Doorgaan naar hoofdcontent
pdf?stylesheet=default
Blackboard Help

Woordenlijst

A

actiebalk: Rijen aan het begin van de pagina met acties die u op paginaniveau kunt uitvoeren, zoals Inhoud bouwen, Zoeken, Verwijderen en Uploaden.

beheerder: Een gebruiker met beheerderstoegang tot Blackboard Learn die beheerderstaken uitvoert binnen of buiten Blackboard Learn, waaronder het beheren van de back-end servers voor uw omgeving met Blackboard Learn. De informatie en taken die bedoeld zijn voor deze doelgroep vereisen mogelijk toegang tot de opdrachtregelinterface en de back-end servers.

alt-tekst: Alt-tekst staat voor alternatieve tekst en is meestal een korte beschrijving van een visueel element op een webpagina. Alt-tekst wordt geïnterpreteerd door schermlezers, zodat ook mensen met een visuele beperking weten wat er te zien is op het scherm.

archiveren: Het maken van een permanente record van een cursus of organisatie, inclusief alle inhoud en gebruikersinteractie die op dat moment beschikbaar zijn. De informatie wordt opgeslagen in een gezipt pakket.

asynchroon: Asynchrone interacties vinden plaats gedurende langere perioden en bieden daardoor meer flexibiliteit, evenals reflectieve communicatie. Er is meestal sprake van een vertraging tussen het eerste bericht of de eerste invoer en het antwoord of de feedback. De asynchrone tools van Blackboard Learn zijn Discussieruimte, E-mail, Mededelingen, Berichten, Dagboeken, Blogs en Wiki's.

avatar: Een avatar is een persoonlijke afbeelding die u binnen Blackboard Learn kunt gebruiken om uzelf voor te stellen. Avatar-afbeeldingen worden weergegeven in interactieve tools zoals dagboeken en blogs, in het menu Mijn Blackboard en op de beginpagina van een cursus. Een avatar is iets anders dan een afbeelding die wordt toegevoegd aan een profiel. Profielafbeeldingen hebben prioriteit boven avatar-afbeeldingen. Zie Mijn instellingen aanpassen.

B

opmaak: Opmaken (merken) bepalen de kleuren, afbeeldingen, tabbladstijlen, pictogrammen en andere elementen die de vormgeving van Blackboard Learn bepalen. U kunt verschillende opmaken kiezen voor verschillende gebruikers. Instellingen kunnen met behulp van opmaken hun eigen logo's, pictogrammen en andere kenmerkende elementen toepassen om gebruikers met verschillende rollen zo een nog prettigere ervaring te bieden.

pad van broodkruimels: Ook wel de overzichtsbalk of gewoon 'breadcrumbs' genoemd. Terwijl u items en koppelingen bekijkt in een cursus, kunt u de overzichtsbalk gebruiken om terug te gaan naar eerder bezochte pagina's. De overzichtsbalk wordt boven het inhoudsframe weergegeven. Klik op de puntjes (...) om de lijst uit te vouwen.

C

cascading style sheets (CSS): Instructies die bepalen hoe elementen worden weergegeven op een webpagina. Een style sheet (opmaakmodel) bepaalt hoe een element of een groep elementen, zoals tekst, randen en tabellen, wordt weergegeven.


community engagement: Als uw instelling beschikt over een licentie voor Community Engagement, kan de instelling online communities bouwen. Dit is een goede manier om de relatie tussen docenten en studenten te bevorderen en te verstevigen, zowel tijdens als na een cursus. Als u een beheerder bent, kunt u in de rechterbovenhoek van het configuratiescherm voor systeembeheer zien welke voorzieningen er beschikbaar zijn in het systeem (achter Producten). Als uw instelling beschikt over een licentie voor Community Engagement, wordt "Community Engagement" vermeld. Als u een cursusleider of student bent, hebt u in dat geval een tabblad Community.

inhoudsgebied: Een weergavelocatie op het hoogste niveau met koppelingen naar inhoud die door een cursusleider is toegevoegd aan de cursus, zoals collegeaantekeningen, opdrachten en toetsen. Inhoudsgebieden worden als koppelingen weergegeven in het cursusmenu.

