Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Inhoudseditor

De inhoudseditor gebruikt u om tekst toe te voegen en op te maken, maar ook om vergelijkingen, tabellen en hyperlinks in te voegen, en verschillende bestandstypen te koppelen om inhoud te maken. De editor is vrijwel overal in het systeem beschikbaar.

De inhoudseditor of WYSIWYG (What You See Is What You Get) is gebaseerd op het industrienormplatform TinyMCE. TinyMCE is een op javascript gebaseerde WYSIWYG-inhoudseditor die een stabiele en robuuste gebruikservaring biedt. De oudere WebEQ-vergelijkingseditor is vervangen door een nieuwe mathML-vergelijkingseditor (WIRIS).

De inhoudseditor is altijd beschikbaar voor alle gebruikers. Uw instelling kan de beschikbaarheid van specifieke tools binnen de inhoudseditor controleren, maar gebruikers hoeven het gebruik van de inhoudseditor niet meer expliciet in of uit te schakelen.

De cursusleider en uw instelling bepalen of de inhoudseditor beschikbaar is en zo ja, welke functies van de editor u kunt gebruiken. Als u problemen hebt met het gebruiken van de inhoudseditor, neemt u contact op met de instelling.

Twee weergaven van de inhoudseditor

De inhoudseditor heeft twee weergavemodi: eenvoudige en geavanceerde modus. U kunt de weergave wijzigen in de rechterbovenhoek van de inhoudseditor.

Eenvoudige modus

In de eenvoudige modus beschikt u over een minimale set met de meestgebruikte tekstopmaakfuncties. Klik op de knop Meer weergeven ( de knop Meer weergeven ), —voorgesteld door twee omlaag wijzende pijlen—, voor meer editorfuncties. Zie Functies van de eenvoudige inhoudseditor voor meer informatie.

Geavanceerde modus

In de geavanceerde modus kunt u alle beschikbare opmaakfuncties en functies voor het toevoegen van objecten kiezen. Klik op de knop Minder weergeven ( de knop Minder weergeven )—voorgesteld door twee omhoog wijzende pijlen— om slechts één rij met functies weer te geven. Zie Functies van de geavanceerde inhoudseditor voor meer informatie.

Afbeelding bij de tekst.

Functies die momenteel niet beschikbaar zijn, worden lichtgrijs weergegeven. De functies voor het toepassen of verwijderen van een hyperlink zijn bijvoorbeeld alleen beschikbaar als er tekst of een object is geselecteerd.

Uw instelling kan bepaalde functies zoals de spellingcontrole en de wiskundige editor uitschakelen.

afhankelijk van het HTML-beleid van uw instelling, worden bepaalde codes en attributen niet toegestaan in de editor en zullen zij niet werken. Als u hierover vragen hebt, neem dan contact op met uw cursusleider of instelling over het verkrijgen van de juiste bevoegdheid voor onbeperkt/vertrouwd gebruik van HTML-invoer.

Inhoud toevoegen en bewerken

Tekst wordt in Blackboard Learn standaard links uitgelijnd, met lettergrootte 12 en lettertype Arial. Gebruik de inhoudseditorfuncties om opmaak toe te passen. Als u de muisaanwijzer in het tekstvak voor het invoeren van inhoud plaatst, zijn er vier methoden voor het toevoegen, opmaken en bewerken van tekst en objecten:

Aanbevolen procedure: Tekst kopiëren en plakken om gegevensverlies te voorkomen

Om gegevensverlies als gevolg van een wegvallende internetverbinding of een softwarefout te voorkomen, kunt u tekst invoeren in een eenvoudige, offline teksteditor zoals Kladblok of TextEdit. De ingevoerde tekst kunt u vervolgens kopiëren en plakken naar Blackboard Learn.

U kunt ook alle tekst die u hebt ingevoerd in Blackboard Learn selecteren en kopiëren voordat u deze verzendt of opslaat. Selecteer de tekst en klik met de rechtermuisknop om te kopiëren. U kunt ook toetsencombinaties gebruiken om te kopiëren en plakken:

  • Windows: Ctrl+A om alle tekst te selecteren, Ctrl+C om te kopiëren en Ctrl+V om te plakken.
  • Mac: Command+A om alle tekst te selecteren, Command+C om te kopiëren en Command+V om te plakken.

Functies van de eenvoudige inhoudseditor

In de eenvoudige modus van de inhoudseditor staan alle functies op één rij. Klik op de knop Meer weergeven ( de knop Meer weergeven )—voorgesteld door twee omlaag wijzende pijlen— voor meer editorfuncties.

In de volgende tabel worden de beschikbare functies toegelicht.

Functies in de eenvoudige modus
Functie Beschrijving
de knop Vet Hiermee wordt geselecteerde tekst vet weergegeven.
de knop Cursief Hiermee wordt geselecteerde tekst cursief weergegeven.
de knop Onderstrepen Hiermee wordt geselecteerde tekst onderstreept weergegeven.
de knop Lettertype selecteren Selecteer het lettertype voor de tekst. Klik op de pijl-omlaag bij het huidige lettertype om een lijst weer te geven met de beschikbare lettertypen.
de knop Tekengrootte selecteren Hiermee selecteert u de grootte van de tekst. Klik op de pijl-omlaag bij de huidige tekengrootte om een lijst weer te geven met de beschikbare tekengrootten.
de knop Tekstkleur selecteren Hiermee stelt u de tekstkleur in. Klik op de pijl-omlaag om een andere tekstkleur te selecteren.
de knop Lijst met opsommingstekens Hiermee maakt u een lijst met opsommingstekens. Zie Werken met lijsten voor meer informatie.
de knop Genummerde lijst Hiermee maakt u een genummerde lijst. Zie Werken met lijsten voor meer informatie.
de knop Spellingcontrole Hiermee start u de automatische spellingcontrole. Klik op de pijl-omlaag om een andere taal te selecteren. Zie Werken met de spellingcontrole voor meer informatie.
de knop Hyperlink Hiermee voegt u een nieuwe hyperlink in of wijzigt u een bestaande hyperlink. Zie Hyperlink invoegen of wijzigen voor meer informatie.
de knop Hyperlink verwijderen Hiermee verwijdert u de hyperlink van tekst of een object.
de knop Voorbeeld Hiermee opent u een voorbeeldvenster, zodat u kunt zien hoe de gepubliceerde inhoud zal worden weergegeven.
de knop Help Hiermee opent u de Help van de inhoudseditor.
de knop Schermvullend Hiermee wordt het venster van de editor schermvullend weergegeven in de browser.
de knop Geavanceerde functies Hiermee opent u de functies van de geavanceerde inhoudseditor.

Functies van de geavanceerde inhoudseditor

In de geavanceerde modus van de inhoudseditor ziet u drie rijen van functies. Klik op de knop Minder weergeven ( de knop Minder weergeven )—voorgesteld door twee omhoog wijzende pijlen— om slechts één rij met functies weer te geven.

Afbeelding bij de tekst.

In de onderstaande tabellen worden de verschillende functies toegelicht.

