Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Items beheren

Alle opties voor het beheren van een bestand in Content Collection kunt u kiezen in het contextmenu. Als u de items hebt geordend door deze naar de gewenste mappen te verplaatsen of te kopiëren, kunt u andere functies beheren die beschikbaar zijn in Content Collection. Er zijn opties voor het bewerken van eigenschappen, het inschakelen van tracering en versiebeheer, of het weergeven van opmerkingen. U kunt ook de weergave 360 overzicht activeren voor bestanden om direct alle gegevens van een bestand te zien. Veel van deze functies zijn handig als u inhoud deelt met medecursisten of de wijzigingen in een bestand wilt bijhouden.

Itemeigenschappen bewerken

Nadat een item is gemaakt, kunt u de instellingen wijzigen via de pagina Itemeigenschappen bewerken. Wanneer een item bijvoorbeeld bij het maken is vergrendeld, kan de vergrendeling worden opgeheven via deze pagina. U kunt op de pagina Itemeigenschappen bewerken ook gedetailleerde informatie over het item vinden, zoals de naam van de persoon die het item heeft gemaakt, wanneer het item is gemaakt en wanneer dit voor het laatst is gewijzigd.

  1. Ga naar de map met het item dat u wilt wijzigen.
  2. Open het contextmenu van het item en kies Bewerken.
  3. Vul de velden in.
  4. Klik op Verzenden.
Itemeigenschappen
Optie Beschrijving
Bestandsinformatie
Bestandsnaam [v] U kunt de naam van het item weergeven of wijzigen. Wanneer u de naam van een bestand wijzigt, worden alle koppelingen, inclusief passen, naar het bestand verbroken.
URL webmap/Locatie-URL De webkoppeling voor dit bestand, inclusief het volledige pad.

Op de Mac wordt een webmap een gedeelde locatie genoemd.

Permanente URL De webkoppeling voor dit bestand, inclusief de unieke, onveranderbare ID maar zonder het pad. Deze persistente ID's zorgen ervoor dat koppelingen met items van Content Collection niet breken.
Bestandstype Hier wordt het type bestand weergegeven.
Bestandsgrootte Hier wordt de grootte van het bestand weergegeven, in kB.
Eigenaar Hier wordt de gebruikersnaam van de persoon weergegeven die verantwoordelijk is voor het beheer van het item.
Gemaakt door Hier wordt de gebruikersnaam weergegeven van de persoon die het item heeft gemaakt.
Gemaakt op Hier worden de dag, de datum en de tijd weergegeven waarop het item is gemaakt.
Laatst gewijzigd door Hier wordt de gebruikersnaam weergegeven van de persoon die de laatste wijzigingen in het item heeft aangebracht.
Laatste wijziging Hier worden de dag, de datum en de tijd weergegeven waarop het item het laatst is gewijzigd.
opties
Bestand vergrendelen Hiermee kunt u bestandsvergrendeling in- of uitschakelen.
Opmerkingen delen Hiermee kunt u het delen van opmerkingen in- of uitschakelen.
Versiebeheer inschakelen Schakel versiebeheer in of uit.
Tracering inschakelen Schakel tracering in of uit.

Opmerkingen voor items beheren

Opmerkingen zijn opgeslagen teksten van gebruikers. Opmerkingen zijn handig voor het opslaan van meningen of instructies over de inhoud van een item. De instelling voor het al dan niet toestaan dat gebruikers opmerkingen toevoegen aan een item, wordt weergegeven op de pagina Opmerkingen persoonlijk/gedeeld instellen.

Werken met itemopmerkingen

  1. Ga naar de map waar het item is opgeslagen.
  2. Selecteer Opmerkingen in het contextmenu voor het item.

De pagina Opmerkingen bevat de volgende opties:

Mogelijke opmerkingen
Bewerking Handeling
Een opmerking toevoegen Klik op Opmerking maken op de actiebalk. Er wordt een tekstvak weergegeven. Typ een opmerking en klik vervolgens op Verzenden.
Een opmerking verwijderen Schakel de selectievakjes in van de opmerkingen die u wilt verwijderen en selecteer Verwijderen.
Opmerkingen sorteren Klik op het driehoekje boven aan een kolom om te sorteren op die kolom.

Bestanden overschrijven

Nadat een item is gemaakt, kan de gebruiker besluiten dit te overschrijven met een ander bestand. Dit kan worden gedaan via de pagina Bestand overschrijven. Wanneer een bestand wordt overschreven, blijft de naam van het bestand behouden. U moet beschikken over de machtigingen Lezen, Schrijven en Verwijderen voor een bestand om het te kunnen overschrijven.

u moet een bestand niet overschrijven met een bestand van een ander bestandstype. Een doc-bestand moet bijvoorbeeld niet worden overschreven met een jpg-bestand.

Een bestand overschrijven

  1. Ga naar de map met het item dat u wilt wijzigen.
  2. Open het contextmenu van een item en kies Bestand overschrijven.
  3. Klik op Bladeren om het bestand te zoeken en te selecteren.
  4. Klik op Verzenden.

Na het uploaden van een nieuw bestand, moet u de pagina vernieuwen om de cache van de browser leeg te maken en de nieuwe bestandsnaam weer te geven.

Bestanden overschrijven in combinatie met versiebeheer

Wanneer versiebeheer voor een bestand is ingeschakeld en Bestand overschrijven is geselecteerd (of het selectievakje Overschrijven op de pagina Item toevoegen is ingeschakeld), wordt er een nieuwe versie gemaakt en wordt de oude versie opgeslagen in de versiegeschiedenis.