Content Collection: Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, hebt u toegang tot een geïntegreerde technologie voor het beheren van inhoud (Inhoudsbeheer) die overal binnen de instelling beschikbaar is. Deze technologie stelt gebruikers in staat digitale inhoud op een veilige manier te labelen, beheren, hergebruiken en delen via Content Collection. Als u een beheerder bent, kunt u in de rechterbovenhoek van het configuratiescherm voor systeembeheer zien welke voorzieningen er beschikbaar zijn in het systeem (achter Producten). Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, wordt "Inhoudsbeheer" vermeld. Als u een cursusleider of student bent, hebt u in dat geval een tabblad Content Collection.

inhoudseditor: Deze editor gebruikt u om tekst toe te voegen en op te maken, maar ook om vergelijkingen en hyperlinks in te voegen, en verschillende bestandstypen te koppelen aan inhoud. De inhoudseditor is vrijwel overal in het systeem beschikbaar.

inhoudsframe: Het grote gebied op het scherm naast het cursusmenu waarin inhoudsgebieden, tools of cursusmateriaal worden weergegeven.

inhoudsbeheer: Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, hebt u toegang tot een geïntegreerde technologie voor het beheren van inhoud (Inhoudsbeheer) die overal binnen de instelling beschikbaar is. Deze technologie stelt gebruikers in staat digitale inhoud op een veilige manier te labelen, beheren, hergebruiken en delen via Content Collection. Als u een beheerder bent, kunt u in de rechterbovenhoek van het configuratiescherm voor systeembeheer zien welke voorzieningen er beschikbaar zijn in het systeem (achter Producten). Als uw instelling beschikt over een licentie voor Inhoudsbeheer, wordt "Inhoudsbeheer" vermeld. Als u een cursusleider of student bent, hebt u in dat geval een tabblad Content Collection.

configuratiescherm voor systeembeheer: Alle functies voor het beheren van cursussen zijn toegankelijk via koppelingen in het configuratiescherm. Het configuratiescherm bevindt zich onder het cursusmenu en is alleen toegankelijk voor gebruikers met een van de volgende gedefinieerde cursusrollen: cursusleider, onderwijsassistent, beoordelaar, cursusbouwer of beheerder.

Cursusbestanden: Cursusbestanden is een opslaglocatie op de Blackboard-server voor alle bestanden voor een cursus. Het gebied Cursusbestanden van een cursus bevat inhoud voor die specifieke cursus, niet voor andere cursussen die door een cursusleider worden gegeven. Cursusleiders kunnen mappen en submappen maken in Cursusbestanden om inhoud op de gewenste manier te ordenen. Studenten kunnen geen bestanden uploaden naar Cursusbestanden.

cursus-ID: De cursus-ID is een unieke aanduiding van een cursus. Nadat u een cursus hebt gemaakt, kunt u de cursus-ID niet meer wijzigen. U kunt cijfers, letters, afbreekstreepjes (-), liggende streepjes (_) en punten (.) gebruiken in een cursus-ID.

cursuskoppeling: Een cursuskoppeling is een manier om snel naar een gebied, een tool of een item in een cursus te gaan. U kunt cursuskoppelingen toevoegen aan een inhoudsgebied, een leermodule, een lesoverzicht, een map, het cursusmenu en binnen bepaalde tools.

cursusmenu: Het cursusmenu wordt aan de linkerkant van het cursusvenster weergegeven. Gebruikers klikken op knoppen of tekstkoppelingen in het menu om inhoud van de cursus weer te geven, zoals inhoudsgebieden, afzonderlijke tools, webkoppelingen, cursuskoppelingen en modulepagina's.

huidig bericht: Het gedeelte van het inhoudsframe met de tekst van het geselecteerde discussiebericht en informatie over het bericht.