Functies op de eerste rij van de geavanceerde modus
Functies op rij 1 Beschrijving
de knop Vet Hiermee wordt geselecteerde tekst vet weergegeven.
de knop Cursief Hiermee wordt geselecteerde tekst cursief weergegeven.
de knop Onderstrepen Hiermee wordt geselecteerde tekst onderstreept weergegeven.
de knop Doorhalen Hiermee wordt tekst weergegeven met een horizontale lijn door de tekens (doorhalen).
de knop Alineastijl Hiermee selecteert u een alineastijl voor de tekst. Klik op de pijl-omlaag bij de huidige stijl om een lijst weer te geven met de beschikbare stijlen.
de knop Lettertype selecteren Selecteer het lettertype voor de tekst. Klik op de pijl-omlaag bij het huidige lettertype om een lijst weer te geven met de beschikbare lettertypen.
de knop Tekengrootte selecteren Hiermee selecteert u de grootte van de tekst. Klik op de pijl-omlaag bij de huidige tekengrootte om een lijst weer te geven met de beschikbare tekengrootten.
de knop Lijst met opsommingstekens Hiermee maakt u een lijst met opsommingstekens. Zie Werken met lijsten voor meer informatie.
de knop Genummerde lijst Hiermee maakt u een genummerde lijst. Zie Werken met lijsten voor meer informatie.
de knop Tekstkleur selecteren Hiermee stelt u de tekstkleur in. Klik op de pijl-omlaag om een andere tekstkleur te selecteren.
de knop Markeren Hiermee stelt u de markeringskleur (achtergrondkleur) in. Klik op de pijl-omlaag om een andere markeringskleur te selecteren.
de knop Opmaak verwijderen Hiermee verwijdert u alle opmaak, zodat alleen platte tekst overblijft.
de knop Voorbeeld Hiermee opent u een voorbeeldvenster, zodat u kunt zien hoe de gepubliceerde inhoud zal worden weergegeven.
de knop Help Hiermee opent u de Help van de inhoudseditor.
de knop Schermvullend Hiermee wordt het venster van de editor schermvullend weergegeven in de browser.
de knop Minder weergeven Hiermee vouwt u de functies samen in één rij met de meest gebruikte tekstopmaakfuncties.
Functies op de tweede rij van de geavanceerde modus
Functies op rij 2 Beschrijving
de knop Knippen Hiermee knipt u geselecteerde items.
de knop Kopiëren

Hiermee kopieert u geselecteerde items.

de knop Plakken Hiermee plakt u de laatst gekopieerde of geknipte items.
de knop Zoeken en vervangen Hiermee kunt u tekst zoeken en vervangen. Zie Zoeken en gebruiken voor meer informatie.
de knop Ongedaan maken Hiermee maakt u de vorige bewerking ongedaan.
de knop Opnieuw Hiermee herhaalt u de vorige bewerking (alleen beschikbaar als een actie ongedaan is gemaakt).
de knop Links uitlijnen Hiermee wordt tekst links uitgelijnd.
de knop Centreren Hiermee wordt tekst gecentreerd.
de knop Rechts uitlijnen Hiermee wordt tekst rechts uitgelijnd.
de knop Tekst uitvullen Hiermee wordt tekst op de linker- en rechtermarge uitgelijnd.
de knop Inspringen Hiermee wordt de tekst of het object naar rechts verplaatst (inspringing vergroten). Klik nogmaals om de inspringing verder te vergroten.
de knop Inspringing verkleinen Hiermee wordt de tekst of het object naar links verplaatst (inspringing verkleinen). Klik nogmaals om de inspringing verder te verkleinen. U kunt de inspringing van tekst niet verkleinen voorbij de linkermarge.
de knop Superscript Hiermee wordt de tekst in superscript weergegeven.
de knop Subscript Hiermee wordt de tekst in subscript weergegeven.
de knop Hyperlink Hiermee voegt u een nieuwe hyperlink in of wijzigt u een bestaande hyperlink. Zie Hyperlink invoegen of wijzigen voor meer informatie.
de knop Hyperlink verwijderen Hiermee verwijdert u de hyperlink van tekst of een object.
tekst rechts van de aanwijzer invoeren Hiermee wordt tekst rechts van de muisaanwijzer ingevoerd (standaardinstelling).
tekst links van de aanwijzer invoeren Hiermee wordt tekst links van de muisaanwijzer ingevoerd.

 

de knop Horizontale lijn toevoegen

Hiermee voegt u een dunne horizontale lijn toe aan de huidige positie van de muisaanwijzer, over de gehele breedte van het tekstgebied.

 