Wanneer versiebeheer is uitgeschakeld, wordt met Bestand overschrijven het bestand overschreven en wordt er geen geschiedenis van oude versies opgeslagen.

Wijzigingen van items bijhouden

Met de functie Tracering wordt vastgelegd wanneer een gebruiker met het item werkt. Deze functie is nuttig om te controleren of iemand een vereiste opdracht heeft gelezen of om na te gaan wie als laatste wijzigingen in een bestand heeft doorgevoerd.

Voordat u begint

Tracering moet zijn ingeschakeld om het traceringslogboek te kunnen bekijken. U schakelt tracering in door Bewerken te kiezen in het contextmenu voor het item en vervolgens onder Opties Tracering inschakelen te selecteren.

Het traceringslogboek

De pagina Tracering bevat gegevens van elke interactie met het item. Elke rij bevat de volgende informatie:

  • De naam van de gebruiker die het bestand heeft geopend.
  • De actie die is uitgevoerd.
  • De versie van het geopende bestand. De versie wordt alleen weergegeven als Versiebeheer is ingeschakeld.
  • De datum waarop het bestand is geopend.
  • Het IP-adres van de computer die is gebruikt om het bestand te openen.

Meerdere bewerkingen traceren

Wanneer een gebruiker meerdere malen dezelfde bewerking uitvoert op een bestand, wordt alleen de eerste bewerking vastgelegd in het traceringslogboek. Wanneer een gebruiker hetzelfde document meerdere malen opent en leest, wordt alleen de eerste bewerking vastgelegd. Als een gebruiker de cookies van de browser wist en het bestand opnieuw leest, wordt een tweede bewerking vastgelegd in het traceringslogboek.

Traceringsgegevens bekijken voor een item

  1. Ga naar de map waar het item is opgeslagen.
  2. Open het contextmenu van het item en kies Tracering.

Het traceringslogboek verwijderen

Kies Traceringslogboek verwijderen op de actiebalk om alle vermelde acties op de pagina te verwijderen. Nieuwe acties worden nog steeds getraceerd.

WebDAV-clients

Sommige WebDAV-clients, zoals Goliath, kunnen meerdere bewerkingen uitvoeren bij gebruik met Content Collection. Wanneer bijvoorbeeld een bestand wordt gelezen, wordt een leesbewerking mogelijk tweemaal opgenomen in het traceringslogboek, ondanks het feit dat de gebruiker het bestand slechts één keer heeft gelezen.

Versies van items beheren

Versiebeheer maakt het mogelijk alle wijzigingen van een bestand bij te houden. Als een bestand is vergrendeld via de pagina Versies beheren, wordt er een andere versie van het bestand gemaakt. Deze nieuwe versie kan dan worden aangepast.

De pagina Versies beheren bevat de volgende informatie voor elke versie:

  • Het versienummer als een hyperlink.
  • De datum en tijd waarop de versie is gemaakt.
  • De persoon die de versie heeft gemaakt.
  • De grootte van het bestand.

Zodra een bestand is geopend, wordt het bestand automatisch vergrendeld voor andere gebruikers. Deze optie kan worden gebruikt om wijzigingen door te voeren in het bestand en deze op te slaan. Zie Webmappen en gedeelde locaties gebruiken voor meer informatie over het koppelen van Content Collection-mappen aan het besturingssysteem voor bewerkingen.

Voordat u begint

Versiebeheer moet zijn ingeschakeld om wijzigingen aan het bestand te kunnen bijhouden. Als u versiebeheer wilt inschakelen, opent u het contextmenu van een item en klikt u op Bewerken. Selecteer onder Opties de optie Versiebeheer inschakelen.

Versies voor een item beheren

  1. Ga naar de map met het item dat u wilt wijzigen.
  2. Selecteer Versies in het contextmenu voor het item.

    -OF-

    Klik op het nummer dat wordt weergegeven in de kolom Versies naast het item in de basismap.

Opties voor versiebeheer

  1. Webmap instellen: Hiermee krijgt u toegang tot meer informatie. Het is belangrijk te weten dat wanneer een bestand wordt geopend via de webmap, het bestand automatisch wordt vergrendeld voor andere gebruikers.

    Op de Mac wordt een webmap een gedeelde locatie genoemd.

  2. Het versienummer weergeven: het item wordt geopend in de webbrowser. Gebruikers kunnen vanuit deze weergave geen wijzigingen doorvoeren of nieuwe versies opslaan.
  3. Bestand vergrendelen: wanneer een bestand is vergrendeld, wordt er een nieuwe versie gemaakt en komen de opties Ontgrendelen en Terugdraaien beschikbaar in het contextmenu.
  4. Terugdraaien: deze koppeling wordt alleen weergegeven wanneer u het bestand hebt vergrendeld. Hiermee wordt het exemplaar dat u aan het bewerken was, verwijderd zonder dat eventuele wijzigingen worden opgeslagen.
  5. Versies verwijderen: selecteer een versie en klik op Verwijderen op de actiebalk.

Versies vergrendelen

Als u een andere versie van uw inhoud wilt maken, kiest u Vergrendelen in het contextmenu naast het versienummer op de pagina Versies beheren. Klik op de koppeling van de nieuwste versie om het bestand te openen, wijzigingen aan te brengen en het bestand op te slaan. Als u met andere personen samenwerkt aan een item, vergeet dan niet het item te ontgrendelen, zodat de anderen het bestand kunnen openen.