D

ontwikkelaar: Een gebruiker met beheerderstoegang tot Blackboard Learn die beheerderstaken uitvoert buiten Blackboard Learn, inclusief het beheren van de back-end servers voor uw omgeving met Blackboard Learn. De informatie en taken die bedoeld zijn voor deze doelgroep vereisen toegang tot de opdrachtregelinterface en de back-end servers.

E

Eenvoudig bewerken: Blackboard Drive is via de functie Eenvoudig bewerken geïntegreerd in de gebruikersinterface van Blackboard Learn om eenvoudige bewerkingsfuncties aan te bieden via het tabblad Content Collection en zo de efficiency te verbeteren. Eenvoudig bewerken met Blackboard Drive stelt gebruikers in staat om een bestand rechtstreeks vanuit de gebruikersinterface te bewerken en herleidt bewerken tot drie eenvoudige stappen: klikken, bewerken en opslaan. Blackboard Drive gebruikt het WebDAV-protocol voor communicatie met Inhoudsbeheer van Learn, maar heeft verschillende voordelen ten opzichte van de ingebouwde WebDAV-clients van het besturingssysteem. Blackboard Drive is stabieler, heeft een meer consistente interface en verbetert de efficiency van gebruikers. Blackboard Drive moet zijn geïnstalleerd op de computer van de eindgebruiker. Zie voor meer informatie Bestanden bewerken met Eenvoudig bewerken.

bewerkingsmodus: Als de bewerkingsmodus is ingeschakeld (AAN), worden alle functies voor de cursusleider weergegeven, zoals Inhoud bouwen, op de actiebalk van een inhoudsgebied of in een contextmenu. Als de bewerkingsmodus is uitgeschakeld (UIT), wordt de pagina weergegeven zoals studenten die zien. De functie bewerkingsmodus wordt weergegeven aan gebruikers met de rol cursusleider, onderwijsassistent, cursusbouwer en beheerder.

emoticon: Tekens die de stemming van of de gezichtsuitdrukking van iemand moeten voorstellen, bijvoorbeeld , :), :(, en :D. U kunt emoticons gebruiken om tekst een extra lading of betekenis te geven.

exporteren: Een manier om geselecteerde cursusinhoud te comprimeren in een pakket dat vervolgens kan worden geïmporteerd in dezelfde cursus of een andere cursus.

F

Flash-video: De zelfstudies met Flash-video's worden automatisch geopend in een nieuw browservenster of tabblad. U hebt Adobe® Flash® Player 7 of hoger nodig om zelfstudies met Flash-video te kunnen bekijken. Als de browser niet aangeeft dat u de Adobe Flash-invoegtoepassing moet installeren, kunt u de Adobe Flash Player downloaden op http://www.adobe.com/products/flashplayer/.

forum: De beginpagina van de tool Discussieruimte bevat een lijst met alle forums. Elk forum kan meerdere discussielijnen bevatten. Maak forums om discussies te ordenen in units of onderwerpen die relevant zijn voor uw cursus.

G

Cijferinformatiebalk: Wijs naar de titel van een kolom in Grade Center om details weer te geven in het gebied vóór het raster en na de actiebalk. U kunt het type kolom weergeven en het mogelijke aantal punten. In deze rij kunt u ook zien wanneer gegevens het laatst zijn opgeslagen.

H

HTML-object: Een HTML-object is een object dat u maakt met de inhoudseditor en opslaat als een HTML-bestand. HTML-objecten kunt u hergebruiken wanneer u inhoud maakt door een koppeling toe te voegen naar het HTML-bestand in Cursusbestanden of Content Collection.

I

importeren: Inhoud in een exportpakket overbrengen naar een cursus.

cursusleider: Een gebruiker die cursussen ontwikkelt, geeft of begeleidt. De informatie en taken die bedoeld zijn voor deze doelgroep vereisen toegang tot het configuratiescherm in Blackboard Learn.

J

Java-applet: Een programma dat kan worden ingesloten op een webpagina en dat is geschreven in de programmeertaal Java.