de knop Gecentreerde lijn toevoegen

Hiermee voegt u een dunne, gecentreerde lijn toe, waarbij de dikte en hoogte worden ingesteld ten opzichte van de huidige positie. U kunt ook aangeven of er een schaduw moet worden weergegeven. Zie Lijnen en horizontale regels invoegen voor meer informatie.
de knop Vaste spatie toevoegen Hiermee voegt u een vaste spatie in op de huidige positie van de muisaanwijzer.
de knop Spellingcontrole Hiermee start u de automatische spellingcontrole. Klik op de pijl-omlaag om een andere taal te selecteren. Zie Werken met de spellingcontrole voor meer informatie.
Functies op de derde rij van de geavanceerde modus
Functies op rij 3 Beschrijving
de knop Bestand invoegen Hiermee voegt u in het tekstvak een koppeling toe naar een bestand. Het venster Inhoudskoppeling invoegen naar bestand wordt geopend. U kunt koppelen naar de volgende bestandstypen: DOC, DOCX, EXE, HTML, HTM, PDF, PPT, PPTX, PPS, PPSX, TXT, WPD, .XLS, XLSX en ZIP. U kunt bestanden koppelen vanaf uw computer, uit Cursusbestanden, uit Content Collection of via een URL.
de knop Afbeelding invoegen Hiermee kunt u een afbeelding integreren in het tekstgebied of een bestaande, geselecteerde afbeelding bewerken. Het venster Afbeelding invoegen/bewerken wordt weergegeven. U kunt de volgende bestandstypen toevoegen: GIF, JPG, JPEG, BMP, PNG en TIF. U kunt afbeeldingen toevoegen vanaf uw computer, Cursusbestanden, Content Collection of via een URL. Zie Afbeeldingen toevoegen voor meer informatie.
de knop Media invoegen Hiermee kunt u een mediaclip integreren in het tekstgebied of een bestaand, geselecteerd mediaobject bewerken. Het venster Media invoegen/bewerken wordt weergegeven. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Type het type media dat u wilt toevoegen: Flash (standaard), HTML 5-video, QuickTime, Shockwave, Windows Media, Real Media, lframe en Embedded Audio. U kunt mediabestanden toevoegen vanaf uw computer, Cursusbestanden, Content Collection of via een URL. Zie Mediabestanden toevoegen voor meer informatie.
de knop Wiskundige editor Hiermee opent u de pagina WIRIS-formule-editor voor wiskundige vergelijkingen. Zie Werken met de wiskundige editor voor meer informatie.
de knop Mashup invoegen Hiermee kunt u een mashup toevoegen. Zie Mashups toevoegen voor meer informatie.
de knop Niet-afdrukbare tekens weergeven Klik om alle niet-afdrukbare tekens weer te geven. Klik nogmaals om de tekens weer te verbergen.
de knop Ingesprongen blok Hiermee kunt u de tekst opmaken als een ingesprongen blok.
de knop Speciaal teken Hiermee opent u het venster Speciaal teken selecteren. Selecteer een symbool dat u wilt invoegen op de huidige positie van de muisaanwijzer.
de knop Emoticon invoegen Hiermee opent u het venster Emoticon invoegen. Selecteer de emoticon die u wilt invoegen op de plaats van de muisaanwijzer.
de knop Verankering Plaats de muisaanwijzer op de positie waar u de verankering wilt invoegen en klik om het venster Verankering invoegen/bewerken te openen. Gebruik verankeringen voor het positioneren (verankeren) van andere items en objecten, zoals afbeeldingen. Zie Werken met verankeringen voor meer informatie.
de knop Voorbeeld Hiermee opent u een voorbeeldvenster, zodat u kunt zien hoe de gepubliceerde inhoud zal worden weergegeven.
de knop Tabel invoegen Klik om het venster Tabel invoegen/bewerken te openen. Zie Werken met tabellen voor meer informatie.
de knop Tabelrij-eigenschappen Klik hierop om het venster Tabelrij-eigenschappen te openen.
de knop Tabelceleigenschappen Klik hierop om het venster Tabelceleigenschappen te openen.
de knop Rij invoegen boven Hiermee voegt u een lege tabelrij in boven de muisaanwijzer.
de knop Rij invoegen onder Hiermee voegt u een lege tabelrij in achter de muisaanwijzer.
de knop Rij verwijderen Hiermee verwijdert u de huidige rij uit de tabel. Als u meerdere rijen selecteert, worden ze allemaal verwijderd.
de knop Kolom invoegen boven Hiermee voegt u een lege tabelkolom in links van de muisaanwijzer.
de knop Kolom invoegen onder Hiermee voegt u een lege tabelkolom in rechts van de muisaanwijzer.
de knop Kolom verwijderen Hiermee verwijdert u de huidige kolom uit de tabel. Als u meerdere kolommen selecteert, worden ze allemaal verwijderd.
de knop Cellen samenvoegen Hiermee voegt u twee of meer geselecteerde cellen samen tot één tabelcel.
de knop Tabel splitsen Hiermee splitst u tabelcellen die eerder zijn samengevoegd. Als het geen cel of cellen betreft die zijn samengevoegd, gebeurt er niets.
de knop HTML-code weergeven Klik hierop om het venster Weergave HTML-code te openen. In dit venster kunt u de HTML-code voor inhoud rechtstreeks bewerken. Deze functie is bedoeld voor ervaren webontwikkelaars. Zie HTML-codeweergave voor meer informatie.
de knop CSS bewerken Hiermee kunt u het Cascading Style Sheet (CSS) bewerken. Deze functie is opgenomen voor ervaren webontwikkelaars. Zie Geavanceerde instellingen voor afbeeldingen voor meer informatie.
video everywhere Hiermee kunt u met een webcam video opnemen. Zie Video Everywhere voor meer informatie.

Werken met lijsten

  • Genummerde lijsten: Hiermee maakt u een genummerde lijst of voegt u een genummerd item toe. Klik op de pijl-omlaag ( knop Genummerde lijst invoegen ) om een keuze te maken uit de beschikbare nummeringsschema's. Mogelijke opties zijn:
    • Alfabetisch
    • Romeinse cijfers
    • Griekse symbolen
  • Lijst met opsommingstekens: Hiermee maakt u een lijst met opsommingstekens of voegt u een item toe met een opsommingsteken. Klik op de pijl-omlaag ( knop Lijst met opsommingstekens invoegen ) om een keuze te maken uit de beschikbare opsommingstekens.

Afstand tussen items met een opsommingsteken of genummerde items

U kunt de tussenruimte tussen items met een opsommingsteken of genummerde items eenvoudig vergroten. Dit kan in de WYSIWYG-weergave of de codeweergave.

Lijsten met opsommingstekens en genummerde lijsten hebben standaard dezelfde afstand als regels in een alinea. Met de tag <li> wordt een nieuw item met een opsommingsteken of een genummerd item gemaakt.

Afstand aanpassen in de WYSIWYG-weergave

Maak de lijst, open de WYSIWYG-weergave en plaats de muisaanwijzer aan het einde van elke regel met een item met een opsommingsteken of een genummerd item en druk op Shift + Enter. Er wordt nu een extra witregel ingevoegd tussen de items in de lijst. Als u de toetscombinatie nog een keer indrukt, wordt er nog een witregel toegevoegd. In de codeweergave ziet u <br /><br /> voor elke ingevoegde witregel. Deze code verschijnt binnen de afsluitende tag (</li>) van elk item met een opsommingsteken of genummerd item.

Afstand aanpassen in de codeweergave

Als u zelf de afstand wilt bepalen tussen lijstitems, moet u de codeweergave gebruiken. Klik in de inhoudseditor op ( File:nl-nl/Learn/Sandbox/nl-nl/Learn/9.1_SP_12_and_SP_13/Student/170_Tools/Content_Editor/button_content_editor_html_code_view_19x16.png ) om het venster Weergave HTML-code te openen. U kunt een afstand toevoegen aan elke tag waarmee een lijstitem wordt gemaakt. Op de plaats van <li> kunt u bijvoorbeeld <li style="margin-bottom: 8px;"> typen. De waarde 8px kunt u vervangen door de gewenste afstand. De afstand wordt toegevoegd aan het einde van elk item met een opsommingsteken of genummerd item, zodat er ruimte ontstaat tussen de lijstitems.

De alinea-afstand kunt u op dezelfde manier aanpassen.

Spellingcontrole

Klik op de knop Spellingcontrole ( de knop Spellingcontrole ) om de automatische spellingcontrole in of uit te schakelen. Klik op de pijl-omlaag om een ander woordenboek te selecteren. U ziet golvende rode lijnen onder woorden die mogelijk fout gespeld zijn of niet in het geladen woordenboek voorkomen. Als u verdergaat met typen, wordt de spellingcontrole uitgeschakeld.

Klik met de rechtermuisknop op een onderstreept woord om een menu weer te geven. Daarmee kunt u:

  • Een lijst van voorgestelde verbeteringen zien.
  • Deze instantie negeren.
  • Het aangegeven woord negeren.

uw instelling bepaalt of de spellingcontrole beschikbaar is en welke woordenboeken worden geladen.

Zoeken en vervangen

Gebruik de zoekfunctie ( de knop Zoeken ) om te zoeken naar tekst en deze eventueel te vervangen door andere tekst.

Tekst zoeken

Klik op het tabblad Zoeken in het venster en typ de tekst die u wilt zoeken.

Gebruik de keuzerondjes om aan te geven in welke Richting u vanaf de huidige cursorpositie wilt zoeken. Schakel het selectievakje Hoofdletters en kleine letters in als u rekening wilt houden met het onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Schakel dit selectievakje uit als u geen rekening wilt houden met het onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Als de tekst is gevonden, wordt deze gemarkeerd in het tekstvak.

