt met spellingsvarianten.

Patrooncombinatie

Patrooncombinatie is een geavanceerde techniek die het mogelijk maakt gewone expressies te gebruiken in juiste antwoorden om zo rekening te houden met enige mate van variatie in de antwoorden die als juist worden geteld. U kunt zo bepaalde patronen in antwoorden van studenten goed rekenen in plaats van exacte bewoordingen. Gewone expressies maken automatische beoordeling mogelijk van vragen over wetenschappelijke onderwerpen, die vaak heel veel verschillende antwoorden kunnen hebben.

In een gewone expressie komen de meeste tekens in de tekenreeks alleen met zichzelf overeen. Dit zijn zogenaamde letterlijke waarden. Sommige tekens hebben een speciale betekenis en worden metatekens genoemd. Zoek op internet op gewone of reguliere expressie voor een compleet overzicht. Enkele voorbeelden:

  • Een punt (.) komt overeen met ieder teken behalve het teken voor een nieuwe regel.
  • Rechte haken [ ] geven aan dat de tekst tussen de haken kan worden gebruikt voor één teken.
  • Een streepje (-) tussen rechte haken maakt het mogelijk een bereik te definiëren. Zo kan [0123456789] worden herschreven als [0-9].
  • Een vraagteken (?) geeft aan dat het voorafgaande item in de gewone expressie optioneel is. Dec(ember)? komt dan bijvoorbeeld overeen met Dec en December.

Voorbeelden van eenvoudige tekenreeksen:

  • b.d - komt overeen met bad, bed, bot, b9t omdat op de plaats van de punt (.) ieder teken mag worden gebruikt.
  • b[aeo9]d komt overeen met bad, bed, bod, b9d.
  • b[a-z]d komt overeen met elk woord van drie letters dat begint met b en eindigt op d. Hier kan het tweede teken niet worden vervangen door een cijfer.
  • [A-Z] komt overeen met elke hoofdletter.
  • [12] komt overeen met 1 of 2.
  • [0-9] komt overeen met een teken uit het bereik van 0 tot en met 9.

Wanneer u Patrooncombinatie selecteert voor een antwoord, kunt u op Patroon controleren klikken om een nieuw venster te openen waar u het patroon kunt testen om er zeker van te zijn dat het patroon de gewenste resultaten oplevert. Als u het patroon hebt getest en tevreden bent, klikt u op Opslaan en afsluiten om het patroon op te slaan als het antwoord.

Voer feedback in die wordt weergegeven wanneer studenten een juist of onjuist antwoord verzenden. Het invoeren van feedback is niet verplicht. Als deelpunten zijn toegestaan, ontvangen studenten het feedbackbericht voor juiste antwoorden.