Java-invoegtoepassing: Een manier om de mogelijkheden van een browser uit te breiden, bijvoorbeeld voor de verwerking van Java-applets, bij het bezoeken van websites met dynamische webinhoud. Controleer of uw Java-invoegtoepassing goed werkt door naar http://www.java.com/en/download/help/testvm.jsp te gaan.

L

leermodule: Leermodules zijn bedoeld voor het presenteren van inhoud. Cursusleiders kunnen verwante cursusmaterialen ordenen in een inhoudsopgave. U kunt alle typen inhoud toevoegen aan een leermodule, zoals items, opdrachten en toetsen.

lesoverzicht: Een lesoverzicht is een container voor inhoud, vergelijkbaar met een leermodule of map. Het overzicht bevat inhoudsitems die op de gewenste manier kunnen worden geordend. Cursusleiders kunnen lesoverzichten maken binnen cursussen om lesprofielen, doelstellingen en inhoudsitems op te slaan voor een les.

M

mashup: In een mashup worden elementen uit twee of meer bronnen gecombineerd. Als u een video van YouTube™ bekijkt in een cursus van Blackboard Learn, maakt u gebruik van een mashup. Mashups kunnen ook bestaan uit foto's van Flickr® en SlideShare-presentations.

berichtenlijst: Het gedeelte van het inhoudsframe met een lijst van alle berichten in een discussielijn, met het oorspronkelijke bericht boven aan de lijst. Het geselecteerde bericht is gemarkeerd.

module: Modules zijn pakketten inhoud die worden weergegeven op het tabblad Mijn instelling of op aangepaste moduletabbladen. Blackboard Learn bevat verschillende soorten modules, zoals agenda's, taken en waarschuwingen. Beheerders maken verschillende modules voor verschillende soorten gebruikers.

modulepagina: Modulepagina's bevatten cursusmodules die u selecteert in een lijst. Een cursusmodule kan een tool zijn, zoals een rekenmachine, of kan dynamische gegevens weergeven, zoals cijfers, waarschuwingen en mededelingen.

multimedia: Multimedia verwijst naar digitale afbeeldingen, animatie, geluid en video die u kunt gebruiken in een cursus. U kunt multimedia integreren in een cursus met behulp van de inhoudseditor of door inhoudsitems te maken van het type audio, afbeelding, video, URL of mashup.

O

overzichtsbalk: Terwijl u items en koppelingen bekijkt in een cursus, kunt u de overzichtsbalk gebruiken om terug te gaan naar eerder bezochte pagina's. De overzichtsbalk wordt boven het inhoudsframe weergegeven. Klik op de puntjes (...) om de lijst uit te vouwen.

Outcomes-toetsing: Als uw instelling beschikt over een licentie voor Outcomes-toetsing, kan het systeem dat dagelijks wordt gebruikt door faculteitsmedewerkers en studenten ook worden gebruikt voor het evalueren van de onderwijs- en leerpraktijken. Outcomes-toetsing kan worden aangepast aan de organisatiestructuur en processen binnen een instelling om voor elke gebruiker een persoonlijke toetsing mogelijk te maken. Als u een beheerder bent, kunt u in de rechterbovenhoek van het configuratiescherm voor systeembeheer zien welke voorzieningen er beschikbaar zijn in het systeem (achter Producten). Als uw instelling beschikt over een licentie voor Outcomes-toetsing, wordt "Outcomes-toetsing" vermeld. Als u een cursusleider of student bent, hebt u in dat geval een tabblad Outcomes.

vervangen: U kunt cijfers vervangen die handmatig of automatisch zijn vastgelegd in Grade Center. Het invoeren van een vervangend cijfer betekent dat alle eerdere pogingen worden overschreven, inclusief pogingen die nog niet zijn ingestuurd door studenten. Als u een cijfer vervangt, worden toekomstige pogingen niet aangegeven met een uitroepteken (het pictogram Cijfer nodig) in Grade Center.