Klik op Volgende zoeken om naar de volgende positie te gaan waar de zoektekst voorkomt of klik op Afsluiten om het venster te sluiten.

Open het tabblad Vervangen als u tekst wilt gaan vervangen.

Tekst vervangen

Klik op het tabblad Vervangen om tekst te zoeken en vervangen vanaf een tabblad.

Typ de tekst die u wilt vervangen. Gebruik de keuzerondjes om aan te geven in welke Richting u vanaf de huidige cursorpositie wilt zoeken. Schakel het selectievakje Hoofdletters en kleine letters in als u rekening wilt houden met het onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Schakel dit selectievakje uit als u geen rekening wilt houden met het onderscheid tussen hoofdletters en kleine letters. Klik op Enter of Terug. Als de tekst is gevonden, wordt deze gemarkeerd in het tekstvak.

Typ in het tekstvak Vervangen door de tekst die u wilt vervangen en kies een actie:

  • Vervangen: de zoektekst op de volgende positie vervangen.
  • Alle vervangen: de zoektekst op alle posities vervangen.
  • Volgende zoeken: de zoektekst op de volgende positie markeren, maar niet vervangen.

Open het tabblad Zoeken als u tekst alleen wilt zoeken.

Hyperlink invoegen of wijzigen

Selecteer tekst of een object en klik op de knop Koppeling (de knop Koppeling ) om een nieuwe hyperlink toe te voegen of een bestaande hyperlink te bewerken. Als u een koppeling wilt verwijderen, selecteert u de koppeling en klikt u op de knop Koppeling verwijderen ( de knop Koppeling verwijderen ). U kunt ook het contextmenu gebruiken om koppelingen toe te voegen en te verwijderen. U moet gebruikmaken van het protocol http:// wanneer u een adres voor de koppeling typt of plakt.

De knoppen Koppeling en Koppeling verwijderen worden lichter gekleurd weergegeven en zijn niet beschikbaar tenzij er tekst of een object is geselecteerd. Als u op Koppeling verwijderen klikt voor een item zonder hyperlink, gebeurt er niets.

U kunt een koppeling opgeven naar een website, of naar een bestand op uw computer, in Cursusbestanden of in Content Collection.

Geef in de vervolgkeuzelijst Doel aan waar de koppeling moet worden geopend:

  • Openen in dit venster/frame.
  • Openen in nieuw venster.
  • Openen in dit hoofdvenster/frame.
  • Openen in kopframe (vervangt alle frames).

Typ desgewenst een titel voor het venster of frame die wordt weergegeven als gebruikers op de koppeling klikken. Selecteer eventueel een koppelingklasse. Als er geen andere keuzes zijn, geeft de vervolgkeuzelijst mogelijk alleen Niet ingesteld weer.

Lijnen en horizontale regels invoegen

Lijn: Klik op de knop Horizontale lijn toevoegen ( de knop Horizontale lijn toevoegen ) om een dunne horizontale lijn in te voegen op de huidige positie van de muisaanwijzer, over de gehele breedte van het tekstgebied.

Horizontale regel: Klik op de knop Horizontale regel ( de knop Gecentreerde lijn toevoegen ) om een dunne, gecentreerde lijn toe te voegen. U kunt de volgende instellingen opgeven:

  • De breedte in pixels of als een percentage van de totale beschikbare breedte van het tekstgebied.
  • De hoogte van de lijn ten opzichte van de huidige positie.
  • Of de lijn moet worden weergegeven met een schaduw (de standaardinstelling is met schaduw).

Gebruik de keuzelijst Breedte om te kiezen tussen Pixels en Percentage. Gebruik de keuzelijst Hoogte om te kiezen tussen Normaal of een stapsgewijze hoogtetoename van 1 tot 5. Klik op Invoegen om de lijn toe te voegen of op Annuleren het venster te sluiten.

Afbeeldingen toevoegen

Klik op de knop Afbeelding invoegen ( de knop Afbeelding invoegen ) om een afbeelding in te sluiten in het tekstgebied of een bestaande geselecteerde afbeelding te bewerken. U kunt ook een afbeelding integreren met behulp van het contextmenu door een rechtermuisklik. U kunt ook de opties in het contextmenu gebruiken om de eigenschappen te bewerken van een bestaande geselecteerde afbeelding.

U kunt veelgebruikte afbeeldingstypen gebruiken zoals GIF, JPG, JPEG, BMP, PNG en TIF.

Om het downloaden van de ingesloten afbeelding zo veel mogelijk te beperken, moet u indien mogelijk de meer compacte, gecomprimeerde bestandsindelingen zoals JPG of PNG gebruiken.

Algemene instellingen voor afbeeldingen

Integreer op het tabblad Algemeen een afbeelding vanaf een van de volgende:

  • Voer een URL in of plak deze in het tekstvak URL afbeelding om een koppeling te maken naar een bestand buiten het lokale systeem. U moet gebruikmaken van het protocol http://.
  • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
  • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.

Om een koppeling naar een bestand dat u toevoegt te e-mailen, moet u het inhoudsitem eerst indienen zodat het bestand een permanente URL krijgt toegewezen. Open in Content Collection of Cursusbestanden het 360 overzicht van het bestand. Kopieer het adres van de permanente URL en plak deze in een e-mail.

Afbeeldingsbeschrijving: Typ hier optioneel een beschrijving voor de afbeelding. Aanbevolen voor schermleesprogramma's.

Titel: Voer optioneel een titel in voor de afbeelding.

Weergave-instellingen

Gebruik het tabblad Weergave om de positie en weergave van de afbeelding te bepalen. Aan de rechterkant van het deelvenster ziet u in een miniatuur wat het effect is van de gekozen instellingen.

  • Uitlijning: plaatsing van de afbeelding ten opzichte van de omringende tekst. U kunt kiezen tussen Basislijn, Boven, Midden, Onder, Bovenkant tekst, Onderkant tekst, Links en Rechts.
  • Afmetingen: Afbeeldingsgrootte in pixels. Belangrijk: Als u hier geen waarde opgeeft, wordt de werkelijke afbeeldingsgrootte in de vakken ingevuld.

    Als u het selectievakje voor Proporties behouden inschakelt en de afmetingen toevoegt, worden de afmetingen van de afbeelding verkleind zonder horizontale of verticale vervorming.

  • Verticale spatie: De marge in pixels die boven en onder de afbeelding moet worden gereserveerd.
  • Horizontale spatie: De marge in pixels die aan weerszijden van de afbeelding moet worden gereserveerd.
  • Rand: Hiermee tekent u een rand rond de afbeelding, met de lijndikte uitgedrukt in pixels.
  • Stijl: Wanneer u de weergave-instellingen wijzigt, geeft dit vak de HTML-code weer die is gebruikt om de afbeelding op te maken. Indien nodig kunt u bijkomende code invoeren of de bestaande code wijzigen.

Geavanceerde instellingen voor afbeeldingen

Gebruik de geavanceerde instellingen voor afbeeldingen om een alternatieve afbeelding op te geven op basis van muisactiviteit. U kunt ook bijkomende identificatie, taal en koppelingparameters instellen. Doorgaans is het niet nodig deze instellingen op te geven of te wijzigen.

Mediabestanden toevoegen

Klik op de knop Media invoegen ( de knop Media invoegen ) om een mediaclip in te sluiten in het tekstgebied of een bestaand, geselecteerd mediaobject te bewerken. U kunt het contextmenu (rechtermuisklik) ook gebruiken om de eigenschappen te bewerken van een bestaande geselecteerde mediaclip.

Algemene instellingen voor media

Type: Selecteer in de vervolgkeuzelijst het type media dat u wilt toevoegen, waaronder:

  • Flash (standaard)
  • QuickTime
  • Shockwave
  • Windows Media
  • Real Media
  • lframe
  • Ingesloten audio
  • Voer een URL in of plak deze in het tekstvak Bestand/URL om een koppeling te maken naar een mediabestand buiten het lokale systeem. U moet gebruikmaken van het protocol http://.
  • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
  • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
    • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

      -OF-

    • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.

    Om een koppeling naar een bestand dat u toevoegt te e-mailen, moet u het inhoudsitem eerst indienen zodat het bestand een permanente URL krijgt toegewezen. Open in Content Collection of Cursusbestanden het 360 overzicht van het bestand. Kopieer het adres van de permanente URL en plak deze in een e-mail.

  • Afmetingen: Grootte weergegeven in pixels. Belangrijk: Als u hier geen waarde opgeeft, wordt de werkelijke grootte in de vakken ingevuld.

    Als u het selectievakje voor Proporties behouden inschakelt en de afmetingen toevoegt, worden de afmetingen van het bestand verkleind zonder horizontale of verticale vervorming. U kunt een voorbeeld van het bestand bekijken in het venster.

Geavanceerde instellingen voor media

Gebruik het tabblad Geavanceerd om geavanceerde weergaveparameters in te stellen, evenals enkele opties die specifiek zijn voor alleen Flash-media.

Geavanceerd:

  • ID: stel een identificatiecode in voor de media.
  • Naam: voer een naam in voor de media.
  • Uitlijnen: geef aan of de media boven, rechts, onder of links moet worden uitgelijnd.
  • Achtergrond: stel een achtergrondkleur in voor de media.
  • V-spatie en H-spatie: stel verticale en horizontale marges voor ruimte rond de ingesloten media.

Flashopties:

  • Kwaliteit: stel de afspeelkwaliteit in voor de Flash-media. U kunt kiezen uit hoog, laag, autolaag, autohoog en beste.
  • Schaal: Kies een optie voor het aanpassen van het formaat van Flash-media. U kunt kiezen uit alles weergeven, geen rand, exact passen en schaal niet aanpassen.
  • WModus: Stel een weergavemodus in voor de media. U kunt kiezen tussen window, opaque en transparent.
  • SUitlijnen: Hiermee stelt u de positie-uitlijning in voor de media binnen de Flash-mediaspeler. U kunt kiezen tussen Links, Boven, Rechts, Onder, Linksboven, Rechtsboven, Linksonder en Rechtsonder.
  • Automatisch afspelen: Schakel deze optie in om de Flash-media bij selectie automatisch af te spelen.
  • Herhalen: Hiermee stelt u in dat het mediabestand loopt (opnieuw wordt afgespeeld) als het einde is bereikt.
  • Menu weergeven: Hiermee wordt het menu van de Flash-mediaspeler weergegeven.
  • SWLiveConnect: Alleen gebruikt voor oudere Flash-media. Selecteer deze optie als de speler en de browser gegevens moeten uitwisselen. Deze optie hoeft u meestal niet in te schakelen.
  • Base en Flash Vars: hiermee kunt u de Flash-opties handmatig configureren. Deze functies zijn bedoeld voor ervaren webontwikkelaars die een hoge mate van controle en maatwerk vereisen met betrekking tot de weergave en werking van de Flash-speler.

Broninstellingen voor media

In het tabblad Bron kunt u aangepaste HTML-code voor media invoeren. Deze functie is bedoeld voor gevorderde webontwikkelaars.

Mashups toevoegen

In een mashup worden elementen uit twee of meer bronnen gecombineerd. Als u een video van YouTube™ bekijkt in een cursus van Blackboard Learn, maakt u gebruik van een mashup.

Klik op de knop Mashup invoegen ( de knop Mashup invoegen ) om een vervolgkeuzelijst weer te geven en uit de volgende opties te kiezen:

  • Flickr©-foto
  • SlideShare-presentatie
  • YouTube™-video
  • NBC-inhoud

uw instelling bepaalt de beschikbaarheid van specifieke typen mashups.

Nadat u een mashup-type hebt geselecteerd, kunt u zoeken naar inhoud voor uw cursus. Dan stelt u de weergave- en presentatie-opties in.

Opmerking: kies nadat u een YouTube-video hebt geselecteerde de optie Nee voor de optie YouTube-gegevens weergeven als u na het afspelen geen video's wilt weergeven die door YouTube’ worden aanbevolen.

Klik op de knop Voorbeeld ( de knop Voorbeeld ) om eerst te zien hoe de mashup zal worden weergegeven in het inhoudsitem. Sluit het voorbeeldvenster om wijzigingen aan te brengen. Als u tevreden bent met de selectie en opties, klikt u op Verzenden om door te gaan of op Annuleren om het toevoegen van de mashup af te breken.

Zie Mashups maken voor meer informatie over de manier waarop cursusleiders mashups kunnen gebruiken in een cursus. Zie Mashups voor meer informatie over de manier waarop studenten mashups kunnen gebruiken.

Werken met de wiskundige editor

De wiskundige editor die bij de inhoudseditor wordt geleverd, biedt een interface voor het maken en beheren van wiskundige formules in uw cursus. De wiskundige editor is geschreven door WIRIS en is gebaseerd op de standaard MathML voor het beschrijven van wiskundige formules voor weergave in browsers. De gemaakte formules worden bovendien opgeslagen als de MathML voor toekomstige bewerkingen EN als PNG-bestand voor snelle ingebruikname in browsers.

Klik op de knop Wiskundige editor ( de knop Wiskundige editor ) om het venster met de editor voor wiskundige vergelijking te openen, de WIRIS-formule-editor.

De wiskundige editor werkt alleen als Javascript is ingeschakeld.

Uitgebreide functies

  • Basisbewerkingen
  • Matrixwiskunde
  • Wiskunde en reeksen
  • Logica en verzamelingenleer
  • Eenheden
  • Grieks alfabet

Belangrijke informatie over de wiskundige editor

  • De wiskundige editor converteert automatisch formules en vergelijkingen naar afbeeldingen zodat gebruikers geen applet hoeven te downloaden om ze te bekijken. De formules en vergelijkingen blijven volledig bewerkbaar voor een auteur.
  • De wiskundige editor ondersteunt rechtstreeks kopiëren en plakken van MathML-formules en vergelijkingen in de editor.
  • Ondersteuning voor vergelijkingen met een eerdere indeling; de wiskundige editor biedt ondersteuning voor W3C-MathML-standaarden en extraheert MathML van de wiskundige editor in versies voor SP8.
  • Wanneer u upgradet van andere platforms zoals CE 4 of Vista kan de wiskundige editor de formules en vergelijkingen van deze platforms aan.