P

pakket: Ook wel gezipt pakket, gezipt bestand of gecomprimeerd bestand genoemd. Met de bestandsindeling ZIP worden gegevens gecomprimeerd om de bestandsgrootte te beperken. Een pakket kan een of meer bestanden bevatten.

machtiging: Instellingen die de toegang van gebruikers tot bestanden en mappen in de opslaglocatie van een cursus bepalen: Cursusbestanden of Content Collection. U kunt groepen gebruikers de machtiging Lezen, Schrijven, Verwijderen en Beheren geven. Met de machtiging Beheren kunnen de gebruikers in de groep machtigingen bewerken en toevoegen. Cursusbouwers, cursusleiders en onderwijsassistenten krijgen standaard alle vier de machtigingen voor bestanden die rechtstreeks naar de opslaglocatie van de cursus worden geüpload. U kunt deze machtigingen wijzigen en verwijderen.

R

rol: Rollen bepalen wat een gebruiker wel en niet kan doen binnen Blackboard Learn. Een rol is een set machtigingen die door een beheerder wordt toegewezen aan gebruikersaccounts. Een gebruiker met de rol Student heeft bijvoorbeeld geen toegang tot cijfergegevens van andere studenten, terwijl een gebruiker met de rol Cursusleider de cijfers kan zien van alle studenten die zijn ingeschreven voor de cursus.

S

schermlezer: Een schermlezer is een programma dat interpreteert wat er op een computerscherm wordt weergegeven. Deze interpretatie wordt via tekst-naar-spraak omgezet in gesproken tekst of als braille naar een leesregel. Schermlezers zijn een toepassing van ondersteunende technologie voor mensen die blind zijn, een visuele beperking hebben, de taal niet goed kunnen lezen of een leesachterstand hebben.

opeenvolgende weergave: Als een cursusleider opeenvolgende weergave heeft ingeschakeld voor een leermodule, moeten gebruikers de inhoudsopgave in de weergegeven volgorde doorlopen. Als alle koppeling in de juiste volgorde zijn doorlopen, kunnen studenten de koppelingen in willekeurige volgorde bekijken. Als gebruikers de leermodule verlaten en vervolgens terugkeren, moeten ze de module opnieuw opeenvolgend doorlopen.

student: Een gebruiker die een cursus volgt. De informatie en taken die bedoeld zijn voor deze doelgroep vereisen geen toegang tot het configuratiescherm in Blackboard Learn.

T

tabblad: Tabbladen bevatten koppelingen naar cursussen en organisaties, modules met inhoud, gebruikerstools en externe koppelingen naar aanvullende diensten en inhoud. Beheerders stellen verschillende tabbladen beschikbaar aan verschillende soorten gebruikers.

discussielijn: Een forum in de tool Discussieruimte bestaat uit discussielijnen. Een discussielijn bestaat uit het eerste bericht plus alle reacties daarop.

Tomcat: Een servlet-container met een JSP-omgeving. De software op de webserver (IIS, Apache) hosts de webpagina's en Tomcat zet de dynamische webinhoud (servlets) om in een leesbare indeling voor gebruikers.

W

WebDAV: WebDAV wordt gebruikt voor het delen van bestanden via internet en is compatibel met de meeste besturingssystemen. Als WebDAV is geconfigureerd voor Blackboard Learn, kunnen gebruikers inhoud in Cursusbestanden of Content Collection op dezelfde wijze benaderen als inhoud op gewone netwerkstations of in mappen op hun computer.

Windows Media Player-film: Video-zelfstudies van Windows Media Player worden afgespeeld met de Windows Media Player. Dit programma is standaard geïnstalleerd op de meeste Windows-computers. Als u het programma niet hebt, kunt u het hier downloaden: http://windows.microsoft.com/nl-nl/w...s-media-player

Y

uw computer: "Uw computer" bevat bestanden op een lokale schijf en het bureaublad, bestanden op een verwisselbare schijf die is aangesloten op uw computer, en bestanden op een netwerkstation dat vanaf uw computer toegankelijk is.

Z

gezipt bestand: Ook wel gezipt pakket, pakket of gecomprimeerd bestand genoemd. Met de bestandsindeling ZIP worden gegevens gecomprimeerd om de bestandsgrootte te beperken. Een pakket kan een of meer bestanden bevatten.