De tabbladen

De tabbladen boven aan de pagina maken het mogelijk om verschillende elementen te selecteren:

  • Algemeen
  • Operatoren
  • Symbolen
  • Grote operator
  • Matrixberekeningen
  • Pijlen
  • Griekse symbolen
  • Superscript, subscript en accenten
  • Overige wiskundige elementen
  • Functies

Klik op de koppeling Manual in de editor om naar de Engelstalige handleiding van WIRIS op de website te gaan. De handleiding bevat een lijst met alle pictogrammen die beschikbaar zijn op de tabbladen.

Werken met tabellen

Klik op de knop Tabel invoegen/bewerken ( de knop Tabel invoegen/bewerken ) om een tabel toe te voegen in het tekstgebied. U kunt ook de opdracht tabel invoegen/bewerken kiezen in het contextmenu dat verschijnt als u met de rechtermuisknop klikt.

De meeste tabelfuncties zijn niet beschikbaar (lichter gekleurd) totdat u de muisaanwijzer binnen een bestaande tabel plaatst.

Tabblad algemeen

Op het tabblad Algemeen kunt u de basiseigenschappen van de tabel instellen. Merk op dat na het maken u een tabel kunt bewerken met behulp van de tabelfuncties en -opdrachten. U kunt het formaat van een tabel wijzigen door de verankeringen op de tabelranden te verslepen.

  • Kolommen: typ het aantal kolommen voor de tabel. Standaard zijn er twee kolommen.
  • Rijen: typ het aantal rijen voor de tabel. Standaard zijn er twee rijen.
  • Celopvulling: Typ een waarde in pixels voor de individuele celopvulling van de tabel.
  • Celafstand: Typ een waarde in pixels om de tabelcellen te scheiden.
  • Uitlijning: selecteer de tabeluitlijning: centreren, links of rechts. Als u geen instelling kiest, wordt de huidige alinea-uitlijning gebruikt.
  • Rand: hiermee voegt u een eenvoudige zwarte rand toe rond de tabel. Typ een aantal pixels voor de dikte van de tabelrand. De standaardinstelling is één pixel.
  • Breedte: Hiermee bepaalt u de breedte van de tabel, in pixels of als een percentage van de beschikbare weergavebreedte. De standaardinstelling is 200 pixels.
  • Hoogte: Hiermee bepaalt u de hoogte van de tabel, in pixels of als een percentage van de beschikbare weergavehoogte. Als u hier niets opgeeft, wordt de tabel automatisch aangepast aan de inhoud.
  • Klasse: Hiermee kunt u de HTML-klasse voor de tabel instellen. Als in uw configuratie echter geen klassen worden gebruikt, hoeft u deze instelling niet te gebruiken
  • Tabelbijschrift: Als u dit selectievakje inschakelt, wordt de tabel gemaakt met aan het begin een cel voor het bijschrift. Er wordt een bijschrift voor de tabel weergegeven als titel van de tabel.

Het tabblad Geavanceerd

Op het tabblad Geavanceerd kunt u extra eigenschappen van de tabel instellen.

  • ID: typ hier een beschrijving of ID voor de tabel.
  • Samenvatting: Typ een beschrijving voor een tabel.
  • Stijl: Hiermee kunt u via HTML-code instellingen voor de plaatsing, grootte, weergave en rand vervangen.
  • Taalcode: Hiermee wijst u een taalcode toe aan een tabel (wordt gebruikt bij vertalingen).
  • Achtergrondafbeelding: U kunt een grafische afbeelding gebruiken als achtergrond voor een tabel. Voer een URL in om een koppeling te maken naar een afbeeldingsbestand buiten het lokale systeem.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  • Frame: Hiermee stelt u de parameter frame in voor de tabel: void, above, below, hsides, lhs, rhs, vsides, box en border.
  • Regels: Hiermee stelt u regels in voor de tabelinhoud: none, groups, rows, cols of all.
  • Taalrichting: Hiermee geeft u aan of de tekst in de tabel van rechts naar links of van links naar rechts moet worden gelezen.
  • Randkleur: hiermee stelt u de kleur van de tabelrand in.
  • Achtergrondkleur: hiermee stelt u de achtergrondkleur van de tabel in.

Rij- en celeigenschappen instellen

Rij-eigenschappen zijn van invloed op een volledige tabelrij of een aantal geselecteerde tabelrijen. Celeigenschappen zijn van invloed op de huidige tabelcel of een aantal geselecteerde cellen.

Rij-eigenschappen

Klik in een bestaande tabel en klik op de functie Tabelrij-eigenschappen (rij-eigenschappen) om het venster Tabelrij-eigenschappen weer te geven. U kunt opmaakparameters opgeven om te bepalen hoe de inhoud van een tabelrij (of van geselecteerde rijen) wordt weergegeven.

Tabblad algemeen

Op het tabblad Algemeen:

  • Rijtype: Hiermee kunt u instellen of de rij koptekst, tekst of voettekst is.
  • Uitlijning: Hiermee kunt u de celinhoud van de rij links uitlijnen, centreren of rechts uitlijnen.
  • Verticale uitlijning: Hiermee kunt u de celinhoud van de rij boven uitlijnen, centreren of onder uitlijnen.
  • Klasse: Hiermee stelt u de HTML-klasse van de rij-inhoud in. Als geen klassen gebruikt wordt, kunt u deze instelling negeren.
  • Hoogte: hiermee stelt u handmatig de hoogte van de rij in. Als u geen waarde opgeeft, wordt de rij automatisch aangepast aan de inhoud.

Selecteer in de vervolgkeuzelijst onder aan het venster voor de volgende opties:

  • Huidige rij bijwerken of alleen geselecteerde rijen (standaard)
  • Oneven rijen in tabel bijwerken
  • Even rijen in tabel bijwerken
  • Alle rijen in tabel bijwerken

Het tabblad Geavanceerd

Op het tabblad Geavanceerd kunt u extra rij-eigenschappen instellen.

  • ID: typ hier een beschrijving of ID voor de rij.
  • Stijl: Hiermee kunt u via HTML-code instellingen voor de plaatsing, grootte, weergave en rand vervangen.
  • Taalrichting: Hiermee geeft u aan of de tekst in de rij van rechts naar links of van links naar rechts moet worden gelezen.
  • Taalcode: Hiermee wijst u een taalcode toe aan een rij (wordt gebruikt bij vertalingen).
  • Achtergrondafbeelding: U kunt een grafische afbeelding gebruiken als achtergrond voor een rij. Voer een URL in om een koppeling te maken naar een afbeeldingsbestand buiten het lokale systeem.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  • Achtergrondkleur: hiermee stelt u de achtergrondkleur van de rij in.

Celeigenschappen

Klik op de functie Tabelceleigenschappen (celeigenschappen) om het venster Tabelceleigenschappen te openen. U kunt opmaakparameters opgeven om te bepalen hoe de inhoud van een tabelcel of van geselecteerde cellen wordt weergegeven.

Tabblad algemeen

Op het tabblad Algemeen:

  • Uitlijning: Hiermee kunt u de inhoud van een cel links uitlijnen, centreren of rechts uitlijnen.
  • Celtype: Hiermee kunt u het inhoudstype van de cel instellen op gegevens of koptekst.
  • Verticale uitlijning: Hiermee kunt u de inhoud van een cel boven uitlijnen, centreren of onder uitlijnen.
  • Bereik: Hiermee kunt u de selectie voor wijzigen uitbreiden van een individuele cel tot een kolom, rij, rijgroep of kolomgroep.
  • Breedte: Hiermee stelt u handmatig de breedte van een cel in.
  • Hoogte: Hiermee stelt u handmatig de hoogte van een cel in.
  • Klasse: Hiermee stelt u de HTML-klasse van de rij-inhoud in. Als geen klassen gebruikt wordt, kunt u deze instelling negeren.

Selecteer in de vervolgkeuzelijst onder aan het venster voor de volgende opties:

  • Huidige cel bijwerken of alleen geselecteerde cellen (standaard)
  • Alle cellen in een rij bijwerken.
  • Alle cellen in een tabel bijwerken.

Het tabblad Geavanceerd

Op het tabblad Geavanceerd kunt u extra celeigenschappen instellen.

  • ID: typ hier een beschrijving of ID voor de cel.
  • Stijl: hiermee kunt u via HTML-code instellingen voor de plaatsing, grootte, weergave en rand vervangen.
  • Taalrichting: Hiermee geeft u aan of de tekst in een cel van rechts naar links of van links naar rechts moet worden gelezen.
  • Taalcode: Hiermee wijst u een taalcode toe aan een cel (wordt gebruikt bij vertalingen).
  • Achtergrondafbeelding: U kunt een grafische afbeelding gebruiken als achtergrond voor een cel. Voer een URL in om een koppeling te maken naar een afbeeldingsbestand buiten het lokale systeem.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanaf uw computer, klikt u op Bladeren in mijn computer.
    • Als u een bestand wilt uploaden vanuit de opslaglocatie van de cursus:
      • Als Cursusbestanden de opslaglocatie is van de cursus, klikt u op Bladeren in cursusbestanden.

        -OF-

      • Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, klikt u op Bladeren in Content Collection.
  • Randkleur: Hiermee stelt u de kleur van een celrand in.
  • Achtergrondkleur: Hiermee stelt u de achtergrondkleur van een cel in.

Tabellen bewerken

Klik in een bestaande tabel om de tabelbewerkingsfuncties actief te maken in de inhoudseditor.

Functies voor het bewerken van tabellen
Functie Beschrijving
de knop Tabel maken Klik om het venster Tabel invoegen/bewerken te openen. Als u hierop klikt binnen een tabel, wordt er binnen de bestaande tabel een nieuwe tabel gemaakt.
de knop Tabelrij-eigenschappen Klik hierop om het venster Tabelrij-eigenschappen te openen.
de knop Tabelceleigenschappen Klik hierop om het venster Tabelceleigenschappen te openen.
de knop Rij invoegen boven Hiermee voegt u een lege rij in voor de muisaanwijzer.
de knop Rij invoegen onder Hiermee voegt u een lege rij in achter de muisaanwijzer.
de knop Rij verwijderen Hiermee verwijdert u de huidige rij uit de tabel. Als u meerdere kolommen selecteert, worden ze allemaal verwijderd.
de knop Kolom links invoegen Hiermee voegt u een lege kolom in links van (voor) de muisaanwijzer.
de knop Kolom rechts invoegen Hiermee voegt u een lege kolom in rechts van (achter) de muisaanwijzer.
de knop Kolom verwijderen Hiermee verwijdert u de huidige kolom uit de tabel. Als u meerdere kolommen selecteert, worden ze allemaal verwijderd.
de knop Cellen samenvoegen Hiermee voegt u twee of meer geselecteerde cellen samen tot één tabelcel.
de knop Cellen splitsen Hiermee splitst u tabelcellen die eerder zijn samengevoegd. Als het geen cel of cellen betreft die zijn samengevoegd, gebeurt er niets.

Als u het formaat van een tabel wilt wijzigen zonder tabel-, rij- of celeigenschappen aan te passen, kunt u ook een van de verankeringen op de tabelranden verslepen. Deze bevinden zich op de vier hoeken van de tabel (om de gehele tabel groter of kleiner te maken). U vindt ze tevens terug in het midden, links, rechts, boven en onder om de tabel horizontaal of verticaal aan te passen.

Contextmenu's met rechtermuisklik

U kunt ook ergens in een bestaande tabel met de rechtermuisknop klikken om een contextmenu te openen. Selecteer Tabel invoegen/bewerken om bewerkingseigenschappen voor een bestaande tabel weer te geven.

Verankeringen gebruiken

U kunt verankeringen gebruiken voor het positioneren (verankeren) van andere items en objecten, zoals afbeeldingen. Plaats de muisaanwijzer op de positie waar u de verankering wilt invoegen en klik op de knop Verankering ( de knop Verankering ) om het venster Verankering invoegen/bewerken te openen. Typ een naam voor de verankering en klik op Invoegen om het element toe te voegen.

Als u een bestaande verankering wilt wijzigen, selecteert u deze en klikt u op de verankeringsfunctie.

Als u een verankering wilt verwijderen, selecteert u deze en drukt u op de knop Delete.

Als u een verankering verwijdert, wordt ook het verankerde object of de verankerde tekst verwijderd.

Geavanceerde functies

Weergave HTML-code

Klik op de knop Weergave HTML-code ( de knop Weergave HTML-code ) om het venster Weergave HTML-code te openen. In dit venster kunt u de HTML-code voor inhoud rechtstreeks bewerken. Als u klaar bent, klikt u op Bijwerken om de wijzigingen toe te passen of op Annuleren om de bewerking af te breken.

De inhoudseditor controleert tot op bepaalde hoogte de code. HTML-tags worden toegevoegd of verwijderd om ervoor te zorgen dat de code geldig is en werkt. Het blijft echter mogelijk om ongeldige codes of tags in te voeren. Bovendien kan de inhoudseditor niet alle problemen vaststellen en oplossen. De weergegeven resultaten kunnen dus onvoorspelbaar zijn.

Deze functie is bedoeld voor ervaren webontwikkelaars.

CSS bewerken

Klik op de knop CSS bewerken ( de knop CSS bewerken ) om het Cascading Style Sheet (CSS) voor de pagina te bewerken.

Deze functie is bedoeld voor ervaren webontwikkelaars.

Via de tabbladen en instellingen in het venster CSS bewerken kunt u bijna alle standaardinstellingen voor basisopmaak aanpassen voor de huidige weergave van de inhoudseditor. Elk tabblad bevat een specifieke categorie met opties.

  • Tekst: Hier kunt u het lettertype, de tekengrootte, de stijl en andere aspecten van de tekstweergave instellen.
  • Achtergrond: Hier kunt u een kleur of afbeelding voor de achtergrond opgeven en instellen hoe deze wordt weergegeven.
  • Blok: Hier kunt u opmaakopties opgeven op alineaniveau, zoals de afstand tussen woorden en letters, uitlijning en inspringen.
  • Vak: Hier kunt u standaardwaarden opgeven voor getekende vakken.
  • Rand: Hier kunt u de stijl, dikte en kleur opgeven voor alle aspecten van tabel- en objectranden.
  • Lijst: Hier kunt u standaardwaarden opgeven voor opgemaakte lijsten.
  • Positionering: Hier kunt instellingen opgeven voor de positie en plaatsing van de pagina, en voor bijsnijden als dat nodig is.

Klik op Toepassen of Bijwerken om de wijzigingen door te voeren of op Annuleren om het CSS ongewijzigd te laten.

Contextmenu met tekstbewerkingsfuncties

In de inhoudseditor kunt u uw muisaanwijzer in het tekstgebied plaatsen en klikken met de rechtermuisknop om een contextmenu te openen. Het menu bevat de meestgebruikte functies van de editor.

  • de knop Knippen  Knippen: Hiermee verplaatst u de selectie (tekst of object) naar het klembord.
  • de knop Kopiëren  Kopiëren: Hiermee kopieert u de selectie (tekst of object) naar het klembord.
  • de knop Plakken  Plakken: Hiermee plakt u de selectie op het klembord (laatst geknipte of gekopieerde tekst of object).
  • de knop Hyperlink invoegen  Koppeling: Hiermee opent u het venster koppeling invoegen/bewerken. Deze knop is alleen zichtbaar als u tekst of een object selecteert. Zie Hyperlink invoegen of wijzigen voor meer informatie.
  • de knop Hyperlink verwijderen  Koppeling verwijderen: Hiermee verwijdert u alle koppelingen. Deze knop is alleen zichtbaar als u tekst of een object selecteert. Als u op Koppeling verwijderen klikt voor een item zonder hyperlink, gebeurt er niets.
  • de knop Afbeelding invoegen  Afbeelding: Hiermee kunt u een afbeelding toevoegen of wijzigen. Zie Afbeeldingen toevoegen voor meer informatie.
  • Uitlijning: Hiermee opent u een submenu met opties waarmee u tekst kunt uitlijnen op de linkermarge de knop Links uitlijnen, kunt centreren de knop Centreren, kunt uitlijnen op de rechtermarge de knop Rechts uitlijnen of kunt uitlijnen op beide marges de knop Uitvullen.
  • de knop Tabel maken  Tabel invoegen/bewerken: Plaats uw muisaanwijzer in een bestaande tabel en klik op deze opties om de beschikbare bewerkingsfuncties te openen.

De functies Knippen, Kopiëren en Plakken worden mogelijk niet door alle browsers ondersteund.

Sneltoetscombinaties voor de inhoudseditor

De inhoudseditor ondersteunt de sneltoetscombinaties die zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Op een Mac gebruikt u de toets Command in plaats van Ctrl. In de tabel wordt dit aangegeven met "MAC:" en Command wordt afgekort als Cmd.

Als de sneltoetsen worden gebruikt waarmee geselecteerde items een teken naar links, rechts, omhoog of omlaag worden verplaatst, wordt het verplaatste object absoluut gepositioneerd. Een absoluut gepositioneerd element wordt bepaald aan de hand van pixels. Met andere woorden, wanneer u het element één keer omhoog verplaatst, wordt het een pixel omhoog verplaatst.

Toetscombinaties
Toetscombinatie Beschrijving
PIJL-RECHTS Een teken naar rechts verplaatsen.
PIJL-LINKS Een teken naar links verplaatsen.
PIJL-OMLAAG Een regel omlaag verplaatsen.
PIJL-OMHOOG Een regel omhoog verplaatsen.
CTRL+PIJL-RECHTS
MAC: CMD+PIJL-RECHTS
Eén woord naar rechts verplaatsen.
CTRL+PIJL-LINKS
MAC: CMD+PIJL-LINKS
Eén woord naar links verplaatsen.
END Naar het einde van de regel verplaatsen.
HOME Naar het begin van de regel verplaatsen.
CTRL+PIJL-OMLAAG
MAC: CMD+PIJL-OMLAAG
Een alinea omlaag verplaatsen.
CTRL+PIJL-OMHOOG
MAC: CMD+PIJL-OMHOOG
Een alinea omhoog verplaatsen.
PAGE DOWN Een pagina omlaag verplaatsen.
PAGE UP Een pagina omhoog verplaatsen.
CTRL+HOME
MAC: CMD+HOME
Naar het begin van de tekst verplaatsen.
CTRL+END
MAC: CMD+END
Naar het einde van de tekst verplaatsen.
Selectie
SHIFT+PIJL-RECHTS De selectie uitbreiden met een teken naar rechts.
SHIFT+PIJL-LINKS De selectie uitbreiden met een teken naar links.
CTRL+SHIFT+PIJL-RECHTS
MAC: CMD+SHIFT+PIJL-RECHTS
De selectie uitbreiden met één woord naar rechts.
CTRL+SHIFT+PIJL-LINKS
MAC: CMD+SHIFT+PIJL-LINKS
De selectie uitbreiden met één woord naar links.
SHIFT+PIJL-OMHOOG De selectie uitbreiden met een regel omhoog.
SHIFT+PIJL-OMLAAG De selectie uitbreiden met een regel omlaag.
SHIFT+END De selectie uitbreiden tot het einde van de huidige regel.
SHIFT+HOME De selectie uitbreiden tot het begin van de huidige regel.
SHIFT+PAGE DOWN De selectie uitbreiden met een pagina omlaag.
SHIFT+PAGE UP De selectie uitbreiden met een pagina omhoog.
CTRL+SHIFT+END De selectie uitbreiden tot het einde van het document.
CTRL+SHIFT+HOME
MAC: CMD+SHIFT+HOME
De selectie uitbreiden tot het begin van het document.
CTRL+A
MAC: CMD+A
Alle elementen in het document selecteren.
Bewerken
BACKSPACE De selectie verwijderen. Of, wanneer u geen selectie maakt, het teken links van de cursor wissen.
CTRL+BACKSPACE
MAC: CMD+BACKSPACE
Alles van een woord links van de cursor wissen.
CTRL+C
MAC: CMD+C
De selectie kopiëren.
CTRL+V
MAC: CMD+V
Gekopieerde of geknipte inhoud plakken.
CTRL+X
MAC: CMD+X
De selectie knippen.
DELETE De selectie verwijderen.
INSERT Schakelen tussen invoegen en overschrijven van tekst.
CTRL+Z
MAC: CMD+Z
De laatste opmaakopdracht ongedaan maken.
CTRL+Y
MAC: CMD+Y
De laatste opdracht die ongedaan is gemaakt opnieuw uitvoeren.
CTRL+F
MAC: CMD+F
Tekst zoeken.
SHIFT+F10 Contextmenu weergeven. Dit is gelijk aan klikken met de rechtermuisknop.
Opmaak
CTRL+B
MAC: CMD+B
Tekst vet of niet vet opmaken.
CTRL+I
MAC: CMD+I
Tekst cursief of niet cursief opmaken.
CTRL+U
MAC: CMD+U
Tekst onderstrepen of niet onderstrepen.